MatteüsMarkus 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 LucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 8

1 ܒ݁ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܟ݁ܶܢܫܳܐ ܣܰܓ݁ܺܝܳܐܐ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܘܠܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܢܶܐܟ݂ܠܽܘܢ ܩܪܳܐ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel Markus 8:1 1 In die dagen nu was er een grote menigte terwijl er niets was om te eten. Dus riep hij zijn leerlingen en zei tegen hen:
2 ܡܶܬ݂ܪܰܚܰܡ ܐ݈ܢܳܐ ܥܰܠ ܟ݁ܶܢܫܳܐ ܗܳܢܳܐ ܕ݁ܗܳܐ ܬ݁ܠܳܬ݂ܳܐ ܝܰܘܡܺܝܢ ܩܰܘܺܝܘ ܠܘܳܬ݂ܝ ܘܠܰܝܬ݁ ܠܗܽܘܢ ܡܳܢܳܐ ܢܶܐܟ݂ܠܽܘܢ ܀ Bijbel Markus 8:2 2 "Ik heb medelijden met deze menigte, want zie, ze zijn al drie dagen bij me gebleven maar ze hebben niets te eten.
3 ܘܶܐܢ ܗܽܘ ܕ݁ܫܳܪܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܠܗܽܘܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܨܳܝܡܺܝܢ ܠܒ݂ܳܬ݁ܰܝܗܽܘܢ ܥܳܝܦ݁ܺܝܢ ܒ݁ܽܐܘܪܚܳܐ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܡܶܢܗܽܘܢ ܡܶܢ ܪܽܘܚܩܳܐ ܐܰܬ݁ܺܝܐܝܺܢ ܀ Bijbel Markus 8:3 3 En als ik ze wegzend terwijl ze vasten, zullen ze onderweg naar hun huizen bezwijken, want sommigen zijn van ver gekomen."
4 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܰܝܡܶܟ݁ܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܫ ܗܳܪܟ݁ܳܐ ܒ݁ܚܽܘܪܒ݁ܳܐ ܕ݁ܰܢܣܰܒ݁ܰܥ ܠܰܚܡܳܐ ܠܗܳܠܶܝܢ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel Markus 8:4 4 Zijn leerlingen zeiden hem: "Waar kan iemand hier in de wildernis brood vinden om al deze mensen te verzadigen?"
5 ܘܫܰܐܶܠ ܐܶܢܽܘܢ ܗܽܘ ܟ݁ܡܳܐ ܠܰܚܡܺܝܢ ܐܺܝܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:5 5 Dus vroeg hij hun: "Hoeveel broden hebben jullie?" Ze zeiden tegen hem: "Zeven."
6 ܘܰܦ݂ܩܰܕ݂ ܠܟ݂ܶܢܫܶܐ ܕ݁ܢܶܣܬ݁ܰܡܟ݁ܽܘܢ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܘܰܢܣܰܒ݂ ܗܳܢܽܘܢ ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܠܰܚܡܺܝܢ ܘܒ݂ܰܪܶܟ݂ ܘܰܩܨܳܐ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܰܢܣܺܝܡܽܘܢ ܘܣܳܡܘ ܠܟ݂ܶܢܫܶܐ ܀ Bijbel Markus 8:6 6 Toen gebood hij de menigten om op de grond te zitten en nam die zeven broden, zegende [het], gaf het en zette het voor zijn leerlingen en zij zetten het voor de menigten.
7 ܘܺܐܝܬ݂ ܗ݈ܘܰܘ ܢܽܘܢܶܐ ܩܰܠܺܝܠ ܘܳܐܦ݂ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܒ݁ܰܪܶܟ݂ ܘܶܐܡܰܪ ܕ݁ܰܢܣܺܝܡܽܘܢ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel Markus 8:7 7 En er waren ook wat vissen. Ook deze zegende hij en hij zei het hen voor te zetten.
8 ܘܶܐܟ݂ܰܠܘ ܘܰܣܒ݂ܰܥܘ ܘܰܫܩܰܠܘ ܬ݁ܰܘܬ݁ܳܪܶܐ ܕ݁ܰܩܨܳܝܶܐ ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܐܶܣܦ݁ܪܺܝܕ݂ܺܝܢ ܀ Bijbel Markus 8:8 8 Ze aten en werden verzadigd. En zij haalden de rest van de brokken op, zeven manden.
