MatteüsMarcusLucasJohannes 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 HandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 18

1 ܗܳܠܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܝܶܫܽܘܥ ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܥܰܡ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܠܥܶܒ݂ܪܳܐ ܕ݁ܰܪܓ݂ܶܠܬ݁ܳܐ ܕ݁ܩܶܕ݂ܪܽܘܢ ܐܰܬ݂ܰܪ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܓ݁ܰܢܬ݂ܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܥܰܠ ܗܽܘ ܘܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 18:1 1 Yešúʿ zei deze [dingen] en hij ging voort met zijn leerlingen, naar de overkant van de Kidronbeek, een plaats waar een tuin was waar hij en zijn leerlingen naar binnengingen.
2 ܝܳܕ݂ܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܦ݂ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܐ ܡܰܫܠܡܳܢܳܐ ܠܕ݂ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܝ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܣܰܓ݁ܺܝ ܙܰܒ݂ܢܳܐ ܟ݁ܳܢܶܫ ܗ݈ܘܳܐ ܬ݁ܰܡܳܢ ܝܶܫܽܘܥ ܥܰܡ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 18:2 2 Nu kende Yihúdā de verrader die plaats ook, omdat ze daar vaak met Yešúʿ hadden vergaderd.
3 ܗܽܘ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܐ ܕ݁ܒ݂ܰܪ ܐܶܣܦ݁ܺܝܪ ܘܡܶܢ ܠܘܳܬ݂ ܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܘܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܕ݁ܒ݂ܰܪ ܕ݁ܰܚܫܶܐ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܠܬ݂ܰܡܳܢ ܥܰܡ ܢܰܦ݂ܛܺܪܶܐ ܘܠܰܡܦ݁ܺܝܕ݂ܶܐ ܘܙܰܝܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:3 3 Daarom nam Yihúdā een cohort, en van de overpriesters en Afgescheidenen nam hij bewakers mee, en kwam daar met fakkels, lampen en wapenrusting.
4 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܝܳܕ݂ܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܟ݁ܽܠ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܳܐܬ݂ܶܐ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܢܦ݂ܰܩ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܠܡܰܢ ܒ݁ܳܥܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 18:4 4 Yešúʿ, die alle dingen die hem zouden overkomen wist, liep naar voren en zei tegen hen: "Wie zoekt u?"
5 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܠܝܶܫܽܘܥ ܢܳܨܪܳܝܳܐ ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܩܳܐܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܦ݂ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܐ ܡܰܫܠܡܳܢܳܐ ܥܰܡܗܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 18:5 5 Zij zeiden: "Yešúʿ de Nāṣreen!" Yešúʿ zei tegen hen: Ik ben. Nu stond daar ook Yihúdā, de verrader, bij hen.
6 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܐܶܙܰܠܘ ܠܒ݂ܶܣܬ݁ܰܪܗܽܘܢ ܘܰܢܦ݂ܰܠܘ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:6 6 Toen Yešúʿ tegen hen had gezegd: "Ik ben het", deinsden ze achteruit en vielen op de grond.
7 ܬ݁ܽܘܒ݂ ܫܰܐܶܠ ܐܶܢܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܠܡܰܢ ܒ݁ܳܥܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܰܪܘ ܠܝܶܫܽܘܥ ܢܳܨܪܳܝܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:7 7 Weer vroeg Yešúʿ hun: "Wie zoekt u?" Zij zeiden: "Yešúʿ de Nāṣreen!"
