MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 14

1 ܘܰܗܘܳܐ ܕ݁ܟ݂ܰܕ݂ ܥܰܠ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܳܐ ܕ݁ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܪܺܫܶܐ ܕ݁ܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܕ݁ܢܶܐܟ݂ܽܘܠ ܠܰܚܡܳܐ ܒ݁ܝܰܘܡܳܐ ܕ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܘܗܶܢܽܘܢ ܢܳܛܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:1 1 Toen hij het huis van iemand van de leiding van de Afgescheidenen binnenging om brood te eten op de sabbat, bleven ze op hem letten.
2 ܘܗܳܐ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܚܰܕ݂ ܕ݁ܰܟ݂ܢܺܝܫ ܗ݈ܘܳܐ ܡܰܝܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܩܕ݂ܳܡܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:2 2 Zie, er stond een man voor hem die aan oedeem leed.
3 ܘܰܥܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܠܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܕ݁ܶܐܢ ܫܰܠܺܝܛ ܒ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܠܡܰܐܣܳܝܽܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:3 3 Yešúʿ antwoordde en zei tegen de schriftgeleerden en de Afgescheidenen: "Is het toegestaan om op de sabbat te genezen?"
4 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܫܬ݂ܶܩܘ ܘܰܐܚܕ݁ܶܗ ܗܽܘ ܘܰܐܣܝܶܗ ܘܰܫܪܳܝܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:4 4 Maar ze zwegen dus nam hij hem, genas hem en liet hem gaan.
5 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܰܢܽܘ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܢܶܦ݁ܶܠ ܒ݁ܪܶܗ ܐܰܘ ܬ݁ܰܘܪܶܗ ܒ݁ܒ݂ܺܪܳܐ ܒ݁ܝܰܘܡܳܐ ܕ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܘܠܳܐ ܡܶܚܕ݂ܳܐ ܕ݁ܳܠܶܐ ܡܰܣܶܩ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:5 5 En hij zei tegen hen: "Wie onder u, als zijn zoon of zijn os op de sabbat in een put valt, haalt hem er niet onmiddellijk uit?"
Grieks heeft 'ezel'. Er staat 'barah' wat zowel zoon als jong dier kan betekenen.
6 ܘܠܳܐ ܐܶܫܟ݁ܰܚܘ ܠܡܶܬ݁ܰܠ ܠܶܗ ܦ݁ܶܬ݂ܓ݂ܳܡܳܐ ܥܰܠ ܗܳܕ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:6 6 Men kon hem hierop geen antwoord geven.
7 ܘܶܐܡܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܡܰܬ݂ܠܳܐ ܠܘܳܬ݂ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܰܡܙܰܡܢܺܝܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܥܰܠ ܕ݁ܚܳܙܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܰܡܓ݂ܰܒ݁ܶܝܢ ܕ݁ܽܘܟ݁ܝܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܪܺܝܫ ܣܡܳܟ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:7 7 En hij vertelde een gelijkenis aan de genodigden omdat hij had gezien hoe men de beste plaatsen koos.
8 ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܕ݁ܡܶܙܕ݂ܰܡܰܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܡܶܢ ܐ݈ܢܳܫ ܠܒ݂ܶܝܬ݂ ܡܶܫܬ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܠܳܐ ܬ݁ܺܐܙܰܠ ܬ݁ܶܣܬ݁ܡܶܟ݂ ܠܳܟ݂ ܒ݁ܪܺܝܫ ܣܡܳܟ݂ܳܐ ܕ݁ܰܠܡܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܡܙܰܡܰܢ ܬ݁ܰܡܳܢ ܐ݈ܢܳܫ ܕ݁ܰܡܝܰܩܰܪ ܡܶܢܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:8 8 "Wanneer u door iemand naar een feestzaal bent uitgenodigd, ga dan niet op de beste plaats zitten, anders kan iemand die voornamer is dan uzelf uitgenodigd worden om daar te gaan zitten.
