Matteüs 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 MarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 27

Bijbel Matteüs 27:1 1 Toen het morgen werd, beraadslaagden alle overpriesters en de oudsten van het volk hoe ze Yešúʿ zouden doden.
Bijbel Matteüs 27:2 2 En ze boeiden hem, leidden hem weg en leverden hem over aan de gouverneur Pilatos.
Bijbel Matteüs 27:3 3 Toen de verrader Yihúdā zag dat Yešúʿ werd veroordeeld kreeg hij spijt, ging terug en bracht de dertig zilverstukken terug naar de overpriesters en de oudsten,
Bijbel Matteüs 27:4 4 en hij zei: "Ik heb gezondigd, want ik heb onschuldig bloed verraden!" Maar ze zeiden tegen hem: "Wat is dat voor ons? Je weet het!"
of 'zuiver'.
Bijbel Matteüs 27:5 5 Toen wierp hij het zilver in de tempel, vertrok en ging en wurgde zichzelf.
Bijbel Matteüs 27:6 6 Maar de overpriesters namen het zilver en zeiden: "Het is niet toegestaan ze in het schathuis te werpen, want het is bloedgeld!"
Bijbel Matteüs 27:7 7 Dus overlegden ze en kochten er het veld van de pottenbakker mee tot grafplaats voor vreemden.
Bijbel Matteüs 27:8 8 Daarom wordt dat veld tot op vandaag 'bloedveld' genoemd.
Bijbel Matteüs 27:9 9 Toen werd vervuld wat werd gesproken door de profeet die zei: "Ik nam dertig zilverstukken, de prijs voor de Kostbare die werd overeengekomen met de kinderen van Isrāʾyel,
Zacharia 11:12. Grieks heeft 'Jeremia'.
Bijbel Matteüs 27:10 10 en ik gaf ze voor het veld van de pottenbakker zoals de HEER me heeft geboden."
Bijbel Matteüs 27:11 11 Nu stond Yešúʿ voor de gouverneur en de gouverneur vroeg hem en zei: "Bent u de koning van de Joden?" Yešúʿ zei tegen hem: "U zegt het."
Bijbel Matteüs 27:12 12 Terwijl de overpriesters en de oudsten hem beschuldigen, antwoordde hij niet.
Bijbel Matteüs 27:13 13 Toen zei Pilatos tegen hem: "Hoort u niet hoeveel ze tegen u getuigen?"
Bijbel Matteüs 27:14 14 Maar hij antwoordde hem niet, zelfs niet met één woord! Dit verbaasde hem zeer.
Bijbel Matteüs 27:15 15 Nu was de gouverneur gewoon om bij elke viering een gevangene vrij te laten, wie het volk ook wilde.
Bijbel Matteüs 27:16 16 Er was nu iemand geboeid, een bekende gevangene genaamd Barʾaba.
Bijbel Matteüs 27:17 17 Omdat ze waren vergaderd zei Pilatos tegen hen: "Wie wilt u dat ik voor u vrijlaat; Barʾaba of Yešúʿ, genaamd 'de Mšíḥā'?
Curetonian heeft 'Yešúʿ Barʾaba'
Bijbel Matteüs 27:18 18 Want Pilatos wist dat ze hem uit afgunst hadden uitgeleverd.
Bijbel Matteüs 27:19 19 Terwijl de gouverneur nu op zijn rechterstoel zat, zond zijn vrouw hem een bericht en zei tegen hem: "Heb niets met die Rechtvaardige want ik heb vandaag in een droom veel om hem geleden."
Bijbel Matteüs 27:20 20 Maar de overpriesters en de oudsten hadden de menigten overtuigd om te vragen naar Barʾaba en om zich van Yešúʿ te ontdoen.
Bijbel Matteüs 27:21 21 De gouverneur antwoordde en zei tegen hen: "Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?" Ze zeiden: "Barʾaba!"
Bijbel Matteüs 27:22 22 Daarop zei Pilatos tegen hen: "Wat zal ik doen met Yešúʿ genaamd de Mšíḥā?" Zij allen zeiden: "Hang hem op!"
