MatteüsMarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22

Hoofdstuk 20

1 ܘܰܚܙܺܝܬ݂ ܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܰܢܚܶܬ݂ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܩܠܺܝܕ݂ܳܐ ܕ݁ܰܬ݂ܗܽܘܡܳܐ ܘܫܺܝܫܰܠܬ݁ܳܐ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܒ݁ܺܐܝܕ݂ܶܗ ܀ Bijbel Openbaring 20:1 1 En ik zag een andere engel van de hemel afdalen met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.
2 ܘܠܰܒ݂ܟ݁ܶܗ ܠܬ݂ܰܢܺܝܢܳܐ ܚܶܘܝܳܐ ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܘܣܳܛܳܢܳܐ ܘܰܐܣܪܶܗ ܐܳܠܶܦ݂ ܫܢܺܝܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:2 2 En hij greep de draak, de vroegere slang die de aanklager en Sāṭānā is, en bond hem voor duizend jaar.
3 ܘܰܐܪܡܝܶܗ ܒ݁ܰܬ݂ܗܽܘܡܳܐ ܘܶܐܚܰܕ݂ ܘܰܛܒ݂ܰܥ ܠܥܶܠ ܡܶܢܶܗ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܢܰܛܥܶܐ ܠܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪ ܗܳܠܶܝܢ ܝܺܗܺܝܒ݂ ܠܡܶܫܪܝܶܗ ܩܰܠܺܝܠ ܙܰܒ݂ܢܳܐ ܀ Bijbel Openbaring 20:3 3 En hij wierp hem in de afgrond en sloot hem op en verzegelde het zodat hij de volken niet meer zou misleiden. Daarna zal hij een korte tijd vrijgelaten worden.
4 ܘܰܚܙܺܝܬ݂ ܡܰܘܬ݁ܒ݂ܶܐ ܘܺܝܬ݂ܶܒ݂ܘ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܘܕ݂ܺܝܢܳܐ ܐܶܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܗܽܘܢ ܘܢܰܦ݂ܫܳܬ݂ܳܐ ܗܳܠܶܝܢ ܕ݁ܶܐܬ݂ܦ݁ܣܶܩ ܡܶܛܽܠ ܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܘܡܶܛܽܠ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܕ݂ܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܠܳܐ ܣܓ݂ܶܕ݂ܘ ܠܚܰܝܽܘܬ݂ܳܐ ܘܠܳܐ ܠܨܰܠܡܳܗ ܘܠܳܐ ܢܣܰܒ݂ܘ ܪܽܘܫܡܳܐ ܥܰܠ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܥܰܝܢܰܝܗܽܘܢ ܐܰܘ ܥܰܠ ܐܺܝܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܕ݁ܰܚܝܰܘ ܘܰܐܡܠܶܟ݂ܘ ܥܰܡ ܡܫܺܝܚܳܐ ܐܳܠܶܦ݂ ܫܢܺܝܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:4 4 En ik zag zetels. Degenen die erop zaten, kregen rechterlijke macht. Deze zielen werden afgesneden om het getuigenis van Yešúʿ en het woord van God en omdat ze niet voor het beest of zijn beeld hebben gebogen en ook geen gravering op hun voorhoofd of op hun handen hebben ontvangen. En ze leefden en regeerden duizend jaar met de Mšíḥā.
Idioom voor 'gedood'.
of 'armen'
5 ܘܗܳܕ݂ܶܐ ܗ݈ܝ ܩܝܳܡܬ݁ܳܐ ܩܰܕ݂ܡܳܝܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Openbaring 20:5 5 Dit is de eerste opstanding.
Grieks heeft 'de overige doden kwamen niet tot leven tot de duizend jaar geëindigd waren'.
