MatteüsMarcusLucasJohannes 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 HandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaring

Hoofdstuk 21

Bijbel Johannes 21:1 1 Na deze dingen, toonde Yešúʿ zich opnieuw aan zijn leerlingen bij het meer van Tiberios. Hij toonde zich dan zo:
Bijbel Johannes 21:2 2 Zij waren allen samen, Šemʿún Kiʾfā en Tāwma (men zegt Tāmā), Natanayiʾyl uit Qātne van Glílā, de zonen van Zabday en twee andere leerlingen.
'Tweeling'.
Bijbel Johannes 21:3 3 Šemʿún Kiʾfā zei tegen hen: "Ik ga vissen." Ze zeiden tegen hem: "Wij gaan met je mee." Daarop gingen ze op weg, en stapten in de boot. Ze vingen die nacht echter niets.
Bijbel Johannes 21:4 4 Toen het morgen werd, stond Yešúʿ aan de kust. Maar de leerlingen wisten niet dat het Yešúʿ was.
Bijbel Johannes 21:5 5 Yešúʿ zei tegen hen: "Kinderen, hebben jullie iets te eten?" Ze zeiden tegen hem: "Nee!"
Bijbel Johannes 21:6 6 Hij zei tegen hen: "Werp jullie net aan de rechterzijde van de boot en jullie zullen vinden!" Ze wierpen, maar konden het net niet binnenhalen, vanwege de overvloed van vis die het bevatte.
Bijbel Johannes 21:7 7 Toen zei die leerling die Yešúʿ liefhad tegen Kiʾfā: "Dat is onze Heer!" Zodra Šemʿún hoorde dat het onze Heer was, nam hij zijn gewaad, omgordde zijn middel omdat hij naakt was, en sprong in het meer zodat hij bij Yešúʿ kon komen.
Bijbel Johannes 21:8 8 Maar de andere leerlingen kwamen met de boot, want ze waren niet ver van land, slechts tweehonderd amta, en ze sleepten het net met de vis.
Bijbel Johannes 21:9 9 Toen ze aan land waren gekomen, zagen ze dat er [brandende] kolen waren gelegd, waarop vis lag, en brood.
Bijbel Johannes 21:10 10 En Yešúʿ zei tegen hen: "Breng wat van die vis die jullie nu hebben gevangen."
Bijbel Johannes 21:11 11 En Šemʿún Kiʾfā ging in het schip, en sleepte het net, gevuld met grote vissen, aan land; honderddrieënvijftig [vissen]. Deze gehele last deed het net niet scheuren.
Bijbel Johannes 21:12 12 En Yešúʿ zei tegen hem: "Kom eten!" Niet één van de leerlingen durfde te vragen wie hij was, want ze wisten dat het onze Heer was.
Bijbel Johannes 21:13 13 Yešúʿ kwam en nam het brood en de vis en gaf het hun.
Bijbel Johannes 21:14 14 Dit was de derde keer dat Yešúʿ aan zijn leerlingen verscheen, nadat hij uit het verblijf van de doden was opgestaan.
Bijbel Johannes 21:15 15 Nadat ze hadden gegeten, zei Yešúʿ tegen Šemʿún Kiʾfā: "Šemʿún, zoon van Yāwna, heb je mij meer lief dan deze [dingen]? Hij zei tegen hem: "Ja, mijn Heer! U weet dat ik u liefheb!" Hij zei tegen hem: "Hoed mijn lammetjes voor mij."
Bijbel Johannes 21:16 16 Hij zei weer tegen hem, de tweede keer: "Šemʿún, zoon van Yāwna, heb je mij lief?" Hij zei tegen hem: "Ja mijn Heer, u weet dat ik u liefheb!" Yešúʿ zei tegen hem: "Hoed mijn rammen voor mij."
Bijbel Johannes 21:17 17 Hij zei tegen hem voor de derde keer: "Šemʿún, zoon van Yāwna, heb je mij lief?" Dat bedroefde Kiʾfā, omdat hij hem voor de derde keer had gevraagd 'heb je mij lief?' en hij zei tegen hem: "Mijn Heer, u kent alle dingen, u weet dat ik u liefheb!" Yešúʿ zei tegen hem: "Hoed mijn ooien voor mij.
Vrouwelijke schapen. Grieks heeft 'schapen'.
Bijbel Johannes 21:18 18 De waarheid: ik zeg je dat toen je een jongen was, je jezelf aankleedde en liep waar je wilde. Maar wanneer je oud bent geworden, zul je de handen uitstrekken, en zal een ander je aankleden en je brengen waar je niet wilt gaan."
1 Timoteüs 5:6
Bijbel Johannes 21:19 19 Hij zei dit om te tonen met wat voor dood hij God zou eren. Toen hij deze dingen had gezegd zei hij hem: "Volg mij."
Bijbel Johannes 21:20 20 Šemʿún Kiʾfā keerde zich om en zag de leerling die door Yešúʿ werd liefgehad hem volgen, degene die zich tijdens de maaltijd aan de boezem van Yešúʿ had laten vallen en had gezegd: "Mijn Heer, wie zal u verraden?"
Bijbel Johannes 21:21 21 Toen Kiʾfā hem zag, zei hij tegen Yešúʿ: "Mijn Heer, en hij dan?"
Bijbel Johannes 21:22 22 Yešúʿ zei tegen hem: "Als ik hem wil laten blijven tot ik kom, wat gaat jou dat aan? Volg mij."
Bijbel Johannes 21:23 23 Dit woord verspreidde zich onder de broeders, dat die leerling niet zou sterven. Maar wat Yešúʿ zei was niet dat hij niet zou sterven, maar: Als ik wenste dat hij zou blijven tot ik kom, wat gaat jou dat aan?
Bijbel Johannes 21:24 24 Dit is de leerling die over al deze dingen heeft getuigd en ze ook heeft geschreven. We weten dat zijn getuigenis waar is.
Bijbel Johannes 21:25 25 Er zijn ook vele andere dingen die Yešúʿ heeft gedaan. Als ze één voor één werden geschreven, is zelfs eeuwigheid niet voldoende, denk ik, voor de geschriften om geschreven te worden.

Bijgewerkt: vrijdag 8 september 2017
© geldig vanaf 21 oktober 2013
Copyright indicatie 'Creative Commons' CC-BY-NC-ND. U mag de Peshitta.nl tekst ongewijzigd, niet commerciëel, in willekeurige mediavorm distribueren met vermelding van de oorspronkelijke naam Peshitta.nl
U mag de Peshitta.nl tekst alleen distribueren als u deze licentie ongewijzgd laat.

Syriac Fonts provided by George Kiraz. Peshitta source, UBS 1905 text.

Download e-Sword module (door Ad Oprel) voor Peshitta_nl
Volg peshitta.nl via Twitter.