MatteüsMarcus 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 LucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 6

1 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܡܶܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܶܗ ܘܕ݂ܰܒ݁ܺܝܩܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Marcus 6:1 1 En hij vertrok van daar en kwam in zijn eigen stad en zijn leerlingen volgden hem.
2 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܗܘܳܬ݂ ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܫܰܪܺܝ ܠܡܰܠܳܦ݂ܽܘ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܬ݁ܳܐ ܘܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܕ݁ܰܫܡܰܥܘ ܐܶܬ݁ܕ݁ܰܡܰܪܘ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܐܰܝܡܶܟ݁ܳܐ ܠܶܗ ܗܳܠܶܝܢ ܠܗܳܢܳܐ ܘܰܐܝܕ݂ܳܐ ܗ݈ܝ ܚܶܟ݂ܡܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܬ݂ܝܰܗܒ݁ܰܬ݂ ܠܶܗ ܕ݁ܚܰܝܠܶܐ ܕ݁ܰܐܝܟ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܒ݁ܺܐܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܢܶܗܘܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:2 2 Toen het sabbat werd, ging hij leren in de synagoge, en velen die het hoorden waren verbaasd en zeiden: "Vanwaar heeft deze man deze dingen en wat voor wijsheid is hem gegeven? En dat er zulke krachtige werken door hem worden gedaan!
3 ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܗܳܢܳܐ ܢܰܓ݁ܳܪܳܐ ܒ݁ܪܳܗ ܕ݁ܡܰܪܝܰܡ ܘܰܐܚܽܘܗ݈ܝ ܕ݁ܝܰܥܩܽܘܒ݂ ܘܰܕ݂ܝܳܘܣܺܐ ܘܕ݂ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܐ ܘܰܕ݂ܫܶܡܥܽܘܢ ܘܠܳܐ ܗܳܐ ܐܰܚܘܳܬ݂ܶܗ ܬ݁ܢܳܢ ܠܘܳܬ݂ܰܢ ܘܡܶܬ݂ܟ݁ܰܫܠܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel Marcus 6:3 3 Is dit niet de timmerman, de zoon van Maryam, de broer van Yaʿqúb, Yāsi en Šemʿún? Zijn zijn zusters niet hier bij ons?" En ze namen aanstoot aan hem.
4 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܠܰܝܬ݁ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܕ݁ܰܨܥܺܝܪ ܐܶܠܳܐ ܐܶܢ ܒ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܶܗ ܘܒ݂ܶܝܬ݂ ܐ݈ܚܝܳܢܰܘܗ݈ܝ ܘܰܒ݂ܒ݂ܰܝܬ݁ܶܗ ܀ Bijbel Marcus 6:4 4 Yešúʿ zei tegen hen: "Geen profeet wordt geminacht, behalve in zijn stad onder zijn verwanten en in zijn huis."
5 ܘܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܢܶܥܒ݁ܶܕ݂ ܬ݁ܰܡܳܢ ܐܳܦ݂ ܠܳܐ ܚܰܕ݂ ܚܰܝܠܳܐ ܐܶܠܳܐ ܐܶܢ ܕ݁ܥܰܠ ܟ݁ܪܺܝܗܶܐ ܩܰܠܺܝܠ ܣܳܡ ܐܺܝܕ݂ܶܗ ܘܰܐܣܺܝ ܀ Bijbel Marcus 6:5 5 Hij kon daar niets doen, zelfs geen wonder, behalve voor een paar zieken op wie hij zijn handen legde en hij hen genas.
6 ܘܡܶܬ݁ܕ݁ܰܡܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܚܰܣܺܝܪܽܘܬ݂ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܗܽܘܢ ܘܡܶܬ݂ܟ݁ܪܶܟ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܩܽܘܪܝܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܰܠܶܦ݂ ܀ Bijbel Marcus 6:6 6 En hij was verbaasd over hun gebrek aan geloof. Daarna ging hij langs de dorpen terwijl hij leerde.