8 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܡܪܶܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܘܶܐܢ ܠܺܝ ܒ݁ܳܥܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܫܒ݂ܽܘܩܘ ܠܗܳܠܶܝܢ ܐܳܙܺܠ݈ܝܢ ܀ Bijbel Johannes 18:8 8 Yešúʿ zei tegen hen: "Ik heb u verteld dat ik het ben. Als u mij zoekt, laat hen gaan.",
9 ܕ݁ܬ݂ܶܫܠܰܡ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܡܰܪ ܕ݁ܰܐܝܠܶܝܢ ܕ݁ܝܰܗ݈ܒ݂ܬ݁ ܠܺܝ ܠܳܐ ܐܰܘܒ݁ܕ݂ܶܬ݂ ܡܶܢܗܽܘܢ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܚܰܕ݂ ܀ Bijbel Johannes 18:9 9 zodat het woord voltooid mocht worden: "Van wie u aan mij hebt gegeven, heb ik er niet één verloren."
Johannes 17:12
10 ܫܶܡܥܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܣܰܦ݂ܣܺܪܳܐ ܘܫܰܡܛܳܗ ܘܰܡܚܳܝܗ݈ܝ ܠܥܰܒ݂ܕ݁ܶܗ ܕ݁ܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܘܫܰܩܠܳܗ ܐܶܕ݂ܢܶܗ ܕ݁ܝܰܡܺܝܢܳܐ ܫܡܶܗ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܥܰܒ݂ܕ݁ܳܐ ܡܳܠܶܟ݂ ܀ Bijbel Johannes 18:10 10 Maar Šemʿún Kiʾfā had een zwaard bij zich en hij trok het, raakte de bediende van de hogepriester en sloeg diens rechteroor af. De naam van de bediende nu was Malek.
11 ܘܶܐܡܰܪ ܝܶܫܽܘܥ ܠܟ݂ܺܐܦ݂ܳܐ ܣܺܝܡ ܣܰܦ݂ܣܺܪܳܐ ܒ݁ܚܶܠܬ݂ܳܗ ܟ݁ܳܣܳܐ ܕ݁ܝܰܗ݈ܒ݂ ܠܺܝ ܐܳܒ݂ܝ ܠܳܐ ܐܶܫܬ݁ܶܝܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 18:11 11 En Yešúʿ zei tegen Kiʾfā: "Plaats het zwaard in zijn schede. Zal ik niet de beker drinken die mijn Vader mij heeft gegeven?"
12 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܶܣܦ݁ܺܝܪ ܘܟ݁ܺܠܺܝܰܪܟ݂ܶܐ ܘܕ݂ܰܚܫܶܐ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܐܰܚܕ݁ܽܘܗ݈ܝ ܠܝܶܫܽܘܥ ܘܰܐܣܪܽܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 18:12 12 Toen arresteerden de cohort, de aanvoerders en de bewakers van de Joden Yešúʿ en ze boeiden hem.
13 ܘܰܐܝܬ݁ܝܽܘܗ݈ܝ ܠܘܳܬ݂ ܚܰܢܳܢ ܠܽܘܩܕ݂ܰܡ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܰܚܡܽܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܩܰܝܳܦ݂ܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܕ݁ܫܰܢ݈ܬ݁ܳܐ ܗܳܝ ܀ Bijbel Johannes 18:13 13 En zij brachten hem eerst naar Ḥanān omdat hij de schoonvader van Qayāfā was, die dat jaar de hogepriester was.
14 ܐܺܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܩܰܝܳܦ݂ܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܰܡܠܰܟ݂ ܠܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܕ݁ܦ݂ܰܩܳܚ ܕ݁ܚܰܕ݂ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܢܡܽܘܬ݂ ܚܠܳܦ݂ ܥܰܡܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:14 14 Nu was het Qayāfā die de Joden had aangeraden, dat het goed zou zijn als één man zou sterven voor het volk.
15 ܫܶܡܥܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܘܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܶܐ ܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܐܳܬ݂ܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܠܗܰܘ ܕ݁ܶܝܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܝܳܕ݂ܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܘܥܰܠ ܥܰܡ ܝܶܫܽܘܥ ܠܕ݂ܳܪܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:15 15 Šemʿún Kiʾfā en één van de andere leerlingen bleven Yešúʿ volgen. Die leerling was bekend bij de hogepriester, dus ging hij met Yešúʿ het binnenhof in.
