MatteüsMarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen 1 2 3 4 5 2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 4

1 ܡܶܟ݁ܺܝܠ ܐܰܚܰܝ ܒ݁ܳܥܶܝܢܰܢ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܘܡܶܬ݂ܟ݁ܰܫܦ݂ܺܝܢܰܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܡܳܪܰܢ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܰܐܝܟ݂ ܕ݁ܩܰܒ݁ܶܠܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢܰܢ ܐܰܝܟ݁ܰܢ ܘܳܠܶܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܰܬ݂ܗܰܠܟ݂ܽܘܢ ܘܬ݂ܶܫܦ݁ܪܽܘܢ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܕ݁ܝܰܬ݁ܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܬ݁ܰܘܣܦ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:1 1 Daarom mijn broeders, smeken we jullie en bidden we jullie in onze Heer Yešúʿ, zoals jullie van ons hebben ontvangen om juist te wandelen en om God te behagen, dat jullie meer doet toenemen.
2 ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܐܰܝܠܶܝܢ ܦ݁ܽܘܩܕ݁ܳܢܶܐ ܝܰܗ݈ܒ݂ܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܡܳܪܰܢ ܝܶܫܽܘܥ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:2 2 Want jullie kennen die geboden die we jullie hebben gegeven door onze Heer Yešúʿ.
3 ܗܳܢܰܘ ܓ݁ܶܝܪ ܨܶܒ݂ܝܳܢܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܩܰܕ݁ܺܝܫܽܘܬ݂ܟ݂ܽܘܢ ܘܰܕ݂ܬ݂ܶܗܘܽܘܢ ܦ݁ܰܪܺܝܩܺܝܢ ܡܶܢ ܟ݁ܽܠ ܙܳܢܝܽܘܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:3 3 Want dit is de wil van God, dat jullie heilig zijn en dat jullie je onthouden van alle hoererij.
4 ܘܢܶܗܘܶܐ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܫ ܐ݈ܢܳܫ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܠܡܶܩܢܳܐ ܡܳܐܢܶܗ ܒ݁ܩܰܕ݁ܺܝܫܽܘܬ݂ܳܐ ܘܒ݂ܺܐܝܩܳܪܳܐ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:4 4 Dus zal elk van jullie zijn eigen partner in heiligheid en eer weten te verkrijgen.
Idioom. 'vat',' 'mantel', 'bak' of 'instrument'.
5 ܘܠܳܐ ܒ݁ܚܰܫܶܐ ܕ݁ܪܶܓ݁ܬ݂ܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܫܰܪܟ݁ܳܐ ܕ݁ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:5 5 Niet in de passie voor begeerte, zoals de overige volken die God niet kennen.
6 ܘܠܳܐ ܬ݁ܶܗܘܽܘܢ ܡܫܺܝܚܺܝܢ ܠܡܶܥܒ݁ܰܪ ܘܰܠܡܶܥܠܰܒ݂ ܐ݈ܢܳܫ ܠܰܐܚܽܘܗ݈ܝ ܒ݁ܗܳܕ݂ܶܐ ܨܒ݂ܽܘܬ݂ܳܐ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܡܳܪܰܢ ܗ݈ܽܘ ܬ݁ܳܒ݂ܽܘܥܳܐ ܥܰܠ ܗܳܠܶܝܢ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܳܐܦ݂ ܡܶܢ ܩܕ݂ܳܡ ܙܰܒ݂ܢܳܐ ܐܶܡܰܪܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܘܣܰܗܶܕ݂ܢ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:6 6 Heb de moed niet om [de grens] te overschrijden en [dat] iemand zijn broeder bedriegt in deze zaak; want onze Heer is de wreker van dit alles, zoals ook wij eerder aan jullie hebben gezegd en getuigd.
7 ܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܩܪܳܟ݂ܽܘܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܠܛܰܢܦ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܐܶܠܳܐ ܠܩܰܕ݁ܺܝܫܽܘܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:7 7 Want God heeft jullie niet tot onreinheid maar tot heiligheid geroepen.
8 ܡܶܟ݁ܺܝܠ ܡܰܢ ܕ݁ܛܳܠܶܡ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܠܒ݂ܰܪܢܳܫܳܐ ܛܳܠܶܡ ܐܶܠܳܐ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܝܰܗ݈ܒ݂ ܒ݁ܟ݂ܽܘܢ ܪܽܘܚܶܗ ܩܰܕ݁ܺܝܫܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:8 8 Laat degene die nu benadeelt niet denken dat hij een mens benadeelt, maar God die zijn Heilige Geest onder jullie heeft gegeven.
9 ܥܰܠ ܚܽܘܒ݁ܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܐܚܶܐ ܠܳܐ ܣܢܺܝܩܺܝܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܟ݂ܬ݁ܰܒ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܩܢܽܘܡܟ݂ܽܘܢ ܡܰܠܦ݂ܶܐ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܕ݁ܬ݂ܰܚܒ݂ܽܘܢ ܚܰܕ݂ ܠܚܰܕ݂ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:9 9 Betreffende de broederlijke liefde hoeft jullie niets geschreven te worden, want jullie zijn in wezen door God geleerd om elkaar lief te hebben.
10 ܐܳܦ݂ ܥܳܒ݂ܕ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܠܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܐܰܚܶܐ ܕ݁ܰܒ݂ܟ݂ܽܠܳܗ ܡܰܩܶܕ݂ܳܘܢܺܝܰܐ ܒ݁ܳܥܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܐܰܚܰܝ ܕ݁ܬ݂ܶܬ݂ܝܰܬ݁ܪܽܘܢ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:10 10 Jullie doen ook zo voor alle broeders die in Maqedonía zijn. Maar ik verzoek jullie, mijn broeders, dat jullie overvloedig zijn.
