Matteüs 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 MarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 20

1 ܕ݁ܳܡܝܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܠܓ݂ܰܒ݂ܪܳܐ ܡܳܪܶܐ ܒ݁ܰܝܬ݁ܳܐ ܕ݁ܰܢܦ݂ܰܩ ܒ݁ܨܰܦ݂ܪܳܐ ܕ݁ܢܶܐܓ݂ܽܘܪ ܦ݁ܳܥܠܶܐ ܠܟ݂ܰܪܡܶܗ ܀ Bijbel Matteüs 20:1 1 "Want het koninkrijk van de hemel lijkt op een man, een huismeester, die vroeg in de morgen was vertrokken om werkers voor zijn wijngaard te huren.
2 ܩܰܨ ܕ݁ܶܝܢ ܥܰܡ ܦ݁ܳܥܠܶܐ ܡܶܢ ܕ݁ܺܝܢܳܪܳܐ ܒ݁ܝܰܘܡܳܐ ܘܫܰܕ݁ܰܪ ܐܶܢܽܘܢ ܠܟ݂ܰܪܡܶܗ ܀ Bijbel Matteüs 20:2 2 En hij kwam met de werkers overeen voor een denarie per dag en hij zond ze naar zijn wijngaard.
dagloon.
3 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܒ݁ܰܬ݂ܠܳܬ݂ ܫܳܥܺܝܢ ܘܰܚܙܳܐ ܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܕ݁ܩܳܝܡܺܝܢ ܒ݁ܫܽܘܩܳܐ ܘܒ݂ܰܛܺܝܠܺܝܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:3 3 En om het derde uur ging hij erop uit, en zag hij anderen nutteloos op het plein staan.
ie. negen uur.
4 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܙܶܠܘ ܐܳܦ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܟ݂ܰܪܡܳܐ ܘܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܘܳܠܶܐ ܝܳܗܶܒ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:4 4 En hij zei tegen hen: 'Gaat u ook naar de wijngaard en ik zal u geven wat juist is!'
5 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܙܰܠܘ ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܒ݁ܫܶܬ݂ ܘܒ݂ܰܬ݂ܫܰܥ ܫܳܥܺܝܢ ܘܰܥܒ݂ܰܕ݂ ܗܳܟ݂ܘܳܬ݂ ܀ Bijbel Matteüs 20:5 5 Toen gingen ze. En opnieuw ging hij erop uit om het zesde en om het negende uur, en deed evenzo.
6 ܘܠܰܐܦ݁ܰܝ ܚܕ݂ܰܥܶܣܪܶܐ ܫܳܥܺܝܢ ܢܦ݂ܰܩ ܘܶܐܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܕ݁ܩܳܝܡܺܝܢ ܘܒ݂ܰܛܺܝܠܺܝܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܳܢܳܐ ܩܳܝܡܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܝܰܘܡܳܐ ܟ݁ܽܠܶܗ ܘܒ݂ܰܛܳܠܺܝܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:6 6 Ook rond het elfde uur ging hij erop uit, en vond hij anderen die daar nutteloos stonden en hij zei tegen hen: 'Waarom staat u de hele dag nutteloos?'
7 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܕ݁ܠܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܐܰܓ݂ܪܳܢ ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܙܶܠܘ ܐܳܦ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܟ݂ܰܪܡܳܐ ܘܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܘܳܠܶܐ ܢܳܣܒ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:7 7 Ze zeiden tegen hem: 'Omdat niemand ons heeft gehuurd!' Hij zei tegen hen: 'Gaat ook u in de wijngaard en u zult ontvangen wat juist is!'
8 ܟ݁ܰܕ݂ ܗܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܪܰܡܫܳܐ ܐܶܡܰܪ ܡܳܪܶܐ ܟ݁ܰܪܡܳܐ ܠܪܰܒ݁ܰܝܬ݁ܶܗ ܩܪܺܝ ܦ݁ܳܥܠܶܐ ܘܗܰܒ݂ ܠܗܽܘܢ ܐܰܓ݂ܪܗܽܘܢ ܘܫܰܪܳܐ ܡܶܢ ܐ݈ܚܪܳܝܶܐ ܘܰܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܩܰܕ݂ܡܳܝܶܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:8 8 Toen het avond werd, zei de wijngaardenier tegen zijn beheerder: 'Roep de werkers en geef hun de beloning, begin bij de laatsten en ga zo door tot de eersten'.
9 ܘܶܐܬ݂ܰܘ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܰܚܕ݂ܰܥܶܣܪܶܐ ܫܳܥܺܝܢ ܢܣܰܒ݂ܘ ܕ݁ܺܝܢܳܪ ܕ݁ܺܝܢܳܪ ܀ Bijbel Matteüs 20:9 9 Daarop kwamen degenen van het elfde uur en elk kreeg een denarie.
