MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 4

1 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܠܶܐ ܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܗܦ݂ܰܟ݂ ܡܶܢ ܝܽܘܪܕ݁ܢܳܢ ܘܰܕ݂ܒ݂ܰܪܬ݂ܶܗ ܪܽܘܚܳܐ ܠܚܽܘܪܒ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:1 1 Vervuld nu met de Heilige Geest, keerde Yešúʿ terug van de Yúrdnān, waarna de Geest hem naar de wildernis voerde,
2 ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܐܰܪܒ݁ܥܺܝܢ ܕ݁ܢܶܬ݂ܢܰܣܶܐ ܡܶܢ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܘܠܳܐ ܠܥܶܣ ܡܶܕ݁ܶܡ ܒ݁ܗܳܢܽܘܢ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܫܰܠܶܡ ܐܶܢܽܘܢ ܠܚܰܪܬ݂ܳܐ ܟ݁ܦ݂ܶܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:2 2 om veertig dagen door de aanklager beproefd te worden. Hij at in die dagen niets. Toen hij ze had voltooid, kreeg hij op het laatst honger.
3 ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܐܶܢ ܒ݁ܪܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܐܶܡܰܪ ܠܟ݂ܺܐܦ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܬ݂ܶܗܘܶܐ ܠܰܚܡܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:3 3 En de aanklager zei tegen hem: "Als u de Zoon van God bent, zeg dan tegen deze steen dat hij brood wordt!"
4 ܥܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܗ݈ܘ ܕ݁ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܠܰܚܡܳܐ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܚܳܝܶܐ ܒ݁ܰܪܢܳܫܳܐ ܐܶܠܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠ ܦ݁ܶܬ݂ܓ݂ܳܡ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:4 4 Yešúʿ antwoordde hem en zei: "Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van elke uitspraak van God.
5 ܘܰܐܣܩܶܗ ܣܳܛܳܢܳܐ ܠܛܽܘܪܳܐ ܪܳܡܳܐ ܘܚܰܘܝܶܗ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܡܰܠܟ݁ܘܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܒ݁ܥܶܕ݁ܳܢܳܐ ܙܥܽܘܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:5 5 Sāṭānā deed hem opgaan naar een hoge berg en toonde hem in een korte tijd alle koninkrijken van de aarde.
6 ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܠܳܟ݂ ܐܶܬ݁ܶܠ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܗܳܢܳܐ ܟ݁ܽܠܶܗ ܘܫܽܘܒ݂ܚܶܗ ܕ݁ܠܺܝ ܡܰܫܠܰܡ ܘܰܠܡܰܢ ܕ݁ܶܐܨܒ݁ܶܐ ܝܳܗܶܒ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:6 6 En de aanklager zei tegen hem: "Aan u zal ik geheel dit gezag en haar glorie geven want het is aan mij overgeleverd en ik geef het aan wie ik wil.
7 ܐܶܢ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܬ݁ܶܣܓ݁ܽܘܕ݂ ܩܕ݂ܳܡܰܝ ܕ݁ܺܝܠܳܟ݂ ܢܶܗܘܶܐ ܟ݁ܽܠܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:7 7 Als u mij dus zult aanbidden, is dit alles van u!"
8 ܥܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܗ݈ܘ ܕ݁ܰܠܡܳܪܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܟ݂ ܬ݁ܶܣܓ݁ܽܘܕ݂ ܘܠܶܗ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܬ݁ܶܦ݂ܠܽܘܚ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:8 8 Maar Yešúʿ antwoordde en zei tegen hem: "Er staat geschreven: 'Aanbid de HEER, uw God, en dien alleen hem'.