7 ܘܰܩܪܳܐ ܠܰܬ݂ܪܶܥܣܰܪܬ݁ܶܗ ܘܫܰܪܺܝ ܕ݁ܰܢܫܰܕ݁ܰܪ ܐܶܢܽܘܢ ܬ݁ܪܶܝܢ ܬ݁ܪܶܝܢ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ ܠܗܽܘܢ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܥܰܠ ܪܽܘܚܶܐ ܛܰܢܦ݂ܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܰܦ݁ܩܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:7 7 En hij riep zijn twaalf en begon hen twee aan twee te sturen en hij gaf hun het gezag om onreine geesten uit te werpen.
Numeri 11:16
8 ܘܦ݂ܰܩܶܕ݂ ܐܶܢܽܘܢ ܕ݁ܠܳܐ ܢܶܫܩܠܽܘܢ ܡܶܕ݁ܶܡ ܠܽܐܘܪܚܳܐ ܐܶܠܳܐ ܐܶܢ ܫܰܒ݂ܛܳܐ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܠܳܐ ܬ݁ܰܪܡܳܠܳܐ ܘܠܳܐ ܠܰܚܡܳܐ ܘܠܳܐ ܢܚܳܫܳܐ ܒ݁ܟ݂ܺܝܣܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:8 8 En hij gebood hun dat ze niets zouden meenemen voor onderweg, behalve een staf. Geen beurs, brood of kopergeld in hun tassen.
9 ܐܶܠܳܐ ܢܶܣܶܐܢܽܘܢ ܛܶܠܳܪܶܐ ܘܠܳܐ ܢܶܠܒ݁ܫܽܘܢ ܬ݁ܰܪܬ݁ܶܝܢ ܟ݁ܽܘܬ݁ܺܝܢܝܳܢ ܀ Bijbel Marcus 6:9 9 Ze moesten zich met sandalen schoeien en niet twee onderkleden dragen.
10 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܠܰܐܝܢܳܐ ܒ݁ܰܝܬ݁ܳܐ ܕ݁ܥܳܐܠܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܗܘܰܘ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܕ݁ܢܳܦ݂ܩܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܀ Bijbel Marcus 6:10 10 En hij zei tegen hen: "Welk huis jullie ook binnengaan, blijf daar tot jullie van daar weggaan.
11 ܘܟ݂ܽܠ ܡܰܢ ܕ݁ܠܳܐ ܢܩܰܒ݁ܠܽܘܢܳܟ݂ܽܘܢ ܘܠܳܐ ܢܶܫܡܥܽܘܢܳܟ݂ܽܘܢ ܡܳܐ ܕ݁ܢܳܦ݂ܩܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܦ݁ܶܨܘ ܚܶܠܳܐ ܕ݁ܰܒ݂ܬ݂ܰܚܬ݁ܳܝܳܐ ܕ݁ܪܶܓ݂ܠܰܝܟ݁ܽܘܢ ܠܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܗܽܘܢ ܘܰܐܡܺܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܢܺܝܚ ܠܰܣܕ݂ܽܘܡ ܘܰܠܥܳܡܽܘܪܳܐ ܒ݁ܝܰܘܡܳܐ ܕ݁ܕ݂ܺܝܢܳܐ ܐܰܘ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܗܳܝ ܀ Bijbel Marcus 6:11 11 Als iemand jullie niet ontvangt of jullie niet gehoorzaamt: schud het stof van onder jullie voeten wanneer jullie van daar vertrekken, voor hen tot getuigenis. Ik zeg jullie met zekerheid, dat het voor Sadúm en ʿAmúrā op de oordeelsdag rustiger zal zijn dan voor die stad."
12 ܘܰܢܦ݂ܰܩܘ ܗ݈ܘܰܘ ܘܰܐܟ݂ܪܶܙܘ ܕ݁ܰܢܬ݂ܽܘܒ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:12 12 Ze gingen voort en verkondigden dat [men] berouw moest hebben.
13 ܘܫܺܐܕ݂ܶܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܡܰܦ݁ܩܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܘܡܳܫܚܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܒ݁ܡܶܫܚܳܐ ܟ݁ܪܺܝܗܶܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܘܡܰܐܣܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܀ Bijbel Marcus 6:13 13 En er werden vele demonen uitgeworpen en ze zalfden vele zieken met olie en genazen hen.
