MatteüsMarcusLucasJohannes 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 HandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 8

1 ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܙܰܠ ܠܛܽܘܪܳܐ ܕ݁ܙܰܝܬ݁ܶܐ ܀ Bijbel Johannes 8:1 1 Toen ging Yešúʿ naar de Olijfberg.
2 ܒ݁ܨܰܦ݂ܪܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܐܶܬ݂ܳܐ ܠܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܘܟ݂ܽܠܶܗ ܥܰܡܳܐ ܐܳܬ݂ܶܐ ܗ݈ܘܳܐ ܠܘܳܬ݂ܶܗ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܝܳܬ݂ܶܒ݂ ܡܰܠܶܦ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:2 2 In de morgen ging hij weer naar de tempel waar alle mensen bij hem kwamen. Terwijl hij zat, leerde hij hun.
3 ܐܰܝܬ݁ܺܝܘ ܕ݁ܶܝܢ ܣܳܦ݂ܪܶܐ ܘܰܦ݂ܪܺܝܫܶܐ ܠܰܐܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܕ݁ܶܐܬ݁ܬ݁ܰܚܕ݁ܰܬ݂ ܒ݁ܓ݂ܰܘܪܳܐ ܘܟ݂ܰܕ݂ ܐܰܩܺܝܡܽܘܗ ܒ݁ܰܡܨܰܥܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:3 3 Toen brachten de schriftgeleerden en de Afgescheidenen een vrouw, die op overspel was betrapt, en ze lieten haar in het midden staan.
4 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܡܰܠܦ݂ܳܢܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܐܶܬ݁ܬ݁ܰܚܕ݁ܰܬ݂ ܓ݁ܰܠܝܳܐܝܺܬ݂ ܒ݁ܶܗ ܒ݁ܣܽܘܥܪܳܢܳܐ ܕ݁ܓ݂ܰܘܪܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:4 4 Ze zeiden tegen hem: "Leraar, deze vrouw is openlijk gearresteerd bij een daad van overspel.
5 ܘܰܒ݂ܢܳܡܽܘܣܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܡܽܘܫܶܐ ܦ݁ܰܩܶܕ݂ ܕ݁ܰܠܕ݂ܰܐܝܟ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܢܶܪܓ݁ܽܘܡ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܡܳܢܳܐ ܐܳܡܰܪ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܀ Bijbel Johannes 8:5 5 Maar in de Wet van Muše is [er] geboden om mensen zoals zij te stenigen. Wat vindt u hiervan?"
Deuteronomium 22:22.
6 ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܶܡܰܪܘ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܢܰܣܶܝܢ ܠܶܗ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܬ݂ܶܗܘܶܐ ܠܗܽܘܢ ܕ݁ܰܢܩܰܛܪܓ݂ܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܝܶܫܽܘܥ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܠܬ݂ܰܚܬ݁ ܐܶܬ݂ܓ݁ܗܶܢ ܡܰܟ݂ܬ݁ܶܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:6 6 Ze zeiden dit om hem te beproeven, zodat ze hem konden beschuldigen. Maar Yešúʿ, die gebogen neerzat, schreef op de grond.
Jeremia 17:13
7 ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܬ݁ܰܪܘ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܫܰܐܠܺܝܢ ܠܶܗ ܐܶܬ݂ܦ݁ܫܶܛ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܰܝܢܳܐ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܺܐܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܠܳܐ ܚܛܳܗ ܩܰܕ݂ܡܳܝܳܐ ܢܶܫܕ݁ܶܐ ܥܠܶܝܗ ܟ݁ܺܐܦ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:7 7 Omdat ze hem bleven vragen, ging Yešúʿ rechtop staan en hij zei tegen hen: "Laat degene onder u die zonder zonde is, de eerste steen naar haar werpen!"
8 ܘܬ݂ܽܘܒ݂ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܶܬ݂ܓ݁ܗܶܢ ܟ݁ܳܬ݂ܶܒ݂ ܗ݈ܘܳܐ ܥܰܠ ܐܰܪܥܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:8 8 Opnieuw ging hij gebogen en zittend op de grond schrijven.
9 ܗܶܢܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܰܕ݂ ܫܡܰܥܘ ܢܳܦ݂ܩܺܝܢ ܗ݈ܘܰܘ ܚܰܕ݂ ܚܰܕ݂ ܟ݁ܰܕ݂ ܫܰܪܺܝܘ ܡܶܢ ܩܰܫܺܝܫܶܐ ܘܶܐܫܬ݁ܰܒ݂ܩܰܬ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܠܚܽܘܕ݂ܶܝܗ ܟ݁ܰܕ݂ ܐܺܝܬ݂ܶܝܗ ܒ݁ܰܡܨܰܥܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:9 9 Toen ze dit hadden gehoord, vertrokken ze één voor één, te beginnen met de oudsten. De vrouw werd alleen achtergelaten, terwijl ze in het midden was.
