MatteüsMarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeën 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Jakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 6

1 ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܢܶܫܒ݁ܽܘܩ ܫܽܘܪܳܝܳܐ ܕ݁ܡܶܠܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܡܫܺܝܚܳܐ ܘܢܺܐܬ݂ܶܐ ܠܰܓ݂ܡܺܝܪܽܘܬ݂ܳܐ ܐܰܘ ܠܡܳܐ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܫܶܬ݂ܶܐܣܬ݁ܳܐ ܐ݈ܚܪܺܬ݂ܳܐ ܡܰܪܡܶܝܬ݁ܽܘܢ ܠܰܬ݂ܝܳܒ݂ܽܘܬ݂ܳܐ ܡܶܢ ܥܒ݂ܳܕ݂ܶܐ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܘܰܠܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܒ݂ܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:1 1 Daarom zullen we het begin van het woord van de Mšíḥā achterlaten, en tot perfectie komen. Waarom leggen jullie opnieuw een ander fundament voor berouw van dode werken en voor het geloof in God,
2 ܘܰܠܝܽܘܠܦ݁ܳܢܳܐ ܕ݁ܡܰܥܡܽܘܕ݂ܺܝܬ݂ܳܐ ܘܕ݂ܰܣܝܳܡ ܐܺܝܕ݂ܳܐ ܘܠܰܩܝܳܡܬ݁ܳܐ ܕ݁ܡܶܢ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܘܰܠܕ݂ܺܝܢܳܐ ܕ݁ܰܠܥܳܠܰܡ ܀ Bijbel Hebreeën 6:2 2 tot de leer van de doop, en de handoplegging, de opstanding uit het verblijf van de doden en het eeuwige oordeel?
Grieks heeft meervoud.
3 ܐܶܢ ܡܳܪܝܳܐ ܡܰܦ݁ܶܣ ܢܶܥܒ݁ܶܕ݂ ܗܳܕ݂ܶܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:3 3 Als de HEER het toestaat, zullen we dit doen.
4 ܐܶܠܳܐ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܚܺܝܢ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܰܚܕ݂ܳܐ ܙܒ݂ܰܢ ܠܡܰܥܡܽܘܕ݂ܺܝܬ݂ܳܐ ܢܚܶܬ݂ܘ ܘܰܛܥܶܡܘ ܡܰܘܗܰܒ݂ܬ݁ܳܐ ܕ݁ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܘܰܢܣܰܒ݂ܘ ܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:4 4 Maar degenen die ooit tot de doop zijn afgedaald, hebben een gave geproefd die van de hemel is en de Heilige Geest ontvangen,
Grieks heeft 'verlichting'.
5 ܘܰܛܥܶܡܘ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܛܳܒ݂ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܚܰܝܠܳܐ ܕ݁ܥܳܠܡܳܐ ܕ݁ܰܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܀ Bijbel Hebreeën 6:5 5 en ze hebben het goede woord van God en de kracht van de komende wereld geproefd,
6 ܕ݁ܬ݂ܽܘܒ݂ ܢܶܚܛܽܘܢ ܕ݁ܡܶܢ ܕ݁ܪܺܝܫ ܢܶܬ݂ܚܰܕ݁ܬ݂ܽܘܢ ܠܰܬ݂ܝܳܒ݂ܽܘܬ݂ܳܐ ܘܡܶܢ ܕ݁ܪܺܝܫ ܢܶܙܩܦ݂ܽܘܢ ܠܰܒ݂ܪܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܰܢܨܰܥܪܽܘܢ ܀ Bijbel Hebreeën 6:6 6 en ze zouden weer zondigen en opnieuw worden hersteld tot berouw en ze zouden opnieuw de Zoon van God kruisigen en verachten.
1 Johannes 3:6-10 en Hebreeën 10:26
7 ܐܰܪܥܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܶܐܫܬ݁ܝܰܬ݂ ܡܶܛܪܳܐ ܕ݁ܶܐܬ݂ܳܐ ܠܳܗ ܙܰܒ݂ܢܺܝܢ ܣܰܓ݁ܺܝܳܐܢ ܘܰܐܘܥܝܰܬ݂ ܥܶܣܒ݁ܳܐ ܕ݁ܚܳܫܰܚ ܠܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܡܶܛܽܠܳܬ݂ܗܽܘܢ ܡܶܬ݂ܦ݁ܰܠܚܳܐ ܡܩܰܒ݁ܠܳܐ ܒ݁ܽܘܪܟ݁ܬ݂ܳܐ ܡܶܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:7 7 Want de aarde die de regen drinkt die er vaak op valt, zorgt ervoor dat de halm ontspruit, wat nuttig is voor degene die het verbouwt en het ontvangt de zegen van God.