9 ܘܢܺܐܬ݂ܶܐ ܗܰܘ ܡܰܢ ܕ݁ܠܳܟ݂ ܘܠܶܗ ܩܪܳܐ ܘܢܺܐܡܰܪ ܠܳܟ݂ ܕ݁ܗܰܒ݂ ܕ݁ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܠܗܳܢܳܐ ܘܬ݂ܶܒ݂ܗܰܬ݂ ܟ݁ܰܕ݂ ܩܳܐܶܡ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܘܳܐܚܶܕ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܐ݈ܚܪܳܝܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:9 9 En degene die zowel u als hem had uitgenodigd, zal tegen u zeggen: 'Geef deze plaats aan hem!' En u zult zich schamen en opstaan om de laatste plaats te nemen.
10 ܐܶܠܳܐ ܡܳܐ ܕ݁ܶܐܙܕ݁ܰܡܰܢܬ݁ ܙܶܠ ܐܶܣܬ݁ܰܡ݈ܟ݁ ܠܳܟ݂ ܒ݁ܚܰܪܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܳܐ ܕ݁ܳܐܬ݂ܶܐ ܗܰܘ ܕ݁ܰܩܪܳܟ݂ ܢܺܐܡܰܪ ܠܳܟ݂ ܪܳܚܶܡܝ ܐܶܬ݂ܥܰܠܳܐ ܠܥܶܠ ܘܶܐܣܬ݁ܰܡ݈ܟ݁ ܘܬ݂ܶܗܘܶܐ ܠܳܟ݂ ܬ݁ܶܫܒ݁ܽܘܚܬ݁ܳܐ ܩܕ݂ܳܡ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܕ݁ܰܣܡܺܝܟ݂ܺܝܢ ܥܰܡܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:10 10 Ga wanneer u bent uitgenodigd aan een plaats aan het einde aanliggen, zodat wanneer degene die u had uitgenodigd zal komen en tegen u kan zeggen: 'Vriend, sta op en ga hogerop aanliggen!' Dan zult u eer hebben tegenover allen die met u aanliggen.
11 ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܟ݂ܽܠ ܕ݁ܰܢܪܺܝܡ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܢܶܬ݂ܡܰܟ݁ܰܟ݂ ܘܟ݂ܽܠ ܕ݁ܢܰܡܶܟ݂ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܢܶܬ݁ܬ݁ܪܺܝܡ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:11 11 Want wie zichzelf verheft, zal worden vernederd. En wie zichzelf vernedert, zal worden verheven."
12 ܐܶܡܰܪ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܦ݂ ܠܗܰܘ ܕ݁ܰܩܪܳܝܗ݈ܝ ܡܳܐ ܕ݁ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܫܳܪܽܘܬ݂ܳܐ ܐܰܘ ܐܰܚܫܳܡܺܝܬ݂ܳܐ ܠܳܐ ܬ݁ܶܗܘܶܐ ܩܳܪܶܐ ܪܳܚܡܰܝܟ݁ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܐܰܚܰܝܟ݁ ܐܰܘ ܐ݈ܚܝܳܢܰܝܟ݁ ܘܠܳܐ ܫܒ݂ܳܒ݂ܰܝܟ݁ ܥܰܬ݁ܺܝܪܶܐ ܕ݁ܰܠܡܳܐ ܘܳܐܦ݂ ܗܶܢܽܘܢ ܢܶܩܪܽܘܢܳܟ݂ ܘܢܶܗܘܶܐ ܠܳܟ݂ ܦ݁ܽܘܪܥܳܢܳܐ ܗܳܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:12 12 En hij zei ook tegen degene die hem had uitgenodigd: "Wanneer u een maaltijd of een feest voorbereidt, nodig dan niet uw vrienden uit, en zelfs niet uw familie of rijke buren. Anders nodigen zij ook u uit en hebt u deze vergoeding.
13 ܐܶܠܳܐ ܡܳܐ ܕ݁ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܩܽܘܒ݁ܳܠܳܐ ܩܪܺܝ ܠܡܶܣܟ݁ܺܢܶܐ ܣܓ݂ܺܝܦ݂ܶܐ ܚܓ݂ܺܝܣܶܐ ܣܡܰܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:13 13 Nodig in plaats daarvan, wanneer u een feest voorbereidt, armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.