10 ܟ݁ܰܕ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܬ݂ܦ݁ܫܶܛ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܡܰܪ ܠܳܗ ܠܰܐܢ݈ܬ݁ܬ݂ܳܐ ܐܰܝܟ݁ܳܐ ܐܺܝܬ݂ܰܝܗܽܘܢ ܠܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܚܰܝܒ݂ܶܟ݂ܝ ܀ Bijbel Johannes 8:10 10 Toen Yešúʿ ging staan, zei hij tegen de vrouw: "Waar zijn zij? Heeft niemand u veroordeeld?"
11 ܗܳܝ ܕ݁ܶܝܢ ܐܶܡܪܰܬ݂ ܘܠܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܡܳܪܝܳܐ ܐܶܡܰܪ ܕ݁ܶܝܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܳܦ݂ܠܳܐ ܐܶܢܳܐ ܡܚܰܝܶܒ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܠܶܟ݂ܝ ܙܶܠܝ ܘܡܶܢ ܗܳܫܳܐ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܠܳܐ ܬ݁ܶܚܛܶܝܢ ܀ Bijbel Johannes 8:11 11 Ze antwoordde: "Niemand, HEER!" Toen zei Yešúʿ: "Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig vanaf nu niet meer."
12 ܬ݁ܽܘܒ݂ ܕ݁ܶܝܢ ܡܰܠܶܠ ܥܰܡܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܐܶܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܢܽܘܗܪܶܗ ܕ݁ܥܳܠܡܳܐ ܡܰܢ ܕ݁ܒ݂ܳܬ݂ܰܪܝ ܐܳܬ݂ܶܐ ܠܳܐ ܢܗܰܠܶܟ݂ ܒ݁ܚܶܫܽܘܟ݂ܳܐ ܐܶܠܳܐ ܢܶܫܟ݁ܰܚ ܠܶܗ ܢܽܘܗܪܳܐ ܕ݁ܚܰܝܶܐ ܀ Bijbel Johannes 8:12 12 Weer sprak Yešúʿ met hen en zei: "Ik ben het licht van de wereld. Wie mij volgt, zal niet in de duisternis lopen, maar zal het licht van het leven vinden.
13 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܦ݁ܪܺܝܫܶܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܥܰܠ ܢܰܦ݂ܫܳܟ݂ ܡܰܣܗܶܕ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܳܟ݂ ܠܳܐ ܗܘܳܬ݂ ܫܰܪܺܝܪܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:13 13 De Afgescheidenen zeiden hem: "U getuigt over uzelf; uw getuigenis is niet waar."
14 ܥܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܳܦ݂ܶܢ ܐܶܢܳܐ ܡܰܣܗܶܕ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܥܰܠ ܢܰܦ݂ܫܝ ܫܰܪܺܝܪܳܐ ܗ݈ܝ ܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܝ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܡܶܢ ܐܰܝܡܶܟ݁ܳܐ ܐܶܬ݂ܺܝܬ݂ ܘܠܰܐܝܟ݁ܳܐ ܐܳܙܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܠܳܐ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢ ܐܰܝܡܶܟ݁ܳܐ ܐܶܬ݂ܺܝܬ݂ ܘܠܳܐ ܠܰܐܝܟ݁ܳܐ ܐܳܙܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:14 14 Yešúʿ antwoordde en zei tegen hen: "Zelfs als ik over mijzelf getuig, is mijn getuigenis waar; want ik weet vanwaar ik ben gekomen en waarnaar ik ga.
15 ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܦ݁ܰܓ݂ܪܳܢܳܐܝܺܬ݂ ܕ݁ܳܝܢܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܐܶܢܳܐ ܠܐ݈ܢܳܫ ܠܳܐ ܕ݁ܳܐܶܢ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:15 15 Maar u weet niet vanwaar ik ben gekomen of waarnaar ik ga. U oordeelt vleselijk, ik oordeel niemand.
16 ܘܶܐܢ ܕ݁ܳܐܶܢ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܺܝܢܝ ܫܰܪܺܝܪ ܗ݈ܽܘ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܠܳܐ ܗ݈ܘܺܝܬ݂ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܝ ܐܶܠܳܐ ܐܶܢܳܐ ܘܳܐܒ݂ܝ ܕ݁ܫܰܕ݁ܪܰܢܝ ܀ Bijbel Johannes 8:16 16 Als ik toch oordeel, is mijn oordeel waar; omdat ik niet alleen ben; maar ik en mijn Vader die mij heeft gezonden.