14 ܘܰܫܡܰܥ ܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܥܰܠ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܬ݂ܺܝܕ݂ܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܓ݁ܶܝܪ ܫܡܶܗ ܘܶܐܡܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܡܰܥܡܕ݂ܳܢܳܐ ܩܳܡ ܡܶܢ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܚܰܝܠܶܐ ܡܶܣܬ݁ܰܥܪܺܝܢ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel Marcus 6:14 14 Koning Herodes hoorde over Yešúʿ, want zijn naam was bekend geworden, en hij zei: "Yúḥanān de doper is uit het verblijf van de doden opgestaan, en daarom worden er door hem krachtige werken gedaan!"
15 ܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܐܳܡܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܕ݁ܺܐܠܺܝܳܐ ܗܽܘ ܘܰܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܳܐ ܗܽܘ ܐܰܝܟ݂ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܢܒ݂ܺܝܶܐ ܀ Bijbel Marcus 6:15 15 Anderen zeiden: "Dit is ʾElíā!" en anderen: "Hij is een profeet zoals één van de profeten."
16 ܟ݁ܰܕ݂ ܫܡܰܥ ܕ݁ܶܝܢ ܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܐܶܡܰܪ ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܗܰܘ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܦ݁ܶܣܩܶܬ݂ ܪܺܫܶܗ ܗܽܘ ܩܳܡ ܡܶܢ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܀ Bijbel Marcus 6:16 16 Toen Herodes dit hoorde, zei hij: "Het is Yúḥanān van wie ik het hoofd heb afgehakt. Hij is uit het verblijf van de doden opgestaan!"
17 ܗܽܘ ܓ݁ܶܝܪ ܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܫܰܕ݁ܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܐܰܚܕ݁ܶܗ ܠܝܽܘܚܰܢܳܢ ܘܰܐܣܪܶܗ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܐܰܣܺܝܪܶܐ ܡܶܛܽܠ ܗܶܪܳܘܕ݂ܺܝܰܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܰܬ݂ ܦ݂ܺܝܠܺܝܦ݁ܳܘܣ ܐܰܚܽܘܗ݈ܝ ܗܳܝ ܕ݁ܰܢܣܰܒ݂ ܀ Bijbel Marcus 6:17 17 Want Herodes had iemand naar Yúḥanān gezonden, hem gearresteerd en in de gevangenis geboeid op verzoek van Herodia, de echtgenote van Fílíppos, zijn broer, die hij had genomen.
18 ܐܶܡܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܠܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܕ݁ܠܳܐ ܫܰܠܺܝܛ ܠܳܟ݂ ܕ݁ܬ݂ܶܣܰܒ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܰܬ݂ ܐܰܚܽܘܟ݂ ܀ Bijbel Marcus 6:18 18 Want Yúḥanān had tegen Herodes gezegd: "Het is u niet toegestaan om de echtgenote van uw broer te nemen!"
19 ܗܺܝ ܕ݁ܶܝܢ ܗܶܪܳܘܕ݂ܺܝܰܐ ܠܚܺܝܡܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܠܶܗ ܘܨܳܒ݂ܶܝܢ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܠܡܶܩܛܠܶܗ ܘܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܚܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܀ Bijbel Marcus 6:19 19 Maar Herodia bedreigde hem en wilde hem doden maar kon het niet,
20 ܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܳܚܶܠ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܢ ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܥܰܠ ܕ݁ܝܳܕ݂ܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܓ݂ܰܒ݂ܪܳܐ ܗ݈ܘ ܙܰܕ݁ܺܝܩܳܐ ܘܩܰܕ݁ܺܝܫܳܐ ܘܰܡܢܰܛܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܘܣܰܓ݁ܺܝܳܐܬ݂ܳܐ ܫܳܡܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܘܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܘܒ݂ܰܣܺܝܡܳܐܝܺܬ݂ ܫܳܡܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܀ Bijbel Marcus 6:20 20 want Herodes vreesde Yúḥanān want hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was en beschermde hem. Hij hoorde hem vaak aan, deed [de dingen] en gehoorzaamde graag.
21 ܘܰܗܘܳܐ ܝܰܘܡܳܐ ܝܺܕ݂ܺܝܥܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܒ݁ܒ݂ܶܝܬ݂ ܝܰܠܕ݁ܶܗ ܚܫܳܡܺܝܬ݂ܳܐ ܥܒ݂ܰܕ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܪܰܘܪܒ݂ܳܢܰܘܗ݈ܝ ܘܰܠܟ݁ܺܝܠܺܝܰܪܟ݂ܶܐ ܘܰܠܪܺܫܶܐ ܕ݁ܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:21 21 En het was een staatsdag toen Herodes op zijn verjaardag een feest gaf voor zijn grootsten, aanvoerders en de hoofden van Glílā.
