MatteüsMarcusLucas 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 JohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 8

Bijbel Lucas 8:1 1 Na deze dingen ging Yešúʿ de steden en dorpen rond en verkondigde het koninkrijk van God, en zijn twaalf waren met hem.
Bijbel Lucas 8:2 2 Deze vrouwen waren genezen van ziekten en van kwade geesten: Maryam, genaamd 'Van Māgdālā', van wie zeven demonen waren uitgeworpen,
Bijbel Lucas 8:3 3 Yúḥan de echtgenote van Kúza, de beheerder van Herodes, Šušan en vele anderen bedienden hen van hun bezittingen.
of huismeester
Bijbel Lucas 8:4 4 Toen een grote menigte was vergaderd; ze waren uit alle steden bij hem gekomen, sprak hij in gelijkenissen:
Bijbel Lucas 8:5 5 "Een zaaier ging erop uit om zijn zaad te zaaien. Terwijl hij zaaide viel [een deel] langs de kant van de weg dat werd vertrapt en opgegeten door een vogel.
Grieks heeft 'vogels van de hemel'.
Bijbel Lucas 8:6 6 Een ander viel op een rots en het kwam onmiddellijk op, maar omdat er geen vocht was verdorde het.
Bijbel Lucas 8:7 7 Ander [zaad] viel tussen de doornen die ermee ontsproten en ze verstikten.
Bijbel Lucas 8:8 8 Ander [zaad] viel op goede en mooie aarde. Het sproot uit en bracht honderdvoudig op." Toen hij deze dingen had gezegd, riep hij: "Laat wie oren heeft om te horen, horen!"
Bijbel Lucas 8:9 9 Maar zijn leerlingen vroegen: "Wat betekent deze gelijkenis?"
Bijbel Lucas 8:10 10 Dus zei hij tegen hen: "Aan jullie is het gegeven het mysterie van het koninkrijk van God te kennen. Voor anderen wordt echter in gelijkenissen gesproken, zodat; terwijl ze zien, zullen ze niet zien, terwijl ze horen zullen ze niet begrijpen.
Bijbel Lucas 8:11 11 Dit is nu de betekenis van de gelijkenis: het zaad is het woord van God.
Bijbel Lucas 8:12 12 Degenen langs de kant van de weg, zijn zij die het woord horen. De vijand komt echter en neemt het woord uit hun hart, zodat ze niet zullen geloven en leven.
Bijbel Lucas 8:13 13 Degenen op een rots vielen, zijn zij die zodra ze het woord horen, het met vreugde aanvaarden, maar geen wortel hebben. Hun geloof is tijdelijk omdat ze struikelen in een tijd van beproeving.
Bijbel Lucas 8:14 14 Wat tussen doornen viel, zijn zij die het woord horen, maar door zorgen en door de rijkdom en de begeerten van de wereld worden verstikt. Ze brengen niets op.
Bijbel Lucas 8:15 15 Wat echter op goede grond was, zijn zij met een eerlijk en goed hart die het woord horen, zich eraan houden en met volharding vrucht opbrengen.
Bijbel Lucas 8:16 16 Niemand ontsteekt een lamp en bedekt haar met een kruik of zet haar onder een bed, maar hij zet haar op een menora, zodat wie binnenkomen haar licht zien.
Bijbel Lucas 8:17 17 Want er is niets bedekt, wat niet zal worden geopenbaard en niets verborgen, wat niet bekend zal worden en in openheid zal komen.
Bijbel Lucas 8:18 18 Let er dus op hoe je hoort, want aan wie heeft zal gegeven worden, maar van wie niet heeft zal zelfs wat hij denkt te hebben, genomen worden."
Bijbel Lucas 8:19 19 Nu kwamen zijn moeder en zijn broers naar hem toe, maar ze konden hem niet spreken vanwege de menigte.
Bijbel Lucas 8:20 20 Ze zeiden tegen hem: "Uw moeder en uw broers staan buiten en ze willen u spreken!"
Bijbel Lucas 8:21 21 Maar hij antwoordde en zei tegen hen: Dit zijn mijn moeder en mijn broers, degenen die het woord van God horen en het doen!"
Bijbel Lucas 8:22 22 Het gebeurde op een van die dagen dat Yešúʿ opstond en hij met zijn leerlingen in een boot ging zitten. Hij zei tegen hen: "Laten we naar de overkant van het meer oversteken!"
Grieks volgt met: 'En ze gingen voort'.
Bijbel Lucas 8:23 23 Terwijl ze voeren, sliep Yešúʿ. Toen er een wervelwind op het meer kwam zonk de boot bijna.
Bijbel Lucas 8:24 24 Dus kwamen ze en maakten hem wakker en zeiden hem: "Rabbi, rabbi, we vergaan!" Maar hij stond op en berispte de wind en de storm op het meer. Het hield op en er was stilte.
Raban, onze rabbi.
Bijbel Lucas 8:25 25 En hij zei tegen hen: "Waar is jullie geloof?" En ze waren verbaasd en zeiden tegen elkaar: "Wie is hij nu, die zelfs de wind en het meer gebiedt? En ze gehoorzamen hem!"
Jeremia 31:35
Bijbel Lucas 8:26 26 Ze voeren en kwamen bij het gebied van de Gadarenen, dat aan de overkant van Glílā ligt.
Bijbel Lucas 8:27 27 Toen hij aan land uitstapte, kwam hem uit de stad een man tegemoet in wie al lang een demon was. Hij was niet gekleed en woonde niet in een huis maar in grafplaatsen.
Bijbel Lucas 8:28 28 Zodra hij Yešúʿ zag, riep hij uit, viel voor hem neer en zei met een luide stem: "Wat is er tussen ons en u, Yešúʿ, Zoon van God de Allerhoogste? Ik verzoek u mij niet te kwellen!"