17 ܘܰܒ݂ܢܳܡܽܘܣܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܟ݁ܬ݂ܺܝܒ݂ ܕ݁ܣܳܗܕ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܕ݁ܰܬ݂ܪܶܝܢ ܓ݁ܰܒ݂ܪܺܝܢ ܫܰܪܺܝܪܳܐ ܗ݈ܝ ܀ Bijbel Johannes 8:17 17 Er staat in uw Wet geschreven, dat het getuigenis van twee mensen waar is.
18 ܐܶܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܣܳܗܶܕ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܥܰܠ ܢܰܦ݂ܫܝ ܘܳܐܒ݂ܝ ܕ݁ܫܰܕ݁ܪܰܢܝ ܣܳܗܶܕ݂ ܥܠܰܝ ܀ Bijbel Johannes 8:18 18 Ik ben [het] die van mijzelf getuig en mijn Vader, die mij heeft gezonden, getuigt van mij."
19 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܐܰܝܟ݁ܰܘ ܐܰܒ݂ܽܘܟ݂ ܥܢܳܐ ܝܶܫܽܘܥ ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܘܠܳܐ ܠܺܝ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܠܳܐ ܠܳܐܒ݂ܝ ܐܶܠܽܘ ܠܺܝ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܗ݈ܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܐܳܦ݂ ܠܳܐܒ݂ܝ ܝܳܕ݂ܥܺܝܢ ܗ݈ܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:19 19 Ze zeiden tegen hem: "Waar is uw Vader?" Yešúʿ antwoordde en zei tegen hen: "U kent noch mij noch mijn Vader. Als u mij had gekend, zou u ook mijn Vader hebben gekend."
20 ܗܳܠܶܝܢ ܡܶܠܶܐ ܡܰܠܶܠ ܒ݁ܶܝܬ݂ ܓ݁ܰܙܳܐ ܟ݁ܰܕ݂ ܡܰܠܶܦ݂ ܒ݁ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܘܠܳܐ ܐ݈ܢܳܫ ܐܰܚܕ݁ܶܗ ܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܥܕ݂ܰܟ݁ܺܝܠ ܐܶܬ݂ܳܬ݂ ܗ݈ܘܳܬ݂ ܫܳܥܬ݂ܶܗ ܀ Bijbel Johannes 8:20 20 Deze woorden sprak hij in het schathuis van de tempel. Niemand greep hem, want zijn tijd was nog niet gekomen.
21 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܢܳܐ ܐܳܙܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܘܬ݂ܶܒ݂ܥܽܘܢܳܢܝ ܘܰܬ݂ܡܽܘܬ݂ܽܘܢ ܒ݁ܰܚܛܳܗܰܝܟ݁ܽܘܢ ܘܰܐܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܐܳܙܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܚܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܐܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:21 21 Verder zei Yešúʿ tegen hen: "Ik ga weg terwijl u mij zult zoeken, en u zult sterven in uw zonden. Waar ik heen ga, kunt u niet komen."
22 ܐܳܡܪܺܝܢ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܠܡܳܐ ܟ݁ܰܝ ܢܰܦ݂ܫܶܗ ܩܳܛܶܠ ܕ݁ܳܐܡܰܪ ܕ݁ܰܐܝܟ݁ܳܐ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܐܳܙܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܚܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܐܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:22 22 De Joden zeiden: "Wat! Zal hij zichzelf nu doden? Want hij zei: 'Waar ik heen zal gaan, kunt u niet komen'?
23 ܘܶܐܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢ ܕ݁ܰܠܬ݂ܰܚܬ݁ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܘܶܐܢܳܐ ܡܶܢ ܕ݁ܰܠܥܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢ ܗܳܢܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܥܳܠܡܳܐ ܐܶܢܳܐ ܠܳܐ ܗ݈ܘܺܝܬ݂ ܡܶܢ ܗܳܢܳܐ ܥܳܠܡܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:23 23 En hij zei tegen hen: "U bent van beneden, terwijl ik van boven ben. U bent van deze wereld, maar ik ben niet van deze wereld.
24 ܐܶܡܪܶܬ݂ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܰܬ݂ܡܽܘܬ݂ܽܘܢ ܒ݁ܰܚܛܳܗܰܝܟ݁ܽܘܢ ܐܶܠܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܬ݁ܗܰܝܡܢܽܘܢ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܬ݁ܡܽܘܬ݂ܽܘܢ ܒ݁ܰܚܛܳܗܰܝܟ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:24 24 Ik heb u verteld, dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat ik het ben, zult u in uw zonden sterven."