22 ܘܥܶܠܰܬ݂ ܒ݁ܰܪܬ݂ܳܗ ܕ݁ܗܶܪܳܘܕ݂ܺܝܰܐ ܪܰܩܕ݂ܰܬ݂ ܘܫܶܦ݂ܪܰܬ݂ ܠܶܗ ܠܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܘܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܣܡܺܝܟ݂ܺܝܢ ܥܰܡܶܗ ܘܶܐܡܰܪ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܠܰܛܠܺܝܬ݂ܳܐ ܫܰܐܠܝ ܡܶܢܝ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܨܳܒ݂ܝܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܝ ܘܶܐܬ݁ܶܠ ܠܶܟ݂ܝ ܀ Bijbel Marcus 6:22 22 Toen kwam de dochter van Herodia binnen en ging dansen, wat Herodes en degenen die met hem waren behaagde, dus zei de koning tegen het meisje: "Vraag me iets wat je wilt en ik zal het je geven!"
23 ܘܺܝܡܳܐ ܠܳܗ ܕ݁ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܬ݂ܶܫܶܐܠܺܝܢ ܐܶܬ݁ܶܠ ܠܶܟ݂ܝ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܦ݂ܶܠܓ݁ܳܗ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܝ ܀ Bijbel Marcus 6:23 23 En hij zwoer haar: "Wat je ook vraagt zal ik je geven, tot de helft van mijn koninkrijk toe!"
24 ܗܺܝ ܕ݁ܶܝܢ ܢܶܦ݂ܩܰܬ݂ ܘܳܐܡܪܳܐ ܠܶܐܡܳܗ ܡܳܢܳܐ ܐܶܫܶܐܠܺܝܘܗ݈ܝ ܐܳܡܪܳܐ ܠܳܗ ܪܺܫܶܗ ܕ݁ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܡܰܥܡܕ݂ܳܢܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:24 24 Maar ze ging weg en zei tegen haar moeder: "Wat zal ik hem vragen?" Ze zei tegen haar: "Het hoofd van Yúḥanān de doper!"
25 ܘܡܶܚܕ݂ܳܐ ܥܶܠܰܬ݂ ܒ݁ܰܒ݂ܛܺܝܠܽܘܬ݂ܳܐ ܠܘܳܬ݂ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܘܳܐܡܪܳܐ ܠܶܗ ܨܳܒ݂ܝܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܗܳܕ݂ܶܐ ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܕ݁ܬ݂ܶܬ݁ܶܠ ܠܺܝ ܥܰܠ ܦ݁ܺܝܢܟ݁ܳܐ ܪܺܫܶܗ ܕ݁ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܡܰܥܡܕ݂ܳܢܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:25 25 En onmiddellijk kwam ze gretig op de koning af en zei tegen hem: "Ik wil dat u me op dit uur, op een schaal, het hoofd van Yúḥanān de doper geeft!"
26 ܘܟ݂ܶܪܝܰܬ݂ ܠܶܗ ܣܰܓ݁ܺܝ ܠܡܰܠܟ݁ܳܐ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܶܝܢ ܡܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܘܡܶܛܽܠ ܣܡܺܝܟ݂ܶܐ ܠܳܐ ܨܒ݂ܳܐ ܕ݁ܢܶܓ݂ܠܙܺܝܗ ܀ Bijbel Marcus 6:26 26 En het maakte hem zeer bedroefd maar vanwege de eed en degenen die aanlagen kon hij het haar niet ontzeggen.
27 ܐܶܠܳܐ ܡܶܚܕ݂ܳܐ ܫܰܕ݁ܰܪ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܐܶܣܦ݁ܽܘܩܠܰܛܪܳܐ ܘܰܦ݂ܩܰܕ݂ ܕ݁ܢܰܝܬ݁ܶܐ ܪܺܫܶܗ ܕ݁ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܘܶܐܙܰܠ ܦ݁ܰܣܩܶܗ ܪܺܫܶܗ ܕ݁ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܐܰܣܺܝܪܶܐ ܀ Bijbel Marcus 6:27 27 De koning zond echter onmiddellijk de beul en gebood dat hij het hoofd van Yúḥanān zou brengen. Die ging en hakte het hoofd van Yúḥanān in de gevangenis af.