9 ܐܺܝܬ݂ܰܝܗܽܘܢ ܗ݈ܘܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܶܐܟ݂ܰܠܘ ܐܰܝܟ݂ ܐܰܪܒ݁ܥܳܐ ܐܰܠܦ݂ܺܝܢ ܀ Bijbel Markus 8:9 9 Ongeveer vierduizend mensen hadden gegeten.
10 ܘܰܫܪܳܐ ܐܶܢܽܘܢ ܘܰܣܠܶܩ ܡܶܚܕ݂ܳܐ ܠܰܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܥܰܡ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܠܰܐܬ݂ܪܳܐ ܕ݁ܕ݂ܰܠܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:10 10 Toen zond hij hen weg en stapte onmiddellijk met zijn leerlingen in een boot en kwam bij het gebied van Dalmānútā.
Magdan volgens 'old Syriac'.
11 ܘܰܢܦ݂ܰܩܘ ܦ݁ܪܺܝܫܶܐ ܘܫܰܪܺܝܘ ܠܡܶܒ݂ܥܳܐ ܥܰܡܶܗ ܘܫܳܐܠܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܐܳܬ݂ܳܐ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܢܰܣܶܝܢ ܠܶܗ ܀ Bijbel Markus 8:11 11 En de Afgescheidenen kwamen naar voren en begonnen hem te ondervragen en ze vroegen hem om een teken van de hemel, om hem daarmee te beproeven.
12 ܘܶܐܬ݁ܬ݁ܰܢܰܚ ܒ݁ܪܽܘܚܶܗ ܘܶܐܡܰܪ ܡܳܢܳܐ ܒ݁ܳܥܝܳܐ ܐܳܬ݂ܳܐ ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܰܡܺܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܳܗ ܐܳܬ݂ܳܐ ܠܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܀ Bijbel Markus 8:12 12 En hij zuchtte diep en zei: "Waarom zoekt deze generatie een teken? Ik zeg u met zekerheid, dat er geen teken aan deze generatie gegeven zal worden."
13 ܘܰܫܒ݂ܰܩ ܐܶܢܽܘܢ ܘܰܣܠܶܩ ܠܰܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܘܶܐܙܰܠܘ ܠܗܰܘ ܥܶܒ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:13 13 Hij verliet hen, stapte in de boot en ze gingen naar de overkant.
14 ܘܰܛܥܰܘ ܕ݁ܢܶܣܒ݂ܽܘܢ ܠܰܚܡܳܐ ܘܶܐܠܳܐ ܚܕ݂ܳܐ ܓ݁ܪܺܝܨܬ݁ܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܗ݈ܘܳܐ ܥܰܡܗܽܘܢ ܒ݁ܰܣܦ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:14 14 Ze hadden echter vergeten brood mee te nemen. Op één brood na, hadden ze niets in de boot.
15 ܘܦ݂ܰܩܶܕ݂ ܐܶܢܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܚܙܰܘ ܐܶܙܕ݁ܰܗ݈ܪܘ ܡܶܢ ܚܡܺܝܪܳܐ ܕ݁ܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܘܡܶܢ ܚܡܺܝܪܶܗ ܕ݁ܗܶܪܳܘܕ݂ܶܣ ܀ Bijbel Markus 8:15 15 Toen gebood hij hun en zei tegen hen: "Kijk uit en pas op voor de zuurdesem van de Afgescheidenen en de zuurdesem van Herodes."
16 ܘܡܶܬ݂ܚܰܫܒ݂ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܚܰܕ݂ ܥܰܡ ܚܰܕ݂ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܕ݁ܠܰܚܡܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܠܰܢ ܀ Bijbel Markus 8:16 16 En ze overlegden met elkaar en ze zeiden: "Omdat we geen brood hebben!"