Deuteronomium 6:13
9 ܘܰܐܝܬ݁ܝܶܗ ܠܽܐܘܪܺܫܠܶܡ ܘܰܐܩܺܝܡܶܗ ܥܰܠ ܟ݁ܶܢܦ݂ܳܐ ܕ݁ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܶܢ ܒ݁ܪܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܐܰܪܡܳܐ ܢܰܦ݂ܫܳܟ݂ ܡܶܟ݁ܳܐ ܠܬ݂ܰܚܬ݁ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:9 9 Nu bracht hij hem naar ʾÚrišlem en deed hem op een spits van de tempel staan, en zei tegen hem: "Als u de Zoon van God bent, werp uzelf van hier naar beneden,
10 ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܰܠܡܰܠܰܐܟ݂ܰܘܗ݈ܝ ܢܦ݂ܰܩܶܕ݂ ܥܠܰܝܟ݁ ܕ݁ܰܢܢܰܛܪܽܘܢܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:10 10 want er staat geschreven: Hij zal zijn engelen gebieden om u te beschermen.
Psalmen 91:11, 12
11 ܘܥܰܠ ܕ݁ܪܳܥܰܝܗܽܘܢ ܢܶܫܩܠܽܘܢܳܟ݂ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݁ܩܶܠ ܪܶܓ݂ܠܳܟ݂ ܒ݁ܟ݂ܺܐܦ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:11 11 En op hun handen zullen zij u dragen zodat u zelfs uw voeten niet aan een steen zult stoten."
12 ܥܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܰܡܺܝܪ ܗ݈ܘ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܢܰܣܶܐ ܠܡܳܪܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:12 12 Maar Yešúʿ antwoordde en zei tegen hem: "Er is gezegd: U zult de HEER, uw God, niet beproeven."
Deuteronomium 6:16
13 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܫܰܠܶܡ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܢܶܣܝܽܘܢܰܘܗ݈ܝ ܦ݁ܪܰܩ ܡܶܢ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܥܰܕ݂ ܙܰܒ݂ܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:13 13 Toen de aanklager alle beproevingen had voltooid ging hij voor een tijd van hem weg.
14 ܘܰܗܦ݂ܰܟ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܒ݁ܚܰܝܠܳܐ ܕ݁ܪܽܘܚܳܐ ܠܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܛܶܒ݁ܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠܶܗ ܐܰܬ݂ܪܳܐ ܕ݁ܰܚܕ݂ܳܪܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:14 14 Yešúʿ keerde in de kracht van de Geest terug naar Glílā. Zijn reputatie ging voort door heel het gebied rondom hen.
15 ܘܗܽܘ ܡܰܠܶܦ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܡܶܫܬ݁ܰܒ݁ܰܚ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܢ ܟ݁ܽܠ ܐ݈ܢܳܫ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:15 15 En hij leerde in hun synagogen en werd door iedereen geprezen.
16 ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܠܢܳܨܪܰܬ݂ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܶܐܬ݂ܪܰܒ݁ܺܝ ܘܥܰܠ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܰܡܥܳܕ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܰܟ݂ܢܽܘܫܬ݁ܳܐ ܒ݁ܝܰܘܡܳܐ ܕ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܘܩܳܡ ܠܡܶܩܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:16 16 Toen hij in Nāṣrat kwam, waar hij was grootgebracht, ging hij zoals hij gewend was, op de dag van de sabbat de synagoge binnen en stond hij op om [voor] te lezen.