28 ܘܰܐܝܬ݁ܺܝ ܒ݁ܦ݂ܺܝܢܟ݁ܳܐ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ ܠܰܛܠܺܝܬ݂ܳܐ ܘܗܺܝ ܛܠܺܝܬ݂ܳܐ ܝܶܗܒ݁ܰܬ݂ ܠܶܐܡܳܗ ܀ Bijbel Marcus 6:28 28 En hij bracht het op een schaal en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het aan haar moeder.
29 ܘܰܫܡܰܥܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܶܐܬ݂ܰܘ ܫܩܰܠܘ ܫܠܰܕ݁ܶܗ ܘܣܳܡܘ ܒ݁ܒ݂ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:29 29 Toen zijn leerlingen het hoorden, kwamen ze en namen ze zijn lijk en legden het in een grafplaats.
30 ܘܶܐܬ݂ܟ݁ܰܢܰܫܘ ܫܠܺܝܚܶܐ ܠܘܳܬ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪܘ ܠܶܗ ܟ݁ܽܠ ܡܳܐ ܕ݁ܰܥܒ݂ܰܕ݂ܘ ܘܟ݂ܽܠ ܡܳܐ ܕ݁ܰܐܠܶܦ݂ܘ ܀ Bijbel Marcus 6:30 30 Toen de gezanten zich bij Yešúʿ hadden verzameld, vertelden ze hem alles wat ze hadden gedaan en wat ze hadden geleerd.
31 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܬ݁ܰܘ ܠܟ݂ܽܘܢ ܢܺܐܙܰܠ ܠܕ݂ܰܒ݂ܪܳܐ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܝܢ ܘܶܐܬ݁ܬ݁ܢܺܝܚܘ ܩܰܠܺܝܠ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܰܘ ܓ݁ܶܝܪ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܕ݁ܳܐܙܺܠ݈ܝܢ ܘܳܐܬ݂ܶܝܢ ܘܠܰܝܬ݁ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܐܰܬ݂ܪܳܐ ܐܳܦ݂ ܠܳܐ ܠܡܶܐܟ݂ܰܠ ܀ Bijbel Marcus 6:31 31 En hij zei tegen hen: "Kom en laten wij naar de wildernis gaan, alleen, en wat uitrusten." Want velen kwamen en gingen, maar zij hadden zelfs geen ruimte om te eten.
32 ܘܶܐܙܰܠܘ ܠܰܐܬ݂ܪܳܐ ܚܽܘܪܒ݁ܳܐ ܒ݁ܰܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:32 32 Dus vertrokken zij met een boot naar een plaats, alleen in de wildernis.
33 ܘܰܚܙܰܘ ܐܶܢܽܘܢ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܳܙܺܠ݈ܝܢ ܘܶܐܫܬ݁ܰܘܕ݁ܰܥܘ ܐܶܢܽܘܢ ܘܰܒ݂ܝܰܒ݂ܫܳܐ ܪܗܶܛܘ ܡܶܢ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܡܕ݂ܺܝܢܳܬ݂ܳܐ ܩܕ݂ܳܡܰܘܗ݈ܝ ܠܬ݂ܰܡܳܢ ܀ Bijbel Marcus 6:33 33 Maar velen zagen hen terwijl ze vertrokken en ze herkenden hen, en renden vanuit de steden op het land voor hem uit, naar die plaats.
34 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܝܶܫܽܘܥ ܚܙܳܐ ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܘܶܐܬ݂ܪܰܚܰܡ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܕ݁ܕ݂ܳܡܶܝܢ ܗܘܰܘ ܠܥܶܪܒ݁ܶܐ ܕ݁ܠܰܝܬ݁ ܠܗܽܘܢ ܪܳܥܝܳܐ ܘܫܰܪܺܝ ܗ݈ܘܳܐ ܠܡܰܠܳܦ݂ܽܘ ܐܶܢܽܘܢ ܣܰܓ݁ܺܝܳܐܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:34 34 Yešúʿ stapte uit en zag de vele menigten en had medelijden met hen, want ze leken op schapen zonder herder, en hij begon hun vele dingen leren.
