MatteüsMarcusLucas 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 JohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 19

Bijbel Lucas 19:1 1 Toen Yešúʿ ʿÍríḥú was binnengegaan en er doorheen liep,
Bijbel Lucas 19:2 2 was er een man met de naam Zakay. Hij was rijk en het hoofd van de belastinginners.
Bijbel Lucas 19:3 3 Hij wilde zien wie Yešúʿ was, maar kon het niet vanuit de menigte, omdat Zakay in zijn gestalte klein was.
Bijbel Lucas 19:4 4 Dus rende hij voor Yešúʿ uit en klom in een wilde vijgenboom om hem te zien, omdat hij er zo zou voorbijgaan.
Bijbel Lucas 19:5 5 Toen Yešúʿ op die plaats kwam, zag hij hem en zei tegen hem: "Haast u en kom naar beneden Zakay, want ik moet vandaag bij u thuis zijn!"
Bijbel Lucas 19:6 6 Hij haastte zich, kwam naar beneden en ontving hem met vreugde.
Bijbel Lucas 19:7 7 Toen iedereen het zag, ging men mopperen en ze zeiden: "Hij is bij een zondige man binnengegaan en verblijft daar!"
Bijbel Lucas 19:8 8 Zakay stond op en zei tegen Yešúʿ: "Zie, mijn heer, de helft van mijn bezit geef ik aan de armen. Iedereen die ik [in] iets heb bedrogen, zal ik viervoudig vergoeden!"
Bijbel Lucas 19:9 9 Yešúʿ zei tegen hem: "Vandaag is er redding naar dit huis gekomen, omdat ook hij een zoon van ʾAbrāhām is.
Bijbel Lucas 19:10 10 Want de Mensenzoon kwam om te zoeken en te redden wat verloren was geraakt."
Bijbel Lucas 19:11 11 Toen ze deze dingen hadden gehoord, ging hij verder, door een gelijkenis te vertellen, omdat hij nabij ʾÚrišlem was en ze dachten dat het koninkrijk van God op dat uur geopenbaard moest worden.
Bijbel Lucas 19:12 12 En hij zei: "Een man, iemand van een belangrijke familie, vertrok naar een ver gebied om voor zichzelf een koninkrijk te ontvangen en terug te keren.
Bijbel Lucas 19:13 13 Dus riep hij tien van zijn bedienden en gaf hun tien manyā's en zei tegen hen: 'Doe zaken tot ik terugkom'.
Bijbel Lucas 19:14 14 De inwoners van zijn stad haatten hem echter en zonden hem gezanten na, die zeiden: 'We willen niet dat deze [man] over ons regeert!'
Bijbel Lucas 19:15 15 Nadat hij het koninkrijk had ontvangen en was teruggekeerd, gebood hij dat zijn bedienden geroepen zouden worden, aan wie hij zilver had gegeven, zodat hij zou weten wat elk van hen had verdiend.
Bijbel Lucas 19:16 16 De eerste kwam en zei: 'Mijnheer, uw manyā heeft tien manyā's opgebracht!'
Bijbel Lucas 19:17 17 Hij zei tegen hem: 'Goed gedaan, goede bediende! Omdat je getrouw in het kleine was bevonden, zul je gezag over tien steden hebben'.
Bijbel Lucas 19:18 18 En de tweede kwam en zei: 'Mijnheer, uw manyā heeft vijf manyā's opgebracht!'
Bijbel Lucas 19:19 19 Ook aan hem zei hij: 'Ook jij zal het gezag over vijf steden hebben!'
Bijbel Lucas 19:20 20 En een ander kwam en zei: 'Mijnheer, zie, de manyā die ik heb, gelegd in een doek!
Bijbel Lucas 19:21 21 Want ik vreesde u, want u bent een hard man. U neemt op wat u niet hebt neergelegd en u oogst wat u niet hebt gezaaid'.
Bijbel Lucas 19:22 22 Hij zei tegen hem: 'Uit je eigen mond zal ik je oordelen, slechte bediende! Je wist van mij dat ik een harde man ben, en dat ik opneem wat ik niet heb neergelegd, en dat ik oogst wat ik niet heb gezaaid.
Bijbel Lucas 19:23 23 Waarom heb je mijn zilver niet op de bank gezet? Dan was ik gekomen om het met rente op te eisen'.
letterlijk 'tafel'.
