MatteüsMarcus 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 LucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 12

Bijbel Marcus 12:1 1 En hij begon in gelijkenissen met hen te spreken: "Een man plantte een wijngaard, en omheinde hem met een hek, groef er een wijnpers en bouwde een toren en verhuurde hem aan telers en ging op reis.
Bijbel Marcus 12:2 2 En hij zond zijn bediende naar de telers, in het seizoen van de vrucht van de wijngaard.
Bijbel Marcus 12:3 3 Ze sloegen hem echter en zonden hem met niets weg.
Bijbel Marcus 12:4 4 Dus zond hij opnieuw een andere bediende naar hen toe. Maar ze gooiden stenen naar hem toe, verwondden hem en zonden hem beschaamd weg.
Bijbel Marcus 12:5 5 Opnieuw zond hij een ander; maar ze doodden hem. Hij zond vele andere bedienden; sommigen sloegen ze, maar anderen doodden ze.
Bijbel Marcus 12:6 6 Op het laatst echter, hij had een geliefde zoon, zond hij hem naar hen toe, want hij zei: "Misschien zijn ze beschaamd tegenover mijn zoon."
Bijbel Marcus 12:7 7 Maar die telers zeiden tegen elkaar: 'Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons!'
Bijbel Marcus 12:8 8 En ze namen hem, doodden hem en gooiden hem buiten de wijngaard.
Bijbel Marcus 12:9 9 Wat zal de wijngaardenier daarom doen? Hij zal komen en zich van die telers ontdoen en de wijngaard aan anderen geven.
Bijbel Marcus 12:10 10 Hebt u zelfs deze Schriftplaats niet gelezen? De steen die de bouwers hebben verworpen, is de hoofdhoeksteen geworden.
Bijbel Marcus 12:11 11 Deze kwam van de HEER en het is een wonder in onze ogen.
Bijbel Marcus 12:12 12 En ze probeerden hem te arresteren maar ze vreesden het volk, want ze wisten dat hij deze gelijkenis over hen had gesproken. En ze verlieten hem en vertrokken.
Bijbel Marcus 12:13 13 Ze zonden mannen naar hem toe, van de schriftgeleerden en van het huis van Herodes, om hem op een woord te vangen.
Bijbel Marcus 12:14 14 En ze kwamen en vroegen hem: "Leraar, we weten dat u waar bent en dat u geen mensenvrees hebt, want u kijkt niet naar het uiterlijk van de mens maar leert de weg van God in waarheid. Is het toegestaan om hoofdgeld aan de keizer te geven? Zullen we het geven of niet?"
Bijbel Marcus 12:15 15 Maar hij kende hun list en zei tegen hen: "Waarom beproeft u mij? Breng me een denarie [die] ik kan zien."
Bijbel Marcus 12:16 16 Dus brachten ze het en hij zei tegen hen: "Van wie is de afbeelding en het opschrift?" Ze zeiden: "Van de keizer."
Bijbel Marcus 12:17 17 Yešúʿ zei tegen hen: "Geef wat van de keizer is aan de keizer en wat van God is aan God." En ze waren verbaasd over hem.
Bijbel Marcus 12:18 18 Toen kwamen de Zadokieten naar hem toe, die zeggen dat er geen opstanding is, en ze vroegen hem en zeiden:
Bijbel Marcus 12:19 19 "Leraar, Muše heeft ons geschreven, dat als de broer van een man sterft en een vrouw nalaat maar geen zonen nalaat, dat zijn broer diens vrouw neemt, en nageslacht voor zijn broer doet opstaan.
Bijbel Marcus 12:20 20 Er waren zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf, maar liet geen nageslacht achter.
Bijbel Marcus 12:21 21 De tweede nam haar en stierf. Ook hij had geen nageslacht nagelaten en zo ook de derde.
Bijbel Marcus 12:22 22 Alle zeven hadden haar genomen maar geen nageslacht nagelaten. Als laatste van allen stierf ook de vrouw.
Bijbel Marcus 12:23 23 Van wie van hen zal ze in de opstanding dan de vrouw zijn? Want alle zeven hadden haar genomen."
Bijbel Marcus 12:24 24 Yešúʿ zei tegen hen: "Dwaalt u niet omdat u de Geschriften niet kent, of de kracht van God?
