MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 3

1 ܘܰܗܘܳܐ ܕ݁ܟ݂ܰܕ݂ ܣܳܠܩܺܝܢ ܫܶܡܥܽܘܢ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܘܝܽܘܚܰܢܳܢ ܐܰܟ݂ܚܕ݂ܳܐ ܠܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܒ݁ܥܶܕ݁ܳܢܳܐ ܕ݁ܰܨܠܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܬ݂ܫܰܥ ܫܳܥܺܝܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:1 1 Dit gebeurde toen Šemʿún Kiʾfā en Yúḥanān samen opgingen naar de tempel tijdens het gebed op het negende uur.
Drie uur in de middag.
2 ܘܗܳܐ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܚܰܕ݂ ܚܓ݂ܺܝܪܳܐ ܕ݁ܡܶܢ ܟ݁ܪܶܣ ܐܶܡܶܗ ܫܩܺܝܠܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܡܥܳܕ݂ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܡܰܝܬ݁ܶܝܢ ܘܣܳܝܡܺܝܢ ܠܶܗ ܒ݁ܬ݂ܰܪܥܳܐ ܕ݁ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܪܶܐ ܫܰܦ݁ܺܝܪܳܐ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܫܳܐܶܠ ܙܶܕ݂ܩܬ݂ܳܐ ܡܶܢ ܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܥܳܐܠܺܝܢ ܠܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:2 2 Zie, een man die vanaf de moederschoot verlamd was, werd gedragen door mannen die gewoon waren hem te brengen en hem te plaatsen aan de poort (genaamd Šafíra) van de tempel, zodat hij om liefdadigheid kon bedelen bij wie de tempel binnengingen.
mooi
3 ܗܳܢܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܚܙܳܐ ܠܫܶܡܥܽܘܢ ܘܰܠܝܽܘܚܰܢܳܢ ܕ݁ܥܳܐܠܺܝܢ ܠܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܒ݁ܳܥܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܢܗܽܘܢ ܕ݁ܢܶܬ݁ܠܽܘܢ ܠܶܗ ܙܶܕ݂ܩܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:3 3 Toen hij Šemʿún en Yúḥanān de tempel zag binnengaan vroeg hij hen om liefdadigheid.
4 ܘܚܳܪܘ ܒ݁ܶܗ ܫܶܡܥܽܘܢ ܘܝܽܘܚܰܢܳܢ ܘܶܐܡܰܪܘ ܠܶܗ ܚܽܘܪ ܒ݁ܰܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:4 4 Šemʿún en Yúḥanān bekeken hem en zeiden hem: "Kijk ons aan!"
5 ܗܽܘ ܕ݁ܶܝܢ ܚܳܪ ܒ݁ܗܽܘܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܣܳܒ݂ܰܪ ܗ݈ܘܳܐ ܠܡܶܣܰܒ݂ ܡܶܢܗܽܘܢ ܡܶܕ݁ܶܡ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:5 5 Terwijl hij naar hen keek, verwachtte hij iets van hen te ontvangen.
6 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܫܶܡܥܽܘܢ ܕ݁ܰܗܒ݂ܳܐ ܘܣܺܐܡܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܠܺܝ ܐܶܠܳܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܠܺܝ ܝܳܗܶܒ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܠܳܟ݂ ܒ݁ܰܫܡܶܗ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܡܫܺܝܚܳܐ ܢܳܨܪܳܝܳܐ ܩܽܘܡ ܗܰܠܶܟ݂ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:6 6 Šemʿún zei tegen hem: "Goud en zilver heb ik niet, maar wat ik heb zal ik u geven in naam van Yešúʿ Mšíḥā de Nāṣreen Sta op en loop!"
7 ܘܰܐܚܕ݁ܶܗ ܒ݁ܺܐܝܕ݂ܶܗ ܕ݁ܝܰܡܺܝܢܳܐ ܘܰܐܩܺܝܡܶܗ ܘܒ݂ܳܗ ܒ݁ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܫܰܪ ܪܶܓ݂ܠܰܘܗ݈ܝ ܘܥܶܩܒ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:7 7 En hij nam hem bij zijn rechterhand en liet hem opstaan, en op dat moment werden zijn voeten en zijn hielen sterk.
