MatteüsMarkusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 16

1 ܘܫܶܡܥܶܬ݂ ܩܳܠܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܡܶܢ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܕ݁ܳܐܡܰܪ ܠܫܰܒ݂ܥܳܐ ܡܰܠܰܐܟ݂ܺܝܢ ܙܶܠܘ ܘܰܐܫܽܘܕ݂ܘ ܫܒ݂ܰܥ ܙܳܒ݂ܽܘܪܺܝܢ ܕ݁ܚܶܡܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:1 1 En ik hoorde een luide stem uit de tempel die tegen de zeven engelen zei: "Ga en schenk de zeven schalen van woede van God uit over de aarde!"
2 ܘܶܐܙܰܠ ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܘܶܐܫܰܕ݂ ܙܳܒ݂ܽܘܪܶܗ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܘܰܗܘܳܐ ܫܽܘܚܢܳܐ ܒ݁ܺܝܫܳܐ ܘܟ݂ܺܐܒ݂ܳܢܳܐ ܥܰܠ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܠܗܽܘܢ ܪܽܘܫܡܳܐ ܕ݁ܚܰܝܽܘܬ݂ܳܐ ܘܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܣܳܓ݂ܕ݁ܺܝܢ ܠܨܰܠܡܳܗ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:2 2 De eerste ging en goot zijn schaal uit over de aarde en er waren ernstige pijnlijke gezwellen over de mensen die de gravering van het beest hadden en over degenen die zijn beeld aanbaden.
3 ܘܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܰܬ݂ܪܶܝܢ ܐܶܫܰܕ݂ ܙܳܒ݂ܽܘܪܶܗ ܒ݁ܝܰܡܳܐ ܘܰܗܘܳܐ ܝܰܡܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܡܺܝܬ݂ܳܐ ܘܟ݂ܽܠ ܢܰܦ݂ܫܳܐ ܚܰܝܬ݂ܳܐ ܡܺܝܬ݂ܰܬ݂ ܒ݁ܝܰܡܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:3 3 De tweede engel goot zijn schaal in de zee en de zee werd als dood omdat elke levende ziel in de zee stierf.
Grieks heeft 'bloed'.
4 ܘܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܰܬ݂ܠܳܬ݂ܳܐ ܐܶܫܰܕ݂ ܙܳܒ݂ܽܘܪܶܗ ܒ݁ܢܰܗܪܰܘܳܬ݂ܳܐ ܘܰܒ݂ܥܰܝܢܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܰܝܳܐ ܘܰܗܘܰܘ ܕ݁ܡܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:4 4 De derde engel goot zijn schaal uit in de rivieren en in de waterbronnen en ze werden bloed.
5 ܘܫܶܡܥܶܬ݂ ܠܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܡܰܝܳܐ ܕ݁ܳܐܡܰܪ ܙܰܕ݁ܺܝܩ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܗܰܘ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܘܚܰܣܝܳܐ ܕ݁ܗܳܠܶܝܢ ܕ݁ܳܢܬ݁ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:5 5 Ik hoorde de engel van het water zeggen: "Rechtvaardig bent u, die is en die was, en u bent zuiver omdat u deze dingen hebt geoordeeld
6 ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܰܕ݂ܡܳܐ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܶܐ ܘܰܕ݂ܩܰܕ݁ܺܝܫܶܐ ܐܶܫܰܕ݂ܘ ܘܰܕ݂ܡܳܐ ܝܰܗ݈ܒ݂ܬ݁ ܠܗܽܘܢ ܠܡܶܫܬ݁ܳܐ ܫܳܘܶܝܢ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:6 6 vanwege het bloed van de profeten en van de heiligen dat ze hebben vergoten daarom hebt u aan hen bloed te drinken gegeven. Ze verdienen het."
7 ܘܫܶܡܥܶܬ݂ ܠܡܰܕ݂ܒ݁ܚܳܐ ܕ݁ܳܐܡܰܪ ܐܺܝܢ ܡܳܪܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܐ ܐܰܚܺܝܕ݂ ܟ݁ܽܠ ܫܰܪܺܝܪܺܝܢ ܘܙܰܕ݁ܺܝܩܺܝܢ ܕ݁ܺܝܢܰܝܟ݁ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:7 7 En ik hoorde [iemand van] het altaar zeggen: "Ja, HEER God, de handhaver van alles, waar en rechtvaardig zijn uw oordelen."
8 ܘܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܰܐܪܒ݁ܥܳܐ ܐܶܫܰܕ݂ ܙܳܒ݂ܽܘܪܶܗ ܥܰܠ ܫܶܡܫܳܐ ܘܶܐܬ݂ܺܝܗܶܒ݂ ܠܶܗ ܕ݁ܢܰܚܶܡ ܠܰܒ݂ܢܰܝܢܳܫܳܐ ܒ݁ܢܽܘܪܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:8 8 De vierde engel goot zijn schaal uit over de zon, en het werd haar gegeven om de mensen met vuur te branden.
