MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 11

1 ܘܰܗܘܳܐ ܕ݁ܟ݂ܰܕ݂ ܗܽܘ ܡܨܰܠܶܐ ܒ݁ܕ݂ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܚܕ݂ܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܫܰܠܶܡ ܐܶܡܰܪ ܠܶܗ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܡܳܪܰܢ ܐܰܠܶܦ݂ܰܝܢ ܠܰܡܨܰܠܳܝܽܘ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܳܐܦ݂ ܝܽܘܚܰܢܳܢ ܐܰܠܶܦ݂ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:1 1 Toen hij in een bepaalde plaats zijn gebed had voltooid, zei één van zijn leerlingen tegen hem: "Onze Heer, leer ons bidden, zoals Yúḥanān zijn leerlingen ook heeft geleerd."
2 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܕ݁ܰܡܨܰܠܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܗܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܐܰܒ݂ܽܘܢ ܕ݁ܒ݂ܰܫܡܰܝܳܐ ܢܶܬ݂ܩܰܕ݁ܰܫ ܫܡܳܟ݂ ܬ݁ܺܐܬ݂ܶܐ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܳܟ݂ ܢܶܗܘܶܐ ܨܶܒ݂ܝܳܢܳܟ݂ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܒ݂ܰܫܡܰܝܳܐ ܐܳܦ݂ ܒ݁ܰܐܪܥܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:2 2 Yešúʿ zei tegen hen: "Wanneer jullie bidden, zeg het dan zo: Onze Vader die in de hemel is,uw naam worde geheiligd,uw koninkrijk kome,uw wil worde gedaan,zoals in de hemel ook op aarde,
3 ܗܰܒ݂ ܠܰܢ ܠܰܚܡܳܐ ܕ݁ܣܽܘܢܩܳܢܰܢ ܟ݁ܽܠܝܽܘܡ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:3 3 geef ons nodige brood dagelijks,
4 ܘܰܫܒ݂ܽܘܩ ܠܰܢ ܚܛܳܗܰܝܢ ܐܳܦ݂ ܐܶܢܰܚܢܰܢ ܓ݁ܶܝܪ ܫܒ݂ܰܩܢ ܠܟ݂ܽܠ ܕ݁ܚܰܝܳܒ݂ܺܝܢ ܠܰܢ ܘܠܳܐ ܬ݁ܰܥܠܰܢ ܠܢܶܣܝܽܘܢܳܐ ܐܶܠܳܐ ܦ݁ܪܽܘܩܰܝܢ ܡܶܢ ܒ݁ܺܝܫܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:4 4 vergeef onze zonden,want ook wij hebben allen vergeven die bij ons in de schuld staan,en laat ons de beproeving niet binnengaan,maar bevrijd ons van het kwaad."
Lucas 22:40. Johannes 17:15.
5 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܰܢܽܘ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܠܶܗ ܪܳܚܡܳܐ ܘܢܺܐܙܰܠ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܒ݁ܦ݂ܶܠܓ݁ܽܘܬ݂ ܠܺܠܝܳܐ ܘܢܺܐܡܰܪ ܠܶܗ ܪܳܚܶܡܝ ܐܰܫܶܐܠܰܝܢܝ ܬ݁ܠܳܬ݂ ܓ݁ܪܺܝܨܳܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:5 5 En hij zei tegen hen: "Wie onder jullie die een vriend heeft, zou midden in de nacht naar hem toe gaan en hem zeggen: 'Vriend, leen me drie broden,
6 ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܪܳܚܡܳܐ ܐܶܬ݂ܳܐ ܠܘܳܬ݂ܝ ܡܶܢ ܐܽܘܪܚܳܐ ܘܠܰܝܬ݁ ܠܺܝ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܶܐܣܺܝܡ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:6 6 want een vriend van mij is naar me toe gekomen van een reis en ik heb niets om hem voor te zetten!'
