MatteüsMarcus 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 LucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 3

Bijbel Marcus 3:1 1 Yešúʿ ging de synagoge opnieuw binnen. Er was daar een man die een verdorde hand had.
Bijbel Marcus 3:2 2 Ze bleven op hem letten of hij hem zou genezen op de sabbat, zodat ze hem konden beschuldigen.
Bijbel Marcus 3:3 3 En hij zei tegen die man wiens hand was verdord: "Ga in het midden staan."
Bijbel Marcus 3:4 4 En hij zei ook tegen hen: "Is het toegestaan om op de sabbat goed te doen of om kwaad te doen, om een ziel te redden of te verliezen?" Maar ze zwegen.
Bijbel Marcus 3:5 5 En hij keek met woede naar hen omdat hij bedroefd was om de hardheid van hun hart. Toen zei hij tegen de man: "Strek uw hand uit!" Toen hij haar uitstrekte, werd zijn hand hersteld.
Bijbel Marcus 3:6 6 De Afgescheidenen gingen onmiddellijk weg met degenen van het huis van Herodes en beraadslaagden over hem, hoe ze hem konden kwijtraken.
Handelingen 12:21
Bijbel Marcus 3:7 7 En Yešúʿ ging met zijn leerlingen naar het meer, en vele mensen uit Glílā en Yihúd waren gekomen.
Bijbel Marcus 3:8 8 Vanuit ʾÚrišlem en ʾAdúm en vanuit de overkant van de Yúrdnān en uit Ṣúr en Ṣaydān, kwamen vele menigten bij hem, die alles wat hij had gedaan hadden gehoord.
Bijbel Marcus 3:9 9 Daarom vroeg hij zijn leerlingen om hem een boot te brengen, zodat de menigten hem niet zouden verdringen.
Bijbel Marcus 3:10 10 Want hij had zo velen genezen, dat ze hem overvielen om hem aan te raken.
Bijbel Marcus 3:11 11 En degenen die de plaag van onreine geesten hadden, vielen neer als ze hem zagen en riepen uit en zeiden: "U bent de Zoon van God!"
Bijbel Marcus 3:12 12 En hij verbood hen streng om hem te openbaren.
Bijbel Marcus 3:13 13 Hij besteeg een berg en riep degenen die hij wilde en ze kwamen naar hem toe.
Bijbel Marcus 3:14 14 En hij koos er twaalf om met hem te zijn en om hen voor de verkondiging te sturen,
Deuteronomium 1:23
Bijbel Marcus 3:15 15 en om het gezag te hebben om de zieken te genezen en demonen uit te werpen.
Bijbel Marcus 3:16 16 En hij gaf Šemʿún de naam Kiʾfā.
Aramees voor 'rots'.
Bijbel Marcus 3:17 17 Yaʿqúb, zoon van Zabday en Yúḥanān de broer van Yaʿqúb, hij gaf hun de naam Bnay-Rgeš, wat 'zonen van de donder' betekent.
Dialect. Grieks heeft 'boanerges'.
Bijbel Marcus 3:18 18 ʾAndreās en Fílíppos, Bartúlmay, Mattay, Tāwma en Yaʿqúb de zoon van Ḥalfay, Taday, Šemʿún de Zeloot,
Bijbel Marcus 3:19 19 Yihúdā Skaryúṭā, die hem zou verraden. En ze kwamen bij een huis.
Bijbel Marcus 3:20 20 De menigten verzamelden zich opnieuw, zodat ze geen brood konden eten.
Bijbel Marcus 3:21 21 Maar zijn verwanten hoorden het en trokken erop uit om hem [mee] te nemen, want ze zeiden dat hij zijn verstand had verloren.
Bijbel Marcus 3:22 22 En de schriftgeleerden die uit ʾÚrišlem waren afgedaald zeiden: "Bʿelzbúb is in hem. Met [hulp van] het hoofd van de demonen werpt hij demonen uit!"
Bijbel Marcus 3:23 23 Yešúʿ riep hen en vertelde hun in gelijkenissen: "Hoe kan Sāṭānā Sāṭānā uitwerpen?
Bijbel Marcus 3:24 24 Want als een koninkrijk tegen zichzelf is verdeeld, zal dat koninkrijk niet standhouden.
Bijbel Marcus 3:25 25 En als een huis tegen zichzelf is verdeeld, kan dat huis niet standhouden.
Bijbel Marcus 3:26 26 En als Sāṭānā tegen zichzelf opstaat en verdeeld is, kan hij niet standhouden en is [het] zijn einde.
Bijbel Marcus 3:27 27 Niemand kan het huis van een sterke [man] binnengaan en zijn goederen grijpen, tenzij hij eerst de sterke [man] bindt. Daarna zal hij diens huis plunderen.
Bijbel Marcus 3:28 28 Ik zeg u met zekerheid, dat alle zonden en laster die de mensen zullen lasteren, hun vergeven zullen worden.
Bijbel Marcus 3:29 29 Maar wie tegen de Heilige Geest lastert, heeft geen vergeving maar is schuldig aan het eeuwige oordeel.
Bijbel Marcus 3:30 30 Dit was omdat ze hadden gezegd, dat hij een onreine geest had.
Bijbel Marcus 3:31 31 Zijn moeder en zijn broers waren gekomen en stonden buiten en zonden [iemand] om hem te roepen.
Bijbel Marcus 3:32 32 Nu zat er een menigte om hem heen en men zei tegen hem: "Zie, uw moeder en uw broers buiten zoeken u!"
Bijbel Marcus 3:33 33 Hij antwoordde en zei tegen hen: "Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?"
Bijbel Marcus 3:34 34 En hij keek naar degenen die bij hem zaten en zei: "Zie, mijn moeder, zie, mijn broers!
Bijbel Marcus 3:35 35 Want wie de wil van God doet is mijn broer, mijn zus en mijn moeder!"

Bijgewerkt: maandag 17 april 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.