Bijbel Matteüs 27:23 23 De gouverneur zei tegen hen: "Wat voor kwaad heeft hij dan begaan?" Maar ze riepen nog luider en zeiden: "Hang hem op!"
Bijbel Matteüs 27:24 24 Toen Pilatos zag dat niets hielp, maar in plaats daarvan het geschreeuw sterker werd, nam hij water, waste zijn handen tegenover de menigte en zei: "Ik heb vrijstelling van het bloed van deze rechtvaardige man. U zult het weten!"
Bijbel Matteüs 27:25 25 En heel het volk antwoordde en zei: "Zijn bloed over ons en over onze kinderen!"
Bijbel Matteüs 27:26 26 Toen liet hij Barʾaba voor hen vrij en liet Yešúʿ met de zweep slaan en leverde hem over om te worden opgehangen.
Bijbel Matteüs 27:27 27 Toen namen de soldaten van de gouverneur Yešúʿ mee naar het paleis en de hele cohort verzamelde zich rondom hem.
Bijbel Matteüs 27:28 28 Zij ontkleedden hem en deden hem een scharlaken cape aan.
Bijbel Matteüs 27:29 29 Ook vlochten ze een doornenkrans en plaatsten die op zijn hoofd, gaven hem een riet in zijn rechterhand, bogen voor hem op de knieën, lachten hem uit en zeiden: "Vrede, koning van de Joden!"
Bijbel Matteüs 27:30 30 En ze spuwden hem in zijn gezicht, namen het riet en sloegen hem op zijn hoofd.
Bijbel Matteüs 27:31 31 Nadat ze hem hadden uitgelachen, ontdeden ze hem van de cape en kleedden ze hem met zijn eigen kleding en leidden ze hem weg, om te worden opgehangen.
Bijbel Matteüs 27:32 32 Terwijl ze voortgingen, vonden ze een man, een Qúrini met de naam Šemʿún en ze dwongen hem om het kruis te dragen.
Bijbel Matteüs 27:33 33 En ze kwamen bij een plaats genaamd Gāgúltā, wat wordt vertaald met 'De Schedel'.
גגולתא
(Ar.) קרקפתא (Qarqaptā)
Bijbel Matteüs 27:34 34 Zij gaven hem azijn vermengd met gal te drinken. Hij proefde het, maar wilde het niet drinken.
Bijbel Matteüs 27:35 35 Nadat ze hem hadden opgehangen, verdeelden ze zijn kleding door loten te werpen.
Veel vertalingen volgen met een citaat uit Psalmen 22:18.
Bijbel Matteüs 27:36 36 En ze zaten en bewaakten hem daar.
Bijbel Matteüs 27:37 37 Men plaatste boven zijn hoofd de reden voor zijn dood met het opschrift: ""Dit is Yešúʿ, de koning van de Joden."
Ar.; הנו ישׁוע מלכא דיהודיא (Hānú Yešúʿ malkā di Yihúdāye). Grieks; ουτος εστιν ιησους ο βασιλευς των ιουδαιων. Latijn; hic est Iesus rex Iudaeorum
Bijbel Matteüs 27:38 38 Er werden met hem twee rovers opgehangen. Eén rechts van hem en één links van hem.
Bijbel Matteüs 27:39 39 Degenen die passeerden, lasterden hem en schudden hun hoofd,
Bijbel Matteüs 27:40 40 en ze zeiden: "U die de tempel zou neerhalen en in drie dagen bouwen; red uzelf als u de Zoon van God bent, en kom van het kruis af!"
Bijbel Matteüs 27:41 41 Zo lachten ook de overpriesters met de schriftgeleerden, oudsten en de Afgescheidenen hem uit,
Bijbel Matteüs 27:42 42 en ze zeiden: "Anderen heeft hij gered, maar zichzelf kan hij niet redden! Als hij de koning van Isrāʾyel is, laat hem nu van het kruis afkomen dan zullen we in hem geloven!
Bijbel Matteüs 27:43 43 Hij vertrouwde op God, laat die hem nu bevrijden als hij vreugde in hem vindt, want hij heeft gezegd: 'Ik ben de Zoon van God'.
Psalmen 22:8,9
Bijbel Matteüs 27:44 44 Zo ook de rovers, die met hem waren gehangen, maakten hem verwijten.