7 ܘܗܰܘ ܪܳܚܡܶܗ ܡܶܢ ܠܓ݂ܰܘ ܢܶܥܢܶܐ ܘܢܺܐܡܰܪ ܠܶܗ ܠܳܐ ܬ݁ܰܗܰܪܰܝܢܝ ܕ݁ܗܳܐ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܐܰܚܺܝܕ݂ ܗ݈ܽܘ ܘܰܒ݂ܢܰܝ ܥܰܡܝ ܒ݁ܥܰܪܣܳܐ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܐܩܽܘܡ ܘܶܐܬ݁ܶܠ ܠܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:7 7 En zijn vriend binnen zou antwoorden en hem zeggen: 'Stoor me niet! Want zie, de deur is afgesloten en mijn kinderen zijn met mij in bed, en ik kan niet opstaan en [het] je geven!'
8 ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܶܐܢ ܡܶܛܽܠ ܪܳܚܡܽܘܬ݂ܳܐ ܠܳܐ ܢܶܬ݁ܶܠ ܠܶܗ ܡܶܛܽܠ ܚܰܨܺܝܦ݂ܽܘܬ݂ܶܗ ܢܩܽܘܡ ܘܢܶܬ݁ܶܠ ܠܶܗ ܟ݁ܡܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܒ݁ܥܶܐ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:8 8 Ik zeg jullie dat als hij het niet uit vriendschap zal geven, hij zou opstaan vanwege zijn vrijpostigheid en hem zoveel geven als hem was gevraagd.
9 ܐܳܦ݂ ܐܶܢܳܐ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܫܰܐܠܘ ܘܢܶܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܥܰܘ ܘܬ݂ܶܫܟ݁ܚܽܘܢ ܩܽܘܫܘ ܘܢܶܬ݂ܦ݁ܬ݂ܰܚ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:9 9 Ik zeg jullie ook: vraag en het zal jullie worden gegeven, zoek en jullie zullen vinden, klop en er zal jullie worden opengedaan.
10 ܟ݁ܽܠ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܫܳܐܶܠ ܢܳܣܶܒ݂ ܘܰܕ݂ܒ݂ܳܥܶܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܘܰܕ݂ܢܳܩܶܫ ܡܶܬ݂ܦ݁ܬ݂ܰܚ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:10 10 Want al wie vraagt, ontvangt en wie zoekt, vindt, en voor wie klopt, wordt opengedaan.
11 ܐܰܝܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܐܰܒ݂ܳܐ ܕ݁ܢܶܫܶܐܠܺܝܘܗ݈ܝ ܒ݁ܪܶܗ ܠܰܚܡܳܐ ܠܡܳܐ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܡܰܘܫܶܛ ܠܶܗ ܘܶܐܢ ܢܽܘܢܳܐ ܢܶܫܶܐܠܺܝܘܗ݈ܝ ܠܡܳܐ ܚܠܳܦ݂ ܢܽܘܢܳܐ ܚܶܘܝܳܐ ܡܰܘܫܶܛ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:11 11 Wie onder jullie, die vader is, wiens zoon hem een brood vraagt, zou hij hem een steen aanreiken? En als hij een vis vraagt, zou hij hem een slang aanreiken?
12 ܘܶܐܢ ܒ݁ܰܪܬ݂ܳܐ ܢܶܫܶܐܠܺܝܘܗ݈ܝ ܠܡܳܐ ܗܽܘ ܥܶܩܰܪܒ݂ܳܐ ܡܰܘܫܶܛ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:12 12 En als hij van hem een ei vraagt, zou hij dan een schorpioen aanreiken?
13 ܘܶܐܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܒ݂ܺܝܫܶܐ ܐܺܝܬ݂ܰܝܟ݁ܽܘܢ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܰܘܗܒ݂ܳܬ݂ܳܐ ܛܳܒ݂ܳܬ݂ܳܐ ܠܡܶܬ݁ܰܠ ܠܰܒ݂ܢܰܝܟ݁ܽܘܢ ܟ݁ܡܳܐ ܝܰܬ݁ܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܐܰܒ݂ܽܘܟ݂ܽܘܢ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܢܶܬ݁ܶܠ ܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܫܳܐܠܺܝܢ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:13 13 En als jullie die slecht zijn, goede gaven weten te geven aan jullie kinderen hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel de Heilige Geest geven aan wie hem vragen?"