8 ܘܰܫܘܰܪ ܩܳܡ ܘܗܰܠܶܟ݂ ܘܥܰܠ ܥܰܡܗܽܘܢ ܠܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܗܰܠܶܟ݂ ܘܰܡܫܰܘܰܪ ܘܰܡܫܰܒ݁ܰܚ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:8 8 Hij sprong op, stond en liep en ging met hen de tempel binnen terwijl hij liep, sprong en God prees.
9 ܘܰܚܙܰܐܘܽܗ݈ܝ ܟ݁ܽܠܶܗ ܥܰܡܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܗܰܠܶܟ݂ ܘܰܡܫܰܒ݁ܰܚ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:9 9 En alle mensen zagen hem terwijl hij liep en God prees.
10 ܘܶܐܫܬ݁ܰܘܕ݁ܰܥܘ ܕ݁ܗܽܘܝܽܘ ܗܰܘ ܚܳܕ݂ܽܘܪܳܐ ܕ݁ܝܳܬ݂ܶܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܟ݁ܽܠܝܽܘܡ ܘܫܳܐܶܠ ܙܶܕ݂ܩܬ݂ܳܐ ܥܰܠ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܪܶܐ ܫܰܦ݁ܺܝܪܳܐ ܘܶܐܬ݂ܡܠܺܝܘ ܬ݁ܶܡܗܳܐ ܘܕ݂ܽܘܡܳܪܳܐ ܥܰܠ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܰܗܘܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:10 10 Zij herkenden dat hij de bedelaar was die dagelijks om liefdadigheid zat te bedelen bij de poort die Šafírā werd genoemd. En ze waren vol verbazing en bewondering om wat er was gebeurd.
11 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܰܚܺܝܕ݂ ܗܘܳܐ ܠܫܶܡܥܽܘܢ ܘܰܠܝܽܘܚܰܢܳܢ ܪܗܶܛ ܟ݁ܽܠܶܗ ܥܰܡܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܬ݁ܰܗܺܝܪ ܠܘܳܬ݂ܗܽܘܢ ܠܶܐܣܛܘܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܪܶܐ ܕ݁ܰܫܠܶܝܡܽܘܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:11 11 Terwijl hij Šemʿún en Yúḥanān vasthield, renden alle mensen verbijsterd naar de zuilengang die naar Šlémún was genoemd.
12 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܚܙܳܐ ܫܶܡܥܽܘܢ ܥܢܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܓ݁ܰܒ݂ܪܶܐ ܒ݁ܢܰܝ ܐܺܝܣܪܳܝܶܠ ܡܳܢܳܐ ܡܶܬ݁ܕ݁ܰܡܪܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܒ݁ܗܳܢܳܐ ܐܰܘ ܒ݁ܰܢ ܡܳܢܳܐ ܚܳܝܪܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܐܰܝܟ݂ ܗܰܘ ܕ݁ܰܒ݂ܚܰܝܠܳܐ ܕ݁ܺܝܠܰܢ ܐܰܘ ܒ݁ܫܽܘܠܛܳܢܰܢ ܥܒ݂ܰܕ݂ܢ ܗܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܰܢܗܰܠܶܟ݂ ܗܳܢܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:12 12 Zodra Šemʿún dit zag antwoordde hij en zei tegen hen: "Mannen, kinderen van Isrāʾyel, waarom verbaast u zich over die man of over ons? Waarom kijkt u alsof het onze eigen kracht of ons eigen gezag is dat we dit hebben gedaan zodat deze man zou lopen?
Grieks heeft 'heiligheid'.
13 ܐܰܠܳܗܶܗ ܗ݈ܽܘ ܕ݁ܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܘܕ݂ܺܐܝܣܚܳܩ ܘܰܕ݂ܝܰܥܩܽܘܒ݂ ܐܰܠܳܗܳܐ ܕ݁ܰܐܒ݂ܳܗܳܬ݂ܰܢ ܫܰܒ݁ܰܚ ܠܰܒ݂ܪܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܗܰܘ ܕ݁ܰܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܐܰܫܠܶܡܬ݁ܽܘܢ ܘܰܟ݂ܦ݂ܰܪܬ݁ܽܘܢ ܒ݁ܶܗ ܩܕ݂ܳܡ ܐܰܦ݁ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܦ݂ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܟ݁ܰܕ݂ ܗܽܘ ܙܰܕ݁ܶܩ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܢܶܫܪܶܝܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:13 13 Hij, de God van ʾAbrāhām en van ʾÍsḥāq en van Yaʿqúb, de God van onze vaders, heeft zijn Zoon Yešúʿ verheerlijkt degene die u hebt uitgeleverd en verworpen tegenover Pilatos, terwijl hij hem had gerechtvaardigd en hem wilde laten gaan.