8 ܐܶܢ ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܬ݂ܰܦ݁ܶܩ ܩܽܘܪܛܒ݁ܶܐ ܘܕ݂ܰܪܕ݁ܪܶܐ ܗܳܘܝܳܐ ܠܳܗ ܡܰܣܠܰܝܬ݁ܳܐ ܘܠܳܐ ܪܰܚܺܝܩܳܐ ܡܶܢ ܠܰܘܛܬ݂ܳܐ ܐܶܠܳܐ ܚܰܪܬ݂ܳܗ ܝܰܩܕ݁ܳܢܳܐ ܗܽܘ ܀ Bijbel Hebreeën 6:8 8 Maar als het doornen en distels opbrengt wordt het verworpen en staat het niet ver van een vloek. Uiteindelijk wordt het verbrand.
9 ܡܦ݁ܺܝܣܺܝܢܰܢ ܕ݁ܶܝܢ ܥܠܰܝܟ݁ܽܘܢ ܐܰܚܰܝ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܫܰܦ݁ܺܝܪܳܢ ܘܩܰܪܺܝܒ݂ܳܢ ܠܚܰܝܶܐ ܐܳܦ݂ܶܢ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܡܡܰܠܠܺܝܢܰܢ ܀ Bijbel Hebreeën 6:9 9 Maar wat jullie betreft zijn we overtuigd, mijn broeders, die dingen zijn goed en [horen] bij de redding. Toch moeten we zo spreken.
10 ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܥܰܘܳܠ ܐܰܠܳܗܳܐ ܕ݁ܢܶܛܥܶܐ ܥܒ݂ܳܕ݂ܰܝܟ݁ܽܘܢ ܘܚܽܘܒ݁ܟ݂ܽܘܢ ܗܰܘ ܕ݁ܚܰܘܺܝܬ݁ܽܘܢ ܒ݁ܰܫܡܶܗ ܕ݁ܫܰܡܶܫܬ݁ܽܘܢ ܠܩܰܕ݁ܺܝܫܶܐ ܘܰܡܫܰܡܫܺܝܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Hebreeën 6:10 10 Want God is niet onrechtvaardig, dat hij jullie werken en liefde zou vergeten, die jullie in zijn naam hebben getoond, waarmee jullie de heiligen dienen en hebben gediend.
11 ܨܳܒ݂ܶܝܢܰܢ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫ ܐ݈ܢܳܫ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܗܺܝ ܗܳܕ݂ܶܐ ܚܦ݂ܺܝܛܽܘܬ݂ܳܐ ܢܚܰܘܶܐ ܠܫܽܘܡܠܳܝܳܐ ܕ݁ܣܰܒ݂ܪܟ݂ܽܘܢ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܚܰܪܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:11 11 We willen dat eenieder van jullie deze vasthoudendheid zou hebben, voor de volheid van jullie hoop, zelfs tot het einde.
12 ܘܰܕ݂ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݂ܩܰܛܰܥ ܠܟ݂ܽܘܢ ܐܶܠܳܐ ܕ݁ܬ݂ܶܗܘܽܘܢ ܡܡܰܪܝܳܢܶܐ ܠܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܰܒ݂ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܘܰܒ݂ܢܰܓ݁ܺܝܪܽܘܬ݂ ܪܽܘܚܳܐ ܗܘܰܘ ܝܳܪܬ݁ܶܐ ܕ݁ܡܽܘܠܟ݁ܳܢܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:12 12 Raak niet ontmoedigd; wees echter imitators van degenen die door geloof en een lange adem erfgenamen van de belofte zijn geworden.
13 ܠܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܓ݁ܶܝܪ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܠܰܟ݂ ܠܶܗ ܐܰܠܳܗܳܐ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܠܰܝܬ݁ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܕ݁ܪܰܒ݁ ܡܶܢܶܗ ܕ݁ܢܺܐܡܶܐ ܒ݁ܶܗ ܝܺܡܳܐ ܒ݁ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܀ Bijbel Hebreeën 6:13 13 Toen God aan ʾAbrāhām een belofte deed was er niemand groter dan hijzelf om bij te zweren, dus zwoer hij bij zichzelf.