14 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܡܰܦ݁ܶܩ ܫܺܐܕ݂ܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܚܰܪܫܳܐ ܗܘܳܐ ܕ݁ܟ݂ܰܕ݂ ܢܦ݂ܰܩ ܗܰܘ ܫܺܐܕ݂ܳܐ ܡܰܠܶܠ ܗܰܘ ܚܰܪܫܳܐ ܘܶܐܬ݁ܕ݁ܰܡܰܪܘ ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:14 14 Toen hij een demon uitwierp die iemand stom maakte, gebeurde het dat, toen die demon uitging, de stomme sprak en de menigten verbaasd waren.
15 ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܢܗܽܘܢ ܐܶܡܰܪܘ ܒ݁ܰܒ݂ܥܶܠܙܒ݂ܽܘܒ݂ ܪܺܫܳܐ ܕ݁ܕ݂ܰܝܘܶܐ ܡܰܦ݁ܶܩ ܗܳܢܳܐ ܕ݁ܰܝܘܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:15 15 Sommigen van hen zeiden: "Hij werpt demonen uit met hulp van Bʿelzbúb, het hoofd van de demonen!"
16 ܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܢܰܣܶܝܢ ܠܶܗ ܐܳܬ݂ܳܐ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܫܳܐܠܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:16 16 Anderen hebben hem echter beproefd, door van hem een teken van de hemel te vragen.
17 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܝܳܕ݂ܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܡܰܚܫܒ݂ܳܬ݂ܗܽܘܢ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܟ݁ܽܠ ܡܰܠܟ݁ܽܘ ܕ݁ܬ݂ܶܬ݂ܦ݁ܰܠܰܓ݂ ܥܰܠ ܢܰܦ݂ܫܳܗ ܬ݁ܶܚܪܰܒ݂ ܘܒ݂ܰܝܬ݁ܳܐ ܕ݁ܥܰܠ ܩܢܽܘܡܶܗ ܡܶܬ݂ܦ݁ܰܠܰܓ݂ ܢܶܦ݁ܶܠ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:17 17 Maar Yešúʿ kende hun gedachten en zei tegen hen: "Elk koninkrijk dat tegen zichzelf is verdeeld, zal verwoest raken. Een huis dat in wezen is verdeeld, zal vallen.
18 ܘܶܐܢ ܣܳܛܳܢܳܐ ܥܰܠ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܐܶܬ݂ܦ݁ܰܠܰܓ݂ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܬ݁ܩܽܘܡ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܳܐܡܪܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܒ݂ܰܒ݂ܥܶܠܙܒ݂ܽܘܒ݂ ܡܰܦ݁ܶܩ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܰܝܘܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:18 18 Als Sāṭānā tegen zichzelf is verdeeld hoe zal zijn koninkrijk dan standhouden? Want jullie zeggen dat ik de demonen met hulp van Bʿelzbúb uitwerp.
19 ܘܶܐܢ ܐܶܢܳܐ ܒ݁ܰܒ݂ܥܶܠܙܒ݂ܽܘܒ݂ ܡܰܦ݁ܶܩ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܰܝܘܶܐ ܒ݁ܢܰܝܟ݁ܽܘܢ ܒ݁ܡܳܢܳܐ ܡܰܦ݁ܩܺܝܢ ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܗܶܢܽܘܢ ܢܶܗܘܽܘܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܰܝܳܢܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:19 19 En als ik met hulp van Bʿelzbúb demonen uitwerp door wie werpen uw zonen hen dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn.
20 ܐܶܢ ܕ݁ܶܝܢ ܒ݁ܨܶܒ݂ܥܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܡܰܦ݁ܶܩ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܰܝܘܶܐ ܩܶܪܒ݁ܰܬ݂ ܠܳܗ ܥܠܰܝܟ݁ܽܘܢ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:20 20 Maar als ik door de vinger van God demonen uitwerp, dan is het koninkrijk van God tot u genaderd!
21 ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܕ݁ܚܰܣܺܝܢܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܙܰܝܰܢ ܢܶܛܰܪ ܕ݁ܳܪܬ݁ܶܗ ܒ݁ܫܰܝܢܳܐ ܗ݈ܘ ܩܶܢܝܳܢܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:21 21 Wanneer een sterk en bewapend man zijn binnenhof bewaakt, wordt zijn bezit met rust gelaten.