17 ܘܶܐܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܶܗ ܣܶܦ݂ܪܳܐ ܕ݁ܶܐܫܰܥܝܳܐ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܘܰܦ݂ܬ݂ܰܚ ܝܶܫܽܘܥ ܣܶܦ݂ܪܳܐ ܘܶܐܫܟ݁ܰܚ ܕ݁ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܰܟ݂ܬ݂ܺܝܒ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:17 17 Toen werd hem de boekrol van de profeet ʾEšʿayā gegeven en Yešúʿ opende de boekrol en vond de plaats waar stond geschreven:
18 ܪܽܘܚܶܗ ܕ݁ܡܳܪܝܳܐ ܥܠܰܝ ܘܡܶܛܽܠ ܗܳܕ݂ܶܐ ܡܰܫܚܰܢܝ ܠܰܡܣܰܒ݁ܳܪܽܘ ܠܡܶܣܟ݁ܺܢܶܐ ܘܫܰܠܚܰܢܝ ܠܡܰܐܣܳܝܽܘ ܠܰܬ݂ܒ݂ܺܝܪܰܝ ܠܶܒ݁ܳܐ ܘܰܠܡܰܟ݂ܪܳܙܽܘ ܠܰܫܒ݂ܰܝܳܐ ܫܽܘܒ݂ܩܳܢܳܐ ܘܠܰܥܘܺܝܪܶܐ ܚܙܳܝܳܐ ܘܠܰܡܫܰܪܳܪܽܘ ܠܰܬ݂ܒ݂ܺܝܪܶܐ ܒ݁ܫܽܘܒ݂ܩܳܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:18 18 "De Geest van de HEER is op mij en daarom heeft hij mij gezalfd om de armen hoop aan te kondigen en hij heeft mij gezonden om de gebrokenen van hart te genezen en aan gevangenen vrijstelling te verkondigen en voor de blinden het zicht, en de gebrokenen te versterken door vergeving,
Jesaja 61:1,2
19 ܘܰܠܡܰܟ݂ܪܳܙܽܘ ܫܰܢ݈ܬ݁ܳܐ ܡܩܰܒ݁ܰܠܬ݁ܳܐ ܠܡܳܪܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:19 19 en de periode van aanvaarding door de HEER te verkondigen."
20 ܘܰܟ݂ܪܰܟ݂ ܣܶܦ݂ܪܳܐ ܘܝܰܗܒ݁ܶܗ ܠܰܡܫܰܡܫܳܢܳܐ ܘܶܐܙܰܠ ܝܺܬ݂ܶܒ݂ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܒ݂ܰܟ݂ܢܽܘܫܬ݁ܳܐ ܥܰܝܢܰܝܗܽܘܢ ܚܳܝܪܳܢ ܗ݈ܘܰܝ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:20 20 Toen rolde hij de boekrol op en gaf die aan de dienaar en ging zitten terwijl allen in de synagoge hun ogen op hem gericht hadden.
21 ܘܫܰܪܺܝ ܠܡܺܐܡܰܪ ܠܘܳܬ݂ܗܽܘܢ ܕ݁ܝܰܘܡܳܢܳܐ ܐܶܫܬ݁ܰܠܰܡ ܟ݁ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܗܳܢܳܐ ܒ݁ܶܐܕ݂ܢܰܝܟ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:21 21 En hij begon tegen hen te spreken: "Vandaag is deze Schriftplaats die u hebt gehoord, voltooid."
22 ܘܣܳܗܕ݁ܺܝܢ ܗܘܰܘ ܠܶܗ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܘܡܶܬ݁ܕ݁ܰܡܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܒ݁ܡܶܠܶܐ ܕ݁ܛܰܝܒ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܳܦ݂ܩܳܢ ܗ݈ܘܰܝ ܡܶܢ ܦ݁ܽܘܡܶܗ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܗܳܢܳܐ ܒ݁ܰܪ ܝܰܘܣܶܦ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:22 22 En allen getuigden over hem en verbaasden zich over de woorden van genade die uit zijn mond voortkwamen en ze zeiden: "Is deze man niet een zoon van Yawsef?"
23 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܟ݁ܒ݂ܰܪ ܬ݁ܺܐܡܪܽܘܢ ܠܺܝ ܡܰܬ݂ܠܳܐ ܗܳܢܳܐ ܐܳܣܝܳܐ ܐܰܣܳܐ ܢܰܦ݂ܫܳܟ݂ ܘܟ݂ܽܠ ܕ݁ܰܫܡܰܥܢ ܕ݁ܰܥܒ݂ܰܕ݁ܬ݁ ܒ݁ܰܟ݂ܦ݂ܰܪܢܰܚܽܘܡ ܥܒ݂ܶܕ݂ ܐܳܦ݂ ܗܳܪܟ݁ܳܐ ܒ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܟ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:23 23 Yešúʿ zei tegen hen: "Misschien zou u mij dit gezegde zeggen: 'Dokter, genees uzelf! Want we hebben alles over u gehoord wat u in Kfar-Naḥum hebt gedaan: doe dat ook hier, in uw stad'.
