MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 13

1 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܢܦ݂ܰܩ ܝܶܫܽܘܥ ܡܶܢ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܐܶܡܰܪ ܠܶܗ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܡܰܠܦ݂ܳܢܳܐ ܗܳܐ ܚܙܺܝ ܐܰܝܠܶܝܢ ܟ݁ܺܐܦ݂ܶܐ ܘܰܐܝܠܶܝܢ ܒ݁ܶܢܝܳܢܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:1 1 Toen Yešúʿ uit de tempel vertrok, zei één van zijn leerlingen tegen hem: "Leraar, zie en kijk naar die stenen en die gebouwen!"
2 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܶܗ ܚܳܙܶܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܗܳܠܶܝܢ ܒ݁ܶܢܝܳܢܶܐ ܪܰܘܪܒ݂ܶܐ ܠܳܐ ܡܶܫܬ݁ܰܒ݂ܩܳܐ ܗܳܪܟ݁ܳܐ ܟ݁ܺܐܦ݂ ܥܰܠ ܟ݁ܺܐܦ݂ ܕ݁ܠܳܐ ܡܶܣܬ݁ܰܬ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:2 2 Yešúʿ zei tegen hem: "Zien jullie deze grote gebouwen? Er zal hier geen steen op steen worden gelaten die niet zal worden neergehaald."
3 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܝܺܬ݂ܶܒ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܒ݁ܛܽܘܪܳܐ ܕ݁ܙܰܝܬ݁ܶܐ ܠܽܘܩܒ݂ܰܠ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܫܰܐܠܽܘܗ݈ܝ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܘܝܰܥܩܽܘܒ݂ ܘܝܽܘܚܰܢܳܢ ܘܰܐܢܕ݁ܪܶܐܘܳܣ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:3 3 Terwijl Yešúʿ tegenover de tempel op de Olijfberg zat, vroegen alleen Kiʾfā, Yaʿqúb en Yúḥanān en ʾAndreās aan hem:
4 ܐܶܡܰܪ ܠܰܢ ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܗܳܠܶܝܢ ܢܶܗܘܝܳܢ ܘܡܳܢܳܐ ܐܳܬ݂ܳܐ ܡܳܐ ܕ݁ܩܰܪܺܝܒ݂ܳܢ ܗܳܠܶܝܢ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܠܡܶܫܬ݁ܰܠܳܡܽܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:4 4 "Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en wat is het teken dat al deze dingen nabij zijn om te voltooien?"
5 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܫܰܪܺܝ ܠܡܺܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܚܙܰܘ ܕ݁ܰܠܡܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܢܰܛܥܶܝܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:5 5 Maar Yešúʿ begon hun te zeggen: "Pas op dat iemand jullie misleidt.
6 ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܓ݁ܶܝܪ ܢܺܐܬ݂ܽܘܢ ܒ݁ܫܶܡܝ ܘܢܺܐܡܪܽܘܢ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܘܰܠܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܢܰܛܥܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:6 6 Want velen zullen in mijn naam komen en zeggen: 'Ik ben het!' en ze zullen velen misleiden.
7 ܡܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܫܡܰܥܬ݁ܽܘܢ ܩܪܳܒ݂ܶܐ ܘܛܶܒ݁ܳܐ ܕ݁ܩܺܐܪܣܶܐ ܠܳܐ ܬ݁ܶܕ݂ܚܠܽܘܢ ܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܗ݈ܽܘ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܐܶܠܳܐ ܠܳܐ ܥܕ݂ܰܟ݁ܺܝܠ ܚܰܪܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:7 7 Maar wanneer jullie horen van gevechten en berichten van oorlogen, vrees dan niet. Het moest zo zijn, maar het is nog niet het einde.