22 ܐܶܢ ܕ݁ܶܝܢ ܢܺܐܬ݂ܶܐ ܡܰܢ ܕ݁ܚܰܣܺܝܢ ܡܶܢܶܗ ܢܶܙܟ݁ܶܝܘܗ݈ܝ ܟ݁ܽܠܶܗ ܙܰܝܢܶܗ ܫܳܩܶܠ ܗܰܘ ܕ݁ܰܬ݂ܟ݂ܺܝܠ ܗܘܳܐ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܘܒ݂ܶܙܬ݂ܶܗ ܡܦ݂ܰܠܶܓ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:22 22 Maar als iemand komt die sterker is en hem overwint, zal diegene heel zijn wapenrusting, waar hij op vertrouwde, overnemen en de buit zal verdeeld worden.
23 ܡܰܢ ܕ݁ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܥܰܡܝ ܠܽܘܩܒ݂ܰܠܝ ܗ݈ܽܘ ܘܡܰܢ ܕ݁ܠܳܐ ܟ݁ܳܢܶܫ ܥܰܡܝ ܡܒ݂ܰܕ݁ܳܪܽܘ ܡܒ݂ܰܕ݁ܰܪ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:23 23 Wie niet met mij is, is tegen mij en wie niet met mij verzamelt, verstrooit in werkelijkheid.
24 ܪܽܘܚܳܐ ܛܰܢܦ݂ܬ݂ܳܐ ܡܳܐ ܕ݁ܢܶܦ݂ܩܰܬ݂ ܡܶܢ ܒ݁ܰܪ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܐܳܙܳܠ݈ܐ ܡܶܬ݂ܟ݁ܰܪܟ݁ܳܐ ܒ݁ܰܐܬ݂ܪܰܘܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܰܝܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܒ݁ܗܽܘܢ ܕ݁ܬ݂ܶܒ݂ܥܶܐ ܠܳܗ ܢܝܳܚܳܐ ܘܡܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܐܶܫܟ݁ܚܰܬ݂ ܐܳܡܪܳܐ ܐܶܗܦ݁ܽܘܟ݂ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܝ ܐܰܝܡܶܟ݁ܳܐ ܕ݁ܢܶܦ݂ܩܶܬ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:24 24 Wanneer een onreine geest van een mens uitgaat, gaat hij rond in waterloze plaatsen, om rust te zoeken. Vindt hij die niet, zegt hij: 'Ik zal naar mijn huis terugkeren, van waar ik ben uitgegaan'.
25 ܘܶܐܢ ܐܶܬ݂ܳܬ݂ ܐܶܫܟ݁ܰܚܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܚܡܺܝܡ ܘܰܡܨܰܒ݁ܰܬ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:25 25 Als hij is aangekomen, vindt hij het aangeveegd en versierd.
26 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܳܙܳܠ݈ܐ ܕ݁ܳܒ݂ܪܳܐ ܫܒ݂ܰܥ ܪܽܘܚܺܝܢ ܐ݈ܚܪܳܢܝܳܢ ܕ݁ܒ݂ܺܝܫܳܢ ܡܶܢܳܗ ܘܥܳܐܠܳܢ ܘܥܳܡܪܳܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܘܗܳܘܝܳܐ ܚܰܪܬ݂ܶܗ ܕ݁ܒ݂ܰܪܢܳܫܳܐ ܗܰܘ ܒ݁ܺܝܫܳܐ ܡܶܢ ܩܰܕ݂ܡܳܝܬ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:26 26 Dan gaat hij en neemt zeven andere geesten mee, die slechter zijn dan hij. Ze gaan naar binnen en wonen er. Het laatste is voor die mens slechter dan eerst."
27 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܡܡܰܠܶܠ ܗ݈ܘܳܐ ܐܰܪܺܝܡܰܬ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܚܕ݂ܳܐ ܩܳܠܳܗ ܡܶܢ ܟ݁ܶܢܫܳܐ ܘܶܐܡܪܰܬ݂ ܠܶܗ ܛܽܘܒ݂ܶܝܗ ܠܟ݂ܰܪܣܳܐ ܕ݁ܰܛܥܶܢܬ݂ܳܟ݂ ܘܠܰܬ݁ܕ݂ܰܝܳܐ ܕ݁ܰܐܝܢܩܽܘܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:27 27 Nadat hij deze dingen had gesproken, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en zei tegen hem: "Gelukkig zijn de schoot die u heeft gedragen en de borsten die u hebben gezoogd!"