10 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܶܬ݂ܰܘ ܩܰܕ݂ܡܳܝܶܐ ܣܒ݂ܰܪܘ ܕ݁ܝܰܬ݁ܺܝܪ ܫܳܩܠܺܝܢ ܘܰܫܩܰܠܘ ܕ݁ܺܝܢܳܪ ܕ݁ܺܝܢܳܪ ܐܳܦ݂ ܗܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:10 10 Toen de eersten kwamen hoopten ze dat ze meer zouden krijgen, maar ook zij kregen elk een denarie.
11 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܫܩܰܠܘ ܪܰܛܶܢܘ ܥܰܠ ܡܳܪܶܐ ܒ݁ܰܝܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:11 11 Nadat ze [het] hadden ontvangen, mopperden ze tegen de eigenaar,
12 ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܗܳܠܶܝܢ ܐ݈ܚܪܳܝܶܐ ܚܕ݂ܳܐ ܫܳܥܳܐ ܥܒ݂ܰܕ݂ܘ ܘܰܐܫܘܺܝܬ݂ ܐܶܢܽܘܢ ܥܰܡܰܢ ܕ݁ܰܫܩܰܠܢ ܝܽܘܩܪܶܗ ܕ݁ܝܰܘܡܳܐ ܘܚܽܘܡܶܗ ܀ Bijbel Matteüs 20:12 12 en zeiden: 'Deze laatsten die één uur hebben gewerkt hebt u gelijk gemaakt aan ons die de last en de hitte van de dag hebben gedragen'.
13 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܥܢܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܚܰܕ݂ ܡܶܢܗܽܘܢ ܚܰܒ݂ܪܝ ܠܳܐ ܡܰܥܘܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܳܟ݂ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܕ݂ܺܝܢܳܪ ܩܰܨܬ݁ ܥܰܡܝ ܀ Bijbel Matteüs 20:13 13 Maar hij antwoordde een van hen en zei: 'Mijn kameraad, ik doe u geen kwaad! Hebt u niet met mij onderhandeld voor een denarie?
14 ܣܰܒ݂ ܕ݁ܺܝܠܳܟ݂ ܘܙܶܠ ܨܳܒ݂ܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܠܗܳܢܳܐ ܐ݈ܚܪܳܝܳܐ ܐܶܬ݁ܶܠ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܠܳܟ݂ ܀ Bijbel Matteüs 20:14 14 Neem die van u en ga, ik wil aan de laatsten geven zoals aan u!
15 ܐܰܘ ܠܳܐ ܫܰܠܺܝܛ ܠܺܝ ܕ݁ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܨܳܒ݂ܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܐܶܥܒ݁ܶܕ݂ ܒ݁ܕ݂ܺܝܠܝ ܐܰܘ ܥܰܝܢܳܟ݂ ܒ݁ܺܝܫܳܐ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܛܳܒ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:15 15 Is het me niet toegestaan te doen wat ik wil, met wat van mij is, of is uw oog kwaad omdat ik goed ben?'
idioom voor: 'bent u gierig' of 'jaloers'.
16 ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܢܶܗܘܽܘܢ ܐ݈ܚܪܳܝܶܐ ܩܰܕ݂ܡܳܝܶܐ ܘܩܰܕ݂ܡܳܝܶܐ ܐ݈ܚܪܳܝܶܐ ܣܰܓ݁ܺܝܐܝܺܢ ܐܶܢܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܩܪܰܝܳܐ ܘܰܙܥܽܘܪܺܝܢ ܓ݁ܒ݂ܰܝܳܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:16 16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Want er zijn velen geroepen, maar weinigen verkozen."
17 ܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܗܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܢܶܣܰܩ ܠܽܐܘܪܺܫܠܶܡ ܘܰܕ݂ܒ݂ܰܪ ܠܰܬ݂ܪܶܥܣܰܪ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܒ݁ܰܝܢܰܘܗ݈ܝ ܘܰܠܗܽܘܢ ܒ݁ܽܐܘܪܚܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:17 17 Yešúʿ stond echter klaar om naar ʾÚrišlem op te gaan. Hij nam zijn leerlingen onderweg apart en zei:
18 ܗܳܐ ܣܳܠܩܺܝܢ ܚ݈ܢܰܢ ܠܽܐܘܪܺܫܠܶܡ ܘܰܒ݂ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܡܶܫܬ݁ܠܶܡ ܠܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܘܰܠܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܰܢܚܰܝܒ݂ܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܠܡܰܘܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:18 18 "Zie, we gaan op naar ʾÚrišlem en de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de overpriesters en schriftgeleerden en ze zullen hem tot de dood veroordelen.