8 ܢܩܽܘܡ ܓ݁ܶܝܪ ܥܰܡܳܐ ܥܰܠ ܥܰܡܳܐ ܘܡܰܠܟ݁ܽܘ ܥܰܠ ܡܰܠܟ݁ܽܘ ܘܢܶܗܘܽܘܢ ܙܰܘܥܶܐ ܒ݁ܕ݂ܽܘܟ݁ܳܐ ܕ݁ܽܘܟ݁ܳܐ ܘܢܶܗܘܽܘܢ ܟ݁ܰܦ݂ܢܶܐ ܘܰܫܓ݂ܽܘܫܝܶܐ ܗܳܠܶܝܢ ܪܺܫܳܐ ܐܶܢܶܝܢ ܕ݁ܚܶܒ݂ܠܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:8 8 Want volk zal tegen volk opstaan, en koninkrijk tegen koninkrijk. Er zullen in plaats na plaats aardbevingen zijn, en er zullen hongersnoden en rellen zijn. Dit is het begin van de weeën.
9 ܚܙܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܢܰܦ݂ܫܟ݂ܽܘܢ ܢܰܫܠܡܽܘܢܳܟ݂ܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܠܕ݂ܰܝܳܢܶܐ ܘܒ݂ܰܟ݂ܢܽܘܫܳܬ݂ܗܽܘܢ ܬ݁ܶܬ݂ܢܰܓ݁ܕ݂ܽܘܢ ܘܰܩܕ݂ܳܡ ܡܰܠܟ݁ܶܐ ܘܗܺܓ݂ܡܽܘܢܶܐ ܬ݁ܩܽܘܡܽܘܢ ܡܶܛܽܠܳܬ݂ܝ ܠܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:9 9 Zorg voor jullie zelf, want zij zullen jullie aan de rechters uitleveren. Jullie zullen in de synagogen worden getuchtigd en jullie zullen voor koningen en voor gouverneurs staan vanwege mij, tot een getuigenis voor hen.
10 ܠܽܘܩܕ݂ܰܡ ܕ݁ܶܝܢ ܥܬ݂ܺܝܕ݂ܳܐ ܕ݁ܬ݂ܶܬ݂ܟ݁ܪܶܙ ܣܒ݂ܰܪܬ݂ܝ ܒ݁ܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:10 10 Maar eerst moet mijn boodschap onder alle volken worden verkondigd.
11 ܡܳܐ ܕ݁ܰܡܩܰܪܒ݂ܺܝܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܢܰܫܠܡܽܘܢܳܟ݂ܽܘܢ ܠܳܐ ܬ݁ܩܰܕ݁ܡܽܘܢ ܬ݁ܺܐܨܦ݁ܽܘܢ ܡܳܢܳܐ ܬ݁ܡܰܠܠܽܘܢ ܘܠܳܐ ܬ݁ܶܪܢܽܘܢ ܐܶܠܳܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܡܶܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܗܳܝ ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܗܰܘ ܡܰܠܶܠܘ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܡܰܠܠܺܝܢ ܐܶܠܳܐ ܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:11 11 Wanneer ze jullie echter uitleveren, wees dan niet van tevoren bezorgd over wat jullie zullen zeggen of denken. Maar op dat moment wordt jullie gegeven wat te spreken, want niet jullie spreken, maar de Heilige Geest.
12 ܢܰܫܠܶܡ ܕ݁ܶܝܢ ܐܰܚܳܐ ܠܰܐܚܽܘܗ݈ܝ ܠܡܰܘܬ݁ܳܐ ܘܰܐܒ݂ܳܐ ܠܰܒ݂ܪܶܗ ܘܰܢܩܽܘܡܽܘܢ ܒ݁ܢܰܝܳܐ ܥܰܠ ܐܰܒ݂ܳܗܰܝܗܽܘܢ ܘܰܢܡܺܝܬ݂ܽܘܢ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:12 12 Want broer zal zijn broer tot de dood uitleveren, en een vader zijn zoon. En kinderen zullen tegen hun ouders opstaan en hen doden.
13 ܘܬ݂ܶܗܘܽܘܢ ܣܢܺܝܐܝܺܢ ܡܶܢ ܟ݁ܽܠܢܳܫ ܡܶܛܽܠ ܫܶܡܝ ܡܰܢ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܢܣܰܝܒ݁ܰܪ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܚܰܪܬ݂ܳܐ ܗܽܘ ܢܺܚܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:13 13 En jullie zullen om mijn naam door alle mensen gehaat worden, maar wie volhardt tot het einde, zal leven.