25 ܐܳܡܪܺܝܢ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܡܰܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܳܦ݂ܶܢ ܕ݁ܫܰܪܺܝܬ݂ ܕ݁ܶܐܡܰܠܶܠ ܥܰܡܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:25 25 De Joden zeiden: "Wie bent u?" Yešúʿ zei tegen hen: "Als ik toch met u begin te spreken,
26 ܣܰܓ݁ܺܝ ܐܺܝܬ݂ ܠܺܝ ܥܠܰܝܟ݁ܽܘܢ ܠܡܺܐܡܰܪ ܘܠܰܡܕ݂ܳܢ ܐܶܠܳܐ ܡܰܢ ܕ݁ܫܰܕ݁ܪܰܢܝ ܫܰܪܺܝܪ ܗ݈ܽܘ ܘܶܐܢܳܐ ܐܰܝܠܶܝܢ ܕ݁ܫܶܡܥܶܬ݂ ܡܶܢܶܗ ܗܳܠܶܝܢ ܗ݈ܽܘ ܡܡܰܠܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܥܳܠܡܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:26 26 heb ik veel tegen u te zeggen en te oordelen, maar hij die mij heeft gezonden is waar, en wat ik van hem heb gehoord, dat spreek ik in de wereld."
27 ܘܠܳܐ ܝܺܕ݂ܰܥܘ ܕ݁ܥܰܠ ܐܰܒ݂ܳܐ ܐܶܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:27 27 Maar ze wisten niet dat hij met hen over de Vader sprak.
28 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܬ݁ܽܘܒ݂ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܕ݁ܰܬ݂ܪܺܝܡܽܘܢܶܗ ܠܰܒ݂ܪܶܗ ܕ݁ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܗܳܝܕ݁ܶܝܢ ܬ݁ܶܕ݁ܥܽܘܢ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܐ݈ܢܳܐ ܘܡܶܕ݁ܶܡ ܡܶܢ ܨܒ݂ܽܘܬ݂ ܢܰܦ݂ܫܝ ܠܳܐ ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܐܶܠܳܐ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܕ݁ܰܐܠܦ݂ܰܢܝ ܐܳܒ݂ܝ ܗܳܟ݂ܘܳܬ݂ ܗ݈ܽܘ ܡܡܰܠܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:28 28 Weer zei Yešúʿ tegen hen: "Wanneer u de Mensenzoon zult hebben opgeheven, dan zult u begrijpen dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe, maar zoals mijn Vader mij heeft geleerd, zo spreek ik."
29 ܘܡܰܢ ܕ݁ܫܰܕ݁ܪܰܢܝ ܥܰܡܝ ܐܺܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܘܠܳܐ ܫܰܒ݂ܩܰܢܝ ܒ݁ܰܠܚܽܘܕ݂ܰܝ ܐܳܒ݂ܝ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܶܐܢܳܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܫܳܦ݂ܰܪ ܠܶܗ ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܐ݈ܢܳܐ ܒ݁ܟ݂ܽܠܙܒ݂ܰܢ ܀ Bijbel Johannes 8:29 29 Hij die mij heeft gezonden, is met mij. Mijn Vader heeft mij nooit alleen gelaten, want ik doe altijd wat hem behaagt."
30 ܟ݁ܰܕ݂ ܗܳܠܶܝܢ ܡܡܰܠܶܠ ܗ݈ܘܳܐ ܣܰܓ݁ܺܝܶܐܐ ܗܰܝܡܶܢܘ ܒ݁ܶܗ ܀ Bijbel Johannes 8:30 30 Terwijl hij deze woorden sprak, geloofden velen in hem.
31 ܘܶܐܡܰܪ ܝܶܫܽܘܥ ܠܗܳܢܽܘܢ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܕ݁ܗܰܝܡܶܢܘ ܒ݁ܶܗ ܐܶܢ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܬ݁ܟ݂ܰܬ݁ܪܽܘܢ ܒ݁ܡܶܠܰܬ݂ܝ ܫܰܪܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܬ݁ܰܠܡܺܝܕ݂ܰܝ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:31 31 Toen zei Yešúʿ tegen de Joden die in hem geloofden: "Als u voortgaat in mijn woord zult u echt mijn leerlingen zijn;
32 ܘܬ݂ܶܕ݁ܥܽܘܢ ܫܪܳܪܳܐ ܘܗܽܘ ܫܪܳܪܳܐ ܢܚܰܪܰܪܟ݂ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:32 32 dan zult u de waarheid kennen en de waarheid zal u bevrijden."
