MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 4

1 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܬ݂ܕ݁ܒ݂ܰܪ ܡܶܢ ܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܠܡܰܕ݂ܒ݁ܪܳܐ ܕ݁ܢܶܬ݂ܢܰܣܶܐ ܡܶܢ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:1 1 Daarna werd Yešúʿ door de Heilige Geest naar de wildernis geleid om beproefd te worden door de aanklager.
2 ܘܨܳܡ ܐܰܪܒ݁ܥܺܝܢ ܝܰܘܡܺܝܢ ܘܰܐܪܒ݁ܥܺܝܢ ܠܰܝܠܰܘܳܢ ܐ݈ܚܪܳܝܰܬ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܦ݂ܶܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:2 2 En hij vastte veertig dagen en veertig nachten en kreeg op het laatst honger.
3 ܘܰܩܪܶܒ݂ ܗܰܘ ܕ݁ܰܡܢܰܣܶܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܶܢ ܒ݁ܪܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܐܶܡܰܪ ܕ݁ܗܳܠܶܝܢ ܟ݁ܺܐܦ݂ܶܐ ܢܶܗܘܝܳܢ ܠܰܚܡܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:3 3 De verleider kwam en zei tegen hem: "Als u de Zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen brood worden."
4 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܥܢܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܕ݁ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܠܰܚܡܳܐ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܚܳܝܶܐ ܒ݁ܰܪܢܳܫܳܐ ܐܶܠܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠ ܡܶܠܳܐ ܕ݁ܢܳܦ݂ܩܳܐ ܡܶܢ ܦ݁ܽܘܡܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:4 4 Maar hij antwoordde en zei: "Er staat geschreven:
'Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van elk woord dat uit de mond van God voortkomt'.
Deuteronomium 8:3.
de HEER (Syn)
5 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܒ݂ܪܶܗ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢܰܬ݂ ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܘܰܐܩܺܝܡܶܗ ܥܰܠ ܟ݁ܶܢܦ݂ܳܐ ܕ݁ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:5 5 Toen nam de aanklager hem naar de heilige stad en deed hem op een spits van de tempel staan.
6 ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܶܢ ܒ݁ܪܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܫܕ݂ܺܝ ܢܰܦ݂ܫܳܟ݂ ܠܬ݂ܰܚܬ݁ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܰܠܡܰܠܰܐܟ݂ܰܘܗ݈ܝ ܢܦ݂ܰܩܶܕ݂ ܥܠܰܝܟ݁ ܘܥܰܠ ܐܺܝܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܢܶܫܩܠܽܘܢܳܟ݂ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݁ܩܶܠ ܒ݁ܟ݂ܺܐܦ݂ܳܐ ܪܶܓ݂ܠܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:6 6 En hij zei tegen hem: "Als u de Zoon van God bent, werp u dan naar beneden, want er staat geschreven:'Hij zal zijn engelen gebieden voor u en ze zullen u op hun handen dragen zodat uw voet geen steen stoot'.
Psalmen 91:11.
7 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܢܰܣܶܐ ܠܡܳܪܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:7 7 Yešúʿ zei tegen hem: "Nogmaals, er staat geschreven:'U zult de HEER, uw God, niet beproeven'.
8 ܬ݁ܽܘܒ݂ ܕ݁ܰܒ݂ܪܶܗ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܠܛܽܘܪܳܐ ܕ݁ܛܳܒ݂ ܪܳܡ ܘܚܰܘܝܶܗ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܡܰܠܟ݁ܘܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܥܳܠܡܳܐ ܘܫܽܘܒ݂ܚܗܶܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:8 8 Weer nam de aanklager hem mee naar een zeer hoge berg en toonde hem alle koninkrijken van de wereld en hun glorie,
9 ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܗܳܠܶܝܢ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܠܳܟ݂ ܐܶܬ݁ܶܠ ܐܶܢ ܬ݁ܶܦ݁ܶܠ ܬ݁ܶܣܓ݁ܽܘܕ݂ ܠܺܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:9 9 en zei tegen hem: "Dit alles zal ik u geven als u neervalt en mij aanbidt!"
10 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܙܶܠ ܠܳܟ݂ ܣܳܛܳܢܳܐ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܰܠܡܳܪܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܟ݂ ܬ݁ܶܣܓ݁ܽܘܕ݂ ܘܠܶܗ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܬ݁ܶܦ݂ܠܽܘܚ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:10 10 Toen zei Yešúʿ tegen hem: "Verdwijn Sāṭānā! Want er staat geschreven:
'De HEER, uw God zult u aanbidden en hem alleen zult u dienen'.