16 ܫܶܡܥܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܩܳܐܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܠܒ݂ܰܪ ܠܘܳܬ݂ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܗܰܘ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܕ݁ܝܳܕ݂ܰܥ ܗ݈ܘܳܐ ܠܶܗ ܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܢܳܛܪܰܬ݂ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܘܰܐܥܠܶܗ ܠܫܶܡܥܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 18:16 16 Šemʿún stond echter buiten bij de deur. Daarom ging die andere leerling, die de hogepriester kende, naar buiten en sprak met de portierster om Šemʿún toe te laten.
17 ܐܶܡܪܰܬ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܥܠܰܝܡܬ݂ܳܐ ܢܳܛܪܰܬ݂ ܬ݁ܰܪܥܳܐ ܠܫܶܡܥܽܘܢ ܠܡܳܐ ܐܳܦ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܡܶܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܗܳܢܳܐ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܐܳܡܰܪ ܠܳܗ ܠܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:17 17 Maar de jonge vrouw die de deur bewaakte zei tegen Šemʿún: "Bent u niet ook één van de leerlingen van deze man?" Hij zei tegen haar: "Nee, dat ben ik niet!"
18 ܘܩܳܝܡܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܥܰܒ݂ܕ݁ܶܐ ܘܕ݂ܰܚܫܶܐ ܘܣܳܝܡܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܢܽܘܪܳܐ ܕ݁ܢܶܫܚܢܽܘܢ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܩܰܪܺܝܫ ܗ݈ܘܳܐ ܩܳܐܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܳܦ݂ ܫܶܡܥܽܘܢ ܥܰܡܗܽܘܢ ܘܫܳܚܶܢ ܀ Bijbel Johannes 18:18 18 En de bedienden en bewakers stonden en hadden een vuur gemaakt om zich te warmen want het was koud. Nu stond Šemʿún ook bij hen om zich te warmen.
19 ܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܫܰܐܠܶܗ ܠܝܶܫܽܘܥ ܥܰܠ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܥܰܠ ܝܽܘܠܦ݁ܳܢܶܗ ܀ Bijbel Johannes 18:19 19 De hogepriester nu vroeg Yešúʿ naar zijn leerlingen en zijn leer.
20 ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܢܳܐ ܥܺܝܢ ܒ݁ܰܓ݂ܠܶܐ ܡܰܠܠܶܬ݂ ܥܰܡ ܥܰܡܳܐ ܘܰܒ݂ܟ݂ܽܠܙܒ݂ܰܢ ܐܰܠܦ݂ܶܬ݂ ܒ݁ܰܟ݂ܢܽܘܫܬ݁ܳܐ ܘܰܒ݂ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܟ݂ܽܠܗܽܘܢ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܡܶܬ݂ܟ݁ܰܢܫܺܝܢ ܘܡܶܕ݁ܶܡ ܒ݁ܛܽܘܫܝܳܐ ܠܳܐ ܡܰܠܠܶܬ݂ ܀ Bijbel Johannes 18:20 20 Toen zei Yešúʿ tegen hem: "Ik heb openlijk gesproken onder het volk, en altijd in synagogen en in de tempel geleerd waar alle Joden vergaderen en ik heb niets in het geheim gezegd.
21 ܡܳܢܳܐ ܡܫܰܐܶܠ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܠܺܝ ܫܰܐܶܠ ܠܗܳܢܽܘܢ ܕ݁ܰܫܡܰܥܘ ܡܳܢܳܐ ܡܰܠܠܶܬ݂ ܥܰܡܗܽܘܢ ܗܳܐ ܗܶܢܽܘܢ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܟ݁ܽܠ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܶܐܡܪܶܬ݂ ܀ Bijbel Johannes 18:21 21 Waarom vraagt u het aan mij? Vraag het aan degenen die hebben gehoord wat ik tegen hen heb gezegd. Zie, zij weten wat ik heb gezegd!"