28 ܐܳܡܰܪ ܠܳܗ ܗܽܘ ܛܽܘܒ݂ܰܝܗܽܘܢ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܫܡܰܥܘ ܡܶܠܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܢܳܛܪܺܝܢ ܠܳܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:28 28 Hij zei tegen haar: "Gelukkig zijn degenen die het woord van God horen en het behouden."
29 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܡܶܬ݂ܟ݁ܰܢܫܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܫܰܪܺܝ ܠܡܺܐܡܰܪ ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܒ݁ܺܝܫܬ݁ܳܐ ܐܳܬ݂ܳܐ ܒ݁ܳܥܝܳܐ ܘܳܐܬ݂ܳܐ ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܳܗ ܐܶܠܳܐ ܐܳܬ݂ܶܗ ܕ݁ܝܰܘܢܳܢ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:29 29 Toen de menigten waren vergaderd, begon hij te spreken: "Deze slechte generatie vraagt een teken. Het zal haar niet gegeven worden, behalve het teken van de profeet Yawnān.
30 ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܰܗܘܳܐ ܝܰܘܢܳܢ ܐܳܬ݂ܳܐ ܠܢܺܝܢܘܳܝܶܐ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܐܳܦ݂ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܠܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:30 30 Zoals Yawnān voor de Nínwā's een teken was, zo zal de Mensenzoon ook voor deze generatie een teken zijn.
Lucas 9:22
31 ܡܰܠܟ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܬ݂ܰܝܡܢܳܐ ܬ݁ܩܽܘܡ ܒ݁ܕ݂ܺܝܢܳܐ ܥܰܡ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܘܰܬ݂ܚܰܝܶܒ݂ ܐܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܐܬ݂ܳܬ݂ ܡܶܢ ܥܶܒ݂ܪܶܝܗ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܕ݁ܬ݂ܶܫܡܰܥ ܚܶܟ݂ܡܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܫܠܶܝܡܽܘܢ ܘܗܳܐ ܕ݁ܝܰܬ݁ܺܝܪ ܡܶܢ ܫܠܶܝܡܳܘܢ ܗܳܪܟ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:31 31 De koningin van het Zuiden zal in het oordeel met de mensen van deze generatie opstaan, en ze zal haar veroordelen, want ze kwam van de overzijden van het land om de wijsheid van Šlémún te horen. Zie, iemand groter dan Šlémún is hier!
Ethiopië. 1 Koningen 10:1
32 ܓ݁ܰܒ݂ܪܶܐ ܢܺܝܢܘܳܝܶܐ ܢܩܽܘܡܽܘܢ ܒ݁ܕ݂ܺܝܢܳܐ ܥܰܡ ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܘܰܢܚܰܝܒ݂ܽܘܢܳܗ ܕ݁ܬ݂ܳܒ݂ܘ ܒ݁ܟ݂ܳܪܽܘܙܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܝܰܘܢܳܢ ܘܗܳܐ ܕ݁ܝܰܬ݁ܺܝܪ ܡܶܢ ܝܰܘܢܳܢ ܗܳܪܟ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:32 32 De mannen van Nínwā zullen in het oordeel met deze generatie opstaan en haar veroordelen, omdat zij berouw hadden na de verkondiging van Yawnān. Zie, iemand groter dan Yawnān is hier!
33 ܠܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܡܰܢܗܰܪ ܫܪܳܓ݂ܳܐ ܘܣܳܐܶܡ ܠܶܗ ܒ݁ܟ݂ܶܣܝܳܐ ܐܰܘ ܬ݁ܚܶܝܬ݂ ܣܰܐܬ݂ܳܐ ܐܶܠܳܐ ܠܥܶܠ ܡܶܢ ܡܢܳܪܬ݁ܳܐ ܕ݁ܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܥܳܐܠܺܝܢ ܢܶܚܙܽܘܢ ܢܽܘܗܪܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:33 33 Niemand onsteekt een lamp en zet haar op een verborgen plaats of onder een korenmaat, maar op een menora zodat wie binnenkomen haar licht zien.