6 ܛܽܘܒ݂ܳܢܳܐ ܗ݈ܘ ܘܩܰܕ݁ܺܝܫܳܐ ܡܰܢ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܠܶܗ ܡܢܳܬ݂ܳܐ ܒ݁ܰܩܝܳܡܬ݁ܳܐ ܩܰܕ݂ܡܳܝܬ݁ܳܐ ܘܥܰܠ ܗܳܠܶܝܢ ܠܰܝܬ݁ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܠܡܰܘܬ݁ܳܐ ܬ݁ܶܢܝܳܢܳܐ ܐܶܠܳܐ ܢܶܗܘܽܘܢ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܕ݂ܰܡܫܺܝܚܳܐ ܘܢܰܡܠܟ݂ܽܘܢ ܥܰܡܶܗ ܐܳܠܶܦ݂ ܫܢܺܝܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:6 6 Gelukkig en heilig zijn wie deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen gezag over hen, maar zij zullen de priesters van God en van de Mšíḥā zijn. En zij zullen duizend jaar met hem regeren.
7 ܘܡܳܐ ܕ݁ܶܐܫܬ݁ܰܠܰܡ ܐܳܠܶܦ݂ ܫܢܺܝܢ ܢܶܫܬ݁ܪܶܐ ܣܳܛܳܢܳܐ ܡܶܢ ܚܒ݂ܽܘܫܝܶܗ ܀ Bijbel Openbaring 20:7 7 Wanneer de duizend jaar zijn geëindigd, zal Sāṭānā van zijn opsluiting worden verlost.
10 x 10 x 10. Kolossenzen 2:15. Matteüs 12:29. Johannes 12:31, 32; 16:33. Efeziërs 4:8
8 ܘܢܶܦ݁ܽܘܩ ܠܡܰܛܥܳܝܽܘ ܠܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܒ݁ܰܐܪܒ݁ܰܥ ܙܳܘܝܳܬ݂ܳܗ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܠܓ݂ܽܘܓ݂ ܘܰܠܡܳܓ݂ܽܘܓ݂ ܘܠܰܡܟ݂ܰܢܳܫܽܘ ܐܶܢܽܘܢ ܠܰܩܪܳܒ݂ܳܐ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܡܶܢܝܳܢܗܽܘܢ ܐܰܝܟ݂ ܚܳܠܳܐ ܕ݁ܝܰܡܳܐ ܀ Bijbel Openbaring 20:8 8 En hij zal erop uitgaan om alle volken tot in de vier hoeken van de aarde te misleiden, Gug en Magug, om degenen van wie hun tal als het zand van de zee is, tot oorlog te vergaderen.
9 ܘܰܣܠܶܩܘ ܥܰܠ ܦ݁ܬ݂ܳܝܳܗ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܘܚܰܕ݂ܪܽܘܗ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܕ݁ܡܰܫܪܺܝܬ݂ܳܐ ܕ݁ܩܰܕ݁ܺܝܫܶܐ ܘܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܚܰܒ݁ܺܝܒ݂ܬ݁ܳܐ ܘܢܶܚܬ݁ܰܬ݂ ܢܽܘܪܳܐ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܡܶܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܘܶܐܟ݂ܠܰܬ݂ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:9 9 En ze gingen op, over de breedte van de aarde, en omsingelden de stad van het kamp van de heiligen en de geliefde stad. Er daalde vuur van de hemel af van God, dat hen verslond.
Niet in Grieks.
10 ܘܳܐܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܡܰܛܥܝܳܢܗܽܘܢ ܐܶܬ݂ܪܡܺܝ ܒ݁ܝܰܡܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܽܘܪܳܐ ܘܟ݂ܶܒ݂ܪܺܝܬ݂ܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܚܰܝܽܘܬ݂ܳܐ ܘܰܢܒ݂ܺܝܳܐ ܕ݁ܰܓ݁ܳܠܳܐ ܘܢܶܫܬ݁ܰܢܩܽܘܢ ܐܺܝܡܳܡܳܐ ܘܠܺܠܝܳܐ ܠܥܳܠܰܡ ܥܳܠܡܺܝܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:10 10 En de aanklager die hen misleidde, werd in het meer van vuur en zwavel geworpen, waar het beest en de valse profeet waren. En zij zullen dag en nacht worden gekweld, voor altijd en eeuwig.
