MatteüsMarcusLucasJohannes 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 HandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 19

1 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܢܰܓ݁ܕ݂ܶܗ ܠܝܶܫܽܘܥ ܀ Bijbel Johannes 19:1 1 Toen liet Pilatos Yešúʿ met de zweep slaan.
2 ܘܶܐܣܛܪܰܛܺܝܽܘܛܶܐ ܓ݁ܕ݂ܰܠܘ ܟ݁ܠܺܝܠܳܐ ܡܶܢ ܟ݁ܽܘܒ݁ܶܐ ܘܣܳܡܘ ܠܶܗ ܒ݁ܪܺܫܶܗ ܘܟ݂ܰܣܝܽܘܗ݈ܝ ܢܰܚܬ݁ܶܐ ܕ݁ܰܐܪܓ݁ܘܳܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:2 2 De soldaten vlochten een doornenkrans en plaatsten die op zijn hoofd en bedekten hem met purperen gewaden,
3 ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܫܠܳܡ ܠܳܟ݂ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܘܡܳܚܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܠܶܗ ܥܰܠ ܦ݁ܰܟ݁ܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 19:3 3 Ze zeiden: "Vrede zij met u, koning van de Joden!" en sloegen hem op de wangen.
4 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܠܒ݂ܰܪ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܗܳܐ ܡܰܦ݁ܶܩ ܐ݈ܢܳܐ ܠܶܗ ܠܟ݂ܽܘܢ ܠܒ݂ܰܪ ܕ݁ܬ݂ܶܕ݁ܥܽܘܢ ܕ݁ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܳܬ݂ܪܶܗ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܚܕ݂ܳܐ ܥܶܠܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:4 4 Pilatos ging opnieuw naar buiten en zei tegen hen: "Zie, ik breng hem voor u naar buiten zodat u weet dat ik niets tegen hem kan vinden, zelfs niet één reden."
5 ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܝܶܫܽܘܥ ܠܒ݂ܰܪ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܺܝܬ݂ ܥܠܰܘܗ݈ܝ ܟ݁ܠܺܝܠܳܐ ܕ݁ܟ݂ܽܘܒ݁ܶܐ ܘܢܰܚܬ݁ܶܐ ܕ݁ܰܐܪܓ݁ܘܳܢܳܐ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܗܳܐ ܓ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:5 5 En Yešúʿ kwam naar buiten met de doornenkroon op en de purperen gewaden aan. Pilatos zei tegen hen: "Zie, de mens!"
6 ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܚܙܰܐܘܽܗ݈ܝ ܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܘܕ݂ܰܚܫܶܐ ܩܥܰܘ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܨܠܽܘܒ݂ܳܝܗ݈ܝ ܨܠܽܘܒ݂ܳܝܗ݈ܝ ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܕ݁ܒ݂ܰܪܘ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܙܽܘܩܦ݂ܽܘܗ݈ܝ ܐܶܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܶܗ ܥܶܠܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:6 6 Toen de overpriesters en de bewakers hem zagen, riepen zij uit en zeiden: "Kruisig hem! Kruisig hem!" Pilatos zei tegen hen: "Neem hem en hangt u hem op, want ik kan niets tegen hem vinden."
7 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܠܰܢ ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܰܢ ܘܰܐܝܟ݂ ܕ݁ܰܒ݂ܢܳܡܽܘܣܰܢ ܚܰܝܳܒ݂ ܗ݈ܽܘ ܡܰܘܬ݁ܳܐ ܕ݁ܰܥܒ݂ܰܕ݂ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܒ݁ܪܶܗ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:7 7 De Joden zeiden hem: "Wij hebben een wet, en volgens onze Wet is hij de dood schuldig omdat hij zichzelf tot Zoon van God heeft gemaakt!"
8 ܟ݁ܰܕ݂ ܫܡܰܥ ܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܗܳܕ݂ܶܐ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܝܰܬ݁ܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܕ݁ܚܶܠ ܀ Bijbel Johannes 19:8 8 Toen Pilatos dit woord hoorde, vreesde hij buitengewoon.