'Tegenstander'.
Deuteronomium 6:13
11 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܫܰܒ݂ܩܶܗ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܘܗܳܐ ܡܰܠܰܐܟ݂ܶܐ ܩܪܶܒ݂ܘ ܘܰܡܫܰܡܫܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:11 11 Daarna verliet de aanklager hem en zie, engelen kwamen en bedienden hem!
12 ܟ݁ܰܕ݂ ܫܡܰܥ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܐܶܫܬ݁ܠܶܡ ܫܰܢܺܝ ܠܶܗ ܠܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:12 12 Toen Yešúʿ hoorde dat Yúḥanān was gearresteerd, vertrok hij naar Glílā.
13 ܘܫܰܒ݂ܩܳܗ ܠܢܳܨܪܰܬ݂ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܥܡܰܪ ܒ݁ܰܟ݂ܦ݂ܰܪܢܰܚܽܘܡ ܥܰܠ ܝܰܕ݂ ܝܰܡܳܐ ܒ݁ܰܬ݂ܚܽܘܡܳܐ ܕ݁ܰܙܒ݂ܳܘܠܽܘܢ ܘܰܕ݂ܢܰܦ݂ܬ݁ܳܠܺܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:13 13 Nadat hij Nāṣrat had verlaten, ging hij in Kfar-Naḥum bij het meer wonen, aan de grens van Zabālún en Naftālí,
14 ܕ݁ܢܶܬ݂ܡܰܠܶܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܶܐܬ݂ܶܐܡܰܪ ܒ݁ܝܰܕ݂ ܐܶܫܰܥܝܳܐ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܕ݁ܶܐܡܰܪ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:14 14 zodat vervuld zou worden wat gesproken was door de profeet ʾEšʿayā die zei:
15 ܐܰܪܥܳܐ ܕ݁ܰܙܒ݂ܳܘܠܽܘܢ ܐܰܪܥܳܐ ܕ݁ܢܰܦ݂ܬ݁ܳܠܺܝ ܐܽܘܪܚܳܐ ܕ݁ܝܰܡܳܐ ܥܶܒ݂ܪܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܝܽܘܪܕ݁ܢܳܢ ܓ݁ܠܺܝܠܳܐ ܕ݁ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:15 15 "Land van Zabālún en land van Naftālí, [langs de] zeeweg, aan de overkant van de Yúrdnān, Glílā van de volken
Jesaja 8:23-9:2.
16 ܥܰܡܳܐ ܕ݁ܝܳܬ݂ܶܒ݂ ܒ݁ܚܶܫܽܘܟ݂ܳܐ ܢܽܘܗܪܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܚܙܳܐ ܘܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܝܳܬ݂ܒ݁ܺܝܢ ܒ݁ܰܐܬ݂ܪܳܐ ܘܰܒ݂ܛܶܠܳܠܶܐ ܕ݁ܡܰܘܬ݁ܳܐ ܢܽܘܗܪܳܐ ܕ݁ܢܰܚ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:16 16 Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht gezien en degenen die in het land van schaduw en dood woonden aan hen is een licht verschenen."
17 ܡܶܢ ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܫܰܪܺܝ ܝܶܫܽܘܥ ܠܡܰܟ݂ܪܳܙܽܘ ܘܰܠܡܺܐܡܰܪ ܬ݁ܽܘܒ݂ܘ ܩܶܪܒ݁ܰܬ݂ ܠܳܗ ܓ݁ܶܝܪ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:17 17 Vanaf die tijd begon Yešúʿ te verkondigen en te spreken: "Heb berouw want het koninkrijk van de hemel is genaderd!"
18 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܡܗܰܠܶܟ݂ ܥܰܠ ܝܰܕ݂ ܝܰܡܳܐ ܕ݁ܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܚܙܳܐ ܬ݁ܪܶܝܢ ܐܰܚܺܝܢ ܫܶܡܥܽܘܢ ܕ݁ܶܐܬ݂ܩܪܺܝ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܘܰܐܢܕ݁ܪܶܐܘܳܣ ܐܰܚܽܘܗ݈ܝ ܕ݁ܪܳܡܶܝܢ ܡܨܺܝܕ݂ܳܬ݂ܳܐ ܒ݁ܝܰܡܳܐ ܐܺܝܬ݂ܰܝܗܽܘܢ ܗ݈ܘܰܘ ܓ݁ܶܝܪ ܨܰܝܳܕ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:18 18 Terwijl hij langs het meer van Glílā liep, zag hij twee broers, Šemʿún die Kiʾfā werd genoemd en zijn broer ʾAndreās, hun netten in het meer werpen want ze waren vissers.