14 ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܒ݁ܩܰܕ݁ܺܝܫܳܐ ܘܙܰܕ݁ܺܝܩܳܐ ܟ݁ܦ݂ܰܪܬ݁ܽܘܢ ܘܫܶܐܠܬ݁ܽܘܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܠܓ݂ܰܒ݂ܪܳܐ ܩܳܛܽܘܠܳܐ ܕ݁ܢܶܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:14 14 Maar u verwierp de Heilige en de Rechtvaardige en u vroeg dat voor u een moordenaar zou worden [vrij]gegeven.
15 ܘܰܠܗܰܘ ܪܺܫܳܐ ܕ݁ܚܰܝܶܐ ܩܛܰܠܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܠܶܗ ܐܰܩܺܝܡ ܐܰܠܳܗܳܐ ܡܶܢ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܘܰܚܢܰܢ ܟ݁ܽܠܰܢ ܣܳܗܕ݁ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:15 15 Maar u hebt het Hoofd van Leven gedood, die door God uit het verblijf van de doden is opgewekt en we zijn allen zijn getuigen.
of 'begin'
16 ܘܰܒ݂ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܫܡܶܗ ܠܗܳܢܳܐ ܕ݁ܚܳܙܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܗܽܘ ܐܰܫܰܪ ܘܰܐܣܺܝ ܘܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܒ݂ܶܗ ܝܶܗܒ݁ܰܬ݂ ܠܶܗ ܗܳܕ݂ܶܐ ܚܠܺܝܡܽܘܬ݂ܳܐ ܩܕ݂ܳܡ ܟ݁ܽܠܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:16 16 Deze man die u ziet en kent, is door het geloof van zijn Naam sterk gemaakt en genezen. Het geloof in hem heeft hem deze gezondheid gegeven, tegenover u allen.
17 ܒ݁ܪܰܡ ܗܳܫܳܐ ܐܰܚܰܝ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܰܒ݂ܛܽܘܥܝܰܝ ܥܒ݂ܰܕ݁ܬ݁ܽܘܢ ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܰܥܒ݂ܰܕ݂ܘ ܪܺܫܰܝܟ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:17 17 En nu, broeders, ik weet dat u dit in dwaling hebt begaan zoals uw leiders hebben begaan.
18 ܘܰܐܠܳܗܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܩܰܕ݁ܶܡ ܐܰܟ݂ܪܶܙ ܒ݁ܦ݂ܽܘܡ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܢܒ݂ܺܝܶܐ ܕ݁ܢܶܚܰܫ ܡܫܺܝܚܶܗ ܡܰܠܺܝ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:18 18 Zoals God vroeger de dingen heeft verkondigd bij monde van alle profeten, dat zijn Mšíḥā moest lijden.
19 ܬ݁ܽܘܒ݂ܘ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܘܶܐܬ݂ܦ݁ܢܰܘ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܢܶܬ݂ܥܛܽܘܢ ܚܛܳܗܰܝܟ݁ܽܘܢ ܘܢܺܐܬ݂ܽܘܢ ܠܟ݂ܽܘܢ ܙܰܒ݂ܢܶܐ ܕ݁ܰܢܝܳܚܬ݁ܳܐ ܡܶܢ ܩܕ݂ܳܡ ܦ݁ܰܪܨܽܘܦ݁ܶܗ ܕ݁ܡܳܪܝܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:19 19 Heb daarom berouw en keert u zich om, zodat uw zonden uitgewist zullen worden en dat er tijden van rust tegenover het gezicht van de HEER voor u zullen aanbreken.
