MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 28

1 ܒ݁ܪܰܡܫܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܒ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܳܓ݂ܰܗ ܚܰܕ݂ ܒ݁ܫܰܒ݁ܳܐ ܐܶܬ݂ܳܬ݂ ܡܰܪܝܰܡ ܡܰܓ݂ܕ݁ܠܳܝܬ݁ܳܐ ܘܡܰܪܝܰܡ ܐ݈ܚܪܺܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܶܚܙܝܳܢ ܩܰܒ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:1 1 Op het einde van de sabbat toen de eerste [dag] van de week was begonnen, kwamen Maryam van Māgdālā en de andere Maryam om naar het graf kijken.
letterlijk 'in de avond'.
2 ܘܗܳܐ ܙܰܘܥܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܗܘܳܐ ܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܡܳܪܝܳܐ ܢܚܶܬ݂ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܘܰܩܪܶܒ݂ ܥܰܓ݁ܶܠ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܡܶܢ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܘܝܳܬ݂ܶܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܥܠܶܝܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:2 2 En zie, er was een grote ophef want de engel van de HEER was van de hemel afgedaald en genaderd en hij had de steen van de ingang gerold en zat erop.
of 'aardbeving'
3 ܐܺܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܚܶܙܘܶܗ ܐܰܝܟ݂ ܒ݁ܰܪܩܳܐ ܘܰܠܒ݂ܽܘܫܶܗ ܚܶܘܳܪ ܗ݈ܘܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܬ݁ܰܠܓ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:3 3 Zijn verschijning was als bliksem en zijn kleding zo wit als sneeuw.
4 ܘܡܶܢ ܕ݁ܶܚܠܬ݂ܶܗ ܐܶܬ݁ܬ݁ܙܺܝܥܘ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܢܳܛܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܘܰܗܘܰܘ ܐܰܝܟ݂ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:4 4 Uit vrees voor hem waren degenen die bewaakten geschokt en werden ze als doden.
5 ܥܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܢܶܫܶܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܶܝܢ ܠܳܐ ܬ݁ܶܕ݂ܚܠܳܢ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܰܠܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܐܙܕ݁ܩܶܦ݂ ܒ݁ܳܥܝܳܢ ܐܢ݈ܬ݁ܶܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:5 5 Maar de engel zei tegen de vrouwen: "Vrees niet! Want ik weet dat u Yešúʿ zoekt, die werd opgehangen.
6 ܠܳܐ ܗܘܳܐ ܬ݁ܢܳܢ ܩܳܡ ܠܶܗ ܓ݁ܶܝܪ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܶܐܡܰܪ ܬ݁ܳܐܝܶܝܢ ܚܙܳܝܶܝܢ ܕ݁ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܣܺܝܡ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܳܗ ܡܳܪܰܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:6 6 Hij is niet hier, want hij is opgestaan zoals hij heeft gezegd. Kom de plaats zien waar onze Heer heeft gelegen,
7 ܘܙܶܠܶܝܢ ܒ݁ܰܥܓ݂ܰܠ ܐܶܡܰܪܶܝܢ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܩܳܡ ܡܶܢ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܘܗܳܐ ܩܳܕ݂ܶܡ ܠܟ݂ܽܘܢ ܠܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܬ݁ܰܡܳܢ ܬ݁ܶܚܙܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܗܳܐ ܐܶܡܪܶܬ݂ ܠܟ݂ܶܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:7 7 en ga snel en zeg tegen zijn leerlingen dat hij uit het verblijf van de doden is opgestaan en zie, hij gaat u voor naar Glílā, waar u hem zult zien. Zie, ik heb u gezegd!"
8 ܘܶܐܙܰܠ ܥܓ݂ܰܠ ܡܶܢ ܩܰܒ݂ܪܳܐ ܒ݁ܕ݂ܶܚܠܬ݂ܳܐ ܘܰܒ݂ܚܰܕ݂ܽܘܬ݂ܳܐ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܘܪܳܗܛܳܢ ܕ݁ܢܺܐܡܪܳܢ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:8 8 En ze gingen snel van het graf weg en renden met ontzag en grote vreugde om het aan zijn leerlingen te zeggen.
9 ܘܗܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܦ݁ܓ݂ܰܥ ܒ݁ܗܶܝܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܶܝܢ ܫܠܳܡ ܠܟ݂ܶܝܢ ܗܶܢܶܝܢ ܕ݁ܶܝܢ ܩܪܶܒ݂ ܐܶܚܰܕ݂ ܪܶܓ݂ܠܰܘܗ݈ܝ ܘܰܣܓ݂ܶܕ݂ܶܝܢ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:9 9 En zie, Yešúʿ ontmoette hen en zei tegen hen: "Vrede met u!" Maar ze kwamen en hielden zijn voeten vast en aanbaden hem.
10 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܗܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܠܳܐ ܬ݁ܶܕ݂ܚܠܳܢ ܐܶܠܳܐ ܙܶܠܶܝܢ ܐܶܡܰܪܶܝܢ ܠܰܐܚܰܝ ܕ݁ܢܺܐܙܽܠ݈ܘܢ ܠܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܘܬ݂ܰܡܳܢ ܢܶܚܙܽܘܢܳܢܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:10 10 Toen zei Yešúʿ tegen hen: "Vrees niet! Ga en vertel mijn broeders dat ze naar Glílā gaan en me daar zullen zien."