9 ܘܥܰܠ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܠܰܦ݁ܪܶܛܳܘܪܺܝܢ ܘܶܐܡܰܪ ܠܝܶܫܽܘܥ ܐܰܝܡܶܟ݁ܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܶܬ݂ܓ݂ܳܡܳܐ ܠܳܐ ܝܰܗ݈ܒ݂ ܠܶܗ ܀ Bijbel Johannes 19:9 9 En hij ging opnieuw het paleis binnen en zei tegen Yešúʿ: "Vanwaar bent u?" Maar Yešúʿ gaf hem geen antwoord.
10 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܥܰܡܝ ܠܳܐ ܡܡܰܠܶܠ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܠܳܐ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܫܰܠܺܝܛ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܐܫܪܶܝܟ݂ ܘܫܰܠܺܝܛ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܐܙܩܦ݂ܳܟ݂ ܀ Bijbel Johannes 19:10 10 Pilatos zei tegen hem: "Spreekt u niet met mij? Weet u niet dat mij het gezag is gegeven om u vrij te laten en dat mij het gezag is gegeven om u op te hangen?"
11 ܐܳܡܰܪ ܠܶܗ ܝܶܫܽܘܥ ܠܰܝܬ݁ ܗ݈ܘܳܐ ܠܳܟ݂ ܥܠܰܝ ܫܽܘܠܛܳܢܳܐ ܐܳܦ݂ ܠܳܐ ܚܰܕ݂ ܐܶܠܽܘ ܠܳܐ ܝܺܗܺܝܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܳܟ݂ ܡܶܢ ܠܥܶܠ ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܗܰܘ ܡܰܢ ܕ݁ܰܐܫܠܡܰܢܝ ܠܳܟ݂ ܪܰܒ݁ܳܐ ܗ݈ܝ ܚܛܺܝܬ݂ܶܗ ܡܶܢ ܕ݁ܺܝܠܳܟ݂ ܀ Bijbel Johannes 19:11 11 Yešúʿ zei tegen hem: "U zou geen enkel gezag over mij hebben als het u niet van boven werd gegeven. Daarom is de zonde van degene die mij aan u heeft uitgeleverd, groter dan die van u."
12 ܘܡܶܛܽܠ ܗܳܕ݂ܶܐ ܨܳܒ݂ܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܕ݁ܢܶܫܪܶܝܘܗ݈ܝ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܩܳܥܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܕ݁ܶܐܢ ܠܗܳܢܳܐ ܫܳܪܶܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܠܳܐ ܗܘܰܝܬ݁ ܪܳܚܡܶܗ ܕ݁ܩܶܣܰܪ ܟ݁ܽܠ ܡܰܢ ܓ݁ܶܝܪ ܕ݁ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܣܰܩܽܘܒ݂ܠܳܐ ܗܽܘ ܕ݁ܩܶܣܰܪ ܀ Bijbel Johannes 19:12 12 En hierom wilde Pilatos hem vrijlaten, maar de Joden bleven uitroepen: "Als u deze man vrijlaat, bent u geen vriend van de keizer! Iedereen die zichzelf een koning maakt, is tegen de keizer!"
Talmoed van Jeruzalem (Sanhedrin 18a) 40 jaar voor de vernietiging van Jeruzalem werd de Joden het recht tot civiele doodstraf ontnomen.
13 ܟ݁ܰܕ݂ ܫܡܰܥ ܕ݁ܶܝܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܗܳܕ݂ܶܐ ܡܶܠܬ݂ܳܐ ܐܰܦ݁ܩܶܗ ܠܝܶܫܽܘܥ ܠܒ݂ܰܪ ܘܺܝܬ݂ܶܒ݂ ܥܰܠ ܒ݁ܺܝܡ ܒ݁ܕ݂ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܰܪܝܳܐ ܪܨܺܝܦ݂ܬ݁ܳܐ ܕ݁ܟ݂ܺܐܦ݂ܶܐ ܥܶܒ݂ܪܳܐܝܺܬ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܬ݂ܰܐܡܪܳܐ ܓ݁ܦ݂ܺܝܦ݂ܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:13 13 Toen Pilatos nu dit woord hoorde, bracht hij Yešúʿ naar buiten en ging op de rechterstoel zitten, op een plaats genaamd 'Stenen bestrating', in het Hebreeuws zegt men 'Gpiptā'.