14 ܘܛܽܘܒ݂ܰܝܟ݁ ܕ݁ܠܰܝܬ݁ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܢܶܦ݂ܪܥܽܘܢܳܟ݂ ܢܶܗܘܶܐ ܓ݁ܶܝܪ ܦ݁ܽܘܪܥܳܢܳܟ݂ ܒ݁ܰܩܝܳܡܳܐ ܕ݁ܙܰܕ݁ܺܝܩܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:14 14 Dan zult u gelukkig zijn omdat ze u niet zullen vergoeden, want uw vergoeding zal bij de opstanding van de rechtvaardigen zijn."
15 ܟ݁ܰܕ݂ ܫܡܰܥ ܕ݁ܶܝܢ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܰܣܡܺܝܟ݂ܺܝܢ ܗܳܠܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܶܗ ܛܽܘܒ݂ܰܘܗ݈ܝ ܠܡܰܢ ܕ݁ܢܶܐܟ݂ܽܘܠ ܠܰܚܡܳܐ ܒ݁ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:15 15 Toen een van hen die aanlagen dat had gehoord zei hij: "Gelukkig is wie van het brood van het koninkrijk van God zal eten!"
16 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܚܰܕ݂ ܥܒ݂ܰܕ݂ ܐܰܚܫܳܡܺܝܬ݂ܳܐ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܘܰܩܪܳܐ ܠܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:16 16 Yešúʿ zei tegen hem: "Een man ging een groots feest vieren en hij nodigde velen uit.
of 'riep velen'.
17 ܘܫܰܕ݁ܰܪ ܥܰܒ݂ܕ݁ܶܗ ܒ݁ܥܶܕ݁ܳܢܳܐ ܕ݁ܰܐܚܫܳܡܺܝܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܺܐܡܰܪ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܩܪܶܝܢ ܗܳܐ ܟ݁ܽܠܡܶܕ݁ܶܡ ܡܛܰܝܰܒ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܬ݁ܰܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:17 17 Toen de tijd voor het feest was gekomen zond hij zijn bediende om tegen de genodigden te zeggen: 'Zie, alles staat voor u klaar, kom!'
18 ܘܫܰܪܺܝܘ ܡܶܢ ܚܰܕ݂ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܠܡܶܫܬ݁ܳܐܠܽܘ ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܩܪܺܝܬ݂ܳܐ ܙܶܒ݂ܢܶܬ݂ ܘܰܐܠܺܝܨ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܐܦ݁ܽܘܩ ܐܶܚܙܶܝܗ ܒ݁ܳܥܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܡܶܢܳܟ݂ ܫܒ݂ܽܘܩܰܝܢܝ ܕ݁ܡܶܫܬ݁ܶܐܠ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:18 18 Toen begon elk van hen zich aan hem verontschuldigen. De eerste zei: 'Ik heb een veld gekocht. Ik kan niet weggaan en moet het gaan zien. Ik vraag u mij te verontschuldigen!'
19 ܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܐܳܡܰܪ ܚܰܡܫܳܐ ܙܰܘܓ݁ܺܝܢ ܬ݁ܰܘܪܶܐ ܙܶܒ݂ܢܶܬ݂ ܘܳܐܙܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܐܒ݂ܩܶܐ ܐܶܢܽܘܢ ܒ݁ܳܥܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܡܶܢܳܟ݂ ܫܒ݂ܽܘܩܰܝܢܝ ܕ݁ܡܶܫܬ݁ܶܐܠ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:19 19 Een ander zei: 'Ik heb vijf span runderen gekocht en ik ga ze onderzoeken. Ik vraag u mij te verontschuldigen!'
20 ܘܰܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܐܳܡܰܪ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܢܶܣܒ݁ܶܬ݂ ܘܡܶܛܽܠ ܗܳܕ݂ܶܐ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܺܐܬ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:20 20 Een ander zei: 'Ik heb een vrouw genomen, daarom kan ik niet komen'.