14 ܡܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܚܙܰܝܬ݁ܽܘܢ ܐܳܬ݂ܳܐ ܛܰܢܦ݂ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܚܽܘܪܒ݁ܳܐ ܗܳܝ ܕ݁ܰܐܡܺܝܪܳܐ ܒ݁ܕ݂ܳܢܺܝܐܝܶܠ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܕ݁ܩܳܝܡܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܘܳܠܶܐ ܗܰܘ ܕ݁ܩܳܪܶܐ ܢܶܣܬ݁ܰܟ݁ܰܠ ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܒ݂ܺܝܗܽܘܕ݂ ܐܶܢܽܘܢ ܢܶܥܪܩܽܘܢ ܠܛܽܘܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:14 14 Wanneer jullie het onreine teken van de verwoesting zien staan op de heilige plaats, waarover werd gesproken door de profeet Dāníʾyel, waar het niet hoort laat wie leest begrijpen, wie in Yihúd zijn vluchten dan naar de berg.
of wildernis.berg: PNT heeft enkelvoud.
15 ܘܡܰܢ ܕ݁ܒ݂ܶܐܓ݁ܳܪܳܐ ܗ݈ܘ ܠܳܐ ܢܶܚܽܘܬ݂ ܘܠܳܐ ܢܶܥܽܘܠ ܠܡܶܫܩܰܠ ܡܶܕ݁ܶܡ ܡܶܢ ܒ݁ܰܝܬ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:15 15 En laat wie op het dak is niet afdalen of binnengaan om iets van zijn huis te op te pakken.
16 ܘܡܰܢ ܕ݁ܰܒ݂ܚܰܩܠܳܐ ܗ݈ܘ ܠܳܐ ܢܶܬ݂ܗܦ݂ܶܟ݂ ܠܒ݂ܶܣܬ݁ܪܶܗ ܕ݁ܢܶܫܩܽܘܠ ܠܒ݂ܳܫܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:16 16 Laat wie in het veld is, niet terugkeren om zijn kleding op te halen.
17 ܘܳܝ ܕ݁ܶܝܢ ܠܒ݂ܰܛܢܳܬ݂ܳܐ ܘܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܡܰܝܢܩܳܢ ܒ݁ܗܳܢܽܘܢ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:17 17 Wee wie zwanger is en wie zoogt in die dagen.
18 ܨܰܠܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܠܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܥܪܽܘܩܺܝܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܣܰܬ݂ܘܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:18 18 Maar bid dat jullie vlucht niet in de winter zal zijn.
19 ܢܶܗܘܶܐ ܓ݁ܶܝܪ ܒ݁ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܗܳܢܽܘܢ ܐܽܘܠܨܳܢܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܗܘܳܐ ܐܰܟ݂ܘܳܬ݂ܶܗ ܡܶܢ ܪܺܝܫ ܒ݁ܪܺܝܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܐܰܠܳܗܳܐ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܗܳܫܳܐ ܘܠܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:19 19 Want er zal in die dagen een verdrukking zijn zoals er niet is geweest vanaf het begin van de schepping die God heeft geschapen tot nu, en er nooit meer zal zijn.
20 ܘܶܐܠܽܘ ܠܳܐ ܡܳܪܝܳܐ ܕ݁ܟ݂ܰܪܺܝ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܗܳܢܽܘܢ ܠܳܐ ܚܳܝܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܟ݁ܽܠ ܒ݁ܣܰܪ ܐܶܠܳܐ ܡܶܛܽܠ ܓ݁ܒ݂ܰܝܳܐ ܕ݁ܰܓ݂ܒ݂ܳܐ ܟ݁ܰܪܺܝ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܗܳܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:20 20 En als de HEER die dagen niet had ingekort, zou geen vlees gered worden, maar vanwege de door hem verkozenen heeft hij die dagen ingekort.
