MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 9

1 ܘܰܣܠܶܩ ܠܶܐܠܦ݂ܳܐ ܘܰܥܒ݂ܰܪ ܐܶܬ݂ܳܐ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:1 1 En hij stapte in een boot, stak over en kwam in zijn eigen stad.
2 ܘܩܰܪܶܒ݂ܘ ܠܶܗ ܡܫܰܪܝܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܪܡܶܐ ܒ݁ܥܰܪܣܳܐ ܘܰܚܙܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܰܘ ܡܫܰܪܝܳܐ ܐܶܬ݂ܠܰܒ݈݁ܒ݂ ܒ݁ܶܪܝ ܫܒ݂ܺܝܩܺܝܢ ܠܳܟ݂ ܚܛܳܗܰܝܟ݁ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:2 2 En men bracht hem een verlamde die op een draagbed lag. Toen Yešúʿ hun geloof zag, zei hij tegen de verlamde: "Schep moed, mijn zoon, je zonden zijn vergeven!"
3 ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܢ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܐܶܡܰܪܘ ܒ݁ܢܰܦ݂ܫܗܽܘܢ ܗܳܢܳܐ ܡܓ݂ܰܕ݁ܶܦ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:3 3 Maar sommige van de schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: "Hij lastert!"
4 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܝܺܕ݂ܰܥ ܡܰܚܫܒ݂ܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܳܢܳܐ ܡܶܬ݂ܚܰܫܒ݂ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܒ݁ܺܝܫܬ݁ܳܐ ܒ݁ܠܶܒ݁ܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:4 4 Maar Yešúʿ kende hun gedachten en zei tegen hen: "Waarom overlegt u het kwaad in uw hart?
5 ܡܳܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܦ݁ܫܺܝܩ ܠܡܺܐܡܰܪ ܕ݁ܰܫܒ݂ܺܝܩܺܝܢ ܠܳܟ݂ ܚܛܳܗܰܝܟ݁ ܐܰܘ ܠܡܺܐܡܰܪ ܩܽܘܡ ܗܰܠܶܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:5 5 Want wat is eenvoudiger te zeggen: je zonden zijn vergeven of: sta en loop?
6 ܕ݁ܬ݂ܶܕ݁ܥܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܰܒ݂ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܒ݁ܰܐܪܥܳܐ ܠܡܶܫܒ݁ܰܩ ܚܛܳܗܶܐ ܐܶܡܰܪ ܠܗܰܘ ܡܫܰܪܝܳܐ ܩܽܘܡ ܫܩܽܘܠ ܥܰܪܣܳܟ݂ ܘܙܶܠ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:6 6 Dat u zult weten dat de Mensenzoon het gezag heeft op aarde om zonden te vergeven." Toen zei hij tegen de verlamde: "Sta op, neem je draagbed op en ga naar je huis!"
7 ܘܩܳܡ ܐܶܙܰܠ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:7 7 Daarna stond hij op en ging naar huis.
8 ܟ݁ܰܕ݂ ܚܙܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܚܶܠܘ ܘܫܰܒ݁ܰܚܘ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܕ݁ܝܰܗ݈ܒ݂ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܕ݁ܰܐܝܟ݂ ܗܳܢܳܐ ܠܰܒ݂ܢܰܝܢܳܫܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:8 8 Toen de menigten dit hadden gezien, vreesden ze en prezen ze God, die een gezag zoals dit aan mensen geeft.
9 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܥܒ݂ܰܪ ܝܶܫܽܘܥ ܡܶܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܚܙܳܐ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܕ݁ܝܳܬ݂ܶܒ݂ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܡܳܟ݂ܣܶܐ ܕ݁ܰܫܡܶܗ ܡܰܬ݁ܰܝ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܬ݁ܳܐ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪܝ ܘܩܳܡ ܐܶܙܰܠ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:9 9 Toen Yešúʿ van daar was weggegaan, zag hij in het belastingkantoor iemand, met de naam Mattay, zitten. Hij zei tegen hem: "Kom, volg mij!" En hij stond op en volgde hem.