Bijbel Lucas 8:29 29 Want Yešúʿ gebood de onreine geest om van de man uit te gaan, want hij bezat hem al een lange tijd. Toen hij met kettingen en boeien was gebonden, had hij zijn boeien verbroken en werd door de demon de wildernis in gedreven.
Bijbel Lucas 8:30 30 Yešúʿ vroeg hem: "Wat is uw naam?" En hij zei tegen hem: "Legioen." Omdat er vele demonen bij hem waren binnengegaan.
Bijbel Lucas 8:31 31 Dus verzochten ze hem, dat hij hun niet zou gebieden in de afgrond te gaan.
Openbaring 20:3
Bijbel Lucas 8:32 32 Nu was daar een grote kudde zwijnen die op de heuvel graasde en ze drongen erop aan hen toe te staan de zwijnen binnen te gaan. Hij stond het hun toe.
Bijbel Lucas 8:33 33 De demonen gingen vanuit de man in de zwijnen. Daarop haastte de hele kudde zich naar een klif, viel in het meer, en verdronk.
Bijbel Lucas 8:34 34 Toen de herders zagen wat er was gebeurd, vluchtten ze, en vertelden het in de stad en de dorpen.
Bijbel Lucas 8:35 35 Dus kwamen de mensen naar buiten om te kijken wat er was gebeurd. Toen ze bij Yešúʿ kwamen, en de man vonden van wie de demonen waren uitgegaan, die gekleed en bescheiden, aan de voeten van Yešúʿ zat, werden ze bevreesd.
Bijbel Lucas 8:36 36 Degenen die [het] hadden gezien, vertelden hoe hij die bezetene had genezen.
Bijbel Lucas 8:37 37 En alle menigten van de Gadarenen verzochten hem om van hen te vertrekken, omdat een groot ontzag hen had aangegrepen. Daarop stapte Yešúʿ in de boot en ging van hen weg.
Bijbel Lucas 8:38 38 De man, van wie de demonen waren uitgegaan, verzocht hem of hij bij hem kon blijven, maar Yešúʿ zond hem weg en zei tegen hem:
Bijbel Lucas 8:39 39 "Ga terug naar huis en vertel wat God voor je heeft gedaan." Hij ging in de hele stad verkondigen wat Yešúʿ voor hem had gedaan.
Bijbel Lucas 8:40 40 Toen Yešúʿ terugkwam, ontving een grote menigte hem omdat ze naar hem hadden gezocht.
Bijbel Lucas 8:41 41 Een man met de naam Yúraš, hoofd van de synagoge, viel voor de voeten van Yešúʿ en verzocht hem om bij hem thuis te komen.
Bijbel Lucas 8:42 42 Want hij had een eniggeboren dochter van ongeveer twaalf jaar oud, maar ze stierf bijna. Terwijl Yešúʿ met hem meeging, stroomde een grote menigte op hem toe.
Bijbel Lucas 8:43 43 Een vrouw, wiens bloed [al] twaalf jaar vloeide, die haar gehele bezit onder de dokters had uitgegeven en door niemand genezen kon worden,
Bijbel Lucas 8:44 44 naderde hem van achter en raakte de rand van zijn kleding aan, en onmiddellijk stopte haar bloedvloeiing.
Bijbel Lucas 8:45 45 Toen zei Yešúʿ: "Wie heeft me aangeraakt?" Terwijl iedereen het ontkende zeiden Šemʿún Kiʾfā en degenen die met hem waren: "Rabbi, de menigten verdringen zich om u heen, en toch zegt u: 'Wie heeft me aangeraakt?'
Bijbel Lucas 8:46 46 Hij zei: "Iemand heeft me aangeraakt, want ik voelde dat er kracht van me uitging!"
Bijbel Lucas 8:47 47 Toen de vrouw zag dat ze hem niet kon ontlopen, kwam ze en nadat ze bevend neerviel en hem eerde, zei ze voor het oog van geheel het volk waarom ze hem had aangeraakt en dat ze onmiddellijk was genezen.
Bijbel Lucas 8:48 48 Yešúʿ zei tegen haar: "Schep moed, mijn dochter, je geloof deed je leven, ga in vrede!"
Bijbel Lucas 8:49 49 Terwijl hij sprak, kwam een man van het huis van de overste van de synagoge, die tegen hem zei: "Uw dochter is gestorven, vermoei de leraar niet."
Bijbel Lucas 8:50 50 Maar Yešúʿ hoorde het en zei tegen de vader van het jonge meisje: "Vrees niet, geloof slechts, en ze zal leven."
Bijbel Lucas 8:51 51 Yešúʿ kwam naar het huis en liet niemand binnen behalve Šemʿún, Yaʿqúb en Yúḥanān en de vader en moeder van het jonge meisje.
Bijbel Lucas 8:52 52 Iedereen huilde en rouwde over haar, maar Yešúʿ zei: "Huil niet, want ze is niet dood, maar ze slaapt."
Bijbel Lucas 8:53 53 Men lachte hem echter uit omdat ze wisten dat ze was gestorven.
Bijbel Lucas 8:54 54 Maar hij liet iedereen naar buiten gaan, nam haar bij de hand, riep en zei: "Meisje, sta op!"
Bijbel Lucas 8:55 55 En haar geest keerde terug en ze stond onmiddellijk op. Hij gebood dat haar [iets] te eten gegeven zou worden.
Bijbel Lucas 8:56 56 Haar ouders waren verbijsterd maar hij waarschuwde hen dat ze niemand zouden vertellen wat was gebeurd.

Bijgewerkt: maandag 7 augustus 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.