21 ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܗܰܘ ܥܰܒ݂ܕ݁ܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܡܳܪܶܗ ܗܳܠܶܝܢ ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܪܓ݂ܶܙ ܡܳܪܶܐ ܒ݁ܰܝܬ݁ܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܥܰܒ݂ܕ݁ܶܗ ܦ݁ܽܘܩ ܒ݁ܰܥܓ݂ܰܠ ܠܫܽܘܩܶܐ ܘܰܠܒ݂ܺܪܝܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܘܰܐܥܶܠ ܠܟ݂ܳܐ ܠܡܶܣܟ݁ܺܢܶܐ ܘܰܠܡܰܟ݂ܶܐܒ݂ܶܐ ܘܠܰܡܚܰܓ݁ܪܶܐ ܘܠܰܥܘܺܝܪܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:21 21 Die bediende kwam en vertelde deze dingen aan zijn heer. Toen raakte de huismeester getergd en zei tegen zijn bediende: 'Ga snel naar de marktplaatsen en de straten van de stad. Breng de armen, de zieken, de verlamden en de blinden hier!'
22 ܘܶܐܡܰܪ ܥܰܒ݂ܕ݁ܳܐ ܡܳܪܝ ܗܘܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܰܦ݂ܩܰܕ݁ܬ݁ ܘܬ݂ܽܘܒ݂ ܐܺܝܬ݂ ܐܰܬ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:22 22 Toen zei de bediende: 'Mijnheer, het is zoals u hebt geboden, toch is er nog plaats over!'
23 ܘܶܐܡܰܪ ܡܳܪܳܐ ܠܥܰܒ݂ܕ݁ܶܗ ܦ݁ܽܘܩ ܠܽܐܘܪܚܳܬ݂ܳܐ ܘܰܠܒ݂ܶܝܬ݂ ܣܝܳܓ݂ܶܐ ܘܰܐܠܽܘܨ ܕ݁ܢܶܥܠܽܘܢ ܕ݁ܢܶܬ݂ܡܠܶܐ ܒ݁ܰܝܬ݁ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:23 23 De heer zei tegen zijn bediende: 'Ga uit naar de wegen en de paden en dwing hen binnen te komen om mijn huis te vullen.
Letterlijk 'tussen de hekken'.
24 ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܗܳܢܽܘܢ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܰܩܪܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܳܐ ܢܶܛܥܡܽܘܢ ܡܶܢ ܐܰܚܫܳܡܺܝܬ݂ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:24 24 Want ik zeg u dat geen van de genodigden aan mijn feest zullen deelnemen'!
25 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܳܙܺܠ݈ܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܥܰܡܶܗ ܟ݁ܶܢܫܶܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܐܶܬ݂ܦ݁ܢܺܝ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:25 25 Terwijl grote menigten met hem meeliepen keerde hij zich om en zei tegen hen:
26 ܡܰܢ ܕ݁ܳܐܬ݂ܶܐ ܠܘܳܬ݂ܝ ܘܠܳܐ ܣܳܢܶܐ ܠܰܐܒ݂ܽܘܗ݈ܝ ܘܠܶܐܡܶܗ ܘܠܰܐܚܰܘܗ݈ܝ ܘܠܰܐܚܘܳܬ݂ܶܗ ܘܠܰܐܢ݈ܬ݁ܬ݂ܶܗ ܘܠܰܒ݂ܢܰܘܗ݈ܝ ܘܳܐܦ݂ ܠܢܰܦ݂ܫܶܗ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܠܺܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:26 26 "Wie naar mij komt, maar zijn vader, zijn moeder en zijn broers en zusters en zijn vrouw en kinderen en zelfs zichzelf niet opzijzet, kan geen leerling van mij zijn.
haat. (ܣܢܐ) 'negeren' of 'haten'. Johannes 13:35 3:16
27 ܘܡܰܢ ܕ݁ܠܳܐ ܫܳܩܶܠ ܨܠܺܝܒ݂ܶܗ ܘܳܐܬ݂ܶܐ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪܝ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܠܺܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:27 27 En wie zijn kruis niet opneemt en mij volgt, kan geen leerling van mij zijn.
28 ܡܰܢܽܘ ܓ݁ܶܝܪ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܨܳܒ݂ܶܐ ܕ݁ܢܶܒ݂ܢܶܐ ܡܰܓ݂ܕ݁ܠܳܐ ܘܠܳܐ ܠܽܘܩܕ݂ܰܡ ܝܳܬ݂ܶܒ݂ ܚܳܫܶܒ݂ ܢܶܦ݂ܩܳܬ݂ܶܗ ܐܶܢ ܐܺܝܬ݂ ܠܶܗ ܠܰܡܫܰܠܳܡܽܘܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:28 28 Wie van u die een toren wil bouwen, gaat niet eerst zitten om de kosten te berekenen of er [voldoende] is om haar te voltooien?