19 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܬ݁ܰܘ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪܝ ܘܶܐܥܒ݁ܶܕ݂ܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܬ݂ܶܗܘܽܘܢ ܨܰܝܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܰܒ݂ܢܰܝ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:19 19 En hij zei tegen hen: "Volg mij en ik zal jullie vissers van mensen maken."
20 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܚܕ݂ܳܐ ܫܒ݂ܰܩܘ ܡܨܺܝܕ݂ܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܶܐܙܰܠܘ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:20 20 Onmiddellijk verlieten ze hun netten en volgden hem.
21 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܥܒ݂ܰܪ ܡܶܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܚܙܳܐ ܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܐܰܚܶܐ ܬ݁ܪܶܝܢ ܝܰܥܩܽܘܒ݂ ܒ݁ܰܪ ܙܰܒ݂ܕ݂ܰܝ ܘܝܽܘܚܰܢܳܢ ܐܰܚܽܘܗ݈ܝ ܒ݁ܶܐܠܦ݂ܳܐ ܥܰܡ ܙܰܒ݂ܕ݂ܰܝ ܐܰܒ݂ܽܘܗܽܘܢ ܕ݁ܰܡܬ݂ܰܩܢܺܝܢ ܡܨܺܝܕ݂ܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܰܩܪܳܐ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:21 21 Terwijl hij verder liep, zag hij twee andere broers, Yaʿqúb [zoon] van Zabday en zijn broer Yúḥanān, in de boot met hun vader Zabday hun netten voorbereiden en hij riep hen.
22 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܚܕ݂ܳܐ ܫܒ݂ܰܩܘ ܠܶܐܠܦ݂ܳܐ ܘܠܰܐܒ݂ܽܘܗܽܘܢ ܘܶܐܙܰܠܘ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:22 22 Onmiddellijk verlieten ze de boot en hun vader en volgden hem.
23 ܘܡܶܬ݂ܟ݁ܪܶܟ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܒ݁ܟ݂ܽܠܳܗ ܓ݁ܠܺܝܠܳܐ ܘܡܰܠܶܦ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܡܰܟ݂ܪܶܙ ܣܒ݂ܰܪܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܘܡܰܐܣܶܐ ܟ݁ܽܠ ܟ݁ܺܐܒ݂ ܘܟ݂ܽܘܪܗܳܢ ܒ݁ܥܰܡܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:23 23 En Yešúʿ reisde door heel Glílā en hij leerde in hun synagogen en verkondigde de boodschap van het koninkrijk en genas elke pijn en elke ziekte onder het volk.
24 ܘܶܐܫܬ݁ܡܰܥ ܛܶܒ݁ܶܗ ܒ݁ܟ݂ܽܠܳܗ ܣܽܘܪܺܝܰܐ ܘܩܰܪܶܒ݂ܘ ܠܶܗ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܒ݂ܺܝܫ ܒ݁ܺܝܫ ܥܒ݂ܺܝܕ݂ܺܝܢ ܒ݁ܟ݂ܽܘܪܗܳܢܶܐ ܡܫܰܚܠܦ݂ܶܐ ܘܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܐܠܺܝܨܺܝܢ ܒ݁ܬ݂ܰܫܢܺܝܩܶܐ ܘܕ݂ܰܝܘܳܢܶܐ ܘܰܕ݂ܒ݂ܰܪ ܐܶܓ݁ܳܪܶܐ ܘܰܡܫܰܪܰܝܳܐ ܘܰܐܣܺܝ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:24 24 Zijn reputatie werd in heel Súríyaʾ gehoord. Men bracht hem allen die het te kwaad hadden met verschillende ziekten die door pijn werden onderdrukt, bezetenen, epileptici en verlamden. En hij genas hen.
'bar-Agra' (zoon van het dak) of 'maanziek'.
25 ܘܶܐܙܰܠܘ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܡܶܢ ܓ݁ܠܺܝܠܳܐ ܘܡܶܢ ܥܶܣܪܰܬ݂‌ܡ̈ܕ݂ܺܝܢܳܬ݂ܳܐ ܘܡܶܢ ܐܽܘܪܺܫܠܶܡ ܘܡܶܢ ܝܺܗܽܘܕ݂ ܘܡܶܢ ܥܶܒ݂ܪܳܐ ܕ݁ܝܽܘܪܕ݁ܢܳܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 4:25 25 En grote menigten volgden hem, vanuit Glílā, de Tien Steden, ʾÚrišlem en Yihúd en vanuit de overkant van de Yúrdnān.

Bijgewerkt: donderdag 26 april 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.