11 ܘܬ݂ܶܬ݂ܚܰܦ݁ܛܽܘܢ ܕ݁ܬ݂ܶܗܘܽܘܢ ܫܠܶܝܢ ܘܰܥܢܶܝܢ ܒ݁ܣܽܘܥܪܳܢܰܝܟ݁ܽܘܢ ܘܰܗܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܦ݁ܳܠܚܺܝܢ ܒ݁ܺܐܝܕ݂ܰܝܟ݁ܽܘܢ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܦ݂ܰܩܶܕ݂ܢܳܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:11 11 Probeer rustig te zijn en druk met jullie eigen zaken. Werk met jullie handen zoals we jullie hebben geboden,
12 ܕ݁ܬ݂ܶܗܘܽܘܢ ܡܗܰܠܟ݂ܺܝܢ ܒ݁ܶܐܣܟ݁ܺܡܳܐ ܠܘܳܬ݂ ܒ݁ܰܪܳܝܶܐ ܘܥܰܠ ܐ݈ܢܳܫ ܠܳܐ ܬ݁ܶܣܬ݁ܰܢܩܽܘܢ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:12 12 waardoor jullie fatsoenlijk zullen lopen tegenover wie buiten zijn en jullie van niemand afhankelijk zullen zijn.
13 ܨܳܒ݂ܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܬ݂ܶܕ݁ܥܽܘܢ ܐܰܚܰܝ ܕ݁ܥܰܠ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܕ݂ܳܡܟ݁ܺܝܢ ܠܳܐ ܬ݁ܶܗܘܶܐ ܟ݁ܳܪܝܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܐܰܝܟ݂ ܫܰܪܟ݁ܳܐ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܣܰܒ݂ܪܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:13 13 Maar ik wil dat jullie weten, mijn broeders, dat jullie niet bedroefd hoeven te zijn, zoals de rest van de mensen die geen hoop hebben voor degenen die zijn ontslapen.
Grieks heeft 'ik wil dat jullie niet onwetend zijn'.
14 ܐܶܢ ܓ݁ܶܝܪ ܡܗܰܝܡܢܺܝܢܰܢ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܡܺܝܬ݂ ܘܩܳܡ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܐܳܦ݂ ܐܰܠܳܗܳܐ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܕ݂ܡܶܟ݂ܘ ܒ݁ܝܶܫܽܘܥ ܡܰܝܬ݁ܶܐ ܥܰܡܶܗ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:14 14 Want als we geloven dat Yešúʿ is gestorven en opgestaan; zo zal God ook degenen die in Yešúʿ zijn ontslapen bij hem brengen.
15 ܗܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܡܪܺܝܢܰܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܡܶܠܬ݂ܶܗ ܕ݁ܡܳܪܰܢ ܕ݁ܰܚܢܰܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܡܶܫܬ݁ܰܚܪܺܝܢܰܢ ܒ݁ܡܶܐܬ݂ܺܝܬ݂ܶܗ ܕ݁ܡܳܪܰܢ ܕ݁ܚܰܝܺܝܢܰܢ ܠܳܐ ܢܰܕ݂ܪܶܟ݂ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܕ݂ܡܶܟ݂ܘ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:15 15 Maar dit zeggen we jullie door het woord van onze Heer, dat wij levenden, degenen die overblijven bij de komst van onze Heer, degenen die zijn ontslapen, niet zullen voorgaan.
16 ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܗܽܘ ܡܳܪܰܢ ܒ݁ܦ݂ܽܘܩܕ݁ܳܢܳܐ ܘܰܒ݂ܩܳܠܳܐ ܕ݁ܪܺܝܫ ܡܰܠܰܐܟ݂ܶܐ ܘܰܒ݂ܩܰܪܢܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܢܳܚܶܬ݂ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܘܡܺܝܬ݂ܶܐ ܕ݁ܒ݂ܰܡܫܺܝܚܳܐ ܢܩܽܘܡܽܘܢ ܠܽܘܩܕ݂ܰܡ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:16 16 Omdat onze Heer zelf van de hemel zal afdalen met het gebod en met de stem van het hoofd over engelen en met de bazuin van God, zullen de doden die in de Mšíḥā zijn het eerst opstaan.
Handelingen 1:11 en Matteüs 24:30
17 ܘܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܚܢܰܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܡܶܫܬ݁ܰܚܪܺܝܢܰܢ ܕ݁ܚܰܝܺܝܢܰܢ ܢܶܬ݂ܚܛܶܦ݂ ܥܰܡܗܽܘܢ ܐܰܟ݂ܚܕ݂ܳܐ ܒ݁ܰܥܢܳܢܶܐ ܠܽܐܘܪܥܶܗ ܕ݁ܡܳܪܰܢ ܒ݁ܳܐܐܰܪ ܘܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠܙܒ݂ܰܢ ܥܰܡ ܡܳܪܰܢ ܢܶܗܘܶܐ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:17 17 Dan zullen wij die overblijven en leven, samen met hen naar de wolken gegrepen worden naar een ontmoeting in de lucht met onze Heer. En zo zullen we altijd met onze Heer zijn.
of 'opgenomen'. Zoals het Latijn rapiemur
of 'hemel'.
18 ܗܘܰܘ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܡܒ݂ܰܝܐܺܝܢ ܚܰܕ݂ ܠܚܰܕ݂ ܒ݁ܡܶܠܶܐ ܗܳܠܶܝܢ ܀ Bijbel 1 Tessalonicenzen 4:18 18 Troost elkaar daarom met deze woorden.

Bijgewerkt: vrijdag 26 mei 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.