29 ܕ݁ܠܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܢܣܺܝܡ ܫܶܬ݂ܶܐܣܬ݁ܳܐ ܘܠܳܐ ܢܶܫܟ݁ܰܚ ܠܰܡܫܰܠܳܡܽܘ ܟ݁ܽܠ ܕ݁ܚܳܙܶܝܢ ܢܶܗܘܽܘܢ ܡܒ݂ܰܙܚܺܝܢ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:29 29 Anders, wanneer hij het fundament legt maar haar niet kan voltooien, zullen allen die het zien hem uitlachen.
30 ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܕ݁ܗܳܢܳܐ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܫܰܪܺܝ ܠܡܶܒ݂ܢܳܐ ܘܠܳܐ ܐܶܫܟ݁ܰܚ ܠܰܡܫܰܠܳܡܽܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:30 30 En ze zullen zeggen: 'Deze man begon te bouwen maar kon het niet voltooien!'
31 ܐܰܘ ܡܰܢܽܘ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܕ݁ܳܐܙܶܠ ܠܰܩܪܳܒ݂ܳܐ ܠܡܶܬ݂ܟ݁ܰܬ݁ܳܫܽܘ ܥܰܡ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܚܰܒ݂ܪܶܗ ܘܠܳܐ ܠܽܘܩܕ݂ܰܡ ܡܶܬ݂ܪܰܥܶܐ ܕ݁ܶܐܢ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܒ݁ܥܶܣܪܳܐ ܐܰܠܦ݂ܺܝܢ ܠܡܶܐܪܰܥ ܠܗܰܘ ܕ݁ܳܐܬ݂ܶܐ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܒ݁ܥܶܣܪܺܝܢ ܐܰܠܦ݂ܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:31 31 Of welke koning gaat in oorlog om zijn naaste koning te verslaan, maar bedenkt niet eerst, of hij met tienduizend [man] degene die met twintigduizend tegen hem komt, kan ontmoeten?
32 ܘܶܐܢ ܕ݁ܶܝܢ ܠܳܐ ܥܰܕ݂ ܗܽܘ ܪܰܚܺܝܩ ܡܶܢܶܗ ܡܫܰܕ݁ܰܪ ܐܺܝܙܓ݁ܰܕ݁ܶܐ ܘܒ݂ܳܥܶܐ ܥܰܠ ܫܠܳܡܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:32 32 Zo niet, zal hij terwijl hij ver van hem weg is gezanten sturen en vrede verzoeken.
33 ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܟ݁ܽܠܢܳܫ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܠܳܐ ܫܳܒ݂ܶܩ ܟ݁ܽܠܶܗ ܩܶܢܝܳܢܶܗ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܠܺܝ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:33 33 Zo kan ook een ieder van jullie die niet geheel zijn bezit verlaat, geen leerling van mij zijn.
34 ܫܰܦ݁ܺܝܪܳܐ ܗ݈ܝ ܡܶܠܚܳܐ ܐܶܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܦ݂ ܡܶܠܚܳܐ ܬ݁ܶܦ݂ܟ݁ܰܗ ܒ݁ܡܳܢܳܐ ܬ݁ܶܬ݂ܡܠܰܚ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:34 34 Zout is goed, maar als zelfs het zout smakeloos wordt, waarmee zal het zout gemaakt worden?
35 ܠܳܐ ܠܰܐܪܥܳܐ ܘܠܳܐ ܠܙܶܒ݂ܠܳܐ ܐܳܙܳܠ݈ܐ ܠܒ݂ܰܪ ܫܳܕ݂ܶܝܢ ܠܳܗ ܡܰܢ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܠܶܗ ܐܶܕ݂ܢܶܐ ܕ݁ܢܶܫܡܰܥ ܢܶܫܡܰܥ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 14:35 35 Het is ongeschikt voor zowel de aarde als voor mest. Men gooit het weg. Laat wie oren heeft om te horen, horen!"

Bijgewerkt: vrijdag 4 mei 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.