Lucas 18: 32; Handelingen 4:27
19 ܘܢܰܫܠܡܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܠܥܰܡ݈ܡܶܐ ܘܰܢܒ݂ܰܙܚܽܘܢ ܒ݁ܶܗ ܘܰܢܢܰܓ݁ܕ݂ܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܘܢܶܙܩܦ݂ܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܘܰܠܝܰܘܡܳܐ ܕ݁ܰܬ݂ܠܳܬ݂ܳܐ ܢܩܽܘܡ ܀ Bijbel Matteüs 20:19 19 En ze zullen hem aan het volk uitleveren en men zal hem uitlachen, tuchtigen en hem ophangen, maar op de derde dag zal hij opstaan."
20 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܩܶܪܒ݁ܰܬ݂ ܠܶܗ ܐܶܡܗܽܘܢ ܕ݁ܰܒ݂ܢܰܝ ܙܰܒ݂ܕ݂ܰܝ ܗܺܝ ܘܰܒ݂ܢܶܝܗ ܘܣܶܓ݂ܕ݁ܰܬ݂ ܠܶܗ ܘܫܳܐܠܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܠܶܗ ܡܶܕ݁ܶܡ ܀ Bijbel Matteüs 20:20 20 Daarna kwam de moeder van de zonen van Zabday met haar zonen en ze bracht hem hulde om iets van hem te vragen.
21 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܳܗ ܡܳܢܳܐ ܨܳܒ݂ܝܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܝ ܐܳܡܪܳܐ ܠܶܗ ܐܶܡܰܪ ܕ݁ܢܶܬ݁ܒ݂ܽܘܢ ܗܳܠܶܝܢ ܬ݁ܪܶܝܢ ܒ݁ܢܰܝ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܝܰܡܺܝܢܳܟ݂ ܘܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܣܶܡܳܠܳܟ݂ ܒ݁ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܳܟ݂ ܀ Bijbel Matteüs 20:21 21 Hij zei tegen haar: "Wat wil je?" Ze zei tegen hem: "Zeg dat deze twee zonen van me, rechts en links van u in uw koninkrijk zullen zitten."
22 ܥܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܳܢܳܐ ܫܳܐܠܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܫܟ݁ܚܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܫܬ݁ܳܐ ܟ݁ܳܣܳܐ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܠܡܶܫܬ݁ܳܐ ܐܰܘ ܡܰܥܡܽܘܕ݂ܺܝܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܥܳܡܶܕ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܬ݁ܶܥܡܕ݂ܽܘܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܡܶܫܟ݁ܚܺܝܢ ܚ݈ܢܰܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:22 22 Yešúʿ antwoordde en zei: "Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie de beker drinken waarvoor ik klaar sta hem te drinken of worden gedoopt met de doop waarmee ik zal worden gedoopt?" Ze zeiden tegen hem: "Dat kunnen we."
23 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܟ݁ܳܣܝ ܬ݁ܶܫܬ݁ܽܘܢ ܘܡܰܥܡܽܘܕ݂ܺܝܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܥܳܡܶܕ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܬ݁ܶܥܡܕ݂ܽܘܢ ܕ݁ܬ݂ܶܬ݁ܒ݂ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܢ ܝܰܡܺܝܢܝ ܘܡܶܢ ܣܶܡܳܠܝ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܕ݁ܺܝܠܝ ܕ݁ܶܐܬ݁ܶܠ ܐܶܠܳܐ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܶܐܬ݁ܛܰܝܒ݂ܰܬ݂ ܡܶܢ ܐܳܒ݂ܝ ܀ Bijbel Matteüs 20:23 23 Hij zei tegen hen: "Jullie zullen mijn beker drinken en worden gedoopt met de doop waarmee ik zal worden gedoopt, maar dat jullie rechts en links van mij zullen zitten, is me niet gegeven behalve voor wie mijn Vader het heeft bereid."
24 ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܫܡܰܥܘ ܥܶܣܪܳܐ ܪܓ݂ܶܙܘ ܥܰܠ ܗܳܢܽܘܢ ܬ݁ܪܶܝܢ ܐܰܚܺܝܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:24 24 Toen de tien het hadden gehoord, raakten ze getergd over de twee broers.
25 ܘܰܩܪܳܐ ܐܶܢܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܪܺܫܰܝܗܽܘܢ ܕ݁ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܡܳܪܰܝܗܽܘܢ ܐܶܢܽܘܢ ܘܪܰܘܪܒ݂ܳܢܰܝܗܽܘܢ ܫܰܠܺܝܛܺܝܢ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:25 25 Maar Yešúʿ riep hen en zei tegen hen: "Jullie weten dat de hoofden van de volken hun heren zijn en [dat] hun groten het gezag over hen hebben.