35 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܗܘܳܐ ܥܶܕ݁ܳܢܳܐ ܣܰܓ݁ܺܝܳܐܐ ܩܪܶܒ݂ܘ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܕ݁ܗܳܢܳܐ ܐܰܬ݂ܪܳܐ ܚܽܘܪܒ݁ܳܐ ܗ݈ܘ ܘܥܶܕ݁ܳܢܳܐ ܣܰܓ݁ܺܝ ܀ Bijbel Marcus 6:35 35 Toen de tijd was verstreken kwamen zijn leerlingen bij hem en zeiden hem: "Deze plaats is een wildernis en het is erg laat.
36 ܫܪܺܝ ܐܶܢܽܘܢ ܕ݁ܢܺܐܙܽܠ݈ܘܢ ܠܳܐܓ݂ܽܘܪܣܶܐ ܕ݁ܰܚܕ݂ܳܪܰܝܢ ܘܰܠܩܽܘܪܝܳܐ ܘܢܶܙܒ݁ܢܽܘܢ ܠܗܽܘܢ ܠܰܚܡܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܠܗܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܡܶܕ݁ܶܡ ܠܡܶܐܟ݂ܰܠ ܀ Bijbel Marcus 6:36 36 Zend hen weg naar de omliggende velden en dorpen en laat hen voor zichzelf brood kopen, want ze hebben niets om te eten."
37 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܗܰܒ݂ܘ ܠܗܽܘܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܠܥܰܣ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܢܺܐܙܰܠ ܢܶܙܒ݁ܶܢ ܕ݁ܡܰܐܬ݂ܶܝܢ ܕ݁ܺܝܢܳܪܺܝܢ ܠܰܚܡܳܐ ܘܢܶܬ݁ܶܠ ܠܗܽܘܢ ܠܳܥܣܺܝܢ ܀ Bijbel Marcus 6:37 37 Maar hij zei tegen hen: "Geven jullie hun iets te eten." Ze zeiden tegen hem: "Moeten we gaan en voor tweehonderd denarie brood kopen en hun te eten geven?"
38 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܙܶܠܘ ܚܙܰܘ ܟ݁ܡܳܐ ܠܰܚܡܺܝܢ ܐܺܝܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܗܳܪܟ݁ܳܐ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܚܙܰܘ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܚܰܡܫܳܐ ܠܰܚܡܺܝܢ ܘܰܬ݂ܪܶܝܢ ܢܽܘܢܺܝܢ ܀ Bijbel Marcus 6:38 38 En hij zei tegen hen: "Ga kijken hoeveel brood jullie hier hebben." Toen ze hadden gekeken zeiden ze hem: "Vijf broden en twee vissen."
39 ܘܰܦ݂ܩܰܕ݂ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܢܰܣܡܟ݂ܽܘܢ ܠܟ݂ܽܠܢܳܫ ܣܡܳܟ݂ܺܝܢ ܣܡܳܟ݂ܺܝܢ ܥܰܠ ܥܶܣܒ݁ܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:39 39 En hij gebood hun om iedereen in groepen in het gras te laten aanliggen.
40 ܘܶܐܣܬ݁ܡܶܟ݂ܘ ܣܡܳܟ݂ܺܝܢ ܣܡܳܟ݂ܺܝܢ ܕ݁ܰܡܳܐܐ ܡܳܐܐ ܘܰܕ݂ܚܰܡܫܺܝܢ ܚܰܡܫܺܝܢ ܀ Bijbel Marcus 6:40 40 Ze lagen aan in groepen van honderd en vijftig.
41 ܘܰܢܣܰܒ݂ ܗܳܢܽܘܢ ܚܰܡܫܳܐ ܠܰܚܡܺܝܢ ܘܰܬ݂ܪܶܝܢ ܢܽܘܢܺܝܢ ܘܚܳܪ ܒ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܘܒ݂ܰܪܶܟ݂ ܘܰܩܨܳܐ ܠܰܚܡܳܐ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܰܢܣܺܝܡܽܘܢ ܠܗܽܘܢ ܘܗܳܢܽܘܢ ܬ݁ܪܶܝܢ ܢܽܘܢܺܝܢ ܦ݁ܰܠܶܓ݂ܘ ܠܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:41 41 En hij nam die vijf broden en twee vissen, keek naar de hemel, zegende en brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen om het voor hen te plaatsen. Zo verdeelden ze ook die twee vissen over allen.