17 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܝܺܕ݂ܰܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܳܢܳܐ ܪܳܢܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܠܰܚܡܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܠܟ݂ܽܘܢ ܠܳܐ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܗܳܫܳܐ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܠܳܐ ܡܶܣܬ݁ܰܟ݁ܠܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܥܕ݂ܰܟ݁ܺܝܠ ܠܶܒ݁ܳܐ ܩܰܫܝܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel Markus 8:17 17 Maar Yešúʿ wist dit en zei tegen hen: "Waarom denken jullie? Is het niet omdat jullie geen brood hebben? Weten jullie of begrijpen jullie het nog niet? Is jullie hart nog verhard?
18 ܘܥܰܝܢܶܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܘܠܳܐ ܚܳܙܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܶܐܕ݂ܢܶܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܘܠܳܐ ܫܳܡܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܠܳܐ ܥܳܗܕ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Markus 8:18 18 Hebben jullie ogen maar zien jullie niets, oren maar horen jullie niet en herinneren jullie je ook niets?
Jeremia 5:21 Deuteronomium 29:4 Jesaja 42:20
19 ܟ݁ܰܕ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܚܰܡܫܳܐ ܠܰܚܡܺܝܢ ܩܨܺܝܬ݂ ܠܚܰܡܫܳܐ ܐܰܠܦ݂ܺܝܢ ܟ݁ܡܳܐ ܩܽܘܦ݂ܺܝܢܺܝܢ ܕ݁ܰܩܨܳܝܶܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܠܶܝܢ ܫܩܰܠܬ݁ܽܘܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܬ݁ܪܶܥܣܰܪ ܀ Bijbel Markus 8:19 19 Toen ik die vijf broden voor vijfduizend had gebroken, hoeveel gevulde korven met brokken jullie hebben opgehaald?" Ze zeiden tegen hem: "Twaalf."
20 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܠܰܐܪܒ݁ܥܳܐ ܐܰܠܦ݂ܺܝܢ ܟ݁ܡܳܐ ܐܶܣܦ݁ܪܺܝܕ݂ܺܝܢ ܕ݁ܰܩܨܳܝܶܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܠܶܝܢ ܫܩܰܠܬ݁ܽܘܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:20 20 Hij zei tegen hen: "Bij de zeven [broden] aan de vierduizend hoeveel gevulde manden met brokken hebben jullie opgehaald?" Ze zeiden: "Zeven."
21 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܰܝܟ݁ܰܘ ܠܳܐ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܗܳܫܳܐ ܡܶܣܬ݁ܰܟ݁ܠܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Markus 8:21 21 Hij zei tegen hen: "Hoe komt het dan dat jullie het nog niet begrijpen?"
22 ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܠܒ݂ܶܝܬ݂‌ܨܰܝܳܕ݁ܳܐ ܘܰܐܝܬ݁ܺܝܘ ܠܶܗ ܣܰܡܝܳܐ ܘܒ݂ܳܥܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܡܶܢܶܗ ܕ݁ܢܶܩܪܽܘܒ݂ ܠܶܗ ܀ Bijbel Markus 8:22 22 Toen hij in Bét-Ṣayādā was gekomen, bracht men hem een blinde man en vroeg men hem om hem aan te raken.
23 ܘܶܐܚܰܕ݂ ܒ݁ܺܐܝܕ݂ܶܗ ܕ݁ܣܰܡܝܳܐ ܘܰܐܦ݁ܩܶܗ ܠܒ݂ܰܪ ܡܶܢ ܩܪܺܝܬ݂ܳܐ ܘܪܰܩ ܒ݁ܥܰܝܢܰܘܗ݈ܝ ܘܣܳܡ ܐܺܝܕ݂ܶܗ ܘܫܰܐܠܶܗ ܕ݁ܡܳܢܳܐ ܚܳܙܶܐ ܀ Bijbel Markus 8:23 23 Toen nam hij de hand van de blinde man en leidde hem buiten het dorp en spuwde op zijn ogen en legde zijn hand op hem en vroeg hem of hij iets zag.
24 ܚܳܪ ܘܶܐܡܰܪ ܚܳܙܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܢܰܝ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܐܺܝܠܳܢܶܐ ܕ݁ܰܡܗܰܠܟ݂ܺܝܢ ܀ Bijbel Markus 8:24 24 Hij keek en zei: "Ik zie mensen die op lopende bomen lijken."
