MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 20

1 ܒ݁ܚܰܕ݂ ܒ݁ܫܰܒ݁ܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܬ݂ܳܬ݂ ܡܰܪܝܰܡ ܡܰܓ݂ܕ݁ܠܳܝܬ݁ܳܐ ܒ݁ܨܰܦ݂ܪܳܐ ܥܰܕ݂ ܚܶܫܽܘܟ݂ ܠܒ݂ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܘܰܚܙܳܬ݂ ܠܟ݂ܺܐܦ݂ܳܐ ܕ݁ܰܫܩܺܝܠܳܐ ܡܶܢ ܩܰܒ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:1 1 Op de eerste [dag] van de week kwam Maryam van Māgdālā in de morgen, toen het nog donker was, bij de grafplaats. Ze zag dat de steen van het graf was verwijderd.
2 ܘܪܶܗܛܰܬ݂ ܐܶܬ݂ܳܬ݂ ܠܘܳܬ݂ ܫܶܡܥܽܘܢ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܘܰܠܘܳܬ݂ ܗܰܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܕ݁ܪܳܚܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܳܐܡܪܳܐ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܫܰܩܠܽܘܗ݈ܝ ܠܡܳܪܰܢ ܡܶܢ ܗܰܘ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܘܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܣܳܡܽܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:2 2 Ze rende weg en kwam bij Šemʿún Kiʾfā en bij die andere leerling die door Yešúʿ werd liefgehad en ze zei tegen hen: "Ze hebben onze Heer uit die grafplaats gehaald maar ik weet niet waar ze hem hebben gelegd!"
3 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܫܶܡܥܽܘܢ ܘܗܰܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܘܳܐܬ݂ܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܒ݂ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:3 3 Toen gingen Kiʾfā en die andere leerling voort en ze kwamen bij de grafplaats.
4 ܘܪܳܗܛܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܬ݁ܪܰܝܗܽܘܢ ܐܰܟ݂ܚܕ݂ܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܪܗܶܛ ܩܰܕ݁ܡܶܗ ܠܫܶܡܥܽܘܢ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܠܒ݂ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:4 4 En ze renden samen. Die leerling was Šemʿún voor en kwam als eerste aan bij de grafplaats.
5 ܘܰܐܕ݂ܺܝܩ ܚܙܳܐ ܟ݁ܶܬ݁ܳܢܶܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܣܺܝܡܺܝܢ ܡܶܥܰܠ ܕ݁ܶܝܢ ܠܳܐ ܥܰܠ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:5 5 Toen hij die bekeek, zag hij het linnen liggen, maar ging niet naar binnen.
6 ܐܶܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܫܶܡܥܽܘܢ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܘܥܰܠ ܠܒ݂ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܘܰܚܙܳܐ ܟ݁ܶܬ݁ܳܢܶܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܣܺܝܡܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:6 6 Šemʿún kwam na hem, maar ging de grafplaats binnen, en hij zag het linnen liggen.
7 ܘܣܽܘܕ݂ܳܪܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܰܚܙܺܝܩ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܪܺܫܶܗ ܠܳܐ ܥܰܡ ܟ݁ܶܬ݁ܳܢܶܐ ܐܶܠܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܟ݁ܪܺܝܟ݂ ܘܣܺܝܡ ܠܰܣܛܰܪ ܒ݁ܰܚܕ݂ܳܐ ܕ݁ܽܘܟ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:7 7 De doek die om zijn hoofd was gewonden, lag niet bij het linnen maar was opgerold en apart gelegd.
8 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܥܰܠ ܐܳܦ݂ ܗܰܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܬ݂ܳܐ ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܠܒ݂ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܘܰܚܙܳܐ ܘܗܰܝܡܶܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:8 8 Daarna ging ook de leerling die het eerst bij de grafplaats was aangekomen naar binnen, en hij zag en geloofde.
9 ܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܥܕ݂ܰܟ݁ܺܝܠ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܡܶܢ ܟ݁ܬ݂ܳܒ݂ܶܐ ܕ݁ܰܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܰܡܩܳܡ ܡܶܢ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:9 9 Want ze begrepen nog niet van de Schrift dat hij uit de doden moest opstaan.
