MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 4

1 ܡܳܢܳܐ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܐܳܡܪܺܝܢܰܢ ܥܰܠ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܪܺܫܳܐ ܕ݁ܰܐܒ݂ܳܗܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܫܟ݁ܰܚ ܒ݁ܰܒ݂ܣܰܪ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:1 1 Wat kunnen we daarom over aartsvader ʾAbrāhām zeggen, die hij in het vlees vond?
2 ܐܶܠܽܘ ܓ݁ܶܝܪ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܡܶܢ ܥܒ݂ܳܕ݂ܶܐ ܐܶܙܕ݁ܰܕ݁ܰܩ ܗ݈ܘܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܫܽܘܒ݂ܗܳܪܳܐ ܐܶܠܳܐ ܠܳܐ ܠܘܳܬ݂ ܐܰܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:2 2 Want als ʾAbrāhām door werken werd gerechtvaardigd, zou hij reden tot trots hebben, maar niet voor God.
3 ܡܳܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܐܶܡܰܪ ܟ݁ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܕ݁ܗܰܝܡܶܢ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܘܶܐܬ݂ܚܰܫܒ݁ܰܬ݂ ܠܶܗ ܠܙܰܕ݁ܺܝܩܽܘ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:3 3 Want wat zegt de Schriftplaats? ʾAbrāhām geloofde God en dat werd hem als rechtvaardigheid gerekend.
4 ܠܡܰܢ ܕ݁ܦ݂ܳܠܰܚ ܕ݁ܶܝܢ ܠܳܐ ܡܶܬ݂ܚܫܶܒ݂ ܠܶܗ ܐܰܓ݂ܪܶܗ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܰܒ݂ܛܰܝܒ݁ܽܘ ܐܶܠܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܡܰܢ ܕ݁ܡܶܬ݁ܬ݁ܚܺܝܒ݂ ܠܶܗ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:4 4 De beloning van degene die werkt, wordt niet als een gunst gerekend, maar als iets wat hem verschuldigd is.
5 ܠܗܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܠܳܐ ܦ݁ܠܰܚ ܐܶܠܳܐ ܗܰܝܡܶܢ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܒ݁ܡܰܢ ܕ݁ܰܡܙܰܕ݁ܶܩ ܠܚܰܛܳܝܶܐ ܡܶܬ݂ܚܰܫܒ݁ܳܐ ܠܶܗ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܶܗ ܠܟ݂ܺܐܢܽܘ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:5 5 Maar aan iemand die geen werken doet, maar slechts gelooft in de Ene die zondaars rechtvaardigt, wordt zijn geloof hem als rechtvaardigheid gerekend.
6 ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܳܐܦ݂ ܕ݁ܰܘܺܝܕ݂ ܐܶܡܰܪ ܥܰܠ ܛܽܘܒ݂ܶܗ ܕ݁ܓ݂ܰܒ݂ܪܳܐ ܐܰܝܢܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܚܳܫܶܒ݂ ܠܶܗ ܙܰܕ݁ܺܝܩܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܥܒ݂ܳܕ݂ܶܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܳܡܰܪ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:6 6 Zoals ook Dawid heeft gezegd over het geluk van iemand zonder werken, aan wie God rechtvaardigheid toerekent toen hij zei:
7 ܕ݁ܛܽܘܒ݂ܰܝܗܽܘܢ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܶܐܫܬ݁ܒ݂ܶܩ ܠܗܽܘܢ ܥܰܘܠܗܽܘܢ ܘܶܐܬ݂ܟ݁ܰܣܺܝܘ ܚܛܳܗܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:7 7 "Gelukkig zijn degenen van wie hun onrechtvaardigheid is vergeven en van wie hun zonden zijn bedekt.
Psalmen 32:1,2
8 ܘܛܽܘܒ݂ܰܘܗ݈ܝ ܠܓ݂ܰܒ݂ܪܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܢܶܚܫܽܘܒ݂ ܠܶܗ ܐܰܠܳܗܳܐ ܚܛܺܝܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:8 8 Gelukkig is de man, van wie God hem zijn zonden niet zal aanrekenen."
9 ܗܳܢܳܐ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܛܽܘܒ݂ܳܐ ܥܰܠ ܓ݁ܙܽܘܪܬ݁ܳܐ ܗܽܘ ܐܰܘ ܥܰܠ ܥܽܘܪܠܽܘܬ݂ܳܐ ܐܳܡܪܺܝܢܰܢ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܶܐܬ݂ܚܰܫܒ݁ܰܬ݂ ܠܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܶܗ ܠܟ݂ܺܐܢܽܘ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:9 9 Dit geluk, is dat nu vanwege de besnijdenis of vanwege de onbesnedenheid?
Want als we zeggen: "Het geloof van ʾAbrāhām werd hem als rechtvaardigheid gerekend."