26 ܠܳܐ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܒ݁ܰܝܢܳܬ݂ܟ݂ܽܘܢ ܐܶܠܳܐ ܡܰܢ ܕ݁ܨܳܒ݂ܶܐ ܒ݁ܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܡܫܰܡܫܳܢܳܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:26 26 Maar zo zal het niet zijn onder jullie, maar laat wie onder jullie groot wil zijn, jullie tot dienaar zijn.
27 ܘܡܰܢ ܕ݁ܨܳܒ݂ܶܐ ܒ݁ܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܥܰܒ݂ܕ݁ܳܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:27 27 En laat wie onder jullie de eerste wil zijn, een bediende zijn voor jullie,
28 ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܰܒ݂ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܠܳܐ ܐܶܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܶܫܬ݁ܰܡܰܫ ܐܶܠܳܐ ܕ݁ܰܢܫܰܡܶܫ ܘܰܕ݂ܢܶܬ݁ܶܠ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܦ݁ܽܘܪܩܳܢܳܐ ܚܠܳܦ݂ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:28 28 zoals de Mensenzoon niet is gekomen om bediend te worden, maar om te dienen en zichzelf te geven als een verlossing voor velen."
29 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܢܦ݂ܰܩ ܝܶܫܽܘܥ ܡܶܢ ܐܺܝܪܺܝܚܽܘ ܐܳܬ݂ܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܟ݁ܶܢܫܳܐ ܣܰܓ݁ܺܝܳܐܐ ܀ Bijbel Matteüs 20:29 29 Toen Yešúʿ uit ʿÍríḥú was vertrokken, volgde hem een grote menigte.
30 ܘܗܳܐ ܣܡܰܝܳܐ ܬ݁ܪܶܝܢ ܝܳܬ݂ܒ݁ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܥܰܠ ܝܰܕ݂ ܐܽܘܪܚܳܐ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܫܡܰܥܘ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܥܳܒ݂ܰܪ ܝܰܗ݈ܒ݂ܘ ܩܳܠܳܐ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܐܶܬ݂ܪܰܚܰܡ ܥܠܰܝܢ ܡܳܪܝ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܕ݂ܰܘܺܝܕ݂ ܀ Bijbel Matteüs 20:30 30 Zie, twee blinden zaten langs de weg. Toen ze hoorden dat Yešúʿ langs kwam, riepen ze en zeiden: "Heb medelijden met ons, mijn Heer, Zoon van Dawid!"
31 ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܳܐܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܒ݁ܗܽܘܢ ܕ݁ܢܶܫܬ݁ܩܽܘܢ ܘܗܶܢܽܘܢ ܝܰܬ݁ܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܐܰܪܺܝܡܘ ܩܳܠܗܽܘܢ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܡܳܪܰܢ ܐܶܬ݂ܪܰܚܰܡ ܥܠܰܝܢ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܕ݂ܰܘܺܝܕ݂ ܀ Bijbel Matteüs 20:31 31 Maar de menigten berispten hen, zodat ze zouden zwijgen, [maar] ze riepen nog harder: "Heb medelijden met ons, onze Heer, Zoon van Dawid!"
32 ܘܩܳܡ ܝܶܫܽܘܥ ܘܰܩܪܳܐ ܐܶܢܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܡܳܢܳܐ ܨܳܒ݂ܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܶܐܥܒ݁ܶܕ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:32 32 Toen stond Yešúʿ stil, riep hen en zei: "Wat wilt u dat ik voor u doe?"
33 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܡܳܪܰܢ ܕ݁ܢܶܬ݂ܦ݁ܰܬ݁ܚܳܢ ܥܰܝܢܰܝܢ ܀ Bijbel Matteüs 20:33 33 Ze zeiden tegen hem: "Onze Heer, dat onze ogen geopend mogen worden!"
34 ܘܶܐܬ݂ܪܰܚܰܡ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܘܰܩܪܶܒ݂ ܠܥܰܝܢܰܝܗܽܘܢ ܘܒ݂ܰܪ ܫܳܥܬ݂ܶܗ ܐܶܬ݂ܦ݁ܰܬ݁ܰܚ ܥܰܝܢܰܝܗܽܘܢ ܘܶܐܙܰܠܘ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܀ Bijbel Matteüs 20:34 34 En hij had medelijden met hen, en raakte hun ogen aan. Onmiddellijk werden hun ogen geopend en volgden ze hem.

Bijgewerkt: zondag 14 mei 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.