10 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܣܡܺܝܟ݂ܺܝܢ ܒ݁ܒ݂ܰܝܬ݁ܳܐ ܐܶܬ݂ܰܘ ܡܳܟ݂ܣܶܐ ܘܚܰܛܳܝܶܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܐܶܣܬ݁ܡܶܟ݂ܘ ܥܰܡ ܝܶܫܽܘܥ ܘܥܰܡ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:10 10 Terwijl ze in het huis aanlagen, kwamen er vele belastinginners en zondaars en ze lagen aan, met Yešúʿ en zijn leerlingen.
11 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܚܙܰܘ ܦ݁ܪܺܝܫܶܐ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܠܡܳܢܳܐ ܥܰܡ ܡܳܟ݂ܣܶܐ ܘܚܰܛܳܝܶܐ ܠܳܥܶܣ ܪܰܒ݁ܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:11 11 Toen de Afgescheidenen dit zagen, zeiden ze tegen zijn leerlingen: "Waarom eet uw rabbi met de belastinginners en zondaars?"
12 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܫܡܰܥ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܠܳܐ ܣܢܺܝܩܺܝܢ ܚܠܺܝܡܶܐ ܥܰܠ ܐܳܣܝܳܐ ܐܶܠܳܐ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܒ݂ܺܝܫܳܐܝܺܬ݂ ܥܒ݂ܺܝܕ݂ܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:12 12 Yešúʿ hoorde het echter, en zei tegen hen: "Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken!
13 ܙܶܠܘ ܝܺܠܰܦ݂ܘ ܡܳܢܰܘ ܚܢܳܢܳܐ ܒ݁ܳܥܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܘܠܳܐ ܕ݁ܶܒ݂ܚܬ݂ܳܐ ܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܐܶܬ݂ܺܝܬ݂ ܕ݁ܶܐܩܪܶܐ ܠܙܰܕ݁ܺܝܩܶܐ ܐܶܠܳܐ ܠܚܰܛܳܝܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:13 13 Ga en leer wat dit betekent: Mededogen wil ik en geen offer', want ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen te roepen, maar de zondaars."
Hosea 6:6.
14 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܩܪܶܒ݂ܘ ܠܶܗ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܡܳܢܳܐ ܚܢܰܢ ܘܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܨܳܝܡܺܝܢ ܚ݈ܢܰܢ ܣܰܓ݁ܺܝ ܘܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܝܟ݁ ܠܳܐ ܨܳܝܡܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:14 14 Toen kwamen de leerlingen van Yúḥanān bij hem en ze vroegen hem: "Waarom vasten wij en de Afgescheidenen wel maar veel van uw leerlingen niet?"
15 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܰܠܡܳܐ ܡܶܫܟ݁ܚܺܝܢ ܒ݁ܢܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܰܓ݂ܢܽܘܢܳܐ ܠܰܡܨܳܡ ܟ݁ܡܳܐ ܕ݁ܚܰܬ݂ܢܳܐ ܥܰܡܗܽܘܢ ܐܳܬ݂ܶܝܢ ܕ݁ܶܝܢ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܢܶܫܬ݁ܩܶܠ ܡܶܢܗܽܘܢ ܚܰܬ݂ܢܳܐ ܘܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܢܨܽܘܡܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:15 15 Yešúʿ zei tegen hen: "Kunnen degenen van de receptie vasten zolang de bruidegom met hen is? De dagen zullen echter komen wanneer de bruidegom van hen weggenomen zal zijn. Daarna zullen zij vasten.