24 ܗ݈ܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܐܰܡܺܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܠܰܝܬ݁ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܰܒ݁ܰܠ ܒ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:24 24 En hij zei: "Ik zeg u met zekerheid dat er geen profeet is die in zijn eigen stad wordt ontvangen.
'Amen'. (Numeri 5:22)
25 ܫܪܳܪܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܣܰܓ݁ܺܝ ܐܰܪܡܠܳܬ݂ܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܰܝ ܒ݁ܺܐܝܣܪܳܝܶܠ ܒ݁ܝܰܘܡܰܝ ܐܺܠܺܝܳܐ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܶܬ݁ܬ݁ܚܶܕ݂ܘ ܫܡܰܝܳܐ ܫܢܺܝܢ ܬ݁ܠܳܬ݂ ܘܝܰܪܚܶܐ ܫܬ݁ܳܐ ܘܰܗܘܳܐ ܟ݁ܰܦ݂ܢܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠܳܗ ܐܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:25 25 Want ik zeg u met zekerheid dat er vele weduwen waren in het huis van Isrāʾyel in de dagen van de profeet ʾElíā, toen de hemel drie jaar en zes maanden werd afgesloten, en er was een grote hongersnood in heel het land.
26 ܘܰܠܘܳܬ݂ ܚܕ݂ܳܐ ܡܶܢܗܶܝܢ ܠܳܐ ܐܶܫܬ݁ܰܕ݁ܰܪ ܐܺܠܺܝܳܐ ܐܶܠܳܐ ܠܨܰܪܦ݁ܰܬ݂ ܕ݁ܨܰܝܕ݁ܳܢ ܠܘܳܬ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܐܰܪܡܰܠܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:26 26 Naar niet één van hen werd ʾElíā gezonden, behalve naar Ṣarfāt in Ṣaydān, naar een weduwe.
27 ܘܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܓ݁ܰܪܒ݁ܶܐ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܰܘ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܐܺܝܣܪܳܝܶܠ ܒ݁ܝܰܘܡܰܝ ܐܶܠܺܝܫܰܥ ܢܒ݂ܺܝܳܐ ܘܚܰܕ݂ ܡܶܢܗܽܘܢ ܠܳܐ ܐܶܬ݁ܕ݁ܰܟ݁ܺܝ ܐܶܠܳܐ ܐܶܢ ܢܰܥܡܳܢ ܐܰܪܡܳܝܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:27 27 En er waren vele melaatsen in Isrāʾyel, in de dagen van de profeet ʾElíā, maar niet één van hen werd gereinigd behalve de Arameeër Naʿmān."
28 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܫܡܰܥܘ ܗܳܠܶܝܢ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܒ݂ܰܟ݂ܢܽܘܫܬ݁ܳܐ ܐܶܬ݂ܡܠܺܝܘ ܚܶܡܬ݁ܳܐ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:28 28 Toen ze deze dingen hadden gehoord, waren allen in de synagoge vervuld met woede.
29 ܘܩܳܡܘ ܐܰܦ݁ܩܽܘܗ݈ܝ ܠܒ݂ܰܪ ܡܶܢ ܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܘܰܐܝܬ݁ܝܽܘܗ݈ܝ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܰܓ݂ܒ݂ܺܝܢܳܐ ܕ݁ܛܽܘܪܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܗܽܘܢ ܒ݁ܰܢܝܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܢܶܫܕ݁ܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܡܶܢ ܫܩܺܝܦ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:29 29 Dus stonden ze op en wierpen hem buiten de stad en brachten hem tot de top van de heuvel waarop hun stad was gebouwd om hem van de klif te gooien.
30 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܥܒ݂ܰܪ ܒ݁ܰܝܢܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܶܐܙܰܠ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:30 30 Hij ging echter tussen hen door en vertrok.
31 ܘܰܢܚܶܬ݂ ܠܰܟ݂ܦ݂ܰܪܢܰܚܽܘܡ ܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܕ݁ܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܘܡܰܠܶܦ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܒ݁ܫܰܒ݁ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:31 31 En hij daalde af naar Kfar-Naḥum, een stad van Glílā, en leerde hun op de sabbatten.