Bijbel Marcus 12:25 25 Want wanneer ze uit de doden opstaan, zal men zich geen vrouwen nemen, noch worden vrouwen aan mannen gegeven, maar ze zullen zijn als de engelen in de hemel.
Bijbel Marcus 12:26 26 Maar over de doden, die opstaan: Hebt u niet in het geschrift van Muše gelezen hoe God hem vanuit de doornstruik had gezegd: 'Ik ben de God van ʾAbrāhām, de God van ʾÍsḥāq en de God van Yaʿqúb'?
Bijbel Marcus 12:27 27 Hij is niet de God van de doden maar van de levenden. U dwaalt daarom zeer."
Bijbel Marcus 12:28 28 En één van de schriftgeleerden was gekomen en hoorde hen argumenteren en zag dat hij goed had geantwoord. Hij vroeg: "Wat is het eerste van alle geboden?"
of 'belangrijkste'.
Bijbel Marcus 12:29 29 Yešúʿ zei tegen hem: "Het eerste van alle geboden is: 'Hoor Isrāʾyel, de HEER, onze God, de HEER is één!
Bijbel Marcus 12:30 30 en 'U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart en heel uw ziel en met heel uw verstand en met al uw kracht'. Dit is het eerste gebod.
Bijbel Marcus 12:31 31 En het tweede is eraan gelijk: 'Heb uw naaste lief zoals uzelf' Er is geen gebod dat groter is dan dezen."
Bijbel Marcus 12:32 32 Die schriftgeleerde zei tegen hem: "Goed, rabbi! In waarheid hebt u gesproken dat hij één is, en er zijn geen anderen naast hem.
Bijbel Marcus 12:33 33 En dat men hem moet liefhebben met heel het hart, heel het verstand en heel de ziel, en met alle kracht en zijn naaste moet liefhebben als zichzelf. Dit is beter dan alle brandoffers en slachtoffers."
Bijbel Marcus 12:34 34 Yešúʿ zag dat hij wijs had geantwoord. Hij antwoordde en zei tegen hem: "U bent niet ver van het koninkrijk van God." En niemand durfde hem verder [iets] te vragen.
Bijbel Marcus 12:35 35 En Yešúʿ antwoordde en zei, terwijl hij leerde in de tempel: "Hoe zeggen de schriftgeleerden dat de Mšíḥā de zoon van Dawid is?
Bijbel Marcus 12:36 36 Want Dawid zelf zei in de Heilige Geest: 'De HEER zei tegen mijn Heer: Zit rechts van mij tot ik uw vijanden [als] voetbank onder uw voeten plaats.
Psalmen 110:1, 4.
Bijbel Marcus 12:37 37 Dawid noemde hem daarom mijn Heer en hoe is hij zijn zoon?" En de hele menigte hoorde hem met vreugde aan.
Bijbel Marcus 12:38 38 En in zijn leer zei hij tegen hen: "Pas op voor de schriftgeleerden die in lange gewaden willen lopen en de begroetingen op de straten,
Bijbel Marcus 12:39 39 en de belangrijke zetels in de synagoge en de belangrijke plekken op feesten, liefhebben.
Bijbel Marcus 12:40 40 Zij die de huizen van weduwen verslinden door giften voor hun verlengde gebeden, zullen een strenger oordeel ontvangen."
Matteüs 23:13
Bijbel Marcus 12:41 41 Toen Yešúʿ bij het schathuis zat, keek hij hoe de menigten wisselgeld in het schathuis wierpen. En vele rijken wierpen veel in.
Bijbel Marcus 12:42 42 Er kwam een arme weduwe twee manyā's inwerpen, dat zijn šamúnā's.
Bijbel Marcus 12:43 43 Yešúʿ riep zijn leerlingen en zei tegen hen: "Ik zeg jullie met zekerheid, dat deze arme weduwe meer heeft ingeworpen dan wat alle mensen in het schathuis hebben geworpen.
Bijbel Marcus 12:44 44 Want allen hebben van wat ze over hebben ingeworpen. Maar zij heeft vanuit haar tekort alles ingeworpen. Ze heeft geheel haar bezit ingeworpen."

Bijgewerkt: zaterdag 28 oktober 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.