22 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܐܶܡܰܪ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܕ݁ܰܚܫܶܐ ܕ݁ܩܳܐܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܡܚܳܝܗ݈ܝ ܥܰܠ ܦ݁ܰܟ݁ܶܗ ܠܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܝܳܗܶܒ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܦ݁ܶܬ݂ܓ݂ܳܡܳܐ ܠܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܀ Bijbel Johannes 18:22 22 Toen hij deze dingen had gesproken, sloeg één van de bewakers, die daar stonden, hem op de wang en zei tegen hem: "Antwoord je de hogepriester zo?"
23 ܥܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܶܢ ܒ݁ܺܝܫܳܐܝܺܬ݂ ܡܰܠܠܶܬ݂ ܐܰܣܗܶܕ݂ ܥܰܠ ܒ݁ܺܝܫܬ݁ܳܐ ܘܶܐܢ ܕ݁ܶܝܢ ܫܰܦ݁ܺܝܪ ܠܡܳܢܳܐ ܡܚܰܝܬ݁ܳܢܝ ܀ Bijbel Johannes 18:23 23 Yešúʿ antwoordde hem en zei: "Als ik slecht heb gesproken, getuig van het slechte, maar als ik goed heb gesproken: waarom slaat u mij dan?"
24 ܚܰܢܳܢ ܕ݁ܶܝܢ ܫܰܕ݁ܰܪ ܠܝܶܫܽܘܥ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܰܣܺܝܪ ܠܘܳܬ݂ ܩܰܝܳܦ݂ܳܐ ܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܀ Bijbel Johannes 18:24 24 Ḥanān nu zond Yešúʿ geboeid naar de hogepriester Qayāfā.
25 ܘܫܶܡܥܽܘܢ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܩܳܐܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܘܫܳܚܶܢ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܠܡܳܐ ܐܳܦ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܘܗܽܘ ܟ݁ܦ݂ܰܪ ܘܶܐܡܰܪ ܠܳܐ ܗ݈ܘܺܝܬ݂ ܀ Bijbel Johannes 18:25 25 Šemʿún Kiʾfā stond zich daar te warmen toen men tegen hem zei: "Bent u [soms] ook één van zijn leerlingen?" Maar hij ontkende het en zei: "Dat ben ik niet!"
26 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܥܰܒ݂ܕ݁ܶܐ ܕ݁ܪܰܒ݁ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܐ݈ܚܝܳܢܶܗ ܕ݁ܗܰܘ ܕ݁ܰܦ݂ܣܰܩ ܗ݈ܘܳܐ ܫܶܡܥܽܘܢ ܐܶܕ݂ܢܶܗ ܠܳܐ ܐܶܢܳܐ ܚܙܺܝܬ݂ܳܟ݂ ܥܰܡܶܗ ܒ݁ܓ݂ܰܢܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:26 26 Eén van de bedienden van de hogepriester, een neef van degene van wie Kiʾfā het oor had af gesneden, zei tegen hem: "Heb ik u niet in de tuin met hem gezien?"
27 ܘܬ݂ܽܘܒ݂ ܟ݁ܦ݂ܰܪ ܫܶܡܥܽܘܢ ܘܒ݂ܳܗ ܒ݁ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܩܪܳܐ ܬ݁ܰܪܢܳܓ݂ܠܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:27 27 Šemʿún ontkende het opnieuw en op dat moment kraaide er een haan.