21 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܶܢ ܐ݈ܢܳܫ ܢܺܐܡܰܪ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܗܳܐ ܗܳܪܟ݁ܳܐ ܗ݈ܘ ܡܫܺܝܚܳܐ ܘܗܳܐ ܗܳܪܬ݁ܰܡܳܢ ܠܳܐ ܬ݁ܗܰܝܡܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:21 21 Als iemand in die tijd jullie zou zeggen: 'Zie, de Mšíḥā is hier!' of 'Zie, daar loopt hij!' geloof het niet.
22 ܢܩܽܘܡܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܡܫܺܝܚܶܐ ܕ݁ܕ݂ܰܓ݁ܳܠܽܘܬ݂ܳܐ ܘܰܢܒ݂ܺܝܶܐ ܕ݁ܟ݂ܰܕ݁ܳܒ݂ܽܘܬ݂ܳܐ ܘܢܶܬ݁ܠܽܘܢ ܐܳܬ݂ܘܳܬ݂ܳܐ ܘܬ݂ܶܕ݂ܡܪܳܬ݂ܳܐ ܘܢܰܛܥܽܘܢ ܐܶܢ ܡܶܫܟ݁ܚܳܐ ܐܳܦ݂ ܠܰܓ݂ܒ݂ܰܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:22 22 Want er zullen valse mšichā's en profeten van de leugen opstaan. En ze zullen tekenen en wonderen geven om, als het kan, ook de verkozenen te misleiden.
23 ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܙܕ݁ܰܗ݈ܪܘ ܗܳܐ ܩܰܕ݁ܡܶܬ݂ ܐܶܡܪܶܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܟ݁ܽܠ ܡܶܕ݁ܶܡ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:23 23 Maar passen jullie op. Zie, ik heb alles van tevoren gezegd!
24 ܒ݁ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪ ܐܽܘܠܨܳܢܳܐ ܗܰܘ ܫܶܡܫܳܐ ܢܶܚܫܰܟ݂ ܘܣܰܗܪܳܐ ܠܳܐ ܢܶܬ݁ܶܠ ܢܽܘܗܪܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:24 24 En in die dagen, na de verdrukking, zal de zon verduisteren en de maan zal haar licht niet geven.
25 ܘܟ݂ܰܘܟ݁ܒ݂ܶܐ ܢܶܦ݁ܠܽܘܢ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܘܚܰܝܠܰܘܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܢܶܬ݁ܬ݁ܙܺܝܥܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:25 25 En de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemel zullen worden geschokt.
26 ܘܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܢܶܚܙܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܠܰܒ݂ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܳܬ݂ܶܐ ܒ݁ܰܥܢܳܢܶܐ ܥܰܡ ܚܰܝܠܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܘܥܰܡ ܫܽܘܒ݂ܚܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:26 26 Daarna zullen ze de Mensenzoon zien, wanneer hij komt met de wolken, met grote macht en met glorie.
27 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܢܫܰܕ݁ܰܪ ܡܰܠܰܐܟ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܰܢܟ݂ܰܢܶܫ ܠܰܓ݂ܒ݂ܰܘܗ݈ܝ ܡܶܢ ܐܰܪܒ݁ܥܳܬ݂ܰܝܗܶܝܢ ܪܽܘܚܶܐ ܡܶܢ ܪܺܫܳܗ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܘܰܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܪܺܫܳܗ ܕ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:27 27 Daarna zal hij zijn engelen sturen en zijn verkozenen vergaderen van de vier winden en van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de hemel.
28 ܡܶܢ ܬ݁ܺܬ݁ܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܝܺܠܰܦ݂ܘ ܦ݁ܶܠܶܐܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܳܐ ܕ݁ܪܰܟ݂ ܣܰܘܟ݁ܶܝܗ ܘܰܦ݂ܪܰܥܘ ܛܰܪܦ݂ܶܝܗ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܰܡܛܳܐ ܩܰܝܛܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:28 28 Leer nu een gelijkenis van de vijgenboom. Wanneer zijn takken zacht zijn en zijn bladeren ontspruiten, weten jullie dat de zomer nadert.