(ܪܨܺܝܦ݂ܬ݁ܳܐ ܕܟܐܦܐ) Matteüs 26:73
14 ܘܰܥܪܽܘܒ݂ܬ݁ܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܕ݁ܦ݂ܶܨܚܳܐ ܘܺܐܝܬ݂ ܗ݈ܘܰܝ ܐܰܝܟ݂ ܫܳܥܶܐ ܫܶܬ݂ ܘܶܐܡܰܪ ܠܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܗܳܐ ܡܰܠܟ݁ܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 19:14 14 En het was de dag van voorbereiding van het Peṣḥā, het was ongeveer het zesde uur, en hij zei tegen de Joden: "Zie, uw koning!"
Romeinse tijd. Matteüs 27:45.
15 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܩܳܥܶܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܫܩܽܘܠܳܝܗ݈ܝ ܫܩܽܘܠܳܝܗ݈ܝ ܨܠܽܘܒ݂ܳܝܗ݈ܝ ܨܠܽܘܒ݂ܳܝܗ݈ܝ ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܠܡܰܠܟ݁ܟ݂ܽܘܢ ܐܶܙܩܽܘܦ݂ ܐܳܡܪܺܝܢ ܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܠܰܝܬ݁ ܠܰܢ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܐܶܠܳܐ ܐܶܢ ܩܶܣܰܪ ܀ Bijbel Johannes 19:15 15 Maar ze riepen uit: "Neem hem weg! Neem hem weg! Kruisig hem! Kruisig hem!" Pilatos zei tegen hen: "Zal ik uw koning ophangen?" De overpriesters zeiden: "Wij hebben geen koning naast de keizer!"
16 ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܐܰܫܠܡܶܗ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܢܶܙܩܦ݂ܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܘܕ݂ܰܒ݂ܪܽܘܗ݈ܝ ܠܝܶܫܽܘܥ ܘܰܐܦ݁ܩܽܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 19:16 16 Toen leverde hij hem aan hen uit zodat zij hem zouden ophangen. En zij namen Yešúʿ en voerden hem weg,
17 ܟ݁ܰܕ݂ ܫܩܺܝܠ ܙܩܺܝܦ݂ܶܗ ܠܕ݂ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܶܬ݂ܩܰܪܝܳܐ ܩܰܪܩܰܦ݂ܬ݂ܳܐ ܥܶܒ݂ܪܳܐܝܺܬ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܬ݂ܰܐܡܪܳܐ ܓ݁ܳܓ݂ܽܘܠܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:17 17 terwijl hij het kruis droeg naar een plaats genaamd 'De Schedel', maar in het Hebreeuws zegt men Gāgúltā,
Grieks heeft Golgota.
18 ܐܰܬ݂ܰܪ ܕ݁ܙܰܩܦ݁ܽܘܗ݈ܝ ܘܥܰܡܶܗ ܬ݁ܪܶܝܢ ܐ݈ܚܪܳܢܺܝܢ ܚܰܕ݂ ܡܶܟ݁ܳܐ ܘܚܰܕ݂ ܡܶܟ݁ܳܐ ܘܰܠܝܶܫܽܘܥ ܒ݁ܰܡܨܰܥܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:18 18 de plaats waar ze hem hebben opgehangen, met twee anderen, één aan de ene kant en één aan de andere kant en Yešúʿ in het midden.
19 ܘܰܟ݂ܬ݂ܰܒ݂ ܐܳܦ݂ ܠܽܘܚܳܐ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܘܣܳܡ ܥܰܠ ܙܩܺܝܦ݂ܶܗ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܗܳܟ݂ܰܢܳܐ ܗܳܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܢܳܨܪܳܝܳܐ ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܀ Bijbel Johannes 19:19 19 Ook schreef Pilatos een bord en plaatste dat boven het kruis. Er stond geschreven: Dit is Yešúʿ de Nāṣreen, koning van de Joden.
Latijn; Iesus Nazarenus rex Iudaeorum. Grieks; ιησους ο ναζωραιος ο βασιλευς των ιουδαιων. Ar.; הנא ישׁוע נצריא מלכא דיהודיא (hānā Yešúʿ Nāṣrāyā malkā di Yihúdāye).