42 ܘܶܐܟ݂ܰܠܘ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܘܰܣܒ݂ܰܥܘ ܀ Bijbel Marcus 6:42 42 Allen aten en werden verzadigd.
43 ܘܰܫܩܰܠܘ ܩܨܳܝܶܐ ܬ݁ܪܶܥܣܰܪ ܩܽܘܦ݂ܺܝܢܺܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܠܶܝܢ ܘܡܶܢ ܢܽܘܢܶܐ ܀ Bijbel Marcus 6:43 43 Ze haalden van de brokken [brood] twaalf gevulde korven op, en ook van de vis.
44 ܐܺܝܬ݂ܰܝܗܽܘܢ ܗ݈ܘܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܶܐܟ݂ܰܠܘ ܠܰܚܡܳܐ ܚܰܡܫܳܐ ܐܰܠܦ݂ܺܝܢ ܓ݁ܰܒ݂ܪܺܝܢ ܀ Bijbel Marcus 6:44 44 Nu waren degenen die brood hadden gegeten vijfduizend mannen.
45 ܘܡܶܚܕ݂ܳܐ ܐܶܠܰܨ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܢܶܣܩܽܘܢ ܠܰܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܘܢܺܐܙܽܠ݈ܘܢ ܩܕ݂ܳܡܰܘܗ݈ܝ ܠܥܶܒ݂ܪܳܐ ܠܒ݂ܶܝܬ݂‌ܨܰܝܳܕ݁ܳܐ ܥܰܕ݂ ܫܳܪܶܐ ܗܽܘ ܠܟ݂ܶܢܫܶܐ ܀ Bijbel Marcus 6:45 45 En onmiddellijk drong hij bij zijn leerlingen aan om in de boot te stappen en naar de overkant te gaan, naar Bét-Ṣayādā, terwijl hij de menigten wegzond.
46 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܫܪܳܐ ܐܶܢܽܘܢ ܐܶܙܰܠ ܠܛܽܘܪܳܐ ܠܰܡܨܰܠܳܝܽܘ ܀ Bijbel Marcus 6:46 46 Nadat hij hen had weggezonden ging hij naar een berg om te bidden.
47 ܟ݁ܰܕ݂ ܗܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܪܰܡܫܳܐ ܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܐܺܝܬ݂ܶܝܗ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܡܶܨܥܰܬ݂ ܝܰܡܳܐ ܘܗܽܘ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:47 47 Nadat de avond was gekomen, was de boot midden op het meer en hij was alleen op het land.
48 ܘܰܚܙܳܐ ܐܶܢܽܘܢ ܕ݁ܡܶܫܬ݁ܰܢܩܺܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܪܳܕ݂ܶܝܢ ܪܽܘܚܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܠܽܘܩܒ݂ܰܠܗܽܘܢ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܘܰܒ݂ܡܰܛܰܪܬ݂ܳܐ ܪܒ݂ܺܝܥܳܝܬ݁ܳܐ ܕ݁ܠܺܠܝܳܐ ܐܶܬ݂ܳܐ ܠܘܳܬ݂ܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܗܰܠܶܟ݂ ܥܰܠ ܡܰܝܳܐ ܘܨܳܒ݂ܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܢܶܥܒ݁ܰܪ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:48 48 Hij zag dat ze zich kwelden te roeien omdat ze tegenwind hadden. Tegen het einde van de nacht kwam Yešúʿ bij hen, terwijl hij het water liep, en hij wilde hen passeren.
of 'In de vierde wacht'.
49 ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܚܙܰܐܘܽܗ݈ܝ ܕ݁ܰܡܗܰܠܶܟ݂ ܥܰܠ ܡܰܝܳܐ ܘܰܣܒ݂ܰܪܘ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܚܶܙܘܳܐ ܗ݈ܘ ܕ݁ܰܓ݁ܳܠܳܐ ܘܰܩܥܰܘ ܀ Bijbel Marcus 6:49 49 Toen ze hem op het water zagen lopen, dachten ze dat het een valse verschijning was en ze riepen luid.