9 ܘܶܐܬ݂ܚܡܶܡܘ ܒ݁ܢܰܝܢܳܫܳܐ ܒ݁ܚܽܘܡܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܘܓ݂ܰܕ݁ܶܦ݂ܘ ܠܰܫܡܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܠܶܗ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܥܰܠ ܡܰܚܘܳܬ݂ܳܐ ܗܳܠܶܝܢ ܘܠܳܐ ܬ݁ܳܒ݂ܘ ܠܡܶܬ݁ܰܠ ܠܶܗ ܬ݁ܶܫܒ݁ܽܘܚܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:9 9 De mensen werden door grote hitte verbrand en ze lasterden de naam van God die het gezag over deze plagen had, maar ze keerden niet terug om hem glorie te geven.
10 ܘܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܚܰܡܫܳܐ ܐܶܫܰܕ݂ ܙܳܒ݂ܽܘܪܶܗ ܥܰܠ ܟ݁ܽܘܪܣܝܳܗ ܕ݁ܚܰܝܽܘܬ݂ܳܐ ܘܰܗܘܳܬ݂ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܳܗ ܚܶܫܽܘܟ݂ܬ݁ܳܐ ܘܰܡܠܰܥܣܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܫܳܢܰܝܗܽܘܢ ܡܶܢ ܟ݁ܺܐܒ݂ܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:10 10 De vijfde engel goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd donker en men beet op de tong vanwege de pijn.
11 ܘܓ݂ܰܕ݁ܶܦ݂ܘ ܠܰܫܡܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܕ݁ܰܫܡܰܝܳܐ ܡܶܢ ܟ݁ܺܐܒ݂ܰܝܗܽܘܢ ܘܡܶܢ ܫܽܘܚܢܰܝܗܽܘܢ ܘܠܳܐ ܬ݁ܳܒ݂ܘ ܡܶܢ ܥܒ݂ܳܕ݂ܰܝܗܽܘܢ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:11 11 En ze lasterden de naam van de God van de hemel vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen. Toch keerden ze niet terug van hun werken.
12 ܘܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܶܫܬ݁ܳܐ ܐܶܫܰܕ݂ ܙܳܒ݂ܽܘܪܶܗ ܥܰܠ ܢܰܗܪܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܦ݁ܪܳܬ݂ ܘܺܝܒ݂ܶܫܘ ܡܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܬ݂ܶܬ݁ܛܰܝܰܒ݂ ܐܽܘܪܚܳܐ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܶܐ ܡܶܢ ܡܰܕ݂ܢܚܰܝ ܫܶܡܫܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:12 12 De zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier de Prāt en haar water droogde op, zodat de weg van de koningen uit het Oosten werd voorbereid.
of 'van de opgang van de Zon'. Perzië.
13 ܘܰܚܙܺܝܬ݂ ܡܶܢ ܦ݁ܽܘܡܶܗ ܕ݁ܬ݂ܰܢܺܝܢܳܐ ܘܡܶܢ ܦ݁ܽܘܡܳܗ ܕ݁ܚܰܝܽܘܬ݂ܳܐ ܘܡܶܢ ܦ݁ܽܘܡܶܗ ܕ݁ܰܢܒ݂ܺܝܳܐ ܕ݁ܰܓ݁ܳܠܳܐ ܪܽܘܚܶܐ ܬ݁ܠܳܬ݂ ܠܳܐ ܕ݁ܰܟ݂ܝܳܬ݂ܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܐܽܘܪܕ݁ܥܶܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:13 13 En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten als kikkers.
14 ܐܺܝܬ݂ܰܝܗܶܝܢ ܓ݁ܶܝܪ ܪܽܘܚܶܐ ܕ݁ܫܺܐܕ݂ܶܐ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܥܳܒ݂ܕ݁ܳܢ ܐܳܬ݂ܘܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܳܐܙܳܠ݈ܢ ܥܰܠ ܡܰܠܟ݁ܶܐ ܕ݁ܬ݂ܺܐܒ݂ܶܝܠ ܠܰܡܟ݂ܰܢܳܫܽܘ ܐܶܢܽܘܢ ܠܰܩܪܳܒ݂ܳܐ ܕ݁ܝܰܘܡܳܐ ܗܰܘ ܪܰܒ݁ܳܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܐܰܚܺܝܕ݂ ܟ݁ܽܠ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:14 14 Want het zijn de geesten van demonen die tekenen doen, die naar de koningen van de bewoonde wereld gaan om hen te vergaderen tot de oorlog van de grote dag van God, de handhaver van alles.