10 ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܐܶܬ݂ܚܰܫܒ݁ܰܬ݂ ܠܶܗ ܒ݁ܰܓ݂ܙܽܘܪܬ݁ܳܐ ܐܰܘ ܒ݁ܥܽܘܪܠܽܘܬ݂ܳܐ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܰܓ݂ܙܽܘܪܬ݁ܳܐ ܐܶܠܳܐ ܒ݁ܥܽܘܪܠܽܘܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:10 10 Hoe werd het hem dan gerekend? In besnijdenis of in onbesnedenheid? Het was niet toen hij besneden was, maar onbesneden.
11 ܐܳܬ݂ܳܐ ܗܽܘ ܓ݁ܶܝܪ ܫܰܩܠܳܗ ܠܰܓ݂ܙܽܘܪܬ݁ܳܐ ܘܚܳܬ݂ܡܳܐ ܕ݁ܟ݂ܺܐܢܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܒ݂ܥܽܘܪܠܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܐܰܒ݂ܳܐ ܠܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܡܗܰܝܡܢܺܝܢ ܡܶܢ ܥܽܘܪܠܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܬ݂ܶܬ݂ܚܫܶܒ݂ ܐܳܦ݂ ܠܗܽܘܢ ܠܟ݂ܺܐܢܽܘ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:11 11 Want hij droeg de besnijdenis tot een teken, en het zegel van rechtvaardigheid door zijn geloof toen hij onbesneden was, zodat hij de vader van allen zou zijn die geloven maar toch onbesneden zijn, en het hun ook tot rechtvaardigheid zal worden gerekend.
12 ܘܰܐܒ݂ܳܐ ܠܰܓ݂ܙܽܘܪܬ݁ܳܐ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܡܶܢ ܓ݁ܙܽܘܪܬ݁ܳܐ ܐܶܢܽܘܢ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܐܶܠܳܐ ܐܳܦ݂ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܫܳܠܡܺܝܢ ܠܥܶܩܒ݂ܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܥܽܘܪܠܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܐܒ݂ܽܘܢ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:12 12 En hij is de vader van de besnijdenis niet alleen voor degenen die besneden zijn, maar ook voor degenen die de voetstappen van geloof van onbesnedenheid van onze vader ʾAbrāhām volgen.
13 ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܒ݁ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܗܘܳܐ ܡܽܘܠܟ݁ܳܢܳܐ ܠܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܘܰܠܙܰܪܥܶܗ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܝܳܪܬ݁ܳܐ ܠܥܳܠܡܳܐ ܐܶܠܳܐ ܒ݁ܟ݂ܺܐܢܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:13 13 Want het was niet door de Wet dat de belofte tot ʾAbrāhām en zijn nageslacht kwam, dat hij de erfgenaam van de wereld zou worden, maar door de rechtvaardigheid van zijn geloof.
14 ܐܶܠܽܘ ܓ݁ܶܝܪ ܗܳܠܶܝܢ ܕ݁ܡܶܢ ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܗܘܰܘ ܝܳܪܬ݁ܶܐ ܣܪܺܝܩܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܘܰܡܒ݂ܰܛܰܠ ܗ݈ܘܳܐ ܡܽܘܠܟ݁ܳܢܳܐ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:14 14 Want als wie van de Wet zijn de erfgenamen zijn, dan zou het geloof zinloos zijn en de belofte eindig blijken.
15 ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܡܰܥܒ݁ܕ݂ܳܢܳܐ ܗܽܘ ܕ݁ܪܽܘܓ݂ܙܳܐ ܟ݁ܰܪ ܕ݁ܠܰܝܬ݁ ܓ݁ܶܝܪ ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܥܒ݂ܳܪ ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:15 15 Want de Wet is een werker van de gramschap en waar er geen Wet is, bestaat ook geen overtreding van de Wet.
16 ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܒ݁ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܒ݂ܛܰܝܒ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܢܶܙܕ݁ܰܕ݁ܰܩ ܘܢܶܗܘܶܐ ܫܰܪܺܝܪ ܡܽܘܠܟ݁ܳܢܳܐ ܠܟ݂ܽܠܶܗ ܙܰܪܥܶܗ ܠܳܐ ܠܰܐܝܢܳܐ ܕ݁ܡܶܢ ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܗܽܘ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܐܶܠܳܐ ܐܳܦ݂ ܠܰܐܝܢܳܐ ܕ݁ܡܶܢ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܗܽܘ ܕ݁ܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܰܒ݂ܳܐ ܕ݁ܟ݂ܽܠܰܢ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:16 16 Daarom worden we gerechtvaardigd door geloof dat door genade is. De belofte zou waar blijken voor geheel zijn zaad, niet alleen voor wie van de Wet is, maar ook voor degene die van het geloof van ʾAbrāhām is, die de vader van ons allen is.
