MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 11

1 ܘܶܐܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܺܝ ܩܰܢܝܳܐ ܕ݁ܡܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܫܰܒ݂ܛܳܐ ܘܩܳܐܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܘܳܐܡܰܪ ܩܽܘܡ ܘܰܡܫܽܘܚ ܠܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܘܰܠܡܰܕ݂ܒ݁ܚܳܐ ܘܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܣܳܓ݂ܕ݁ܺܝܢ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:1 1 Er werd me een riet gegeven, met de vorm van staf. De engel stond en zei: "Sta op, en meet de tempel van God en het altaar en degenen die erin aanbidden."
2 ܘܰܠܕ݂ܳܪܬ݁ܳܐ ܕ݁ܰܠܓ݂ܰܘ ܡܶܢ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܐܰܦ݁ܶܩ ܡܶܢ ܠܒ݂ܰܪ ܘܠܳܐ ܬ݁ܶܡܫܚܺܝܗ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܶܐܬ݂ܝܰܗܒ݁ܰܬ݂ ܠܥܰܡ݈ܡܶܐ ܘܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܩܰܕ݁ܺܝܫܬ݁ܳܐ ܢܕ݂ܽܘܫܽܘܢ ܝܰܪܚܶܐ ܐܰܪܒ݁ܥܺܝܢ ܘܰܬ݂ܪܶܝܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:2 2 Maar laat het binnenhof van de tempel erbuiten en meet het niet want het is aan de volken gegeven en ze zullen ʾÚrišlem tweeënveertig maanden vertrappen.
Grieks heeft 'buitenhof'.tweeënveertig maanden: Daniël 12:7 Openbaring 12:6 12:40 13:5,vertrappen: Lucas 21:24
3 ܘܶܐܬ݁ܶܠ ܠܰܬ݂ܪܶܝܢ ܣܳܗܕ݁ܰܝ ܠܡܶܬ݂ܢܰܒ݁ܳܝܽܘ ܝܰܘܡܺܝܢ ܐܳܠܶܦ݂ ܘܡܰܐܬ݂ܶܝܢ ܘܶܫܬ݁ܺܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܥܛܺܝܦ݂ܺܝܢ ܣܰܩܶܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:3 3 En ik zal mijn twee getuigen toestaan twaalfhonderdzestig dagen te profeteren, terwijl ze gekleed zijn in zakken.
4 ܗܳܠܶܝܢ ܐܶܢܽܘܢ ܬ݁ܪܶܝܢ ܙܰܝܬ݁ܺܝܢ ܘܬ݂ܰܪܬ݁ܶܝܢ ܡܢܳܪܳܢ ܕ݁ܰܩܕ݂ܳܡ ܡܳܪܳܐ ܕ݁ܟ݂ܽܠܳܗ ܐܰܪܥܳܐ ܩܳܝܡܺܝܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:4 4 Dit zijn de twee olijven en de twee menora's die tegenover de Heer van de hele aarde staan.
Romeinen 11:17 Zacharia 4:11-14menora: Romeinen 9:6
5 ܘܡܰܢ ܕ݁ܒ݂ܳܥܶܐ ܕ݁ܢܰܗܰܪ ܐܶܢܽܘܢ ܢܳܦ݂ܩܳܐ ܢܽܘܪܳܐ ܡܶܢ ܦ݁ܽܘܡܗܽܘܢ ܘܳܐܟ݂ܠܳܐ ܠܰܒ݂ܥܶܠܕ݁ܒ݂ܳܒ݂ܰܝܗܽܘܢ ܘܠܰܐܝܢܳܐ ܕ݁ܨܳܒ݂ܶܐ ܕ݁ܢܰܗܰܪ ܐܶܢܽܘܢ ܗܳܟ݂ܰܢ ܝܺܗܺܝܒ݂ ܠܗܽܘܢ ܠܡܶܬ݂ܩܛܳܠܽܘ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:5 5 Als iemand hen probeert te schaden, komt er vuur uit hun mond dat hun vijanden verslindt. Wie hen wil schaden zal zo gedood worden.