Bijbel Lucas 19:24 24 Aan degenen die bij hem stonden zei hij: 'Ontneem [hem] zijn manyā en geef het aan degene die tien manyā's heeft'.
Bijbel Lucas 19:25 25 Ze zeiden tegen hem: 'Onze heer, hij heeft tien manyā's!'
Bijbel Lucas 19:26 26 Hij zei tegen hen: 'Ik zeg jullie, dat aan wie heeft, zal gegeven worden, en van wie niet heeft, zal zelfs wat hij heeft, genomen worden.
Bijbel Lucas 19:27 27 Maar aan mijn vijanden, die niet wilden dat ik over hen zou regeren, breng ze en dood ze hier tegenover mij'!
Johannes 19:15
Bijbel Lucas 19:28 28 Toen Yešúʿ deze dingen had gezegd, ging hij voort, met degenen die hem voorgingen naar ʾÚrišlem.
Bijbel Lucas 19:29 29 Nadat hij bij Bét-Fage en Bét-Anyā was aangekomen, aan de kant van de berg die Bét-Zayte heet, zond hij twee van zijn leerlingen,
Olijfplaats
Bijbel Lucas 19:30 30 en hij zei tegen hen: "Ga naar het dorp dat tegenover ons is, en wanneer jullie er binnengaan, zie, vinden jullie een vastgebonden veulen dat door niemand bereden is. Maak het los en breng het.
Bijbel Lucas 19:31 31 En als iemand jullie vraagt: 'Waarom maakt u het los'? Zeg hem dan dit: 'Onze heer verzoekt het'.
Bijbel Lucas 19:32 32 Degenen die waren gezonden, gingen en vonden [het] zoals hij hun had gezegd.
Bijbel Lucas 19:33 33 Terwijl ze het veulen losmaakten zeiden de eigenaars tegen hen: "Waarom maakt u het veulen los?"
Bijbel Lucas 19:34 34 Ze zeiden tegen hen: "Onze Heer verzoekt het!"
Bijbel Lucas 19:35 35 En ze brachten het naar Yešúʿ toe en deden hun mantels op het veulen en ze lieten Yešúʿ er op zitten.
Bijbel Lucas 19:36 36 Terwijl hij ging, spreidden ze hun mantels over de weg.
Bijbel Lucas 19:37 37 Toen hij de helling van Bét-Zayte was genaderd, verheugde de hele menigte leerlingen zich, en prezen ze God met een luide stem, om alle krachtige werken die ze hadden gezien.
Olijfplaats
Bijbel Lucas 19:38 38 En ze zeiden: "Gezegend is de koning die in de naam van de HEER komt, vrede in de hemel en glorie in de hoogten!"
Bijbel Lucas 19:39 39 Maar sommige van de Afgescheidenen onder de menigten zeiden hem: "Rabbi, berisp uw leerlingen!"
Bijbel Lucas 19:40 40 Hij zei tegen hen: "Ik zeg u dat als ze zouden zwijgen, de stenen het zouden uitroepen!"
Bijbel Lucas 19:41 41 Toen hij was genaderd en de stad zag, huilde hij over haar,
Bijbel Lucas 19:42 42 en hij zei: "Herkende je maar wat er van jouw vrede is, zelfs op deze dag. Maar nu is het verborgen voor jouw ogen.
Bijbel Lucas 19:43 43 De dagen zullen echter komen, dat jouw vijanden je zullen omsingelen, en je bedwingen vanuit elke plaats,
Grieks heeft 'omheinen en omsingelen'
Bijbel Lucas 19:44 44 en jou omverwerpen en jouw kinderen in jou. En geen steen in jou zullen ze op een andere steen laten, omdat je de tijd van je bezoek niet hebt herkend."
Bijbel Lucas 19:45 45 Toen hij de tempel was binnengegaan, begon hij degenen die er kochten en verkochten, uit te werpen.
Bijbel Lucas 19:46 46 En hij zei tegen hen: "Er staat geschreven dat mijn huis een gebedshuis is, maar u hebt het [tot] een rovershol gemaakt!"
Bijbel Lucas 19:47 47 En hij leerde de hele dag in de tempel. Maar de overpriesters en de schriftgeleerden en de oudsten van het volk probeerden zich van hem te ontdoen.
Bijbel Lucas 19:48 48 Maar ze konden niets tegen hem vinden, want geheel het volk hing hem aan, om naar hem te luisteren.

Bijgewerkt: zondag 11 juni 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.