Matteüs 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 MarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 26

Bijbel Matteüs 26:1 1 Toen Yešúʿ al deze woorden had beëindigd zei hij tegen zijn leerlingen:
Bijbel Matteüs 26:2 2 "Jullie weten dat over twee dagen het Peṣḥā is, en dat de Mensenzoon wordt uitgeleverd om te worden gehangen."
Bijbel Matteüs 26:3 3 Toen vergaderden de overpriesters, schriftgeleerden en de oudsten van het volk op het binnenhof van de overpriester genaamd Qayāfā.
Bijbel Matteüs 26:4 4 En ze overlegden hoe ze Yešúʿ door een list zouden arresteren en hem doden.
Bijbel Matteüs 26:5 5 Maar ze zeiden: "Niet tijdens de viering, anders zou er een rel onder het volk ontstaan!"
Bijbel Matteüs 26:6 6 Terwijl Yešúʿ te Bét-Anyā in het huis van Šemʿún de melaatse was,
of 'de kruik'.
Bijbel Matteüs 26:7 7 naderde hem een vrouw met een flacon zeer kostbare parfumolie en schonk die uit over het hoofd van Yešúʿ terwijl hij aanlag.
Bijbel Matteüs 26:8 8 Maar zijn leerlingen zagen [dit] en waren ontstemd en ze zeiden: "Waarom deze verspilling?
Bijbel Matteüs 26:9 9 Want dit had voor veel verkocht kunnen worden om het aan de armen te geven!"
Bijbel Matteüs 26:10 10 Maar Yešúʿ wist het en zei tegen hen: "Waarom vermoeien jullie de vrouw? Want ze heeft een goede daad voor mij gedaan.
Bijbel Matteüs 26:11 11 Want de armen hebben jullie altijd bij je, maar ik ben niet altijd bij jullie.
Bijbel Matteüs 26:12 12 Dit echter, dat zij deze parfum over mijn lichaam goot, deed zij als voor mijn begrafenis.
Bijbel Matteüs 26:13 13 Ik zeg jullie met zekerheid, dat waar ook mijn boodschap wordt verkondigd, dit over de hele wereld zal worden verteld tot herdenking aan wat ze heeft gedaan."
Bijbel Matteüs 26:14 14 Toen ging een van de twaalf, Yihúdā Skaryúṭā genoemd, naar de overpriesters.
Bijbel Matteüs 26:15 15 En hij zei tegen hen: "Wat wilt u mij geven als ik hem aan u uitlever?" Ze beloofden hem dertig [stukken] zilver.
Zacharia 11:12
Bijbel Matteüs 26:16 16 Vanaf toen zocht hij een gelegenheid om hem te verraden.
Bijbel Matteüs 26:17 17 Op de eerste dag echter, van de ongezuurde broden, kwamen de leerlingen bij Yešúʿ en zeiden: "Waar wilt u dat wij het Peṣḥā voor u voorbereiden, om het te eten?"
Bijbel Matteüs 26:18 18 Hij zei tegen hen: "Ga naar de stad, naar die-en-die en zeg hem: 'Onze rabbi zegt - mijn tijd is gekomen, bij u vier ik het Peṣḥā met mijn leerlingen'.
Bijbel Matteüs 26:19 19 En zijn leerlingen deden zoals Yešúʿ hun had geboden en ze bereidden het Peṣḥā voor.
Bijbel Matteüs 26:20 20 Toen het avond was, lag hij aan met zijn twaalf leerlingen.
Bijbel Matteüs 26:21 21 Terwijl ze aten zei hij: "Ik zeg jullie met zekerheid, dat een van jullie mij zal verraden."
Bijbel Matteüs 26:22 22 Dit bedroefde hen zeer. Elk van hen begon tegen hem te zeggen: "Ben ik het, mijn Heer?"
Bijbel Matteüs 26:23 23 Daarop antwoordde hij hun en zei: "Degene die met mij zijn hand in de schaal doopt, zal mij verraden.
Bijbel Matteüs 26:24 24 De Mensenzoon zal gaan zoals er over hem staat geschreven: 'Maar wee die man door wie de Mensenzoon is verraden! Het zou beter voor die man zijn geweest als hij niet was geboren'.
Bijbel Matteüs 26:25 25 Yihúdā de verrader antwoordde en zei: "Ben ik het, rabbi?" Hij zei tegen hem: "Je hebt [het] gezegd."
Bijbel Matteüs 26:26 26 Terwijl ze aten nam Yešúʿ een brood, zegende [het], brak [het] en gaf het aan zijn leerlingen en zei: "Neem, eet, dit is mijn lichaam."
Bijbel Matteüs 26:27 27 Hij nam de beker, dankte en gaf het hun en zei: "Drink hier allen uit,
Bijbel Matteüs 26:28 28 dit is mijn bloed van het nieuwe verbond dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.