Jeremia 11:16
25 ܬ݁ܽܘܒ݂ ܣܳܡ ܐܺܝܕ݂ܶܗ ܥܰܠ ܥܰܝܢܰܘܗ݈ܝ ܘܰܬ݂ܩܶܢ ܘܚܳܙܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܟ݁ܽܠ ܡܶܕ݁ܶܡ ܢܰܗܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܀ Bijbel Markus 8:25 25 Opnieuw legde hij zijn hand op zijn ogen en hij werd hersteld en zag alles helder.
26 ܘܫܰܕ݁ܪܶܗ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܶܗ ܘܶܐܡܰܪ ܐܳܦ݂ ܠܳܐ ܠܰܩܪܺܝܬ݂ܳܐ ܬ݁ܶܥܽܘܠ ܘܠܳܐ ܬ݁ܺܐܡܰܪ ܠܐ݈ܢܳܫ ܒ݁ܰܩܪܺܝܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:26 26 En hij zond hem naar huis en zei: "Ga de stad niet binnen en vertel het ook aan niemand in de stad!"
27 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܝܶܫܽܘܥ ܘܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܠܩܽܘܪܝܳܐ ܕ݁ܩܶܣܰܪܺܝܰܐ‌ܕ݂ܦ݂ܺܝܠܺܝܦ݁ܳܘܣ ܘܰܡܫܰܐܶܠ ܗ݈ܘܳܐ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܒ݁ܽܐܘܪܚܳܐ ܘܳܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܰܢܽܘ ܐܳܡܪܺܝܢ ܥܠܰܝ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܝ ܀ Bijbel Markus 8:27 27 En Yešúʿ en zijn leerlingen vertrokken naar de dorpen rond Qesaría van Filippos en hij vroeg zijn leerlingen onderweg en zei tegen hen: "Wat zegt de mensen over mij, wie ik ben?"
28 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪܘ ܕ݁ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܡܰܥܡܕ݂ܳܢܳܐ ܘܰܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܕ݁ܺܐܠܺܝܳܐ ܘܰܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܢܒ݂ܺܝܶܐ ܀ Bijbel Markus 8:28 28 Ze zeiden: 'Yúḥanān de doper', anderen 'ʾElíā', en anderen: 'Eén van de profeten'.
29 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܡܰܢܽܘ ܐܳܡܪܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܥܠܰܝ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܝ ܥܢܳܐ ܫܶܡܥܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܗ݈ܽܘ ܡܫܺܝܚܳܐ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܚܰܝܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:29 29 Yešúʿ zei tegen hen: "Maar wat zeggen jullie over mij wie ik ben?" Šemʿún antwoordde en zei tegen hem: "U bent de Mšíḥā, de Zoon van de levende God."
Alleen in PNT.
30 ܘܰܟ݂ܐܳܐ ܒ݁ܗܽܘܢ ܕ݁ܰܠܐ݈ܢܳܫ ܠܳܐ ܢܺܐܡܪܽܘܢ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Markus 8:30 30 Hij verbood hun om hier met iemand over te spreken.
31 ܘܫܰܪܺܝ ܗ݈ܘܳܐ ܠܡܰܠܳܦ݂ܽܘ ܐܶܢܽܘܢ ܕ݁ܰܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܗ݈ܽܘ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܢܶܚܰܫ ܣܰܓ݁ܺܝ ܘܰܕ݂ܢܶܣܬ݁ܠܶܐ ܡܶܢ ܩܰܫܺܝܫܶܐ ܘܡܶܢ ܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܘܡܶܢ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܢܶܬ݂ܩܛܶܠ ܘܠܰܬ݂ܠܳܬ݂ܳܐ ܝܰܘܡܺܝܢ ܢܩܽܘܡ ܀ Bijbel Markus 8:31 31 En hij begon hun te leren: "De Mensenzoon moet veel lijden en worden verworpen door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden. Hij zal gedood worden en op de derde dag opstaan."
32 ܘܥܺܝܢ ܒ݁ܰܓ݂ܠܶܐ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܡܡܰܠܶܠ ܗ݈ܘܳܐ ܘܕ݂ܰܒ݂ܪܶܗ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܘܫܰܪܺܝ ܠܡܶܟ݂ܳܐܐ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel Markus 8:32 32 Hij sprak dit woord openlijk, maar Kiʾfā nam hem [apart] en begon hem berispen.