32 ܘܬ݂ܰܡܺܝܗܺܝܢ ܗܘܰܘ ܒ݁ܝܽܘܠܦ݁ܳܢܶܗ ܕ݁ܰܡܫܰܠܛܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܡܶܠܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:32 32 Men was verbaasd over zijn leer, omdat zijn woord gezag had.
33 ܘܺܐܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܬ݁ܳܐ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܶܗ ܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܫܺܐܕ݂ܳܐ ܛܰܢܦ݂ܳܐ ܘܰܙܥܰܩ ܒ݁ܩܳܠܳܐ ܪܳܡܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:33 33 Er was een man in de synagoge met de geest van een onreine demon en hij riep met een hoge stem
34 ܘܶܐܡܰܪ ܫܒ݂ܽܘܩܰܝܢܝ ܡܳܐ ܠܰܢ ܘܠܳܟ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܢܳܨܪܳܝܳܐ ܐܶܬ݂ܰܝܬ݁ ܠܡܰܘܒ݁ܳܕ݂ܽܘܬ݂ܰܢ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܠܳܟ݂ ܡܰܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܩܰܕ݁ܺܝܫܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:34 34 en zei: "Laat me [met rust]! Wat hebben we met elkaar te maken, Yešúʿ de Nāṣreen. Bent u gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wie u bent, u bent de heilige van God!"
35 ܘܰܟ݂ܐܳܐ ܒ݁ܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܣܟ݂ܽܘܪ ܦ݁ܽܘܡܳܟ݂ ܘܦ݂ܽܘܩ ܡܶܢܶܗ ܘܰܫܕ݂ܳܝܗ݈ܝ ܫܺܐܕ݂ܳܐ ܒ݁ܰܡܨܰܥܬ݂ܳܐ ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܡܶܢܶܗ ܟ݁ܰܕ݂ ܠܳܐ ܣܪܰܚ ܒ݁ܶܗ ܡܶܕ݁ܶܡ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:35 35 Maar Yešúʿ berispte hem en zei: "Houd uw mond en ga van hem uit!" De demon wierp hem in hun midden, ging van hem uit en bezeerde hem niet.
36 ܘܬ݂ܶܡܗܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܐܶܚܰܕ݂ ܠܟ݂ܽܠܢܳܫ ܘܰܡܡܰܠܠܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܥܰܡ ܚܕ݂ܳܕ݂ܶܐ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܡܳܢܳܐ ܗ݈ܝ ܟ݁ܰܝ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܰܒ݂ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܘܰܒ݂ܚܰܝܠܳܐ ܦ݁ܳܩܕ݁ܳܐ ܠܪܽܘܚܶܐ ܛܰܢܦ݂ܳܬ݂ܳܐ ܘܢܳܦ݂ܩܳܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:36 36 Een grote verbazing greep iedereen aan en ze spraken met elkaar en zeiden: "Wat voor woord is dit nu? Want hij gebiedt onreine geesten met gezag en kracht, en ze gaan uit!"
37 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܛܶܒ݁ܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠܶܗ ܐܰܬ݂ܪܳܐ ܕ݁ܰܚܕ݂ܳܪܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:37 37 En het nieuws over hem ging rond in het hele omliggende gebied.
38 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܢܦ݂ܰܩ ܝܶܫܽܘܥ ܡܶܢ ܟ݁ܢܽܘܫܬ݁ܳܐ ܥܰܠ ܠܒ݂ܰܝܬ݁ܶܗ ܕ݁ܫܶܡܥܽܘܢ ܘܰܚܡܳܬ݂ܶܗ ܕ݁ܫܶܡܥܽܘܢ ܐܰܠܺܝܨܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܒ݁ܶܐܫܳܬ݂ܳܐ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܘܰܒ݂ܥܰܘ ܡܶܢܶܗ ܡܶܛܽܠܳܬ݂ܳܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:38 38 Toen Yešúʿ de synagoge verliet, ging hij het huis van Šemʿún binnen, maar de schoonmoeder van Šemʿún leed een hoge koorts, dus deden ze hem voor haar een verzoek.