6 ܘܗܳܠܶܝܢ ܐܺܝܬ݂ ܠܗܽܘܢ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܕ݁ܢܶܐܚܕ݁ܽܘܢ ܠܰܫܡܰܝܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܢܶܚܽܘܬ݂ ܡܶܛܪܳܐ ܒ݁ܝܰܘܡܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܽܘܬ݂ܗܽܘܢ ܘܺܐܝܬ݂ ܠܗܽܘܢ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܕ݁ܢܰܗܦ݁ܟ݂ܽܘܢ ܡܰܝܳܐ ܠܰܕ݂ܡܳܐ ܘܰܕ݂ܢܶܡܚܽܘܢ ܠܰܐܪܥܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠ ܡܰܚܘܳܢ ܟ݁ܡܳܐ ܕ݁ܢܶܨܒ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:6 6 Ze hebben het gezag om de hemel af te sluiten zodat de regen niet zal afdalen in de dagen van hun profetie en ze hebben het gezag om water in bloed te veranderen en de aarde met alle plagen te slaan, zoveel ze willen.
7 ܘܡܳܐ ܕ݁ܫܰܡܠܺܝܘ ܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܗܽܘܢ ܚܰܝܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܣܳܠܩܳܐ ܡܶܢ ܝܰܡܳܐ ܬ݁ܶܥܒ݁ܶܕ݂ ܥܰܡܗܽܘܢ ܩܪܳܒ݂ܳܐ ܘܬ݂ܶܙܟ݁ܶܐ ܐܶܢܽܘܢ ܘܬ݂ܶܩܛܽܘܠ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:7 7 Wanneer hun getuigenissen vervuld zullen zijn, zal het beest dat uit de zee opkomt, oorlog met hen voeren, hen overwinnen en hen doden.
Grieks heeft 'afgrond'.
8 ܘܰܫܠܰܕ݁ܰܝܗܽܘܢ ܥܰܠ ܫܽܘܩܶܐ ܕ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܐܰܝܕ݂ܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܰܪܝܳܐ ܪܽܘܚܳܢܳܐܝܺܬ݂ ܣܕ݂ܽܘܡ ܘܡܶܨܪܶܝܢ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܡܳܪܗܽܘܢ ܐܶܨܛܠܶܒ݂ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:8 8 Hun lijken zullen in de straten van de Grote Stad zijn, geestelijk genaamd Sadúm en Meṣrén, waar hun Heer werd gekruisigd.
9 ܘܚܳܙܶܝܢ ܡܶܢ ܐܶܡܘܳܬ݂ܳܐ ܘܫܰܪܒ݁ܳܬ݂ܳܐ ܘܠܶܫܳܢܶܐ ܘܥܰܡ݈ܡܶܐ ܠܰܫܠܰܕ݁ܰܝܗܽܘܢ ܬ݁ܠܳܬ݂ܳܐ ܝܰܘܡܺܝܢ ܘܦ݂ܶܠܓ݁ܶܗ ܘܠܰܫܠܰܕ݁ܰܝܗܽܘܢ ܠܳܐ ܢܶܫܒ݁ܩܽܘܢ ܠܡܶܬ݁ܬ݁ܣܳܡܽܘ ܒ݁ܩܰܒ݂ܪܶܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:9 9 Hun lijken zullen drie en een halve dag gezien worden door gemeenschappen, stammen en talen en volken, en het zal niet toegestaan worden ze in een graf te plaatsen.