28 ܐܰܝܬ݁ܝܽܘܗ݈ܝ ܕ݁ܶܝܢ ܠܝܶܫܽܘܥ ܡܶܢ ܠܘܳܬ݂ ܩܰܝܳܦ݂ܳܐ ܠܰܦ݁ܪܶܛܳܘܪܺܝܢ ܘܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܨܰܦ݂ܪܳܐ ܘܗܶܢܽܘܢ ܠܳܐ ܥܰܠܘ ܠܰܦ݁ܪܶܛܳܘܪܺܝܢ ܕ݁ܠܳܐ ܢܶܬ݂ܛܰܘܫܽܘܢ ܥܰܕ݂ ܐܳܟ݂ܠܺܝܢ ܦ݁ܶܨܚܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:28 28 En zij brachten Yešúʿ vanaf Qayāfā naar het paleis en het was vroeg. Ze gingen het paleis echter niet binnen, zodat zij niet besmeurd zouden worden voordat ze het Peṣḥā hadden gegeten.
29 ܢܦ݂ܰܩ ܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܠܒ݂ܰܪ ܠܘܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܡܳܢܳܐ ܡܶܐܟ݂ܰܠ‌ܩܰܪܨܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܥܰܠ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܗܳܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:29 29 Dus ging Pilatos naar buiten, waar zij waren, en zei tegen hen: "Wat voor beschuldiging hebt u tegen deze man?"
30 ܥܢܰܘ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܐܶܠܽܘ ܠܳܐ ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܒ݁ܺܝܫܳܬ݂ܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܠܳܟ݂ ܡܰܫܠܡܺܝܢ ܗ݈ܘܰܝܢ ܠܶܗ ܀ Bijbel Johannes 18:30 30 Zij antwoordden en zeiden hem: "Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u hebben uitgeleverd."
31 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܕ݁ܽܘܒ݂ܪܽܘܗ݈ܝ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܕ݂ܽܘܢܽܘܗ݈ܝ ܐܰܝܟ݂ ܢܳܡܽܘܣܟ݂ܽܘܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܠܳܐ ܫܰܠܺܝܛ ܠܰܢ ܠܡܶܩܛܰܠ ܠܐ݈ܢܳܫ ܀ Bijbel Johannes 18:31 31 Toen zei Pilatos tegen hen: "Neem hem zelf en oordeel hem volgens uw wet." De Joden zeiden hem: "Ons is geen gezag gegeven om een mens te doden",
32 ܕ݁ܬ݂ܶܫܠܰܡ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܡܰܪ ܝܶܫܽܘܥ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܰܘܕ݁ܰܥ ܒ݁ܰܐܝܢܳܐ ܡܰܘܬ݁ܳܐ ܥܬ݂ܺܝܕ݂ ܕ݁ܰܢܡܽܘܬ݂ ܀ Bijbel Johannes 18:32 32 zodat het woord dat Yešúʿ had gesproken werd vervuld, toen hij bekendmaakte wat voor dood hij zou sterven.
33 ܥܰܠ ܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܠܰܦ݁ܪܶܛܳܘܪܺܝܢ ܘܰܩܪܳܐ ܠܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܗ݈ܽܘ ܡܰܠܟ݁ܗܽܘܢ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܀ Bijbel Johannes 18:33 33 Pilatos ging het paleis binnen en riep Yešúʿ en vroeg hem: "Bent u de koning van de Joden?"
34 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܡܶܢ ܢܰܦ݂ܫܳܟ݂ ܐܶܡܰܪܬ݁ ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܰܘ ܐ݈ܚܪܳܢܶܐ ܐܶܡܰܪܘ ܠܳܟ݂ ܥܠܰܝ ܀ Bijbel Johannes 18:34 34 Yešúʿ zei tegen hem: "Zegt u dit uit uzelf of zeggen anderen dit over mij?"
35 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܠܡܳܐ ܐܶܢܳܐ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܢܰܝ ܥܰܡܳܟ݂ ܗ݈ܽܘ ܘܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܐܰܫܠܡܽܘܟ݂ ܠܺܝ ܡܳܢܳܐ ܥܒ݂ܰܕ݁ܬ݁ ܀ Bijbel Johannes 18:35 35 Pilatos zei tegen hem: "Ben ik een Jood? Uw eigen mensen en de hogepriester hebben u aan mij uitgeleverd. Wat hebt u gedaan?"