33 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܬ݂ܦ݁ܢܺܝ ܘܚܳܪ ܒ݁ܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܰܟ݂ܐܳܐ ܒ݁ܫܶܡܥܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܙܶܠ ܠܳܟ݂ ܠܒ݂ܶܣܬ݁ܰܪܝ ܣܳܛܳܢܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܪܳܢܶܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܐܶܠܳܐ ܕ݁ܰܒ݂ܢܰܝ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܀ Bijbel Markus 8:33 33 Maar hij keerde zich om, keek naar zijn leerlingen en berispte Šemʿún en zei: "Ga achter mij tegenstander, omdat je niet bedenkt wat van God is, maar wat van mensen is!"
34 ܘܰܩܪܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܠܟ݂ܶܢܫܶܐ ܥܰܡ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܰܢ ܕ݁ܨܳܒ݂ܶܐ ܕ݁ܢܺܐܬ݂ܶܐ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪܝ ܢܶܟ݂ܦ݁ܽܘܪ ܒ݁ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܘܢܶܫܩܽܘܠ ܙܩܺܝܦ݂ܶܗ ܘܢܺܐܬ݂ܶܐ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪܝ ܀ Bijbel Markus 8:34 34 Yešúʿ riep de menigten en zijn leerlingen bijeen en zei tegen hen: "Wie mij wil volgen, moet zichzelf ontkennen, zijn kruis opnemen en mij volgen.
35 ܟ݁ܽܠ ܡܰܢ ܕ݁ܨܳܒ݂ܶܐ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܢܰܚܶܐ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܢܰܘܒ݁ܕ݂ܺܝܗ ܘܟ݂ܽܠ ܕ݁ܢܰܘܒ݁ܶܕ݂ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܡܶܛܽܠܳܬ݂ܝ ܘܡܶܛܽܠ ܣܒ݂ܰܪܬ݂ܝ ܢܰܚܶܝܗ ܀ Bijbel Markus 8:35 35 Want al wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. En al wie zijn leven om mij en om mijn boodschap zou verliezen, zal haar redden.
36 ܡܳܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܢܶܬ݂ܥܰܕ݁ܰܪ ܒ݁ܰܪܢܳܫܳܐ ܐܶܢ ܥܳܠܡܳܐ ܟ݁ܽܠܶܗ ܢܺܐܬ݂ܰܪ ܘܢܰܦ݂ܫܶܗ ܢܶܚܣܰܪ ܀ Bijbel Markus 8:36 36 Want wat zou het een mens helpen, als hij de hele wereld wint, maar zijn ziel verliest?
37 ܐܰܘ ܡܳܢܳܐ ܢܶܬ݁ܶܠ ܒ݁ܰܪܢܳܫܳܐ ܬ݁ܰܚܠܽܘܦ݂ܳܐ ܕ݁ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܀ Bijbel Markus 8:37 37 Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn ziel?
38 ܟ݁ܽܠ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܢܶܒ݂ܗܰܬ݂ ܒ݁ܺܝ ܘܰܒ݂ܡܶܠܰܝ ܒ݁ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܚܰܛܳܝܬ݁ܳܐ ܘܓ݂ܰܝܳܪܬ݂ܳܐ ܘܳܐܦ݂ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܢܶܒ݂ܗܰܬ݂ ܒ݁ܶܗ ܡܳܐ ܕ݁ܳܐܬ݂ܶܐ ܒ݁ܫܽܘܒ݂ܚܳܐ ܕ݁ܰܐܒ݂ܽܘܗ݈ܝ ܥܰܡ ܡܰܠܰܐܟ݂ܰܘܗ݈ܝ ܩܰܕ݁ܺܝܫܶܐ ܀ Bijbel Markus 8:38 38 Want voor al wie zich schaamt voor mijn woorden in deze zondige en overspelige generatie, zal ook de Mensenzoon zich schamen wanneer hij met de glorie van zijn Vader en zijn heilige engelen komt."

Bijgewerkt: zondag 29 april 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.