10 ܘܥܳܡܽܘܪܶܝܗ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܢܶܚܕ݁ܽܘܢ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܘܢܶܬ݂ܦ݁ܰܨܚܽܘܢ ܘܡܰܘܗܒ݂ܳܬ݂ܳܐ ܢܫܰܕ݁ܪܽܘܢ ܠܰܚܕ݂ܳܕ݂ܶܐ ܡܶܛܽܠ ܬ݁ܪܶܝܢ ܢܒ݂ܺܝܺܝܢ ܕ݁ܫܰܢܶܩܘ ܠܥܳܡܽܘܪܶܝܗ ܕ݁ܰܐܪܥܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:10 10 De bewoners van de aarde zullen zich om hen verheugen en verblijden en elkaar geschenken sturen, omdat de twee profeten de bewoners van de aarde hadden gepijnigd.
11 ܘܡܶܢ ܒ݁ܳܬ݂ܰܪ ܬ݁ܠܳܬ݂ܳܐ ܝܰܘܡܺܝܢ ܘܦ݂ܶܠܓ݁ܶܗ ܪܽܘܚܳܐ ܚܰܝܬ݂ܳܐ ܡܶܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܥܶܠܰܬ݂ ܒ݁ܗܽܘܢ ܘܩܳܡܘ ܥܰܠ ܪܶܓ݂ܠܰܝܗܽܘܢ ܘܪܽܘܚܳܐ ܕ݁ܚܰܝܶܐ ܢܶܦ݂ܠܰܬ݂ ܥܠܰܝܗܽܘܢ ܘܕ݂ܶܚܠܬ݂ܳܐ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܘܳܬ݂ ܥܰܠ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܚܳܙܶܝܢ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:11 11 Na drie en een halve dag ging de levensadem van God in hen en ze stonden op hun voeten. De Geest van Leven viel op hen. Een grote vrees overviel degenen die hen zagen.
12 ܘܰܫܡܰܥܘ ܩܳܠܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܕ݁ܳܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܣܰܩܘ ܠܟ݂ܳܐ ܘܰܣܠܶܩܘ ܠܰܫܡܰܝܳܐ ܒ݁ܰܥܢܳܢܳܐ ܘܡܰܨܕ݂ܺܝܢ ܒ݁ܗܽܘܢ ܒ݁ܥܶܠܕ݁ܒ݂ܳܒ݂ܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:12 12 En ze hoorden een grootse stem van de hemel die hun zei: "Kom naar boven!" En ze stegen met een wolk naar de hemel op, terwijl hun vijanden naar hen keken.
13 ܘܰܒ݂ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܗܳܝ ܗܘܳܐ ܙܰܘܥܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܘܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܥܶܣܪܳܐ ܕ݁ܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܢܦ݂ܰܠܘ ܘܶܐܬ݂ܩܰܛܰܠܘ ܒ݁ܙܰܘܥܳܐ ܫܡܳܗܶܐ ܕ݁ܓ݂ܰܒ݂ܪܶܐ ܐܰܠܦ݂ܶܐ ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܘܰܕ݂ܫܰܪܟ݁ܳܐ ܗܘܰܘ ܒ݁ܕ݂ܶܚܠܬ݂ܳܐ ܘܝܰܗ݈ܒ݂ܽܘܢ ܬ݁ܶܫܒ݁ܽܘܚܬ݁ܳܐ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܕ݁ܒ݂ܰܫܡܰܝܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:13 13 Op dat moment was er een grote aardbeving, waarna een tiende van de steden viel, en door de aardbeving stierven er zevenduizend mannen van naam. De rest had ontzag en gaf glorie aan God, die in de hemel is.
14 ܗܳܐ ܬ݁ܪܶܝܢ ܘܳܝ ܐܶܙܰܠܘ ܘܗܳܐ ܘܳܝ ܕ݁ܰܬ݂ܠܳܬ݂ܳܐ ܐܳܬ݂ܶܐ ܡܶܚܕ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:14 14 Zie, twee weeën zijn voorbij gegaan en zie, het derde wee komt onmiddellijk!