34 ܫܪܳܓ݂ܶܗ ܕ݁ܦ݂ܰܓ݂ܪܳܟ݂ ܐܺܝܬ݂ܶܝܗ ܥܰܝܢܳܟ݂ ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܕ݁ܥܰܝܢܳܟ݂ ܦ݁ܫܺܝܛܳܐ ܐܳܦ݂ ܟ݁ܽܠܶܗ ܦ݁ܰܓ݂ܪܳܟ݂ ܢܶܗܘܶܐ ܢܰܗܺܝܪ ܐܶܢ ܕ݁ܶܝܢ ܬ݁ܶܗܘܶܐ ܒ݁ܺܝܫܳܐ ܘܳܐܦ݂ ܦ݁ܰܓ݂ܪܳܟ݂ ܢܶܗܘܶܐ ܚܶܫܽܘܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:34 34 De lamp van je lichaam is je oog. Wanneer je oog dan oprecht is, dan zal ook je hele lichaam verlicht zijn, maar als het slecht is, zal ook je hele lichaam duisternis zijn.
of 'kwaad'. Idioom voor hebberig, begerig.
35 ܐܶܙܕ݁ܰܗ݈ܪ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܕ݁ܰܠܡܳܐ ܢܽܘܗܪܳܐ ܕ݁ܒ݂ܳܟ݂ ܚܶܫܽܘܟ݂ܳܐ ܗ݈ܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:35 35 Pas er daarom voor op, anders is het licht dat in je is, duisternis.
36 ܐܶܢ ܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܰܓ݂ܪܳܟ݂ ܟ݁ܽܠܶܗ ܢܰܗܺܝܪ ܘܠܰܝܬ݁ ܒ݁ܶܗ ܡܢܳܬ݂ܳܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܚܶܫܽܘܟ݂ܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܡܰܢܗܰܪ ܟ݁ܽܠܶܗ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܰܫܪܳܓ݂ܳܐ ܒ݁ܕ݂ܰܠܩܶܗ ܡܰܢܗܰܪ ܠܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:36 36 En als je hele lichaam verlicht is, en geen [enkel] deel ervan duister is, zal het geheel verlicht zijn zoals een lamp je door haar vlam verlicht."
37 ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܡܡܰܠܶܠ ܒ݁ܥܳܐ ܡܶܢܶܗ ܦ݁ܪܺܝܫܳܐ ܚܰܕ݂ ܕ݁ܢܶܫܬ݁ܰܪܶܐ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܘܥܰܠ ܐܶܣܬ݁ܡܶܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:37 37 Terwijl hij deze dingen sprak, verzocht een Afgescheidene hem om met hem te eten, dus ging hij naar binnen en lag aan.
38 ܗܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܪܺܝܫܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܚܙܳܝܗ݈ܝ ܐܶܬ݁ܕ݁ܰܡܰܪ ܕ݁ܠܳܐ ܠܽܘܩܕ݂ܰܡ ܥܡܰܕ݂ ܡܶܢ ܩܕ݂ܳܡ ܫܳܪܽܘܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:38 38 Toen die Afgescheidene hem zag, was hij verbaasd dat hij [zich] niet eerst waste voor de maaltijd.
39 ܐܶܡܰܪ ܠܶܗ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܗܳܫܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܦ݁ܪܺܝܫܶܐ ܒ݁ܰܪܶܗ ܕ݁ܟ݂ܳܣܳܐ ܘܰܕ݂ܦ݁ܺܝܢܟ݁ܳܐ ܡܕ݂ܰܟ݁ܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܓ݂ܰܘ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܡܠܶܐ ܚܛܽܘܦ݂ܝܳܐ ܘܒ݂ܺܝܫܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:39 39 Maar Yešúʿ zei tegen hem: "Nu reinigen jullie Afgescheidenen de buitenkant van de beker en de schaal, maar van binnen zijn jullie vol roof en kwaad.
40 ܚܰܣܺܝܪܰܝ ܪܶܥܝܳܢܳܐ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܡܰܢ ܕ݁ܰܥܒ݂ܰܕ݂ ܕ݁ܰܠܒ݂ܰܪ ܘܕ݂ܰܠܓ݂ܰܘ ܗܽܘ ܥܒ݂ܰܕ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:40 40 Onverstandigen! Is degene die de buitenkant maakte, niet ook degene die de binnenkant maakte?