20 ܘܰܢܫܰܕ݁ܰܪ ܠܟ݂ܽܘܢ ܠܰܐܝܢܳܐ ܕ݁ܰܡܛܰܝܰܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܠܝܶܫܽܘܥ ܡܫܺܝܚܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:20 20 En hij zal u degene sturen die voor u was voorbereid, Yešúʿ Mšíḥā,
Grieks heeft 'die was verkondigd'
21 ܕ݁ܠܶܗ ܘܳܠܶܐ ܠܰܫܡܰܝܳܐ ܕ݁ܰܢܩܰܒ݁ܠܽܘܢ ܥܕ݂ܰܡܳܐ ܠܡܽܘܠܳܝܳܐ ܕ݁ܙܰܒ݂ܢܶܐ ܕ݁ܟ݂ܽܠܗܶܝܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܡܰܠܶܠ ܐܰܠܳܗܳܐ ܒ݁ܦ݂ܽܘܡܳܐ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܰܘܗ݈ܝ ܩܰܕ݁ܺܝܫܶܐ ܕ݁ܡܶܢ ܥܳܠܰܡ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:21 21 die door de hemel moest worden ontvangen tot de volheid van de tijden, van alles waarover God bij monde van zijn heilige profeten vanouds heeft gesproken.
Grieks heeft 'herstel', of 'reconstructie'.
22 ܡܽܘܫܶܐ ܓ݁ܶܝܪ ܐܶܡܰܪ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܳܐ ܢܩܺܝܡ ܠܟ݂ܽܘܢ ܡܳܪܝܳܐ ܡܶܢ ܐܰܚܰܝܟ݁ܽܘܢ ܐܰܟ݂ܘܳܬ݂ܝ ܠܶܗ ܫܡܰܥܘ ܒ݁ܟ݂ܽܠ ܡܳܐ ܕ݁ܰܢܡܰܠܶܠ ܥܰܡܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:22 22 Want Muše zei: 'De HEER zal een profeet zoals ik opwekken uit het midden van uw broeders, gehoorzaam hem in alles wat hij u zal zeggen.
23 ܘܬ݂ܶܗܘܶܐ ܟ݁ܽܠ ܢܰܦ݂ܫܳܐ ܐܰܝܕ݂ܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܬ݁ܶܫܡܰܥ ܠܰܢܒ݂ܺܝܳܐ ܗܰܘ ܬ݁ܺܐܒ݂ܰܕ݂ ܢܰܦ݂ܫܳܐ ܗܳܝ ܡܶܢ ܥܰܡܳܗ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:23 23 En het zal zijn dat iedere ziel die niet die profeet gehoorzaamt, verloren gaat van zijn volk'.
24 ܘܰܢܒ݂ܺܝܶܐ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܡܶܢ ܫܡܽܘܐܝܶܠ ܘܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܡܶܢ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܗܘܰܘ ܡܰܠܶܠܘ ܘܰܐܟ݂ܪܶܙܘ ܥܰܠ ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܗܳܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:24 24 En al hun profeten, vanaf Šmúʾyel en wie na hem kwamen, spraken en verkondigden over die dagen.
25 ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܐܶܢܽܘܢ ܒ݁ܢܰܝܗܽܘܢ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܶܐ ܘܰܕ݁ܕ݂ܺܝܰܬ݂ܺܩܺܐ ܐܰܝܕ݂ܳܐ ܕ݁ܣܳܡ ܐܰܠܳܗܳܐ ܠܰܐܒ݂ܳܗܳܬ݂ܰܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܶܡܰܪ ܠܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܕ݁ܰܒ݂ܙܰܪܥܳܟ݂ ܢܶܬ݂ܒ݁ܰܪܟ݂ܳܢ ܟ݁ܽܠܗܶܝܢ ܫܰܪܒ݁ܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:25 25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met onze vaders heeft gesloten toen hij tegen ʾAbrāhām zei: 'Door uw zaad zullen alle stammen van de aarde worden gezegend'.
Genesis 22:16
26 ܠܟ݂ܽܘܢ ܡܶܢ ܩܕ݂ܺܝܡ ܐܰܩܺܝܡ ܘܫܰܕ݁ܰܪ ܐܰܠܳܗܳܐ ܠܰܒ݂ܪܶܗ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܒ݂ܰܪܶܟ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܐܶܢ ܬ݁ܶܬ݂ܦ݁ܢܽܘܢ ܘܰܬ݁ܬ݂ܽܘܒ݂ܽܘܢ ܡܶܢ ܒ݁ܺܝܫܳܬ݂ܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel ܦܪܟܣܣ ܕܫܠܝ̈ܚܐ 3:26 26 Met u heeft hij het vroeger bevestigd. God heeft zijn Zoon gezonden om u te zegenen als u zich omkeert en berouw hebt van uw kwaad.

Bijgewerkt: zondag 6 mei 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.