Jeremia 31:31.
Bijbel Matteüs 26:29 29 En ik zeg jullie dat ik, vanaf nu, niet van deze vrucht van de wijnstok zal drinken, tot de dag waarop ik hem met jullie nieuw zal drinken in het koninkrijk van God."
Khabouris heeft 'God'. PNT heeft 'mijn Vader'.
Bijbel Matteüs 26:30 30 Ze zongen lofzangen en gingen voort naar de Olijfberg.
Bijbel Matteüs 26:31 31 Toen zei Yešúʿ tegen hen: "Vannacht zullen jullie allen over mij struikelen, want er staat geschreven: 'Ik zal de herder slaan, en de schapen van zijn kudde zullen worden verstrooid'.
Bijbel Matteüs 26:32 32 Maar nadat ik ben opgestaan, zal ik jullie voorgaan naar Glílā."
Bijbel Matteüs 26:33 33 Kiʾfā antwoordde en zei tegen hem: "Al zou iedereen om u struikelen, nooit zou ik om u struikelen!"
Bijbel Matteüs 26:34 34 Yešúʿ zei tegen hem: "Ik zeg je met zekerheid dat je vannacht, voordat de haan kraait, mij drie keer zult ontkennen."
Bijbel Matteüs 26:35 35 Kiʾfā zei tegen hem: "Als ik met u moest sterven, zal ik u niet ontkennen!" En zo spraken ook alle leerlingen.
Bijbel Matteüs 26:36 36 Toen kwam Yešúʿ met hen bij een plaats genaamd Gedsiman, en hij zei tegen zijn leerlingen: "Zit hier, terwijl ik ga bidden."
Bijbel Matteüs 26:37 37 En hij nam Kiʾfā en de twee zonen van Zabday mee, en hij begon bedrukt en bedroefd te worden.
Bijbel Matteüs 26:38 38 En hij zei tegen hen: "Mijn ziel is bedroefd tot de dood. Blijf bij me en waak met mij!"
Bijbel Matteüs 26:39 39 En hij ging wat verderop, knielde, bad en zei: "Mijn Vader! Als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan, maar niet zoals ik wil maar zoals u wilt."
Wierp zich op zijn gezicht
Bijbel Matteüs 26:40 40 En hij kwam bij zijn leerlingen en vond hen terwijl ze sliepen en zei tegen Kiʾfā: "Kun je dan niet één uur met mij waken?
Bijbel Matteüs 26:41 41 Waak en bid dat je de beproeving niet zult binnengaan. De geest is bereid maar het lichaam is zwak."
Bijbel Matteüs 26:42 42 Opnieuw ging hij weg, een tweede keer, bad en zei: "Mijn Vader; als deze beker niet aan mij kan voorbijgaan, tenzij ik hem drink? Uw wil zal gebeuren!"
Bijbel Matteüs 26:43 43 Opnieuw kwam hij en vond hen terwijl ze sliepen, want hun ogen waren zwaar.
Bijbel Matteüs 26:44 44 En hij verliet hen, vertrok opnieuw en bad de derde keer tot hem en sprak dat woord.
Bijbel Matteüs 26:45 45 Toen kwam hij bij zijn leerlingen en zei tegen hen: "Slaap en rust nu; zie, het uur is bereikt en de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de handen van zondaars!
Bijbel Matteüs 26:46 46 Sta op en laten we gaan, zie, degene die mij verraadt is aangekomen!"
Bijbel Matteüs 26:47 47 Terwijl hij nog sprak, zie! Yihúdā de verrader, een van de twaalf, kwam en met hem [was] een grote menigte met zwaarden en stokken, van de overpriesters en de oudsten van het volk.
Alleen in PNT
Bijbel Matteüs 26:48 48 En Yihúdā de verrader had hun een teken gegeven en zei: "Wie ik kus, is het, grijp hem!"
Bijbel Matteüs 26:49 49 En hij kwam onmiddellijk bij Yešúʿ en zei: "Vrede, rabbi!" En hij kuste hem.
Bijbel Matteüs 26:50 50 Daarop zei Yešúʿ hem: "Ben je daarom gekomen, mijn kameraad?" Toen naderden ze en sloegen de handen aan Yešúʿ en arresteerden hem.
Bijbel Matteüs 26:51 51 En zie! Een van degenen die bij Yešúʿ was strekte zijn hand uit, trok een zwaard en sloeg een bediende van de hogepriester en nam zijn oor af.
Bijbel Matteüs 26:52 52 Toen zei Yešúʿ tegen hem: "Doe het zwaard weer op zijn plaats, want wie het zwaard neemt, zal door het zwaard sterven.
oud Syrisch. Woordspeling op 'uiteindelijk'.