20 ܘܰܠܗܳܢܳܐ ܕ݁ܰܦ݁ܳܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܡܶܢ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܩܪܰܐܘܽܗ݈ܝ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܩܰܪܺܝܒ݂ܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܠܰܡܕ݂ܺܝܢ݈ܬ݁ܳܐ ܕ݁ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܙܕ݁ܩܶܦ݂ ܒ݁ܳܗ ܝܶܫܽܘܥ ܘܰܟ݂ܬ݂ܺܝܒ݂ܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܥܶܒ݂ܪܳܐܝܺܬ݂ ܘܝܰܘܢܳܐܝܺܬ݂ ܘܰܪܽܗ݈ܘܡܳܐܝܺܬ݂ ܀ Bijbel Johannes 19:20 20 Dit bord werd door velen van de Joden gelezen omdat de plaats waar Yešúʿ was gehangen naast de stad was. Het stond geschreven in het Hebreeuws, Grieks en Latijn.
21 ܘܶܐܡܰܪܘ ܪܰܒ݁ܰܝ ܟ݁ܳܗܢܶܐ ܠܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܠܳܐ ܬ݁ܶܟ݂ܬ݁ܽܘܒ݂ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܗܽܘ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܐܶܠܳܐ ܕ݁ܗܽܘ ܐܶܡܰܪ ܕ݁ܡܰܠܟ݁ܳܐ ܐܶܢܳܐ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܀ Bijbel Johannes 19:21 21 Maar de overpriesters zeiden tegen Pilatos: "Schrijf niet dat hij koning van de Joden is, maar dat hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de Joden.
22 ܐܳܡܰܪ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܟ݂ܶܬ݂ܒ݁ܶܬ݂ ܟ݁ܶܬ݂ܒ݁ܶܬ݂ ܀ Bijbel Johannes 19:22 22 Pilatos zei: "Wat ik heb geschreven, heb ik geschreven."
23 ܐܶܣܛܪܰܛܺܝܽܘܛܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܙܰܩܦ݁ܽܘܗ݈ܝ ܠܝܶܫܽܘܥ ܫܩܰܠܘ ܢܰܚܬ݁ܰܘܗ݈ܝ ܘܰܥܒ݂ܰܕ݂ܘ ܠܰܐܪܒ݁ܰܥ ܡܢܰܘܳܢ ܡܢܳܬ݂ܳܐ ܠܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܐܶܣܛܪܰܛܺܝܽܘܛܶܐ ܟ݁ܽܘܬ݁ܺܝܢܶܗ ܕ݁ܶܝܢ ܐܺܝܬ݂ܶܝܗ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܕ݁ܠܳܐ ܚܺܝܛܳܐ ܡܶܢ ܠܥܶܠ ܙܩܺܝܪܬ݁ܳܐ ܟ݁ܽܠܳܗ ܀ Bijbel Johannes 19:23 23 Toen de soldaten Yešúʿ hadden opgehangen, namen ze zijn kleding en maakten ze vier delen: een deel voor elk van de soldaten. Zijn gewaad was echter van bovenaf geheel zonder naad geweven.
24 ܘܶܐܡܰܪܘ ܚܰܕ݂ ܠܚܰܕ݂ ܠܳܐ ܢܶܣܕ݁ܩܺܝܗ ܐܶܠܳܐ ܢܶܦ݁ܶܣ ܥܠܶܝܗ ܡܶܦ݁ܰܣ ܕ݁ܡܰܢܽܘ ܬ݁ܶܗܘܶܐ ܘܰܫܠܶܡ ܟ݁ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܡܰܪ ܕ݁ܦ݂ܰܠܶܓ݂ܘ ܢܰܚܬ݁ܰܝ ܒ݁ܰܝܢܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܥܰܠ ܠܒ݂ܽܘܫܝ ܐܰܪܡܺܝܘ ܦ݁ܶܣܳܐ ܗܳܠܶܝܢ ܥܒ݂ܰܕ݂ܘ ܐܶܣܛܪܰܛܺܝܽܘܛܶܐ ܀ Bijbel Johannes 19:24 24 Dus zeiden ze tegen elkaar: "Laten we het niet scheuren maar verloten voor wie het zal zijn." Zo werd de Schriftplaats voltooid die zei: "Zij verdeelden mijn gewaden onderling en voor mijn kleding wierpen ze een lot." De soldaten deden dit.