16 ܠܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܪܳܡܶܐ ܐܽܘܪܩܰܥܬ݂ܳܐ ܚܕ݂ܰܬ݂ܳܐ ܥܰܠ ܢܰܚܬ݁ܳܐ ܒ݁ܠܳܝܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݁ܽܘܦ݂ ܡܰܠܝܽܘܬ݂ܳܗ ܡܶܢ ܗܰܘ ܢܰܚܬ݁ܳܐ ܘܢܶܗܘܶܐ ܒ݁ܶܙܥܳܐ ܝܰܬ݁ܺܝܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:16 16 Niemand zet een nieuw lapje op een oud kledingstuk, zodat het lapje niet aan het kledingstuk trekt en de scheur groter wordt.
17 ܘܠܳܐ ܪܳܡܶܝܢ ܚܰܡܪܳܐ ܚܰܕ݂݈ܬ݂ܳܐ ܒ݁ܙܶܩܶܐ ܒ݁ܠܳܝܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܡܶܨܛܰܪܝܳܢ ܙܶܩܶܐ ܘܚܰܡܪܳܐ ܡܶܬ݂ܶܐܫܶܕ݂ ܘܙܶܩܶܐ ܐܳܒ݂ܕ݁ܳܢ ܐܶܠܳܐ ܪܳܡܶܝܢ ܚܰܡܪܳܐ ܚܰܕ݂݈ܬ݂ܳܐ ܒ݁ܙܶܩܶܐ ܚܰܕ݂݈ܬ݁ܳܬ݂ܳܐ ܘܰܬ݂ܪܰܝܗܽܘܢ ܡܶܬ݂ܢܰܛܪܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:17 17 Ook doet men geen jonge wijn in oude zakken, zodat ze niet barsten en de wijn vergoten raakt en de zakken verloren gaan. Men doet jonge wijn echter in nieuwe zakken en beide blijven behouden."
18 ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܗܳܠܶܝܢ ܡܡܰܠܶܠ ܗ݈ܘܳܐ ܥܰܡܗܽܘܢ ܐܶܬ݂ܳܐ ܐܰܪܟ݂ܽܘܢܳܐ ܚܰܕ݂ ܩܪܶܒ݂ ܣܓ݂ܶܕ݂ ܠܶܗ ܘܶܐܡܰܪ ܒ݁ܪ݈ܰܬ݂ܝ ܗܳܫܳܐ ܡܺܝܬ݂ܰܬ݂ ܐܶܠܳܐ ܬ݁ܳܐ ܣܺܝܡ ܐܺܝܕ݂ܳܟ݂ ܥܠܶܝܗ ܘܬ݂ܺܚܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:18 18 Terwijl hij deze dingen met hen sprak, kwam daar een leider, hij naderde, boog voor hem en zei: "Mijn dochter is net gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en ze zal leven!"
19 ܘܩܳܡ ܝܶܫܽܘܥ ܘܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܶܐܙܰܠܘ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:19 19 Yešúʿ stond op en zijn leerlingen volgden hem.
20 ܘܗܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܪܳܕ݂ܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܡܳܗ ܫܢܺܝܢ ܬ݁ܰܪܬ݁ܰܥܶܣܪܶܐ ܐܶܬ݂ܳܬ݂ ܡܶܢ ܒ݁ܶܣܬ݁ܪܶܗ ܘܩܶܪܒ݁ܰܬ݂ ܠܩܰܪܢܳܐ ܕ݁ܰܠܒ݂ܽܘܫܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:20 20 Zie, een vrouw wiens bloed [al] twaalf jaar vloeide. Ze naderde hem van achter en raakte de rand van zijn kleding aan.
21 ܐܳܡܪܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܓ݁ܶܝܪ ܒ݁ܢܰܦ݂ܫܳܗ ܐܳܦ݂ܶܢ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܠܡܳܐܢܶܗ ܩܳܪܒ݁ܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܡܶܬ݂ܰܐܣܝܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:21 21 Want ze zei bij zichzelf: "Als ik slechts zijn kleding aanraak, zal ik genezen zijn."