15 ܘܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܙܥܰܩ ܘܰܗܘܰܘ ܩܳܠܶܐ ܪܰܘܪܒ݂ܶܐ ܒ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܕ݁ܳܐܡܪܺܝܢ ܗܘܳܬ݂ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܶܗ ܕ݁ܥܳܠܡܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܰܢ ܘܕ݂ܰܡܫܺܝܚܶܗ ܘܰܐܡܠܶܟ݂ ܠܥܳܠܰܡ ܥܳܠܡܺܝܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:15 15 De zevende engel klonk en er waren grootse stemmen in de hemel die zeiden: "Het koninkrijk van de wereld is van onze God en zijn Mšíḥā geworden. Hij zal voor altijd en eeuwig regeren!"
16 ܘܥܶܣܪܺܝܢ ܘܰܐܪܒ݁ܥܳܐ ܩܰܫܺܝܫܶܐ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܰܩܕ݂ܳܡ ܐܰܠܳܗܳܐ ܝܳܬ݂ܒ݁ܺܝܢ ܥܰܠ ܟ݁ܽܘܪܣܰܘܳܬ݂ܗܽܘܢ ܢܦ݂ܰܠܘ ܥܰܠ ܐܰܦ݁ܰܝܗܽܘܢ ܘܰܣܓ݂ܶܕ݂ܘ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:16 16 De vierentwintig oudsten die tegenover God op hun tronen zaten, vielen op hun knieën en aanbaden God.
17 ܠܡܺܐܡܰܪ ܡܰܘܕ݁ܶܝܢܰܢ ܠܳܟ݂ ܡܳܪܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܐ ܐܰܚܺܝܕ݂ ܟ݁ܽܠ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܰܢܣܰܒ݂ܬ݁ ܒ݁ܚܰܝܠܳܟ݂ ܪܰܒ݁ܳܐ ܘܰܐܡܠܶܟ݂ܬ݁ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:17 17 Ze zeiden: "We danken u, HEER God, de handhaver van alles, die is en is geweest. Want u hebt uw grootse kracht opgenomen en u bent gaan regeren."
18 ܘܥܰܡ݈ܡܶܐ ܪܓ݂ܶܙܘ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܪܽܘܓ݂ܙܳܟ݂ ܘܙܰܒ݂ܢܳܐ ܕ݁ܡܺܝܬ݂ܶܐ ܕ݁ܢܶܬ݁ܕ݂ܺܝܢܽܘܢ ܘܬ݂ܶܬ݁ܶܠ ܐܰܓ݂ܪܳܐ ܠܥܰܒ݂ܕ݁ܰܝܟ݁ ܢܒ݂ܺܝܶܐ ܘܰܠܩܰܕ݁ܺܝܫܶܐ ܘܰܠܕ݂ܳܚܠܰܝ ܫܡܳܟ݂ ܠܰܙܥܽܘܪܶܐ ܥܰܡ ܪܰܘܪܒ݂ܶܐ ܘܰܬ݂ܚܰܒ݁ܶܠ ܠܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܚܰܒ݁ܶܠܘ ܠܰܐܪܥܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:18 18 De volken waren getergd en uw gramschap en de tijd om de doden te oordelen is gekomen. En u zult een beloning geven aan uw bedienden, de profeten, en aan de heiligen en aan degenen die uw naam eren, aan de kleinen en de groten. U zult verwoesten wie de aarde hebben verwoest.
19 ܘܶܐܬ݂ܦ݁ܬ݂ܰܚ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܒ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܘܶܐܬ݂ܚܰܙܝܰܬ݂ ܩܺܝܒ݂ܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܕ݂ܺܝܰܬ݂ܺܩܺܐ ܕ݁ܺܝܠܶܗ ܒ݁ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܘܰܗܘܰܘ ܒ݁ܰܪܩܶܐ ܘܪܰܥܡܶܐ ܘܩܳܠܶܐ ܘܢܰܘܕ݁ܳܐ ܘܒ݂ܰܪܕ݂ܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 11:19 19 De tempel in de hemel werd geopend en de ark van zijn verbond verscheen in de tempel. En er waren bliksem, donders, stemmen, een aardbeving en grote hagel.

Bijgewerkt: woensdag 30 mei 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.