33 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܙܰܪܥܶܗ ܚܢܰܢ ܕ݁ܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܘܡܶܢ ܡܬ݂ܽܘܡ ܥܰܒ݂ܕ݁ܽܘܬ݂ܳܐ ܠܐ݈ܢܳܫ ܠܳܐ ܦ݁ܠܺܝܚܳܐ ܠܰܢ ܐܰܝܟ݁ܰܢܳܐ ܐܳܡܰܪ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܬ݂ܶܗܘܽܘܢ ܒ݁ܢܰܝ ܚܺܐܪܶܐ ܀ Bijbel Johannes 8:33 33 Ze zeiden tegen hem: "Wij zijn het zaad van ʾAbrāhām en we hebben nooit voor iemand in slavernij gewerkt. Hoe kunt u dan zeggen: 'U zult vrije mensen zijn'?
Nageslacht
34 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܰܡܺܝܢ ܐܰܡܺܝܢ ܐܳܡܰܪܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܟ݂ܽܠܡܰܢ ܕ݁ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܚܛܺܝܬ݂ܳܐ ܥܰܒ݂ܕ݁ܳܗ ܗ݈ܽܘ ܕ݁ܰܚܛܺܝܬ݂ܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:34 34 Yešúʿ zei tegen hen: "De waarheid: ik zeg dat wie zondigt een bediende van de zonde is.
35 ܘܥܰܒ݂ܕ݁ܳܐ ܠܳܐ ܡܩܰܘܶܐ ܠܥܳܠܰܡ ܒ݁ܒ݂ܰܝܬ݁ܳܐ ܒ݁ܪܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܠܥܳܠܰܡ ܡܩܰܘܶܐ ܀ Bijbel Johannes 8:35 35 Een bediende blijft niet voor altijd in het huis, maar de zoon blijft er voor altijd.
36 ܐܶܢ ܗܽܘ ܗܳܟ݂ܺܝܠ ܕ݁ܰܒ݂ܪܳܐ ܢܚܰܪܰܪܟ݂ܽܘܢ ܫܰܪܺܝܪܳܐܝܺܬ݂ ܬ݁ܶܗܘܽܘܢ ܒ݁ܢܰܝ ܚܺܐܪܶܐ ܀ Bijbel Johannes 8:36 36 Als de Zoon u dus vrijmaakt, zult u echt vrij zijn.
37 ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܙܰܪܥܶܗ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܐܶܠܳܐ ܒ݁ܳܥܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܩܛܠܰܢܝ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܰܠܡܶܠܰܬ݂ܝ ܠܳܐ ܣܳܦ݂ܩܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:37 37 Ik weet, dat u het zaad van ʾAbrāhām bent, maar u probeert me te doden omdat u niet genoeg hebt aan mijn woord.
38 ܐܶܢܳܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܰܚܙܺܝܬ݂ ܠܘܳܬ݂ ܐܳܒ݂ܝ ܡܡܰܠܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܘܰܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܕ݁ܶܡ ܕ݁ܰܚܙܰܝܬ݁ܽܘܢ ܠܘܳܬ݂ ܐܰܒ݂ܽܘܟ݂ܽܘܢ ܥܳܒ݂ܕ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:38 38 Ik spreek over wat ik heb gezien bij mijn Vader. U doet wat u hebt gezien bij uw vader."
39 ܥܢܰܘ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܐܰܒ݂ܽܘܢ ܕ݁ܺܝܠܰܢ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܗ݈ܽܘ ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܠܽܘ ܒ݁ܢܰܘܗ݈ܝ ܗ݈ܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܥܒ݂ܳܕ݂ܰܘܗ݈ܝ ܕ݁ܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܥܳܒ݂ܕ݁ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܀ Bijbel Johannes 8:39 39 Ze antwoordden hem en zeiden: "Onze vader is ʾAbrāhām." Yešúʿ zei tegen hen: "Als u zonen van ʾAbrāhām was, dan zou u de werken van ʾAbrāhām doen.
40 ܗܳܫܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܗܳܐ ܒ݁ܳܥܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܩܛܠܰܢܝ ܠܓ݂ܰܒ݂ܪܳܐ ܕ݁ܫܰܪܺܝܪܬ݁ܳܐ ܡܰܠܠܶܬ݂ ܥܰܡܟ݂ܽܘܢ ܐܰܝܕ݂ܳܐ ܕ݁ܫܶܡܥܶܬ݂ ܡܶܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܗܳܕ݂ܶܐ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܠܳܐ ܥܒ݂ܰܕ݂ ܀ Bijbel Johannes 8:40 40 Maar nu, zie, u probeert mij te doden: een man die u de waarheid heeft verteld, die ik van God heb gehoord. Dit deed ʾAbrāhām niet.