41 ܒ݁ܪܰܡ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܗܰܒ݂ܽܘܗ݈ܝ ܒ݁ܙܶܕ݂ܩܬ݂ܳܐ ܘܗܳܐ ܟ݁ܽܠܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܟ݂ܶܐ ܗ݈ܽܘ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:41 41 Maar doe liefdadigheid naar wat u hebt, en zie, alles aan u zal gereinigd zijn!
42 ܐܶܠܳܐ ܘܳܝ ܠܟ݂ܽܘܢ ܦ݁ܪܺܝܫܶܐ ܕ݁ܰܡܥܰܣܪܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܢܳܢܥܳܐ ܘܦ݂ܺܓ݂ܰܢܳܐ ܘܟ݂ܽܠ ܝܽܘܪܳܩ ܘܥܳܒ݂ܪܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܥܰܠ ܕ݁ܺܝܢܳܐ ܘܥܰܠ ܚܽܘܒ݁ܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܗܳܠܶܝܢ ܕ݁ܶܝܢ ܘܳܠܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܬ݂ܶܥܒ݁ܕ݂ܽܘܢ ܘܗܳܠܶܝܢ ܠܳܐ ܬ݁ܶܫܒ݁ܩܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:42 42 Maar wee u, Afgescheidenen, want u geeft tienden van de munt, wijnruit en elk kruid, maar u slaat het oordeel en de liefde van God over. Jullie moeten deze dingen doen en ze niet verlaten.
43 ܘܳܝ ܠܟ݂ܽܘܢ ܦ݁ܪܺܝܫܶܐ ܕ݁ܪܳܚܡܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܪܺܝܫ ܡܰܘܬ݁ܒ݂ܶܐ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܳܬ݂ܳܐ ܘܰܫܠܳܡܳܐ ܒ݁ܫܽܘܩܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:43 43 Wee u, Afgescheidenen, want u houdt van de belangrijkste zetels in de synagoge en van de begroeting op straat.
44 ܘܳܝ ܠܟ݂ܽܘܢ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܢܳܣܒ݁ܰܝ ܒ݁ܰܐܦ݁ܶܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܝܟ݁ܽܘܢ ܐܰܝܟ݂ ܩܰܒ݂ܪܶܐ ܕ݁ܠܳܐ ܝܺܕ݂ܺܝܥܺܝܢ ܘܰܒ݂ܢܰܝ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܡܗܰܠܟ݂ܺܝܢ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܘܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:44 44 Wee u, schriftgeleerden en Afgescheidenen, toneelspelers! Want u bent als onbekende graven, waar mensen zonder het te weten overheen lopen."
45 ܘܰܥܢܳܐ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܡܰܠܦ݂ܳܢܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܐܳܦ݂ ܠܰܢ ܡܨܰܥܰܪ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:45 45 Toen antwoordde één van de schriftgeleerden en zei tegen hem: "Leraar, als u deze dingen zegt, minacht u ook ons!"
46 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܐܳܦ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܳܝ ܕ݁ܡܰܛܥܢܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܰܒ݂ܢܰܝ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܡܰܘܒ݁ܠܶܐ ܝܰܩܺܝܪܳܬ݂ܳܐ ܘܰܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܒ݁ܰܚܕ݂ܳܐ ܡܶܢ ܨܶܒ݂ܥܳܬ݂ܟ݂ܽܘܢ ܠܳܐ ܩܳܪܒ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܗܶܝܢ ܠܡܰܘܒ݁ܠܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:46 46 En hij zei: "Ook wee u, schriftgeleerden! Want u stapelt een zware vracht op de mensen, maar zelf raakt u deze vracht met geen vinger aan.
47 ܘܳܝ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܒ݂ܳܢܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܩܰܒ݂ܪܶܐ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܶܐ ܕ݁ܰܐܒ݂ܳܗܰܝܟ݁ܽܘܢ ܩܰܛܶܠܘ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:47 47 Wee u, want u bouwt de graven van de profeten terwijl uw vaders hen hebben gedood.