11 ܟ݁ܰܕ݂ ܐܶܙܰܠܶܝܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܬ݂ܰܘ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܡܶܢ ܩܶܣܛܽܘܢܳܪܶܐ ܗܳܢܽܘܢ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܘܶܐܡܰܪܘ ܠܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܟ݁ܽܠ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܰܗܘܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:11 11 Terwijl ze onderweg waren, gingen de wachten naar de stad en vertelden alles wat er was gebeurd aan de overpriesters.
12 ܘܶܐܬ݂ܟ݁ܰܢܰܫܘ ܥܰܡ ܩܰܫܺܝܫܶܐ ܘܰܢܣܰܒ݂ܘ ܡܶܠܟ݁ܳܐ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ܘ ܟ݁ܶܣܦ݁ܳܐ ܠܳܐ ܙܥܽܘܪ ܠܩܶܣܛܽܘܢܳܪܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:12 12 En ze vergaderden met de oudsten en hielden een raad en ze gaven niet weinig zilver aan de wachten.
13 ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܗܽܘܢ ܐܶܡܰܪܘ ܕ݁ܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܶܬ݂ܰܘ ܓ݁ܰܢܒ݁ܽܘܗ݈ܝ ܒ݁ܠܺܠܝܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܰܡܟ݁ܺܝܢ ܚ݈ܢܰܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:13 13 En ze zeiden tegen hen: "Zeg dat zijn leerlingen in de nacht zijn gekomen om het te stelen terwijl we sliepen.
14 ܘܶܐܢ ܐܶܫܬ݁ܰܡܥܰܬ݂ ܗܳܕ݂ܶܐ ܩܕ݂ܳܡ ܗܺܓ݂ܡܽܘܢܳܐ ܚܢܰܢ ܡܦ݁ܺܝܣܺܝܢ ܚ݈ܢܰܢ ܠܶܗ ܘܰܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܠܳܐ ܨܶܦ݂ܬ݂ܳܐ ܥܳܒ݂ܕ݁ܺܝܢ ܚ݈ܢܰܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:14 14 Zou dit gehoord worden door de gouverneur [dan] zullen we hem ompraten en hoeven jullie je geen zorgen te maken."
Handelingen 12:19
15 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܢܣܰܒ݂ܘ ܟ݁ܶܣܦ݁ܳܐ ܥܒ݂ܰܕ݂ܘ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܰܐܠܶܦ݂ܘ ܐܶܢܽܘܢ ܘܢܶܦ݂ܩܰܬ݂ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܝܰܘܡܳܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:15 15 Zij namen het zilver aan en deden zoals zij hun hadden geleerd. Dit woord is onder de Joden verspreid tot op de dag van vandaag.
16 ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܚܕ݂ܰܥܣܰܪ ܐܶܙܰܠܘ ܠܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܠܛܽܘܪܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܘܰܥܶܕ݂ ܐܶܢܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:16 16 De elf leerlingen vertrokken dan naar Glílā, naar de berg waar Yešúʿ met hen had afgesproken.
17 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܚܙܰܐܘܽܗ݈ܝ ܣܓ݂ܶܕ݂ܘ ܠܶܗ ܡܶܢܗܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܬ݂ܦ݁ܰܠܰܓ݂ܘ ܗ݈ܘܰܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:17 17 Toen ze hem zagen aanbaden ze hem, maar sommigen waren verdeeld.
18 ܘܰܩܪܶܒ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܡܰܠܶܠ ܥܰܡܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܶܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܺܝ ܟ݁ܽܠ ܫܽܘܠܛܳܢ ܒ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܘܒ݂ܰܐܪܥܳܐ ܘܰܐܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܫܰܕ݁ܪܰܢܝ ܐܳܒ݂ܝ ܡܫܰܕ݁ܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:18 18 Yešúʿ naderde en sprak met hen en zei tegen hen: "Al het gezag in de hemel en op aarde is mij gegeven en zoals mijn Vader mij heeft gezonden, zend ik jullie.
Alleen in PNT.
19 ܙܶܠܘ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܬ݁ܰܠܡܶܕ݂ܘ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܘܰܐܥܡܶܕ݂ܘ ܐܶܢܽܘܢ ܒ݁ܫܶܡ ܐܰܒ݂ܳܐ ܘܰܒ݂ܪܳܐ ܘܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:19 19 Ga daarom, onderwijs alle volken en doop hen in de naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest,
(Ar.) Talmed. in de naam: Handelingen 8:15,16 10:48 19:5 Romeinen 6:3 Galaten 3:27
20 ܘܰܐܠܶܦ݂ܘ ܐܶܢܽܘܢ ܕ݁ܢܶܛܪܽܘܢ ܟ݁ܽܠ ܡܳܐ ܕ݁ܦ݂ܰܩܶܕ݁ܬ݁ܟ݂ܽܘܢ ܘܗܳܐ ܐܶܢܳܐ ܥܰܡܟ݂ܽܘܢ ܐ݈ܢܳܐ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܫܽܘܠܳܡܶܗ ܕ݁ܥܳܠܡܳܐ ܐܰܡܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 28:20 20 en leer hun alles te onderhouden wat ik jullie heb geboden. En zie, ik ben alle dagen met jullie tot aan het einde van de wereld. Amen."

Bijgewerkt: donderdag 26 april 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.