Psalmen 16:10
10 ܘܶܐܙܰܠܘ ܗܶܢܽܘܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܠܕ݂ܽܘܟ݁ܰܬ݂ܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:10 10 Die leerlingen gingen weer naar hun eigen plaats,
11 ܡܰܪܝܰܡ ܕ݁ܶܝܢ ܩܳܝܡܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܠܘܳܬ݂ ܩܰܒ݂ܪܳܐ ܘܒ݂ܳܟ݂ܝܳܐ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܒ݁ܳܟ݂ܝܳܐ ܐܰܕ݂ܺܝܩܰܬ݂ ܒ݁ܩܰܒ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:11 11 maar Maryam stond huilend bij het graf. Terwijl ze huilde, keek ze in het graf
12 ܘܰܚܙܳܬ݂ ܬ݁ܪܶܝܢ ܡܰܠܰܐܟ݂ܶܐ ܒ݁ܚܶܘܳܪܶܐ ܕ݁ܝܳܬ݂ܒ݁ܺܝܢ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܐܶܣܳܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܪܶܓ݂ܠܰܘܗ݈ܝ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܣܺܝܡ ܗ݈ܘܳܐ ܦ݁ܰܓ݂ܪܶܗ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:12 12 en ze zag twee engelen zitten, in het wit, één aan zijn kussens en één aan zijn voeten, waar het lichaam van Yešúʿ had gelegen.
Grieks heeft 'hoofd'.
13 ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܳܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܡܳܢܳܐ ܒ݁ܳܟ݂ܝܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܝ ܐܳܡܪܳܐ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܫܰܩܠܽܘܗ݈ܝ ܠܡܳܪܝ ܘܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܣܳܡܽܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:13 13 En ze zeiden tegen haar: "Vrouw, waarom huilt u?" Ze zei tegen hen: "Omdat ze mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar ze hem hebben gelegd!"
14 ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܶܡܪܰܬ݂ ܘܶܐܬ݂ܦ݁ܰܢܝܰܬ݂ ܠܒ݂ܶܣܬ݁ܪܳܗ ܘܰܚܙܳܬ݂ ܠܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܩܳܐܶܡ ܘܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܗ݈ܽܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:14 14 Nadat ze dat had gezegd, keerde ze zich om en zag ze Yešúʿ staan, maar ze wist niet dat het Yešúʿ was.
15 ܐܳܡܰܪ ܠܳܗ ܝܶܫܽܘܥ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܡܳܢܳܐ ܒ݁ܳܟ݂ܝܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܝ ܘܰܠܡܰܢ ܒ݁ܳܥܝܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܝ ܗܺܝ ܕ݁ܶܝܢ ܣܶܒ݂ܪܰܬ݂ ܕ݁ܓ݂ܰܢܳܢܳܐ ܗܽܘ ܘܳܐܡܪܳܐ ܠܶܗ ܡܳܪܝ ܐܶܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܫܩܰܠܬ݁ܳܝܗ݈ܝ ܐܶܡܰܪ ܠܺܝ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܣܳܡܬ݁ܳܝܗ݈ܝ ܐܺܙܰܠ ܐܶܫܩܠܺܝܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:15 15 Yešúʿ zei tegen haar: "Vrouw, waarom huilt u en wie zoekt u?" Omdat ze dacht dat hij de tuinier was, zei ze tegen hem: "Mijn Heer, als u hem hebt weggenomen, vertel me dan waar u hem hebt gelegd. Dan zal ik gaan en hem wegnemen."
16 ܐܳܡܰܪ ܠܳܗ ܝܶܫܽܘܥ ܡܰܪܝܰܡ ܘܶܐܬ݂ܦ݁ܰܢܝܰܬ݂ ܘܳܐܡܪܳܐ ܠܶܗ ܥܶܒ݂ܪܳܐܝܺܬ݂ ܪܰܒ݁ܽܘܠܺܝ ܕ݁ܡܶܬ݂ܶܐܡܰܪ ܡܰܠܦ݂ܳܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:16 16 Yešúʿ zei tegen haar: "Maryam!" En ze keerde zich om en zei tegen hem in het Hebreeuws: "rabbuli!" wat 'leraar' betekent.
Andere vertalingen hebben 'rabbuni'.
17 ܐܳܡܰܪ ܠܳܗ ܝܶܫܽܘܥ ܠܳܐ ܬ݁ܶܬ݂ܩܰܪܒ݂ܺܝܢ ܠܺܝ ܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܥܕ݂ܰܟ݁ܺܝܠ ܣܶܠܩܶܬ݂ ܠܘܳܬ݂ ܐܳܒ݂ܝ ܙܶܠܝ ܕ݁ܶܝܢ ܠܘܳܬ݂ ܐܰܚܰܝ ܘܶܐܡܰܪܝ ܠܗܽܘܢ ܣܳܠܶܩ ܐ݈ܢܳܐ ܠܘܳܬ݂ ܐܳܒ݂ܝ ܘܰܐܒ݂ܽܘܟ݂ܽܘܢ ܘܰܐܠܳܗܝ ܘܰܐܠܳܗܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:17 17 Yešúʿ zei tegen haar: "Raak me niet aan, want ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broers en zeg hun: 'Ik stijg op naar mijn Vader en naar jullie Vader en naar mijn God en naar jullie God'.