48 ܣܳܗܕ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܘܨܳܒ݂ܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܒ݁ܰܥܒ݂ܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܰܐܒ݂ܳܗܰܝܟ݁ܽܘܢ ܕ݁ܗܶܢܽܘܢ ܩܰܛܶܠܘ ܐܶܢܽܘܢ ܘܰܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܒ݁ܳܢܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܩܰܒ݂ܪܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:48 48 Zo getuigt u ervan en stemt u in met de werken van uw vaders want zij hebben hen gedood, terwijl u hun graven bouwt.
49 ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܐܳܦ݂ ܚܶܟ݂ܡܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܐܶܡܪܰܬ݂ ܕ݁ܗܳܐ ܐܶܢܳܐ ܐܶܫܰܕ݁ܰܪ ܠܗܽܘܢ ܢܒ݂ܺܝܶܐ ܘܰܫܠܺܝܚܶܐ ܡܶܢܗܽܘܢ ܢܶܪܕ݁ܦ݂ܽܘܢ ܘܢܶܩܛܠܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:49 49 Daarom heeft ook de wijsheid van God gezegd: 'Zie ik zal hen profeten en gezanten sturen. Sommigen van hen zullen ze vervolgen en doden,
Spreuken 8:1. Jeremia 7:25 2 Kronieken 24:20
50 ܕ݁ܢܶܬ݁ܬ݁ܒ݂ܰܥ ܕ݁ܡܳܐ ܕ݁ܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܢܒ݂ܺܝܶܐ ܕ݁ܶܐܬ݂ܶܐܫܶܕ݂ ܡܶܢ ܕ݁ܶܐܬ݂ܒ݁ܪܺܝ ܥܳܠܡܳܐ ܡܶܢ ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:50 50 zodat het bloed, van alle profeten dat vergoten is vanaf de schepping van de wereld, op deze generatie gewroken zal worden.
51 ܡܶܢ ܕ݁ܡܶܗ ܕ݁ܗܳܒ݂ܶܝܠ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܰܕ݂ܡܶܗ ܕ݁ܰܙܟ݂ܰܪܝܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܶܐܬ݂ܩܛܶܠ ܒ݁ܰܝܢܰܝ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܠܡܰܕ݂ܒ݁ܚܳܐ ܐܺܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܡܶܬ݁ܬ݁ܒ݂ܰܥ ܡܶܢ ܫܰܪܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:51 51 Van het bloed van Hābél tot het bloed van Zkaryā, die tussen de tempel en het altaar werd gedood. Ja, ik zeg u dat het op deze generatie gewroken zal worden.
Openbaring 18:24
52 ܘܳܝ ܠܟ݂ܽܘܢ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܕ݁ܰܫܩܰܠܬ݁ܽܘܢ ܩܠܺܝܕ݂ܶܐ ܕ݁ܺܝܕ݂ܰܥܬ݂ܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܳܐ ܥܰܠܬ݁ܽܘܢ ܘܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܥܳܐܠܺܝܢ ܟ݁ܠܰܝܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:52 52 Wee u, schriftgeleerden, want u hebt de sleutels van kennis weggenomen. U gaat er zelf niet binnen, en degenen die er naar binnengaan, verbiedt u het."
53 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܫܰܪܺܝܘ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܡܶܬ݂ܒ݁ܶܐܫ ܠܗܽܘܢ ܘܡܶܬ݂ܚܰܡܬ݂ܺܝܢ ܘܰܡܬ݂ܰܟ݁ܣܺܝܢ ܡܶܠܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:53 53 Terwijl hij deze dingen met hen sprak, raakten de schriftgeleerden en de Afgescheidenen ontstemd en woedend en onderbraken ze zijn rede,
54 ܘܢܳܟ݂ܠܺܝܢ ܠܶܗ ܒ݁ܣܰܓ݁ܺܝܳܐܬ݂ܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܒ݁ܳܥܶܝܢ ܠܡܶܐܚܰܕ݂ ܡܶܕ݁ܶܡ ܡܶܢ ܦ݁ܽܘܡܶܗ ܕ݁ܢܶܫܟ݁ܚܽܘܢ ܢܶܐܟ݂ܠܽܘܢ ܩܰܪܨܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 11:54 54 en ze misleidden hem in veel [dingen] door te proberen hem op zijn woorden te pakken, zodat ze hem konden beschuldigen.

Bijgewerkt: donderdag 3 mei 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.