Bijbel Matteüs 26:53 53 Of denk je dat ik mijn Vader niet kan verzoeken om nu meer dan twaalf legioenen engelen te laten verrijzen?
Bijbel Matteüs 26:54 54 Hoe zouden anders de Geschriften vervuld worden dat het zo moest zijn?"
Bijbel Matteüs 26:55 55 Op dat uur zei Yešúʿ tegen de menigte: "Als tegen een rover bent u uitgetrokken, met zwaarden en stokken om mij te arresteren? Ik zat dagelijks te leren in de tempel, maar u hebt mij niet gearresteerd.
Bijbel Matteüs 26:56 56 Maar dit alles is gebeurd zodat de Geschriften van de profeten vervuld zouden worden." Toen verlieten alle leerlingen hem en ze vluchtten.
Bijbel Matteüs 26:57 57 Degenen die Yešúʿ hadden gearresteerd, leidden hem naar de hogepriester Qayāfā, bij wie de schriftgeleerden en de oudsten waren vergaderd.
Bijbel Matteüs 26:58 58 Maar Šemʿún Kiʾfā was hem op een afstand achterna gekomen, tot aan het binnenhof van de hogepriester. Toen hij naar binnen was gegaan, zat hij tussen de bewakers om de afloop te zien.
Bijbel Matteüs 26:59 59 Nu zochten de overpriesters, de oudsten en de hele Hoge Raad, valse getuigen tegen Yešúʿ om hem tot de dood te veroordelen.
Bijbel Matteüs 26:60 60 Maar ze vonden niets hoewel er vele valse getuigen kwamen. Uiteindelijk kwamen er twee naar voren,
Bijbel Matteüs 26:61 61 die zeiden: "Deze [man] heeft gezegd: 'ik kan de tempel van God neerhalen en in drie dagen bouwen'.
Beschuldiging van laster. Numeri 4:15.
Bijbel Matteüs 26:62 62 De hogepriester stond op en zei tegen hem: "Antwoordt u niet? Wat getuigen zij tegen u?"
Bijbel Matteüs 26:63 63 Maar Yešúʿ zweeg, dus zei de hogepriester tegen hem: "Ik bezweer u, ons te zeggen in [naam van] de levende God, of u de Mšíḥā bent, de Zoon van God!"
Alāhā Ḥayā
Beschuldiging op basis van Leviticus 24:16
Bijbel Matteüs 26:64 64 Yešúʿ zei tegen hem: "U hebt gesproken, maar ik zeg u: vanaf nu zult u de Mensenzoon rechts van de Macht zien zitten en komen met de wolken van de hemel.
Ps. 110:1; Daniël 7:13
Bijbel Matteüs 26:65 65 Toen scheurde de hogepriester zijn kleding en zei: "Zie! Hij lastert! Waarom zoeken wij nog naar getuigen? Zie, nu hebben jullie zijn laster gehoord!
Bijbel Matteüs 26:66 66 Wat wilt u?" Ze antwoordden en zeiden: "Hij is de dood schuldig!"
Bijbel Matteüs 26:67 67 Daarna spuwden ze in zijn gezicht en sloegen hem op zijn wang maar anderen bleven hem slaan,
Bijbel Matteüs 26:68 68 en zeiden: "Profeteer ons, Mšíḥā! Wie heeft u geslagen?"
Bijbel Matteüs 26:69 69 Maar Kiʾfā zat buiten op het binnenhof. Er kwam een dienstmeid bij hem, en ze zei tegen hem: "Ook u was met Yešúʿ de Nāṣreen!"
Bijbel Matteüs 26:70 70 Maar hij ontkende [het] tegenover allen en zei: "Ik weet niet wat u zegt!"
Bijbel Matteüs 26:71 71 Toen hij daarna naar buiten door de poort ging, zag een andere [vrouw] hem en ze zei tegen wie daar waren: "Ook deze was met Yešúʿ de Nāṣreen!"
Bijbel Matteüs 26:72 72 En opnieuw ontkende hij [het] met vloeken en zei: "Ik ken de man niet!"
Bijbel Matteüs 26:73 73 Even later benaderden degenen die daar stonden Kiʾfā en zeiden: "Zeker, ook u bent één van hen want uw spraak wordt herkend!"
Galila had een ander dialect. Matteüs 27:47
Bijbel Matteüs 26:74 74 Toen begon hij te vloeken en te zweren: "Ik ken de man niet!" Op dat moment kraaide de haan.
Bijbel Matteüs 26:75 75 En Kiʾfā herinnerde zich het woord dat Yešúʿ tegen hem had gezegd: "Voordat een haan kraait zal je me drie keer ontkennen." En hij ging naar buiten en huilde bitter.

Bijgewerkt: dinsdag 20 juni 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.