29 ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܐܳܦ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܳܐ ܕ݁ܰܚܙܰܝܬ݁ܽܘܢ ܗܳܠܶܝܢ ܕ݁ܗܳܘܝܳܢ ܕ݁ܰܥܘ ܕ݁ܩܰܪܺܝܒ݂ܳܐ ܗ݈ܝ ܥܰܠ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:29 29 Zo ook jullie, wanneer jullie deze dingen zien gebeuren: dan weten jullie dat het voor de deur staat.
30 ܐܰܡܺܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܶܥܒ݁ܰܪ ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܕ݁ܗܳܠܶܝܢ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܢܶܗܘܝܳܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:30 30 Ik zeg jullie met zekerheid dat deze generatie niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen gebeuren.
31 ܫܡܰܝܳܐ ܘܰܐܪܥܳܐ ܢܶܥܒ݁ܪܽܘܢ ܘܡܶܠܰܝ ܠܳܐ ܢܶܥܒ݁ܪܳܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:31 31 Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.
32 ܥܰܠ ܕ݁ܶܝܢ ܝܰܘܡܳܐ ܗܰܘ ܘܥܰܠ ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܗܳܝ ܐ݈ܢܳܫ ܠܳܐ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܡܰܠܰܐܟ݂ܶܐ ܕ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܘܠܳܐ ܒ݁ܪܳܐ ܐܶܠܳܐ ܐܶܢ ܐܰܒ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:32 32 Maar die dag en dat uur kent geen mens, zelfs niet de engelen van de hemel en de Zoon niet, behalve de Vader.
33 ܚܙܰܘ ܐܶܬ݁ܬ݁ܥܺܝܪܘ ܘܨܰܠܰܘ ܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܗ݈ܽܘ ܙܰܒ݂ܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:33 33 Zorg dat jullie waken en bidden, want jullie weten niet wanneer die tijd is.
34 ܐܰܝܟ݂ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܗ݈ܘ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܰܚܙܰܩ ܘܰܫܒ݂ܰܩ ܒ݁ܰܝܬ݁ܶܗ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܠܥܰܒ݂ܕ݁ܰܘܗ݈ܝ ܘܰܠܐ݈ܢܳܫ ܐ݈ܢܳܫ ܥܒ݂ܳܕ݂ܶܗ ܘܰܠܬ݂ܳܪܥܳܐ ܦ݁ܰܩܶܕ݂ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܥܺܝܪ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:34 34 Want het is als iemand die op reis ging en zijn huis achterliet en zijn bedienden gezag gaf en aan eenieder zijn werk. En de portier gebood hij om te waken.
35 ܐܶܬ݁ܬ݁ܥܺܝܪܘ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܕ݁ܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܐܳܬ݂ܶܐ ܡܳܪܶܗ ܕ݁ܒ݂ܰܝܬ݁ܳܐ ܒ݁ܪܰܡܫܳܐ ܐܰܘ ܒ݁ܦ݂ܶܠܓ݁ܶܗ ܕ݁ܠܺܠܝܳܐ ܐܰܘ ܒ݁ܡܰܩܪܳܐ ܬ݁ܰܪܢܳܓ݂ܠܳܐ ܐܰܘ ܒ݁ܨܰܦ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:35 35 Blijf daarom wakker, want jullie weten niet wanneer de huismeester zal komen: in de avond of midden in de nacht of bij het kraaien van de haan of in de morgen.
36 ܕ݁ܰܠܡܳܐ ܢܺܐܬ݂ܶܐ ܡܶܢ ܫܶܠܝܳܐ ܘܢܶܫܟ݁ܰܚܟ݂ܽܘܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܰܡܟ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:36 36 Anders komt hij onverwacht en zal hij jullie vinden terwijl jullie slapen.
37 ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܰܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܠܟ݂ܽܘܢ ܗ݈ܽܘ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܗܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܥܺܝܪܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܡܪܩܘܣ 13:37 37 Maar wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen allen: blijf wakker!"

Bijgewerkt: zondag 29 april 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.