Matteüs 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 MarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 9

Bijbel Matteüs 9:1 1 En hij stapte in een boot, stak over en kwam in zijn eigen stad.
Bijbel Matteüs 9:2 2 En men bracht hem een verlamde die op een draagbed lag. Toen Yešúʿ hun geloof zag, zei hij tegen de verlamde: "Schep moed, mijn zoon, je zonden zijn vergeven!"
Bijbel Matteüs 9:3 3 Maar sommige van de schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: "Hij lastert!"
Bijbel Matteüs 9:4 4 Maar Yešúʿ kende hun gedachten en zei tegen hen: "Waarom overlegt u het kwaad in uw hart?
Bijbel Matteüs 9:5 5 Want wat is eenvoudiger te zeggen: je zonden zijn vergeven of: sta en loop?
Bijbel Matteüs 9:6 6 Dat u zult weten dat de Mensenzoon het gezag heeft op aarde om zonden te vergeven." Toen zei hij tegen de verlamde: "Sta op, neem je draagbed op en ga naar je huis!"
Bijbel Matteüs 9:7 7 Daarna stond hij op en ging naar huis.
Bijbel Matteüs 9:8 8 Toen de menigten dit hadden gezien, vreesden ze en prezen ze God, die een gezag zoals dit aan mensen geeft.
Bijbel Matteüs 9:9 9 Toen Yešúʿ van daar was weggegaan, zag hij in het belastingkantoor iemand, met de naam Mattay, zitten. Hij zei tegen hem: "Kom, volg mij!" En hij stond op en volgde hem.
Bijbel Matteüs 9:10 10 Terwijl ze in het huis aanlagen, kwamen er vele belastinginners en zondaars en ze lagen aan, met Yešúʿ en zijn leerlingen.
Bijbel Matteüs 9:11 11 Toen de Afgescheidenen dit zagen, zeiden ze tegen zijn leerlingen: "Waarom eet uw rabbi met de belastinginners en zondaars?"
Bijbel Matteüs 9:12 12 Yešúʿ hoorde het echter, en zei tegen hen: "Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken!
Bijbel Matteüs 9:13 13 Ga en leer wat dit betekent: Mededogen wil ik en geen offer', want ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen te roepen, maar de zondaars."
Hosea 6:6.
Bijbel Matteüs 9:14 14 Toen kwamen de leerlingen van Yúḥanān bij hem en ze vroegen hem: "Waarom vasten wij en de Afgescheidenen wel maar veel van uw leerlingen niet?"
Bijbel Matteüs 9:15 15 Yešúʿ zei tegen hen: "Kunnen degenen van de receptie vasten zolang de bruidegom met hen is? De dagen zullen echter komen wanneer de bruidegom van hen weggenomen zal zijn. Daarna zullen zij vasten.
Bijbel Matteüs 9:16 16 Niemand zet een nieuw lapje op een oud kledingstuk, zodat het lapje niet aan het kledingstuk trekt en de scheur groter wordt.
Bijbel Matteüs 9:17 17 Ook doet men geen jonge wijn in oude zakken, zodat ze niet barsten en de wijn vergoten raakt en de zakken verloren gaan. Men doet jonge wijn echter in nieuwe zakken en beide blijven behouden."
Bijbel Matteüs 9:18 18 Terwijl hij deze dingen met hen sprak, kwam daar een leider, hij naderde, boog voor hem en zei: "Mijn dochter is net gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en ze zal leven!"
Bijbel Matteüs 9:19 19 Yešúʿ stond op en zijn leerlingen volgden hem.
Bijbel Matteüs 9:20 20 Zie, een vrouw wiens bloed [al] twaalf jaar vloeide. Ze naderde hem van achter en raakte de rand van zijn kleding aan.
Bijbel Matteüs 9:21 21 Want ze zei bij zichzelf: "Als ik slechts zijn kleding aanraak, zal ik genezen zijn."
Bijbel Matteüs 9:22 22 Maar Yešúʿ keerde zich om, keek, en zei: "Schep moed, mijn dochter! Je geloof deed je leven." En de vrouw was vanaf dat moment genezen.
Bijbel Matteüs 9:23 23 Toen Yešúʿ in het huis van de leider kwam, zag hij de fluitspelers en de opzwepende menigten.
Bijbel Matteüs 9:24 24 Hij zei: "Maak plaats, want het meisje is niet gestorven maar ze slaapt!" En ze lachten hem uit.
Bijbel Matteüs 9:25 25 Toen hij de menigten naar buiten had laten gaan, ging hij naar binnen, pakte haar hand vast en het meisje stond op.
Bijbel Matteüs 9:26 26 En dit bericht ging uit tot die gehele streek.
Bijbel Matteüs 9:27 27 Nadat Yešúʿ van die plaats vertrok, volgden hem twee blinden, die riepen en zeiden: "Heb medelijden met ons, zoon van Dawid!"
Bijbel Matteüs 9:28 28 Toen hij in een huis was gekomen, werden die blinde mannen bij hem gebracht. Yešúʿ zei tegen hen: "Gelooft u dat ik dit kan doen?" Ze zeiden tegen hem: "Ja, onze Heer!"
Bijbel Matteüs 9:29 29 Toen raakte hij hun ogen aan en zei: "Zoals u gelooft zal het zijn."
Bijbel Matteüs 9:30 30 Onmiddellijk werden hun ogen geopend en Yešúʿ verbood hen en zei: "Zorg dat niemand het te weten komt."
Bijbel Matteüs 9:31 31 Maar ze gingen voort en ze verkondigden het in heel dat gebied.
Bijbel Matteüs 9:32 32 Toen Yešúʿ naar buiten ging, bracht men hem een stomme man die een demon had.
Bijbel Matteüs 9:33 33 Nadat de demon was uitgegaan, sprak die stomme en waren de menigten verbijsterd en zeiden: "Zoiets is in Isrāʾyel nooit gezien!"
Bijbel Matteüs 9:34 34 Maar de Afgescheidenen zeiden: "Hij werpt de demonen uit met [hulp van] het hoofd van de demonen."
Bijbel Matteüs 9:35 35 En Yešúʿ reisde door alle steden en dorpen, terwijl hij leerde in hun synagogen en de boodschap van het koninkrijk verkondigde en alle ziekten en alle pijnen genas.
Bijbel Matteüs 9:36 36 Toen hij de menigten zag, had hij medelijden met hen, want ze waren vermoeid en losgelaten als schapen zonder herder.
Bijbel Matteüs 9:37 37 Toen zei hij tegen zijn leerlingen: "De oogst is groot en er zijn weinig werkers.
Bijbel Matteüs 9:38 38 Vraag de Heer van de oogst daarom dat hij werkers in zijn oogst doet uitgaan."

Bijgewerkt: vrijdag 8 september 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.