18 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܶܬ݂ܳܬ݂ ܡܰܪܝܰܡ ܡܰܓ݂ܕ݁ܠܳܝܬ݁ܳܐ ܘܣܰܒ݁ܪܰܬ݂ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܕ݁ܰܚܙܳܬ݂ ܠܡܳܪܰܢ ܘܰܕ݂ܗܳܠܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܳܗ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:18 18 Toen kwam Maryam van Māgdālā om de leerlingen te verklaren dat ze onze Heer had gezien en wat hij haar had gezegd.
19 ܟ݁ܰܕ݂ ܗܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܪܰܡܫܳܐ ܕ݁ܝܰܘܡܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܚܰܕ݂ ܒ݁ܫܰܒ݁ܳܐ ܘܬ݂ܰܪܥܶܐ ܐܰܚܺܝܕ݂ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܕ݁ܰܐܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܝܗܽܘܢ ܗ݈ܘܰܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܶܚܠܬ݂ܳܐ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܐܶܬ݂ܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܩܳܡ ܒ݁ܰܝܢܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܫܠܳܡܳܐ ܥܰܡܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:19 19 Toen het avond was op die eerste [dag] van de week, waren de deuren afgesloten, waar de leerlingen verbleven, uit vrees voor de Joden. Yešúʿ kwam en stond in hun midden en zei tegen hen: "Vrede [zij] met jullie!"
20 ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܶܡܰܪ ܘܚܰܘܺܝ ܐܶܢܽܘܢ ܐܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܣܶܛܪܶܗ ܘܰܚܕ݂ܺܝܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܕ݁ܰܚܙܰܘ ܠܡܳܪܰܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:20 20 Nadat hij dat had gezegd, toonde hij hun zijn handen en zijn zij. En de leerlingen waren verheugd dat ze onze Heer zagen.
21 ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܫܠܳܡܳܐ ܥܰܡܟ݂ܽܘܢ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܫܰܕ݁ܪܰܢܝ ܐܳܒ݂ܝ ܐܳܦ݂ ܐܶܢܳܐ ܡܫܰܕ݁ܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:21 21 Weer zei Yešúʿ tegen hen: "Vrede [zij] met jullie! Zoals mijn Vader mij heeft gezonden, zend ik ook jullie."
22 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܶܡܰܪ ܗܳܠܶܝܢ ܢܦ݂ܰܚ ܒ݁ܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܩܰܒ݁ܶܠܘ ܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܩܽܘܕ݂ܫܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:22 22 Toen hij deze dingen had gezegd, blies hij op hen en zei tegen hen: "Ontvang de Heilige Geest.
23 ܐܶܢ ܬ݁ܶܫܒ݁ܩܽܘܢ ܚܛܳܗܶܐ ܠܐ݈ܢܳܫ ܢܶܫܬ݁ܰܒ݂ܩܽܘܢ ܠܶܗ ܘܶܐܢ ܬ݁ܶܐܚܕ݁ܽܘܢ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫ ܐܰܚܺܝܕ݂ܺܝܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:23 23 Als jullie iemand zijn zonden vergeven, zullen ze hem worden vergeven en als jullie iemands zonden handhaven, zullen ze gehandhaafd blijven."
24 ܬ݁ܳܐܘܡܰܐ ܕ݁ܶܝܢ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܬ݁ܪܶܥܣܰܪܬ݁ܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܡܶܬ݂ܶܐܡܰܪ ܬ݁ܳܐܡܳܐ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܬ݁ܰܡܳܢ ܗ݈ܘܳܐ ܥܰܡܗܽܘܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܶܬ݂ܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:24 24 Tāwma nu, één van de twaalf, die de Tweeling werd genoemd, was daar niet met hen toen Yešúʿ kwam.