Psalmen 22:19
25 ܩܳܝܡܳܢ ܗ݈ܘܰܝ ܕ݁ܶܝܢ ܠܘܳܬ݂ ܙܩܺܝܦ݂ܶܗ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܡܶܗ ܘܚܳܬ݂ܳܗ ܕ݁ܶܐܡܶܗ ܘܡܰܪܝܰܡ ܗܳܝ ܕ݁ܰܩܠܶܝܳܘܦ݁ܳܐ ܘܡܰܪܝܰܡ ܡܰܓ݂ܕ݁ܠܳܝܬ݁ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:25 25 Nu stonden daar bij het kruis van Yešúʿ zijn moeder en de zus van zijn moeder, Maryam [de vrouw] van Kleopa en Maryam van Māgdālā.
Lucas 24:18
26 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܚܙܳܐ ܠܶܐܡܶܗ ܘܰܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܗܰܘ ܕ݁ܪܳܚܶܡ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܩܳܐܶܡ ܘܶܐܡܰܪ ܠܶܐܡܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܐ ܒ݁ܪܶܟ݂ܝ ܀ Bijbel Johannes 19:26 26 Toen Yešúʿ zijn moeder zag en de leerling die hij liefhad die daar stond, zei hij tegen zijn moeder: "Vrouw, zie je zoon!"
27 ܘܶܐܡܰܪ ܠܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܗܰܘ ܗܳܐ ܐܶܡܳܟ݂ ܘܡܶܢ ܗܳܝ ܫܳܥܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܒ݂ܪܳܗ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܗܰܘ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel Johannes 19:27 27 En hij zei tegen die leerling: "Zie, je moeder!" Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich.
28 ܒ݁ܳܬ݂ܰܪ ܗܳܠܶܝܢ ܝܺܕ݂ܰܥ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܟ݂ܽܠܡܶܕ݁ܶܡ ܐܶܫܬ݁ܰܠܰܡ ܘܰܕ݂ܢܶܬ݂ܡܰܠܶܐ ܟ݁ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܐܶܡܰܪ ܨܗܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:28 28 Na deze dingen wist Yešúʿ dat alles was voltooid, dus zei hij om de Schriftplaats te vervullen: "Ik heb dorst!"
Psalmen 22:15
29 ܘܡܳܐܢܳܐ ܣܺܝܡ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܰܡܠܶܐ ܚܰܠܳܐ ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܡܠܰܘ ܐܶܣܦ݂ܽܘܓ݁ܳܐ ܡܶܢ ܚܰܠܳܐ ܘܣܳܡܘ ܥܰܠ ܙܽܘܦ݁ܳܐ ܘܩܰܪܶܒ݂ܘ ܠܘܳܬ݂ ܦ݁ܽܘܡܶܗ ܀ Bijbel Johannes 19:29 29 Er was [daar] een vat, gevuld met azijn, geplaatst. Men vulde een spons met azijn en bracht het met een hysop[stengel] naar zijn mond.
30 ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܫܩܰܠ ܗܰܘ ܚܰܠܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܡܰܪ ܗܳܐ ܡܫܰܠܰܡ ܘܰܐܪܟ݁ܶܢ ܪܺܫܶܗ ܘܰܐܫܠܶܡ ܪܽܘܚܶܗ ܀ Bijbel Johannes 19:30 30 Toen Yešúʿ de azijn had genomen zei hij: "Zie, het is voltooid!" En hij boog zijn hoofd en gaf zijn geest op.