41 ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܶܝܢ ܥܳܒ݂ܕ݁ܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܥܒ݂ܳܕ݂ܶܐ ܕ݁ܰܐܒ݂ܽܘܟ݂ܽܘܢ ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܚܢܰܢ ܡܶܢ ܙܳܢܝܽܘܬ݂ܳܐ ܠܳܐ ܗܘܰܝܢ ܚܰܕ݂ ܐܰܒ݂ܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܰܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:41 41 Maar u doet de werken van uw vader." Ze zeiden tegen hem: "Wij zijn [er] niet door hoererij; wij hebben één Vader: God."
42 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܠܽܘ ܐܰܠܳܗܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܐܰܒ݂ܽܘܟ݂ܽܘܢ ܡܰܚܒ݂ܺܝܢ ܗ݈ܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܠܺܝ ܐܶܢܳܐ ܓ݁ܶܝܪ ܡܶܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܢܶܦ݂ܩܶܬ݂ ܘܶܐܬ݂ܺܝܬ݂ ܘܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܢ ܨܒ݂ܽܘܬ݂ ܢܰܦ݂ܫܝ ܐܶܬ݂ܺܝܬ݂ ܐܶܠܳܐ ܗܽܘ ܫܰܕ݁ܪܰܢܝ ܀ Bijbel Johannes 8:42 42 Yešúʿ zei tegen hen: "Als God uw Vader was, zou u mij liefhebben, want ik ben van God gekomen en ik ben niet uit mijzelf gekomen. Hij heeft mij gezonden.
43 ܡܶܛܽܠ ܡܳܢܳܐ ܡܶܠܰܬ݂ܝ ܠܳܐ ܡܶܫܬ݁ܰܘܕ݁ܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܥܰܠ ܕ݁ܠܳܐ ܡܶܫܟ݁ܚܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܫܳܡܥܺܝܢ ܡܶܠܰܬ݂ܝ ܀ Bijbel Johannes 8:43 43 Waarom begrijpt u mijn woord niet? Omdat u mijn woord niet kunt gehoorzamen!
of 'horen'
44 ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢ ܐܰܒ݂ܳܐ ܐܳܟ݂ܶܠܩܰܪܨܳܐ ܐܺܝܬ݂ܰܝܟ݁ܽܘܢ ܘܪܶܓ݁ܬ݂ܶܗ ܕ݁ܰܐܒ݂ܽܘܟ݂ܽܘܢ ܨܳܒ݂ܶܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܶܥܒ݁ܰܕ݂ ܗܰܘ ܕ݁ܡܶܢ ܒ݁ܪܺܫܺܝܬ݂ ܩܳܛܶܠ ܐ݈ܢܳܫܳܐ ܗܽܘ ܘܒ݂ܰܫܪܳܪܳܐ ܠܳܐ ܩܳܐܶܡ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܰܫܪܳܪܳܐ ܠܰܝܬ݁ ܒ݁ܶܗ ܐܶܡܰܬ݂ܝ ܕ݁ܰܡܡܰܠܶܠ ܟ݁ܰܕ݁ܳܒ݂ܽܘܬ݂ܳܐ ܡܶܢ ܕ݁ܺܝܠܶܗ ܗܽܘ ܡܡܰܠܶܠ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܕ݂ܰܓ݁ܳܠܳܐ ܗܽܘ ܐܳܦ݂ ܐܰܒ݂ܽܘܗ ܀ Bijbel Johannes 8:44 44 bent uit uw vader, de aanklager, en u wilt de begeerte van uw vader doen. Vanaf het begin was hij een mensdoder en stond hij niet in de waarheid, en daarom is de waarheid niet in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit zichzelf, omdat hij een leugenaar is en hij er ook de vader van is.
Grieks διάβολος, Ar. אכלקרצא (ākelqarṣā)
Brišít, Genesis 3:1
45 ܐܶܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܕ݁ܰܫܪܳܪܳܐ ܡܡܰܠܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܠܳܐ ܡܗܰܝܡܢܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܺܝ ܀ Bijbel Johannes 8:45 45 Mij echter, hoewel ik de waarheid spreek, gelooft u niet.