36 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܝ ܕ݁ܺܝܠܝ ܠܳܐ ܗܘܳܬ݂ ܡܶܢ ܗܳܢܳܐ ܥܳܠܡܳܐ ܐܶܠܽܘ ܡܶܢ ܥܳܠܡܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܗܳܢܳܐ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܝ ܡܶܬ݂ܟ݁ܰܬ݁ܫܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܡܫܰܡܫܳܢܰܝ ܕ݁ܠܳܐ ܐܶܫܬ݁ܠܶܡ ܠܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܗܳܫܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܡܰܠܟ݁ܽܘܬ݂ܝ ܕ݁ܺܝܠܝ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܡܶܟ݁ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:36 36 Yešúʿ zei tegen hem: "Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld. Als mijn koninkrijk van deze wereld zou zijn, zouden mijn dienaren hebben gestreden, zodat ik niet aan de Joden uitgeleverd zou worden. Mijn koninkrijk is echter niet van hier."
37 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܡܳܕ݂ܶܝܢ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܐܶܡܰܪܬ݁ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܐܶܢܳܐ ܠܗܳܕ݂ܶܐ ܝܺܠܺܝܕ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܘܰܠܗܳܕ݂ܶܐ ܐܶܬ݂ܺܝܬ݂ ܠܥܳܠܡܳܐ ܕ݁ܰܐܣܗܶܕ݂ ܥܰܠ ܫܪܳܪܳܐ ܟ݁ܽܠ ܡܰܢ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܡܶܢ ܫܪܳܪܳܐ ܫܳܡܰܥ ܩܳܠܝ ܀ Bijbel Johannes 18:37 37 Pilatos zei tegen hem: "Bent u dan een koning?" Yešúʿ zei tegen hem: "U zegt dat ik een koning ben. Want ik ben hierom geboren en hierom ben ik in de wereld gekomen: om te getuigen van de waarheid. Al wie van de waarheid is, hoort mijn stem."
38 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܡܳܢܰܘ ܫܪܳܪܳܐ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܶܡܰܪ ܗܳܕ݂ܶܐ ܢܦ݂ܰܩ ܠܶܗ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܠܘܳܬ݂ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܶܢܳܐ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܚܕ݂ܳܐ ܥܶܠܬ݂ܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel Johannes 18:38 38 Pilatos zei tegen hem: "Wat is waarheid?" Toen hij dat had gezegd, ging hij opnieuw naar de Joden en zei tegen hen: "Ik kan zelfs niet een reden tegen hem vinden!"
quid est veritas
39 ܥܝܳܕ݂ܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܐܺܝܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܚܰܕ݂ ܐܶܫܪܶܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܒ݁ܦ݂ܶܨܚܳܐ ܨܳܒ݂ܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܐܶܫܪܶܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܠܗܳܢܳܐ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܀ Bijbel Johannes 18:39 39 U hebt een gewoonte dat ik voor u iemand vrijlaat, met Peṣḥā. Wilt u dan dat ik voor u deze man, de koning van de Joden, vrijlaat?"
40 ܘܰܩܥܰܘ ܟ݁ܽܠܗܽܘܢ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܳܐ ܠܗܳܢܳܐ ܐܶܠܳܐ ܠܒ݂ܰܪ‌ܐܰܒ݁ܰܐ ܐܺܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܗܳܢܳܐ ܒ݁ܰܪ‌ܐܰܒ݁ܰܐ ܓ݁ܰܝܳܣܳܐ ܀ Bijbel Johannes 18:40 40 Zij allen riepen uit en zeiden: "Niet hem, maar Barʾaba!" Barʾaba nu was een rover.

Bijgewerkt: zaterdag 17 juni 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.