17 ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܰܟ݂ܬ݂ܺܝܒ݂ ܕ݁ܣܳܡܬ݁ܳܟ݂ ܐܰܒ݂ܳܐ ܠܣܽܘܓ݂ܳܐܐ ܕ݁ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܩܕ݂ܳܡ ܐܰܠܳܗܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܗܰܝܡܶܢܬ݁ ܒ݁ܶܗ ܕ݁ܡܰܚܶܐ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܘܩܳܪܶܐ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܠܳܐ ܐܺܝܬ݂ܰܝܗܽܘܢ ܐܰܝܟ݂ ܐܺܝܬ݂ܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:17 17 Zoals is geschreven: "Ik heb je aangesteld als de vader van een menigte uit de volken voor God." Dezelfde in wie je gelooft, degene die leven geeft aan de doden, en hij roept degenen die niet zijn, alsof ze er zijn.
Genesis 17:4alsof ze er zijn: Lucas 20:38
18 ܘܰܕ݂ܠܳܐ ܣܰܒ݂ܪܳܐ ܠܣܰܒ݂ܪܳܐ ܗܰܝܡܶܢ ܕ݁ܢܶܗܘܶܐ ܐܰܒ݂ܳܐ ܠܣܽܘܓ݂ܳܐܐ ܕ݁ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܐܰܝܟ݂ ܕ݁ܰܟ݂ܬ݂ܺܝܒ݂ ܕ݁ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܙܰܪܥܳܟ݂ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:18 18 En zonder hoop vertrouwde hij op de hoop dat hij dat hij de vader van een menigte van volken zou worden, zoals er staat geschreven: "Zo zal jouw zaad zijn."
Genesis 15:5
19 ܘܠܳܐ ܐܶܬ݂ܟ݁ܪܰܗ ܒ݁ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܶܗ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܶܬ݂ܒ݁ܰܩܶܐ ܒ݁ܦ݂ܰܓ݂ܪܶܗ ܡܺܝܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܗܘܳܐ ܒ݁ܰܪ ܡܳܐܐ ܫܢܺܝܢ ܘܰܒ݂ܡܰܪܒ݁ܥܳܐ ܡܺܝܬ݂ܳܐ ܕ݁ܣܰܪܳܐ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:19 19 En zijn geloof was niet zwak toen hij zijn lichaam dood beschouwde, omdat hij honderd jaar was, en Sara's schoot was gestorven.
20 ܘܰܒ݂ܡܽܘܠܟ݁ܳܢܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܠܳܐ ܐܶܬ݂ܦ݁ܰܠܰܓ݂ ܐܰܝܟ݂ ܚܣܺܝܪ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܐܶܠܳܐ ܐܶܬ݂ܚܰܝܰܠ ܒ݁ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܳܐ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ ܬ݁ܶܫܒ݁ܽܘܚܬ݁ܳܐ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:20 20 Maar hij twijfelde, niet aan de belofte van God, door gebrek aan geloof maar hij was versterkt in het geloof en hij gaf God de glorie.
21 ܘܰܐܫܰܪ ܕ݁ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܰܡܠܰܟ݂ ܠܶܗ ܐܰܠܳܗܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܠܡܶܓ݂ܡܰܪ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:21 21 En hij had zichzelf sterk beraad, dat God kon volbrengen wat hij had beloofd.
22 ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܐܶܬ݂ܚܰܫܒ݁ܰܬ݂ ܠܶܗ ܠܟ݂ܺܐܢܽܘ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:22 22 Daarom werd het hem als rechtvaardigheid gerekend.
23 ܘܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܛܽܠܳܬ݂ܶܗ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ ܐܶܬ݂ܟ݁ܰܬ݂ܒ݁ܰܬ݂ ܗܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܶܐܬ݂ܚܰܫܒ݁ܰܬ݂ ܗܰܝܡܳܢܽܘܬ݂ܶܗ ܠܟ݂ܺܐܢܽܘ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:23 23 Want het was niet alleen voor hem geschreven dat zijn geloof hem als rechtvaardigheid werd gerekend,
24 ܐܶܠܳܐ ܐܳܦ݂ ܡܶܛܽܠܳܬ݂ܰܢ ܕ݁ܳܐܦ݂ܠܰܢ ܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܗ݈ܽܘ ܕ݁ܢܶܚܫܽܘܒ݂ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܗܰܝܡܶܢܢ ܒ݁ܡܰܢ ܕ݁ܰܐܩܺܝܡ ܠܡܳܪܰܢ ܝܶܫܽܘܥ ܡܫܺܝܚܳܐ ܡܶܢ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:24 24 maar ook voor ons, omdat ons [rechtvaardigheid] toegerekend moest worden, die geloven in degene die onze Heer Yešúʿ Mšíḥā uit het verblijf van de doden heeft opgewekt.
25 ܕ݁ܗܽܘ ܐܶܫܬ݁ܠܶܡ ܡܶܛܽܠ ܚܛܳܗܰܝܢ ܘܩܳܡ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܰܢܙܰܕ݁ܩܰܢ ܀ Bijbel ܐܓܪܬܐ ܕܦܘܠܘܣ ܕܠܘܬ ܪ̈ܗܘܡܝܐ 4:25 25 Hij werd uitgeleverd vanwege onze zonden, en is opgestaan, zodat hij ons zou rechtvaardigen.

Bijgewerkt: zondag 6 mei 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.