46 ܡܰܢܽܘ ܡܶܢܟ݂ܽܘܢ ܡܰܟ݁ܶܣ ܠܺܝ ܥܰܠ ܚܛܺܝܬ݂ܳܐ ܘܶܐܢ ܫܪܳܪܳܐ ܡܡܰܠܶܠ ܐ݈ܢܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܡܳܢܳܐ ܠܳܐ ܡܗܰܝܡܢܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܺܝ ܀ Bijbel Johannes 8:46 46 Wie van u beschuldigt mij van zonde? Als ik echter de waarheid spreek, waarom gelooft u mij dan niet?
47 ܡܰܢ ܕ݁ܡܶܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܐܺܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܡܶܠܶܐ ܕ݁ܰܐܠܳܗܳܐ ܫܳܡܰܥ ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܠܳܐ ܫܳܡܥܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܶܛܽܠ ܕ݁ܠܳܐ ܗܘܰܝܬ݁ܽܘܢ ܡܶܢ ܐܰܠܳܗܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:47 47 Wie van God is, gehoorzaamt de woorden van God: daarom gehoorzaamt u niet, omdat u niet uit God bent."
48 ܥܢܰܘ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܘܳܐܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܠܳܐ ܫܰܦ݁ܺܝܪ ܐܳܡܪܺܝܢ ܐܶܢܰܚܢܰܢ ܕ݁ܫܳܡܪܳܝܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܘܕ݂ܰܝܘܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܳܟ݂ ܀ Bijbel Johannes 8:48 48 De Joden antwoordden en zeiden hem: "Hebben we niet goed gezegd, dat u een Šāmrān bent en een demon hebt?"
49 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܠܺܝ ܕ݁ܰܝܘܳܐ ܠܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܐܶܠܳܐ ܠܳܐܒ݂ܝ ܡܝܰܩܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܘܰܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܡܨܰܥܪܺܝܢ ܠܺܝ ܀ Bijbel Johannes 8:49 49 Yešúʿ antwoordde en zei: "Ik heb geen demon maar ik eer mijn Vader terwijl u minachting toont.
Ar. 'Daywā'
50 ܐܶܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܠܳܐ ܒ݁ܳܥܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܫܽܘܒ݂ܚܝ ܐܺܝܬ݂ ܗ݈ܽܘ ܕ݁ܒ݂ܳܥܶܐ ܘܕ݂ܳܐܶܢ ܀ Bijbel Johannes 8:50 50 Ik zoek niet mijn eigen glorie. Er is iemand die haar zoekt en oordeelt.
51 ܐܰܡܺܝܢ ܐܰܡܺܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܡܰܢ ܕ݁ܡܶܠܰܬ݂ܝ ܢܳܛܰܪ ܡܰܘܬ݁ܳܐ ܠܳܐ ܢܶܚܙܶܐ ܠܥܳܠܰܡ ܀ Bijbel Johannes 8:51 51 De waarheid: ik zeg u dat hij die mijn woorden gehoorzaamt de dood niet voor eeuwig zal zien."
of "Hij zal de dood nooit zien."
52 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܗܳܫܳܐ ܝܺܕ݂ܰܥܢ ܕ݁ܕ݂ܰܝܘܳܐ ܐܺܝܬ݂ ܠܳܟ݂ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܡܺܝܬ݂ ܘܰܢܒ݂ܺܝܶܐ ܘܰܐܢ݈ܬ݁ ܐܳܡܰܪ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܕ݁ܡܰܢ ܕ݁ܡܶܠܰܬ݂ܝ ܢܳܛܰܪ ܡܰܘܬ݁ܳܐ ܠܳܐ ܢܶܛܥܰܡ ܠܥܳܠܰܡ ܀ Bijbel Johannes 8:52 52 De Joden zeiden tegen hem: "Nu weten we dat u een demon hebt! ʾAbrāhām en de profeten zijn gestorven; toch zegt u: 'wie mijn woord gehoorzaamt zal niet voor eeuwig de dood proeven'.
53 ܠܡܳܐ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܪܰܒ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܡܶܢ ܐܰܒ݂ܽܘܢ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܕ݁ܡܺܝܬ݂ ܘܡܶܢ ܢܒ݂ܺܝܶܐ ܕ݁ܡܺܝܬ݂ܘ ܡܰܢܽܘ ܥܳܒ݂ܶܕ݂ ܐܰܢ݈ܬ݁ ܢܰܦ݂ܫܳܟ݂ ܀ Bijbel Johannes 8:53 53 Bent u groter dan onze vader ʾAbrāhām, die is gestorven, of [bent u groter] dan de profeten, die zijn gestorven? Wie denkt dat u bent?"