11 ܘܰܚܙܺܝܬ݂ ܟ݁ܽܘܪܣܝܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܚܶܘܳܪܳܐ ܘܠܰܕ݂ܝܳܬ݂ܶܒ݂ ܠܥܶܠ ܡܶܢܶܗ ܗܰܘ ܕ݁ܡܶܢ ܩܕ݂ܳܡ ܐܰܦ݁ܰܘܗ݈ܝ ܥܶܪܩܰܬ݂ ܐܰܪܥܳܐ ܘܰܫܡܰܝܳܐ ܘܰܐܬ݂ܰܪ ܠܳܐ ܐܶܫܬ݁ܟ݂ܰܚ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:11 11 Ik zag een grote witte troon en hij die erop zat, voor wiens aangezicht de hemel en de aarde waren gevlucht. En er werd geen plaats voor hen gevonden.
12 ܘܰܚܙܺܝܬ݂ ܠܡܺܝܬ݂ܶܐ ܪܰܘܪܒ݂ܶܐ ܘܰܙܥܽܘܪܶܐ ܕ݁ܩܳܡܘ ܩܕ݂ܳܡ ܟ݁ܽܘܪܣܝܳܐ ܘܣܶܦ݂ܪܶܐ ܐܶܬ݂ܦ݁ܬ݂ܰܚܘ ܘܰܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܣܶܦ݂ܪܳܐ ܐܶܬ݂ܦ݁ܬ݂ܰܚ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܕ݂ܺܝܢܳܐ ܘܶܐܬ݁ܕ݂ܺܝܢܘ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܡܶܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܟ݂ܬ݂ܺܝܒ݂ܳܢ ܒ݁ܣܶܦ݂ܪܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܥܒ݂ܳܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:12 12 En ik zag de doden, kleinen en groten, die voor de troon stonden. Er werden boekrollen geopend en een andere boekrol werd geopend die van het oordeel is. En de doden werden naar hun werken geoordeeld uit de dingen die in de boekrollen geschreven stonden.
Grieks heeft 'leven'
13 ܘܝܰܗ݈ܒ݂ ܝܰܡܳܐ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܕ݁ܒ݂ܶܗ ܘܡܰܘܬ݁ܳܐ ܘܰܫܝܽܘܠ ܝܰܗ݈ܒ݂ܘ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܕ݁ܨܶܐܝܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܘܶܐܬ݁ܕ݂ܺܝܢ ܚܰܕ݂ ܚܰܕ݂ ܡܶܢܗܽܘܢ ܐܰܝܟ݂ ܥܒ݂ܳܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel Openbaring 20:13 13 De zee leverde de doden die erin waren op, de dood en het dodenrijk leverden de doden op die in hen waren, en ze werden één voor één naar hun werken geoordeeld.
14 ܘܡܰܘܬ݁ܳܐ ܘܰܫܝܽܘܠ ܐܶܬ݂ܪܡܺܝܘ ܒ݁ܝܰܡܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܽܘܪܳܐ ܗܳܢܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܡܰܘܬ݁ܳܐ ܬ݁ܶܢܝܳܢܳܐ ܀ Bijbel Openbaring 20:14 14 De dood en het dodenrijk werden in het meer van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.
15 ܘܰܐܝܢܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܐܶܫܬ݁ܟ݂ܰܚ ܕ݁ܰܪܫܺܝܡ ܒ݁ܰܟ݂ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܕ݁ܚܰܝܶܐ ܐܶܬ݂ܪܡܺܝ ܒ݁ܝܰܡܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܽܘܪܳܐ ܀ Bijbel Openbaring 20:15 15 Wie niet in het geschrift van leven gegraveerd werd bevonden, werd in het meer van vuur geworpen.
Filippenzen 4:3; Openbaring 3:5; 13:8;17:8

Bijgewerkt: zondag 7 mei 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.