22 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܬ݂ܦ݁ܢܺܝ ܚܙܳܗ ܘܶܐܡܰܪ ܠܳܗ ܐܶܬ݂ܠܰܒ݈݁ܒ݂ܝ ܒ݁ܪ݈ܰܬ݂ܝ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܶܟ݂ܝ ܐܰܚܝܰܬ݂ܶܟ݂ܝ ܘܶܐܬ݂ܰܐܣܝܰܬ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܝ ܡܶܢ ܗܳܝ ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:22 22 Maar Yešúʿ keerde zich om, keek, en zei: "Schep moed, mijn dochter! Je geloof deed je leven." En de vrouw was vanaf dat moment genezen.
23 ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܶܗ ܕ݁ܰܐܪܟ݂ܽܘܢܳܐ ܘܰܚܙܳܐ ܙܰܡܳܪܶܐ ܘܟ݂ܶܢܫܶܐ ܕ݁ܡܶܫܬ݁ܰܓ݂ܫܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:23 23 Toen Yešúʿ in het huis van de leider kwam, zag hij de fluitspelers en de opzwepende menigten.
24 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܦ݁ܪܽܘܩܘ ܠܟ݂ܽܘܢ ܛܠܺܝܬ݂ܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܠܳܐ ܡܺܝܬ݂ܰܬ݂ ܐܶܠܳܐ ܕ݁ܰܡܟ݁ܳܐ ܗ݈ܝ ܘܓ݂ܳܚܟ݁ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:24 24 Hij zei: "Maak plaats, want het meisje is niet gestorven maar ze slaapt!" En ze lachten hem uit.
25 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܰܦ݁ܶܩ ܠܟ݂ܶܢܫܶܐ ܥܰܠ ܐܰܚܕ݁ܳܗ ܒ݁ܺܐܝܕ݂ܳܗ ܘܩܳܡܰܬ݂ ܛܠܺܝܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:25 25 Toen hij de menigten naar buiten had laten gaan, ging hij naar binnen, pakte haar hand vast en het meisje stond op.
26 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܛܶܒ݁ܳܐ ܗܳܢܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠܳܗ ܐܰܪܥܳܐ ܗܳܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:26 26 En dit bericht ging uit tot die gehele streek.
27 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܥܒ݂ܰܪ ܝܶܫܽܘܥ ܡܶܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܕ݁ܰܒ݂ܩܽܘܗ݈ܝ ܣܡܰܝܳܐ ܬ݁ܪܶܝܢ ܕ݁ܩܳܥܶܝܢ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܐܶܬ݂ܪܰܚܰܡ ܥܠܰܝܢ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܕ݂ܰܘܺܝܕ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:27 27 Nadat Yešúʿ van die plaats vertrok, volgden hem twee blinden, die riepen en zeiden: "Heb medelijden met ons, zoon van Dawid!"
28 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܶܬ݂ܳܐ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܳܐ ܩܪܶܒ݂ܘ ܠܶܗ ܗܳܢܽܘܢ ܣܡܰܝܳܐ ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܡܗܰܝܡܢܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܠܡܶܥܒ݁ܰܕ݂ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܐܺܝܢ ܡܳܪܰܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:28 28 Toen hij in een huis was gekomen, werden die blinde mannen bij hem gebracht. Yešúʿ zei tegen hen: "Gelooft u dat ik dit kan doen?" Ze zeiden tegen hem: "Ja, onze Heer!"
29 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܩܪܶܒ݂ ܠܥܰܝܢܰܝܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܗܰܝܡܶܢܬ݁ܽܘܢ ܢܶܗܘܶܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:29 29 Toen raakte hij hun ogen aan en zei: "Zoals u gelooft zal het zijn."
30 ܘܡܶܚܕ݂ܳܐ ܐܶܬ݂ܦ݁ܰܬ݁ܰܚ ܥܰܝܢܰܝܗܽܘܢ ܘܰܟ݂ܐܳܐ ܒ݁ܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܚܙܰܘ ܠܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܢܶܕ݁ܰܥ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:30 30 Onmiddellijk werden hun ogen geopend en Yešúʿ verbood hen en zei: "Zorg dat niemand het te weten komt."
