MatteüsMarcus 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 LucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 8

Bijbel Marcus 8:1 1 In die dagen nu was er een grote menigte terwijl er niets was om te eten. Dus riep hij zijn leerlingen en zei tegen hen:
Bijbel Marcus 8:2 2 "Ik heb medelijden met deze menigte, want zie, ze zijn al drie dagen bij me gebleven maar ze hebben niets te eten.
Bijbel Marcus 8:3 3 En als ik ze wegzend terwijl ze vasten, zullen ze onderweg naar hun huizen bezwijken, want sommigen zijn van ver gekomen."
Bijbel Marcus 8:4 4 Zijn leerlingen zeiden hem: "Waar kan iemand hier in de wildernis brood vinden om al deze mensen te verzadigen?"
Bijbel Marcus 8:5 5 Dus vroeg hij hun: "Hoeveel broden hebben jullie?" Ze zeiden tegen hem: "Zeven."
Bijbel Marcus 8:6 6 Toen gebood hij de menigten om op de grond te zitten en nam die zeven broden, zegende [het], gaf het en zette het voor zijn leerlingen en zij zetten het voor de menigten.
Bijbel Marcus 8:7 7 En er waren ook wat vissen. Ook deze zegende hij en hij zei het hen voor te zetten.
Bijbel Marcus 8:8 8 Ze aten en werden verzadigd. En zij haalden de rest van de brokken op, zeven manden.
Bijbel Marcus 8:9 9 Ongeveer vierduizend mensen hadden gegeten.
Bijbel Marcus 8:10 10 Toen zond hij hen weg en stapte onmiddellijk met zijn leerlingen in een boot en kwam in het gebied van Dalmānútā.
Magdan volgens 'old Syriac'.
Bijbel Marcus 8:11 11 En de Afgescheidenen kwamen naar voren en begonnen hem te ondervragen en ze vroegen hem om een teken van de hemel, om hem daarmee te beproeven.
Bijbel Marcus 8:12 12 En hij zuchtte diep en zei: "Waarom zoekt deze generatie een teken? Ik zeg u met zekerheid, dat er geen teken aan deze generatie gegeven zal worden."
Bijbel Marcus 8:13 13 Hij verliet hen, stapte in de boot en ze gingen naar de overkant.
Bijbel Marcus 8:14 14 Ze hadden echter vergeten brood mee te nemen. Op één brood na, hadden ze niets in de boot.
Bijbel Marcus 8:15 15 Toen gebood hij hun en zei tegen hen: "Kijk uit en pas op voor de zuurdesem van de Afgescheidenen en de zuurdesem van Herodes."
Bijbel Marcus 8:16 16 En ze overlegden met elkaar en ze zeiden: "Omdat we geen brood hebben!"
Bijbel Marcus 8:17 17 Maar Yešúʿ wist dit en zei tegen hen: "Waarom denken jullie? Is het niet omdat jullie geen brood hebben? Weten jullie of begrijpen jullie het nog niet? Is jullie hart nog verhard?
Bijbel Marcus 8:18 18 Hebben jullie ogen maar zien jullie niets, oren maar horen jullie niet en herinneren jullie je ook niets?
Jeremia 5:21; Deuteronomium 29:4; Jesaja 42:20
Bijbel Marcus 8:19 19 Toen ik die vijf broden voor vijfduizend had gebroken, hoeveel gevulde korven met brokken jullie hebben opgehaald?" Ze zeiden tegen hem: "Twaalf."
Bijbel Marcus 8:20 20 Hij zei tegen hen: "Bij de zeven [broden] aan de vierduizend; hoeveel gevulde manden met brokken hebben jullie opgehaald?" Ze zeiden: "Zeven."
Bijbel Marcus 8:21 21 Hij zei tegen hen: "Hoe komt het dan dat jullie het nog niet begrijpen?"
Bijbel Marcus 8:22 22 Toen hij in Bét-Ṣayādā was gekomen, bracht men hem een blinde man en vroeg men hem om hem aan te raken.
Bijbel Marcus 8:23 23 Toen nam hij de hand van de blinde man en leidde hem buiten het dorp en spuwde op zijn ogen en legde zijn hand op hem en vroeg hem of hij iets zag.
Bijbel Marcus 8:24 24 Hij keek en zei: "Ik zie mensen die op lopende bomen lijken."
Jeremia 11:16
Bijbel Marcus 8:25 25 Opnieuw legde hij zijn hand op zijn ogen en hij werd hersteld en zag alles helder.
Bijbel Marcus 8:26 26 En hij zond hem naar huis en zei: "Ga de stad niet binnen en vertel het ook aan niemand in de stad!"
Bijbel Marcus 8:27 27 En Yešúʿ en zijn leerlingen vertrokken naar de dorpen rond Qesaría van Filippos en hij vroeg zijn leerlingen onderweg en zei tegen hen: "Wat zegt de mensen over mij, wie ik ben?"
Bijbel Marcus 8:28 28 Ze zeiden: 'Yúḥanān de doper', anderen 'ʾElíā', en anderen: 'Eén van de profeten'.
Bijbel Marcus 8:29 29 Yešúʿ zei tegen hen: "Maar wat zeggen jullie over mij wie ik ben?" Šemʿún antwoordde en zei tegen hem: "U bent de Mšíḥā, de Zoon van de levende God."
Alleen in PNT.
Bijbel Marcus 8:30 30 Hij verbood hun om hier met iemand over te spreken.
Bijbel Marcus 8:31 31 En hij begon hun te leren: "De Mensenzoon moet veel lijden en worden verworpen door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden. Hij zal gedood worden en op de derde dag opstaan."
Bijbel Marcus 8:32 32 Hij sprak dit woord openlijk, maar Kiʾfā nam hem [apart] en begon hem berispen.
Bijbel Marcus 8:33 33 Maar hij keerde zich om, keek naar zijn leerlingen en berispte Šemʿún en zei: "Ga achter mij tegenstander, omdat je niet bedenkt wat van God is, maar wat van mensen is!"
Bijbel Marcus 8:34 34 Yešúʿ riep de menigten en zijn leerlingen bijeen en zei tegen hen: "Wie mij wil volgen, moet zichzelf ontkennen, zijn kruis opnemen en mij volgen.
Bijbel Marcus 8:35 35 Want al wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. En al wie zijn leven om mij en om mijn boodschap zou verliezen, zal haar redden.
Bijbel Marcus 8:36 36 Want wat zou het een mens helpen, als hij de hele wereld wint, maar zijn ziel verliest?
Bijbel Marcus 8:37 37 Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn ziel?
Bijbel Marcus 8:38 38 Want voor al wie zich schaamt voor mijn woorden in deze zondige en overspelige generatie, zal ook de Mensenzoon zich schamen wanneer hij met de glorie van zijn Vader en zijn heilige engelen komt."

Bijgewerkt: vrijdag 8 september 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.