(hāʾ mšalam) Betekent o.a. voltooien, gehoorzamen of opgeven. 1 Johannes 2:5
31 ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܕ݁ܶܝܢ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܰܥܪܽܘܒ݂ܬ݁ܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܳܐ ܢܒ݂ܽܘܬ݂ܽܘܢ ܦ݁ܰܓ݂ܪܶܐ ܗܳܠܶܝܢ ܥܰܠ ܙܩܺܝܦ݂ܝܰܗܽܘܢ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܢܳܓ݂ܗܳܐ ܝܰܘܡܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܪܰܒ݁ܳܐ ܝܰܘܡܳܐ ܕ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܗܳܝ ܘܰܒ݂ܥܰܘ ܡܶܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܕ݁ܰܢܬ݂ܰܒ݁ܪܽܘܢ ܫܳܩܰܝܗܽܘܢ ܕ݁ܗܳܢܽܘܢ ܙܩܺܝܦ݂ܶܐ ܘܢܰܚܬ݂ܽܘܢ ܐܶܢܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 19:31 31 Omdat het de dag van voorbereiding was, zeiden de Joden: "Deze lichamen kunnen vannacht niet aan het kruis blijven." Dat was omdat de sabbat daagde en die sabbat was een grote dag. Daarom verzochten ze Pilatos om de scheenbenen van de gehangenen te laten breken en dat ze er afgehaald zouden worden.
32 ܘܶܐܬ݂ܰܘ ܐܶܣܛܪܰܛܺܝܽܘܛܶܐ ܘܬ݂ܰܒ݁ܰܪܘ ܫܳܩܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܘܰܕ݂ܗܰܘ ܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܕ݁ܶܐܙܕ݁ܩܶܦ݂ ܥܰܡܶܗ ܀ Bijbel Johannes 19:32 32 De soldaten kwamen en braken de scheenbenen van de eerste en die van de andere, die met hem was opgehangen.
33 ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܶܬ݂ܰܘ ܠܘܳܬ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܚܙܰܘ ܕ݁ܡܺܝܬ݂ ܠܶܗ ܡܶܢ ܟ݁ܰܕ݁ܽܘ ܘܠܳܐ ܬ݁ܰܒ݁ܰܪܘ ܫܳܩܰܘܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 19:33 33 Toen ze bij Yešúʿ kwamen, zagen ze dat hij al dood was en braken ze zijn scheenbenen niet.
34 ܐܶܠܳܐ ܚܰܕ݂ ܡܶܢ ܐܶܣܛܪܰܛܺܝܽܘܛܶܐ ܡܚܳܝܗ݈ܝ ܒ݁ܕ݂ܰܦ݂ܢܶܗ ܒ݁ܠܽܘܟ݁ܳܝܬ݁ܳܐ ܘܡܶܚܕ݂ܳܐ ܢܦ݂ܰܩ ܕ݁ܡܳܐ ܘܡܰܝܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:34 34 Maar een van de soldaten stak hem met een speer in diens zijde, waarna er onmiddellijk bloed en water uit kwam.
1 Korintiërs 10:4
35 ܘܡܰܢ ܕ݁ܰܚܙܳܐ ܐܰܣܗܶܕ݂ ܘܫܰܪܺܝܪܳܐ ܗ݈ܝ ܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܶܗ ܘܗܽܘ ܝܳܕ݂ܰܥ ܕ݁ܰܫܪܳܪܳܐ ܐܶܡܰܪ ܕ݁ܳܐܦ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܬ݁ܗܰܝܡܢܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 19:35 35 Degene die het zag, heeft getuigd, en zijn getuigenis is waar en hij weet dat hij de waarheid heeft gesproken, zodat ook u zult geloven.
36 ܗܳܠܶܝܢ ܓ݁ܶܝܪ ܗܘܰܝ ܕ݁ܢܶܬ݂ܡܰܠܶܐ ܟ݁ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܡܰܪ ܕ݁ܓ݂ܰܪܡܳܐ ܠܳܐ ܢܶܬ݁ܬ݁ܒ݂ܰܪ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel Johannes 19:36 36 Deze dingen zijn gebeurd zodat de Schriftplaats vervuld zou worden die zei: "Geen bot zal in hem gebroken worden."
Exodus 12:46
37 ܘܬ݂ܽܘܒ݂ ܟ݁ܬ݂ܳܒ݂ܳܐ ܐ݈ܚܪܺܢܳܐ ܕ݁ܶܐܡܰܪ ܕ݁ܰܢܚܽܘܪܽܘܢ ܒ݁ܡܰܢ ܕ݁ܰܕ݂ܩܰܪܘ ܀ Bijbel Johannes 19:37 37 En weer een andere Schriftplaats, [die] zegt: "Ze zullen kijken naar hem die ze hebben doorstoken."
Openbaring 1:7; 7:14; Zacharia 12:10
MT heeft 'naar mij'.