54 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܶܢ ܐܶܢܳܐ ܡܫܰܒ݁ܰܚ ܐ݈ܢܳܐ ܢܰܦ݂ܫܝ ܫܽܘܒ݂ܚܝ ܠܳܐ ܗ݈ܘܳܐ ܡܶܕ݁ܶܡ ܐܺܝܬ݂ܰܘܗ݈ܝ ܐܳܒ݂ܝ ܕ݁ܰܡܫܰܒ݁ܰܚ ܠܺܝ ܗܰܘ ܕ݁ܳܐܡܪܺܝܢ ܐܢ݈ܬ݁ܽܘܢ ܕ݁ܰܐܠܳܗܰܢ ܗ݈ܽܘ ܀ Bijbel Johannes 8:54 54 Yešúʿ zei tegen hen: "Als ik mijzelf eer, is mijn eer niets. Het is mijn Vader die mij eert, van wie u zegt: 'Hij is onze God'.
55 ܘܠܳܐ ܝܺܕ݂ܰܥܬ݁ܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܐܶܢܳܐ ܕ݁ܶܝܢ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܠܶܗ ܘܶܐܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܕ݁ܠܳܐ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܠܶܗ ܗܳܘܶܐ ܐ݈ܢܳܐ ܠܺܝ ܟ݁ܰܕ݁ܳܒ݂ܳܐ ܐܰܟ݂ܘܳܬ݂ܟ݂ܽܘܢ ܐܶܠܳܐ ܝܳܕ݂ܰܥ ܐ݈ܢܳܐ ܠܶܗ ܘܡܶܠܬ݂ܶܗ ܢܳܛܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܀ Bijbel Johannes 8:55 55 En u kent hem niet, maar ik ken hem. Maar als ik zou zeggen: 'ik ken hem niet', zou ik een leugenaar zijn zoals u, maar ik ken hem en ik gehoorzaam zijn woord.
56 ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܐܰܒ݂ܽܘܟ݂ܽܘܢ ܡܣܰܘܰܚ ܗ݈ܘܳܐ ܕ݁ܢܶܚܙܶܐ ܝܰܘܡܝ ܘܰܚܙܳܐ ܘܰܚܕ݂ܺܝ ܀ Bijbel Johannes 8:56 56 Uw vader ʾAbrāhām heeft ernaar verlangd mijn dag te zien. Hij zag hem en was verheugd."
57 ܐܳܡܪܺܝܢ ܠܶܗ ܝܺܗܽܘܕ݂ܳܝܶܐ ܥܕ݂ܰܟ݁ܺܝܠ ܒ݁ܰܪ ܚܰܡܫܺܝܢ ܫܢܺܝܢ ܠܳܐ ܗ݈ܘܰܝܬ݁ ܘܠܰܐܒ݂ܪܳܗܳܡ ܚܙܰܝܬ݁ ܀ Bijbel Johannes 8:57 57 Maar de Joden zeiden hem: "U bent nog geen vijftig jaar oud, maar u hebt ʾAbrāhām gezien?"
58 ܐܳܡܰܪ ܠܗܽܘܢ ܝܶܫܽܘܥ ܐܰܡܺܝܢ ܐܰܡܺܝܢ ܐܳܡܰܪ ܐ݈ܢܳܐ ܠܟ݂ܽܘܢ ܕ݁ܥܰܕ݂ܠܳܐ ܢܶܗܘܶܐ ܐܰܒ݂ܪܳܗܳܡ ܐܶܢܳܐ ܐܺܝܬ݂ܰܝ ܀ Bijbel Johannes 8:58 58 Yešúʿ zei tegen hen: "De waarheid: ik zeg u dat voor ʾAbrāhām was, ik was.
vers 24. 'Ena ithay' mogelijke toespeling op exodus 3:14.
59 ܘܰܫܩܰܠܘ ܟ݁ܺܐܦ݂ܶܐ ܕ݁ܢܶܪܓ݁ܡܽܘܢܳܝܗ݈ܝ ܘܝܶܫܽܘܥ ܐܶܬ݁ܛܰܫܺܝ ܘܰܢܦ݂ܰܩ ܡܶܢ ܗܰܝܟ݁ܠܳܐ ܘܰܥܒ݂ܰܪ ܒ݁ܰܝܢܳܬ݂ܗܽܘܢ ܘܶܐܙܰܠ ܀ Bijbel Johannes 8:59 59 Toen pakten ze stenen om hem te stenigen. Maar Yešúʿ verborg zich, vertrok uit de tempel, ging tussen hen door en verliet hen.
Exodus 17:4

Bijgewerkt: vrijdag 29 september 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.