31 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܢܦ݂ܰܩܘ ܐܰܛܒ݁ܽܘܗ݈ܝ ܒ݁ܟ݂ܽܠܳܗ ܐܰܪܥܳܐ ܗܳܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:31 31 Maar ze gingen voort en ze verkondigden het in heel dat gebied.
32 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܢܦ݂ܰܩ ܝܶܫܽܘܥ ܩܰܪܶܒ݂ܘ ܠܶܗ ܚܰܪܫܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܰܝܘܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:32 32 Toen Yešúʿ naar buiten ging, bracht men hem een stomme man die een demon had.
33 ܘܡܶܢ ܕ݁ܰܢܦ݂ܰܩ ܕ݁ܰܝܘܳܐ ܡܰܠܶܠ ܗܰܘ ܚܰܪܫܳܐ ܘܶܐܬ݁ܕ݁ܰܡܰܪܘ ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܳܐ ܡܬ݂ܽܘܡ ܐܶܬ݂ܚܙܺܝ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܒ݁ܐܺܝܣܪܳܐܝܶܠ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:33 33 Nadat de demon was uitgegaan, sprak die stomme en waren de menigten verbijsterd en zeiden: "Zoiets is in Isrāʾyel nooit gezien!"
34 ܦ݁ܪܺܝܫܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܒ݁ܪܺܫܳܐ ܕ݁ܕ݂ܰܝܘܶܐ ܡܰܦ݁ܶܩ ܕ݁ܰܝܘܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:34 34 Maar de Afgescheidenen zeiden: "Hij werpt de demonen uit met [hulp van] het hoofd van de demonen."
35 ܘܡܶܬ݂ܟ݁ܪܶܟ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܒ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢܳܬ݂ܳܐ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܘܰܒ݂ܩܽܘܪܝܳܐ ܘܡܰܠܶܦ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܡܰܟ݂ܪܶܙ ܣܒ݂ܰܪܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܘܡܰܐܣܶܐ ܟ݁ܽܠ ܟ݁ܽܘܪܗܳܢܺܝܢ ܘܟ݂ܽܠ ܟ݁ܺܐܒ݂ܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:35 35 En Yešúʿ reisde door alle steden en dorpen, terwijl hij leerde in hun synagogen en de boodschap van het koninkrijk verkondigde en alle ziekten en alle pijnen genas.
36 ܟ݁ܰܕ݂ ܚܙܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܠܟ݂ܶܢܫܶܐ ܐܶܬ݂ܪܰܚܰܡ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܕ݁ܰܠܐܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܘܰܫܪܶܝܢ ܐܰܝܟ݂ ܥܶܪܒ݁ܶܐ ܕ݁ܠܰܝܬ݁ ܠܗܽܘܢ ܪܳܥܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:36 36 Toen hij de menigten zag, had hij medelijden met hen, want ze waren vermoeid en losgelaten als schapen zonder herder.
37 ܘܶܐܡܰܪ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܚܨܳܕ݂ܳܐ ܣܰܓ݁ܺܝ ܘܦ݂ܳܥܠܶܐ ܙܥܽܘܪܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:37 37 Toen zei hij tegen zijn leerlingen: "De oogst is groot en er zijn weinig werkers.
38 ܒ݁ܥܰܘ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܡܶܢ ܡܳܪܶܐ ܚܨܳܕ݂ܳܐ ܕ݁ܢܰܦ݁ܶܩ ܦ݁ܳܥܠܶܐ ܠܰܚܨܳܕ݂ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܬܝ 9:38 38 Vraag de Heer van de oogst daarom dat hij werkers in zijn oogst doet uitgaan."

Bijgewerkt: donderdag 26 april 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.