14 ܘܶܐܡܰܪ ܕ݁ܰܡܒ݂ܰܪܳܟ݂ܽܘ ܐܶܒ݁ܰܪܟ݂ܳܟ݂ ܘܡܰܣܓ݁ܳܝܽܘ ܐܰܣܓ݁ܶܝܟ݂ ܀ Bijbel Hebreeën 6:14 14 Hij zei: "Om je te zegenen, zal ik je zegenen, en om je te vermeerderen, zal ik je vermeerderen."
15 ܘܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܐܶܓ݂ܰܪ ܪܽܘܚܶܗ ܘܩܰܒ݁ܶܠ ܡܽܘܠܟ݁ܳܢܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:15 15 Dus was hij geduldig en ontving hij de belofte.
16 ܒ݁ܢܰܝܢܳܫܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܒ݁ܰܕ݂ܪܰܒ݁ ܡܶܢܗܽܘܢ ܝܳܡܶܝܢ ܘܥܰܠ ܟ݁ܽܠ ܚܶܪܝܳܢ ܕ݁ܗܳܘܶܐ ܒ݁ܰܝܢܳܬ݂ܗܽܘܢ ܫܽܘܠܳܡܳܐ ܫܰܪܺܝܪܳܐ ܒ݁ܡܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܗܳܘܶܐ ܠܶܗ ܀ Bijbel Hebreeën 6:16 16 Want mensen zweren bij iets dat groter is dan zijzelf. En elke strijd die zij onderling hebben, heeft een zeker einde door een eed.
17 ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܝܰܬ݁ܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܨܒ݂ܳܐ ܐܰܠܳܗܳܐ ܕ݁ܰܢܚܰܘܶܐ ܠܝܳܪܬ݁ܶܐ ܕ݁ܡܽܘܠܟ݁ܳܢܳܐ ܕ݁ܫܽܘܘ݈ܕ݁ܳܝܶܗ ܠܳܐ ܡܶܫܬ݁ܰܚܠܰܦ݂ ܘܚܰܒ݂ܫܶܗ ܒ݁ܡܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:17 17 Hierom wilde God de erfgenamen van de belofte nog meer tonen dat zijn belofte niet zou veranderen. Hij heeft het met een eed afgesloten,
18 ܕ݁ܰܒ݂ܬ݂ܰܪܬ݁ܶܝܢ ܨܶܒ݂ܘܳܢ ܕ݁ܠܳܐ ܡܶܫܬ݁ܰܚܠܦ݂ܳܢ ܕ݁ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐܰܠܳܗܳܐ ܕ݁ܰܢܕ݂ܰܓ݁ܶܠ ܒ݁ܗܶܝܢ ܒ݁ܽܘܝܳܐܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܠܰܢ ܕ݁ܶܐܬ݂ܓ݁ܰܘܰܣܢ ܒ݁ܶܗ ܘܢܶܐܚܽܘܕ݂ ܣܰܒ݂ܪܳܐ ܕ݁ܰܡܠܺܝܟ݂ ܠܰܢ ܀ Bijbel Hebreeën 6:18 18 zodat door twee dingen die niet veranderen en God er niet over kan liegen, wij die toevlucht in hem hebben gezocht een grote troost hebben. We kunnen de hoop die ons is beloofd vastgrijpen.
19 ܗܰܘ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܠܰܢ ܐܰܝܟ݂ ܐܶܘܩܺܝܢܳܐ ܕ݁ܰܠܒ݂ܺܝܟ݂ ܒ݁ܢܰܦ݂ܫܰܢ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݁ܙܺܝܥ ܘܥܳܐܶܠ ܠܓ݂ܰܘ ܡܶܢ ܐܰܦ݁ܰܝ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel Hebreeën 6:19 19 Het is als een anker dat onze ziel onroerbaar behoudt en het [tempel]gordijn binnengaat.
20 ܟ݁ܰܪ ܕ݁ܩܰܕ݁ܶܡ ܥܰܠ ܚܠܳܦ݂ܰܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܘܰܗܘܳܐ ܟ݁ܽܘܡܪܳܐ ܠܥܳܠܰܡ ܒ݁ܰܕ݂ܡܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܺܝܙܕ݂ܶܩ ܀ Bijbel Hebreeën 6:20 20 Yešúʿ ging er het eerst voor ons naar binnen en is een eeuwige hogepriester geworden zoals Malkízdeq.
Matteüs 27:51

Bijgewerkt: zondag 20 november 2016
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.