25 ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܚܙܰܝܢ ܠܡܳܪܰܢ ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܶܠܳܐ ܚܳܙܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܺܐܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܽܘܟ݁ܝܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܨܶܨܶܐ ܘܪܳܡܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܗܶܝܢ ܨܶܒ݂ܥܳܬ݂ܝ ܘܡܰܘܫܶܛ ܐ݈ܢܳܐ ܐܺܝܕ݂ܝ ܒ݁ܕ݂ܰܦ݂ܢܶܗ ܠܳܐ ܡܗܰܝܡܶܢ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:25 25 En de leerlingen zeiden hem: "We hebben onze Heer gezien!" Maar hij zei tegen hen: "Tenzij ik in zijn handen de plaatsen van de nagels zie en mijn vingers erin kan zetten, en ik mijn hand in zijn zijde kan steken, zal ik niet geloven!"
26 ܘܒ݂ܳܬ݂ܰܪ ܬ݁ܡܳܢܝܳܐ ܝܰܘܡܺܝܢ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܠܓ݂ܰܘ ܗ݈ܘܰܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܘܬ݂ܳܐܘܡܰܐ ܥܰܡܗܽܘܢ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܰܚܺܝܕ݂ܺܝܢ ܬ݁ܰܪܥܶܐ ܩܳܡ ܒ݁ܰܡܨܰܥܬ݂ܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܫܠܳܡܳܐ ܥܰܡܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:26 26 Na acht dagen waren de leerlingen weer binnen en was Tāwma met hen toen Yešúʿ kwam terwijl de deuren waren afgesloten. Hij stond in hun midden en zei: "Vrede (zij) met jullie!"
27 ܘܶܐܡܰܪ ܠܬ݂ܳܐܘܡܰܐ ܐܰܝܬ݁ܳܐ ܨܶܒ݂ܥܳܟ݂ ܠܗܳܪܟ݁ܳܐ ܘܰܚܙܺܝ ܐܺܝܕ݂ܰܝ ܘܰܐܝܬ݁ܳܐ ܐܺܝܕ݂ܳܟ݂ ܘܰܐܘܫܶܛ ܒ݁ܓ݂ܰܒ݁ܝ ܘܠܳܐ ܬ݁ܶܗܘܶܐ ܠܳܐ ܡܗܰܝܡܢܳܐ ܐܶܠܳܐ ܡܗܰܝܡܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:27 27 En hij zei tegen Tāwma: "Breng je vinger hier en zie mijn handen en breng je hand, strek hem uit in mijn zij en wees geen ongelovige maar een gelovige."
28 ܘܰܥܢܳܐ ܬ݁ܳܐܘܡܰܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܡܳܪܝ ܘܰܐܠܳܗܝ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:28 28 En Tāwma antwoordde en zei tegen hem: "Mijn Heer en mijn God!"
'Mari v Alāhi'
29 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܗܳܫܳܐ ܕ݁ܰܚܙܰܝܬ݁ܳܢܝ ܗܰܝܡܶܢܬ݁ ܛܽܘܒ݂ܰܝܗܽܘܢ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܠܳܐ ܚܙܰܐܘܽܢܝ ܘܗܰܝܡܶܢܘ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:29 29 Yešúʿ zei tegen hem: "Nu je me hebt gezien geloof je! Gelukkig zijn zij, die mij niet hebben gezien maar toch geloven."
30 ܣܰܓ݁ܺܝܳܐܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܬ݂ܘܳܬ݂ܳܐ ܐ݈ܚܪܳܢܝܳܬ݂ܳܐ ܥܒ݂ܰܕ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܩܕ݂ܳܡ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܠܳܐ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ܳܢ ܒ݁ܰܟ݂ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܗܳܢܳܐ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:30 30 Hoewel Yešúʿ veel andere tekenen voor zijn leerlingen heeft gedaan die niet in dit geschrift zijn geschreven,
31 ܐܳܦ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܟ݂ܬ݂ܺܝܒ݂ܳܢ ܕ݁ܰܬ݂ܗܰܝܡܢܽܘܢ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܗܽܘ ܡܫܺܝܚܳܐ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܡܳܐ ܕ݁ܗܰܝܡܶܢܬ݁ܽܘܢ ܢܶܗܘܽܘܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܰܫܡܶܗ ܚܰܝܶܐ ܕ݁ܰܠܥܳܠܰܡ ܀ Bijbel ܣܦܪܐ ܕܝܘܚܢܢ 20:31 31 zijn deze dingen geschreven, zodat ook u zult geloven dat Yešúʿ de Mšíḥā is, de Zoon van God. Wanneer u gelooft, zult u eeuwig leven hebben in zijn naam.

Bijgewerkt: zaterdag 5 mei 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.