50 ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܚܙܰܐܘܽܗ݈ܝ ܘܰܕ݂ܚܶܠܘ ܘܒ݂ܰܪ ܫܳܥܬ݂ܶܗ ܡܰܠܶܠ ܥܰܡܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܶܬ݂ܠܰܒ݈݁ܒ݂ܘ ܐܶܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܠܳܐ ܬ݁ܶܕ݂ܚܠܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:50 50 Want allen zagen hem en waren bevreesd. Onmiddellijk sprak hij met hen en zei: "Schep moed, ik ben [het], vrees niet!"
51 ܘܰܣܠܶܩ ܠܘܳܬ݂ܗܽܘܢ ܠܰܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܘܫܶܠܝܰܬ݂ ܪܽܘܚܳܐ ܘܛܳܒ݂ ܡܶܬ݁ܕ݁ܰܡܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܘܬ݂ܰܗܺܝܪܺܝܢ ܒ݁ܢܰܦ݂ܫܗܽܘܢ ܀ Bijbel Marcus 6:51 51 Toen hij bij hen in de boot stapte en de wind ophield, waren ze zeer verbaasd en diep verbijsterd bij zichzelf,
52 ܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܐܶܣܬ݁ܰܟ݁ܰܠܘ ܗ݈ܘܰܘ ܡܶܢ ܠܰܚܡܳܐ ܗܰܘ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܠܶܒ݁ܗܽܘܢ ܡܥܰܒ݁ܰܝ ܗ݈ܘܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:52 52 want ze hadden niets van het brood begrepen omdat hun hart verhard was.
53 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܥܒ݂ܰܪܘ ܥܶܒ݂ܪܳܐ ܐܶܬ݂ܰܘ ܠܰܐܪܥܳܐ ܕ݁ܓ݂ܶܢܶܣܰܪ ܀ Bijbel Marcus 6:53 53 Toen ze naar de overkant waren overgestoken kwamen ze bij het land van Genesar.
54 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܢܦ݂ܰܩܘ ܡܶܢ ܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܒ݁ܰܪ ܫܳܥܬ݂ܶܗ ܐܶܣܬ݁ܰܟ݁ܠܽܘܗ݈ܝ ܐ݈ܢܳܫܰܝ ܐܰܬ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel Marcus 6:54 54 Nadat ze uit de boot waren gestapt, herkenden de mensen van de omgeving hem onmiddellijk.
55 ܘܰܪܗܶܛܘ ܒ݁ܟ݂ܽܠܳܗ ܐܰܪܥܳܐ ܗܳܝ ܘܫܰܪܺܝܘ ܠܡܰܝܬ݁ܳܝܽܘ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܒ݂ܺܝܫܳܐܝܺܬ݂ ܥܒ݂ܺܝܕ݂ܺܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܫܩܺܝܠܺܝܢ ܠܗܽܘܢ ܒ݁ܥܰܪܣܳܬ݂ܳܐ ܠܰܐܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܫܳܡܥܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Marcus 6:55 55 En allen renden door dat land en ze begonnen degenen die ziek waren te brengen, terwijl ze hen op draagbedden droegen naar waar ze hoorden dat hij was.
56 ܘܰܐܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܥܳܐܶܠ ܗ݈ܘܳܐ ܠܩܽܘܪܝܳܐ ܘܠܰܡܕ݂ܺܝܢܳܬ݂ܳܐ ܒ݁ܫܽܘܩܶܐ ܣܳܝܡܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܟ݁ܪܺܝܗܶܐ ܘܒ݂ܳܥܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܡܶܢܶܗ ܕ݁ܳܐܦ݂ܶܢ ܠܟ݂ܶܢܦ݂ܳܐ ܕ݁ܰܠܒ݂ܽܘܫܶܗ ܢܶܩܪܒ݂ܽܘܢ ܘܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܩܳܪܒ݁ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܡܶܬ݂ܰܐܣܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܀ Bijbel Marcus 6:56 56 En waar hij ook in de dorpen en steden binnenging werden de zieken op de wegen gelegd, en men verzocht hem om zelfs maar de rand van zijn kleding aan te raken. En allen die hem aanraakten werden genezen.

Bijgewerkt: dinsdag 30 mei 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.