39 ܘܩܳܡ ܠܥܶܠ ܡܶܢܳܗ ܘܰܟ݂ܐܳܐ ܒ݁ܶܐܫܳܬ݂ܳܗ ܘܰܫܒ݂ܰܩܬ݂ܳܗ ܘܡܶܚܕ݂ܳܐ ܩܳܡܰܬ݂ ܘܰܡܫܰܡܫܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:39 39 Toen boog hij zich over haar en berispte de koorts, die haar verliet. Ze stond onmiddellijk op en bediende hen.
40 ܡܰܥܪܳܒ݂ܰܝ ܫܶܡܫܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܟ݁ܪܺܝܗܶܐ ܕ݁ܰܟ݂ܪܺܝܗܺܝܢ ܒ݁ܟ݂ܽܘܪܗܳܢܶܐ ܡܫܰܚܠܦ݂ܶܐ ܐܰܝܬ݁ܺܝܘ ܐܶܢܽܘܢ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܥܰܠ ܚܰܕ݂ ܚܰܕ݂ ܡܶܢܗܽܘܢ ܐܺܝܕ݂ܶܗ ܣܳܐܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܘܡܰܐܣܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:40 40 Bij zonsondergang brachten allen die zieken hadden, met verschillende ziekten, ze naar hem, en hij legde op eenieder van hen zijn hand en genas hen.
41 ܘܢܳܦ݂ܩܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܐܳܦ݂ ܫܺܐܕ݂ܶܐ ܡܶܢ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܰܙܥܩܺܝܢ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܕ݁ܰܐܢ݈ܬ݁ ܗ݈ܽܘ ܡܫܺܝܚܳܐ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܟ݂ܳܐܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܗܽܘܢ ܘܠܳܐ ܫܳܒ݂ܶܩ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܢܺܐܡܪܽܘܢ ܕ݁ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܕ݁ܗܽܘܝܽܘ ܡܫܺܝܚܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:41 41 Ook gingen demonen van velen uit, terwijl ze uitriepen en zeiden: "U bent de Mšíḥā, de Zoon van God!" Maar hij berispte hen en stond hen niet toe te zeggen dat ze wisten dat hij de Mšíḥā was.
42 ܘܰܠܨܰܦ݂ܪܶܗ ܕ݁ܝܰܘܡܳܐ ܢܦ݂ܰܩ ܐܶܙܰܠ ܠܶܗ ܠܰܐܬ݂ܪܳܐ ܚܽܘܪܒ݁ܳܐ ܘܟ݂ܶܢܫܶܐ ܒ݁ܳܥܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܘܶܐܬ݂ܰܘ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܘܰܐܚܕ݁ܽܘܗ݈ܝ ܕ݁ܠܳܐ ܢܺܐܙܰܠ ܠܶܗ ܡܶܢ ܠܘܳܬ݂ܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:42 42 In de morgen, op de dag dat hij vertrok om naar een plaats in de wildernis te gaan, zochten de menigten hem. Zij kwamen met hem mee zodat hij niet van hen zou vertrekken.
43 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܳܐܦ݂ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢܳܬ݂ܳܐ ܐ݈ܚܪܳܢܝܳܬ݂ܳܐ ܘܳܠܶܐ ܠܺܝ ܠܰܡܣܰܒ݁ܳܪܽܘ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܕ݁ܥܰܠ ܗܳܕ݂ܶܐ ܗ݈ܘ ܐܶܫܬ݁ܰܕ݁ܪܶܬ݂ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:43 43 Dus zei Yešúʿ tegen hen: "Ook andere steden moet ik het koninkrijk van God verkondigen, want daarom ben ik gezonden."
44 ܘܗܽܘ ܡܰܟ݂ܪܶܙ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܓ݂ܠܺܝܠܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܠܘܩܘܣ 4:44 44 En hij verkondigde in de synagogen van Glílā.

Bijgewerkt: donderdag 3 mei 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.