Bijbel Matteüs 27:45 45 Vanaf het zesde uur tot het negende uur was er een duisternis over het hele land.
twaalf uur
Bijbel Matteüs 27:46 46 Rond het negende uur riep Yešúʿ met luide stem en zei: "Mijn God, mijn God! Waarom hebt u mij verlaten?"
drie uur onze tijd
Bijbel Matteüs 27:47 47 Sommigen van de mensen die daar stonden, hoorden dit en zeiden: "Hij roept ʾElíā!"
Bijbel Matteüs 27:48 48 Onmiddellijk rende iemand van hen, nam een spons en vulde deze met azijn, stak dat op een riet en gaf hem te drinken.
Bijbel Matteüs 27:49 49 Maar anderen zeiden: "Laat hem! We zullen zien of ʾElíā komt om hem te bevrijden!"
Bijbel Matteüs 27:50 50 Maar Yešúʿ riep opnieuw met luide stem en gaf zijn adem op.
Bijbel Matteüs 27:51 51 Onmiddellijk scheurde het gordijn van de poort van de tempel van boven naar beneden in tweeën en de aarde schudde en de rotsen scheurden,
Exodus 17:6
Bijbel Matteüs 27:52 52 de grafplaatsen werden geopend en veel lichamen van de heiligen die sliepen kwamen overeind,
of 'stonden op'.
Bijbel Matteüs 27:53 53 en kwamen eruit. Na zijn opstanding gingen ze de heilige stad binnen en werden ze door velen gezien.
Ezechiël 37:1-14
Bijbel Matteüs 27:54 54 Het hoofd over honderd echter, en degenen met hem die Yešúʿ bewaakten, zagen de aardbeving en wat er was gebeurd. Ze waren zeer bevreesd en zeiden: "Echt, dit was de Zoon van God!"
Bijbel Matteüs 27:55 55 Er waren daar ook vele vrouwen die van een afstand keken, die Yešúʿ vanaf Glílā volgden en hem dienden.
Bijbel Matteüs 27:56 56 Onder hen waren Maryam van Māgdālā en Maryam de moeder van Yaʿqúb en Yāsi en de moeder van de zonen van Zabday.
 van de plaats Migdal. Jozua 19:38.
Bijbel Matteüs 27:57 57 Toen het avond was geworden, kwam er een rijke man uit Rāmtā, Yawsef genaamd. Ook hij was onderwezen door Yešúʿ.
Bijbel Matteüs 27:58 58 Hij ging naar Pilatos om het lichaam van Yešúʿ te vragen waarna Pilatos gebood dat hem het lichaam zou worden gegeven.
Marcus 15:44 en Matteüs 27:46
Bijbel Matteüs 27:59 59 Yawsef nam het lichaam en wikkelde het in een lijkwade van zuiver linnen
Bijbel Matteüs 27:60 60 en legde het in zijn nieuwe, uit rots gehouwen, grafplaats. Men rolde een grote steen voor de ingang van de grafplaats en vertrok.
Bijbel Matteüs 27:61 61 Maar Maryam van Māgdālā en de andere Maryam zaten tegenover het graf.
Bijbel Matteüs 27:62 62 De volgende dag, dat was na de dag van voorbereiding, vergaderden de overpriesters en de Afgescheidenen zich voor Pilatos,
Bijbel Matteüs 27:63 63 en ze zeiden: "Onze heer! We herinneren ons, dat die misleider, toen hij leefde, heeft gezegd: 'Na drie dagen zal ik opstaan!'
Bijbel Matteüs 27:64 64 Gebied dan het graf drie dagen te bewaken tot de derde dag, anders komen zijn leerlingen het in de nacht stelen en zullen ze tegen het volk zeggen dat hij uit het verblijf van de doden is opgestaan, en dan zal de laatste misleiding erger zijn dan de eerste!"
Bijbel Matteüs 27:65 65 Pilatos zei tegen hen: "U hebt wachten, ga en bewaak het zoals u dat weet."
Bijbel Matteüs 27:66 66 Dus gingen ze en bewaakten ze het graf en verzegelden de rots [samen] met de wachten.

Bijgewerkt: zondag 29 oktober 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.