15 ܗܳܐ ܐܳܬ݂ܶܐ ܐܰܝܟ݂ ܓ݁ܰܢܳܒ݂ܳܐ ܛܽܘܒ݂ܰܘܗ݈ܝ ܠܗܰܘ ܕ݁ܥܺܝܪ ܘܢܳܛܰܪ ܡܳܐܢܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܠܳܐ ܥܰܪܛܶܠ ܢܗܰܠܶܟ݂ ܘܢܶܚܙܽܘܢ ܒ݁ܶܗܬ݁ܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:15 15 "Zie, ik kom als een dief! Gelukkig is wie door te waken zijn kleding behoudt. Anders zal hij ontkleed lopen en ziet men zijn schaamte."
De straf voor tempelwachters die in slaap vielen.
16 ܘܰܢܟ݂ܰܢܶܫ ܐܶܢܽܘܢ ܠܰܐܬ݂ܪܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܪܶܐ ܥܶܒ݂ܪܳܐܝܺܬ݂ ܡܰܓ݂ܕ݂ܽܘ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:16 16 En hij zal hen vergaderen bij de plaats die in het Hebreeuws Magidú heet.
of Magdú, Migdal, Megiddo. Volgens Grieks 'Armageddon'.
17 ܘܡܰܠܰܐܟ݂ܳܐ ܕ݁ܫܰܒ݂ܥܳܐ ܐܶܫܰܕ݂ ܙܳܒ݂ܽܘܪܶܗ ܒ݁ܳܐܐܰܪ ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܩܳܠܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܡܶܢ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܡܶܢ ܩܕ݂ܳܡ ܟ݁ܽܘܪܣܝܳܐ ܕ݁ܳܐܡܰܪ ܗܘܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:17 17 De zevende engel goot zijn schaal uit over de lucht en een luide stem kwam uit de tempel die voor de troon is die zei: "Het is gedaan!"
18 ܘܰܗܘܰܘ ܒ݁ܰܪܩܶܐ ܘܪܰܥܡܶܐ ܘܢܰܘܕ݁ܳܐ ܗܘܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܕ݁ܰܐܟ݂ܘܳܬ݂ܶܗ ܠܳܐ ܗܘܳܐ ܡܶܢ ܕ݁ܰܗܘܰܘ ܒ݁ܢܰܝܢܳܫܳܐ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܕ݁ܰܐܝܟ݂ ܗܳܢܳܐ ܙܰܘܥܳܐ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܪܰܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:18 18 En er was bliksem en donder en een grote aardbeving, zoals er nog nooit een aardbeving is geweest sinds er mensen op aarde zijn.
19 ܘܰܗܘܳܬ݂ ܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܠܰܬ݂ܠܳܬ݂ ܡܢܰܘܳܢ ܘܰܡܕ݂ܺܝܢܳܬ݂ܳܐ ܕ݁ܥܰܡ݈ܡܶܐ ܢܦ݂ܰܠܝ ܘܒ݂ܳܒ݂ܶܝܠ ܪܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܐܶܬ݁ܕ݁ܰܟ݂ܪܰܬ݂ ܩܕ݂ܳܡ ܐܰܠܳܗܳܐ ܠܡܶܬ݁ܰܠ ܠܳܗ ܟ݁ܳܣܳܐ ܕ݁ܚܰܡܪܳܐ ܕ݁ܚܶܡܬ݂ܶܗ ܘܰܕ݂ܪܽܘܓ݂ܙܶܗ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:19 19 En de Grote Stad brak in drie delen en de steden van de volken vielen en God werd aan Bābél de Grote herinnerd omdat het van de beker wijn van zijn woede en zijn gramschap had ontvangen.
20 ܘܟ݂ܽܠ ܓ݁ܳܙܰܪܬ݁ܳܐ ܥܶܪܩܰܬ݂ ܘܛܽܘܪܶܐ ܠܳܐ ܐܶܫܬ݁ܟ݂ܰܚܘ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:20 20 Elk eiland vluchtte en er werden geen bergen meer gevonden,
Henoch 1:6
21 ܘܒ݂ܰܪܕ݂ܳܐ ܪܰܒ݁ܳܐ ܐܰܝܟ݂ ܟ݁ܰܟ݁ܪܳܐ ܢܚܶܬ݂ ܡܶܢ ܫܡܰܝܳܐ ܥܰܠ ܒ݁ܢܰܝܢܳܫܳܐ ܘܓ݂ܰܕ݁ܶܦ݂ܘ ܒ݁ܢܰܝܢܳܫܳܐ ܠܰܐܠܳܗܳܐ ܥܰܠ ܡܚܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܒ݂ܰܪܕ݂ܳܐ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܪܰܒ݁ܳܐ ܗ݈ܝ ܡܚܽܘܬ݂ܳܗ ܛܳܒ݂ ܀ Bijbel ܓܠܝܢܐ ܕܝܘܚܢܢ 16:21 21 Toen vielen er grote hagelstenen, met het gewicht van een talent, van de hemel op de mensen. De mensen vervloekten God vanwege de plaag van hagel en omdat de plaag zeer hevig was.

Bijgewerkt: maandag 2 juli 2012
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Volg peshitta.nl via Twitter.