38 ܒ݁ܳܬ݂ܰܪ ܗܳܠܶܝܢ ܝܰܘܣܶܦ݂ ܗܰܘ ܕ݁ܡܶܢ ܪܳܡܬ݂ܳܐ ܒ݁ܥܳܐ ܡܶܢ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܬ݂ܰܠܡܺܝܕ݂ܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܘܰܡܛܰܫܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܢ ܕ݁ܶܚܠܬ݂ܳܐ ܕ݁ܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܕ݁ܢܶܫܩܽܘܠ ܦ݁ܰܓ݂ܪܶܗ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܘܰܐܦ݁ܶܣ ܦ݁ܺܝܠܰܛܳܘܣ ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܘܰܫܩܰܠ ܦ݁ܰܓ݂ܪܶܗ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܀ Bijbel Johannes 19:38 38 Na deze dingen verzocht Yawsef, die uit Rāmtā was, Pilatos of hij het lichaam van Yešúʿ mocht wegnemen. Hij was een verborgen leerling (uit vrees voor de Joden) van Yešúʿ. Pilatos stond het toe, waarna hij kwam en het lichaam van Yešúʿ nam.
39 ܘܶܐܬ݂ܳܐ ܐܳܦ݂ ܢܺܝܩܳܕ݂ܺܡܳܘܣ ܗܰܘ ܕ݁ܶܐܬ݂ܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܢ ܩܕ݂ܺܝܡ ܠܘܳܬ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܒ݁ܠܺܠܝܳܐ ܘܰܐܝܬ݁ܺܝ ܥܰܡܶܗ ܚܽܘܢܛܬ݂ܳܐ ܕ݁ܡܽܘܪܳܐ ܘܰܕ݂ܥܰܠܘܰܝ ܐܰܝܟ݂ ܡܳܐܐ ܠܺܝܛܪܺܝܢ ܀ Bijbel Johannes 19:39 39 Ook Niqodimos kwam, degene die vroeger in de nacht naar Yešúʿ toe was gekomen, en hij bracht kruiden van mirre en van aloë mee; ongeveer honderd litrin.
(Litras) tweeëndertig kilo.
40 ܘܫܰܩܠܽܘܗ݈ܝ ܠܦ݂ܰܓ݂ܪܶܗ ܕ݁ܝܶܫܽܘܥ ܘܟ݂ܰܪܟ݂ܽܘܗ݈ܝ ܒ݁ܟ݂ܶܬ݁ܳܢܶܐ ܘܰܒ݂ܒ݂ܶܣܡܶܐ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ ܥܝܳܕ݂ܳܐ ܠܺܝܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܕ݁ܢܶܩܒ݁ܪܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 19:40 40 En ze namen het lichaam van Yešúʿ, en wonden het in linnen en parfum, zoals het de gewoonte is bij Joden wanneer zij begraven.
41 ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܒ݁ܗܳܝ ܕ݁ܽܘܟ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܙܕ݁ܩܶܦ݂ ܒ݁ܳܗ ܝܶܫܽܘܥ ܓ݁ܰܢܬ݂ܳܐ ܘܒ݂ܳܗ ܒ݁ܓ݂ܰܢܬ݂ܳܐ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܩܒ݂ܽܘܪܳܐ ܚܰܕ݂݈ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫ ܥܕ݂ܰܟ݁ܺܝܠ ܠܳܐ ܐܶܬ݁ܬ݁ܣܺܝܡ ܗ݈ܘܳܐ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel Johannes 19:41 41 Er was nu op die plaats waar Yešúʿ was opgehangen een tuin en in die tuin een nieuwe grafplaats waarin nog niemand was gelegd.
42 ܘܣܳܡܽܘܗ݈ܝ ܬ݁ܰܡܳܢ ܠܝܶܫܽܘܥ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܫܰܒ݁ܬ݂ܳܐ ܥܳܐܠܳܐ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܘܡܶܛܽܠ ܕ݁ܩܰܪܺܝܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܩܰܒ݂ܪܳܐ ܀ Bijbel Johannes 19:42 42 Ze legden Yešúʿ daar, omdat de sabbat zou beginnen en omdat het graf dichtbij was.

Bijgewerkt: dinsdag 23 mei 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.